Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

Droombeelden als een dodelijke draaikolk

(voor Mário de Sá-Carneiro (1890 - 1916))

Jij bent geboren op 19 mei 1890 op de Rua da Conceição 92 in Lissabon, op de derde verdieping, in een rijke familie met een sterke, militaire traditie. Jouw vader Carlos Augusto de Sá-Carneiro was een ingenieur en jouw moeder Águeda Maria de Sousa Peres Marinello overleed toen jij 2 jaar was. Jij werd door jouw grootouders in de wijk Quinta da Vitória opgevoed en jij woonde in een boerderij nabij Lissabon. Jij ging naar het Liceu do Carmo, waar jij vooral van theater hield. Op jouw 12-de begon jij gedichten te schrijven en op jouw 15-de had jij al werk van Victor Hugo vertaald, op jouw 16-de van Goethe en Schiller. Samen met Tomás Cabreira Júnior schreef jij het toneelstuk 'Amizade', waarna Tomás op 9 januari 1911 zelfdoding pleegde, midden op het schoolplein met een jachtgeweer. Jij schreef het gedicht 'A cum suicida' voor hem. 'Amizade' verscheen in 1912.

In 1911-1912 studeerde jij aan de rechtenfaculteit in Coimbra. In Coimbra ontmoette jij de grote dichter Fernando Pessoa, geboren op 13 juni 1888 in Lissabon, die die jou met de modernisten in aanraking bracht. Daarna ging jij naar Parijs en zat jij vooral als een dandy in de cafés. Jij vervolgde jouw studie rechten aan de Sorbonne, zij het voor korte tijd, want het kunstenaarschap en bohemienbestaan overheerste. Jij correspondeerde met jouw vriend Fernando Pessoa. Van juni tot november 1913 was jij in Lissabon en schreef jij 'A Confissão de Lúcio' en 'Eu próprio o Outro'. In 1912 verscheen 'Principio', verzamelde novellen, opgedragen aan jouw vader. In 1913 verscheen jouw novelle 'A Confissão de Lúcio', die later ook door Sylvia Plath bewonderd werd. In 1913 verscheen ook 'Dispersão', met twaalf gedichten.

Van augustus 1914 tot juli 1915 was jij weer in Lissabon. In 1915 verscheen 'Céu em Fogo', twaalf novellen over jouw obsessies en verstoringen. Samen met Pessoa en anderen werkte jij aan het modernistisch tijdschrift 'Orpheu', waarvan de nummers van maart en juli 1915 door jouw vader zijn betaald. Jouw vader, die destijds in Mozambique zat, weigerde het derde nummer te betalen. Jij verliet Lissabon voorgoed. Het derde nummer verscheen pas in 1984. De andere medewerkers van 'Orpheu' waren o.a.: de schrijver/kunstenaar Almada Negreiros, de schilders Amadeo de Souza-Cardoso, José Pacheko en Guilherme Augusta de Santa-Rita, een personage in 'A Confissão de Lúcio', en de schrijvers Alfredo Guisado, Ângelo de Lima, Armando Côrtes-Rodrigues, Eduardo Guimaraens, Luís de Montalvôr en António Joaquim Tavares Ferro, die in 1922 met de schrijfster/dichteres Fernanda de Castro trouwde, met wie hij António en Fernando kreeg. Hun kleindochter is de schrijfster Rita Ferro. Ângelo de Lima zat vanaf 19 december 1901 tot zijn overlijden op 14 augustus 1921 in het psychiatrisch ziekenhuis van Rilhafoles Miguel Bombarda. Volgens psychiater Bombarda had hij paranoïde schizofrenie. Bombarda werd op 5 oktober 1910 door de patiënt Aparício Rebelo dos Santos vermoord.

Vanuit Parijs bleef jij Pessoa en anderen schrijven. Jij bent beïnvloed door António Nobre, Camilo Pessanha, Alberto de Oliveira, E.A. Poe, Oscar Wilde, Charles Baudelaire, Stéphane Mallarmé, Fjodor Dostojevski, Eugénio de Castro, de dichter José Joaquim Cesário Verde, die op 19 juli 1886 in Lissabon door tuberculose overleed en 31 jaar werd, en de dichter António Pereira Nobre, die Paul Verlaine, José Maria de Eça de Queiroz en Jean Moréas ontmoette en die op 18 maart 1900 in Porto (Foz do Douro) door tuberculose overleed en 32 jaar werd.

Armando Côrtes-Rodrigues schreef volop met jou. Hij trouwde op 24 juli 1912 met Laura Sofia Botelho de Gusmão, met wie hij de dichter/schrijver Luís Filipe, Jorge Manuel en Maria Ernestina kreeg. Guilherme Augusto overleed op 29 april 1918 in Lissabon door tuberculose en hij werd 28 jaar. Het futuristische idealisme van 'Orpheu' zorgde voor een schandaal binnen de Portugese samenleving. In juli 1915 kwam jij met de trein in Parijs terug. Tijdens de Eerste Wereldoorlog verliet jij de universiteit en had jij een relatie met een prostituee. Jouw geldnood en depressie verergerden. Op 31 maart 1916 schreef jij aan Pessoa: 'Tenzij er een wonder gebeurt, zal jouw vriend Mário de Sá-Carneiro volgende maandag maart (of zelfs de dag ervoor) een sterke dosis strychnine nemen en uit deze wereld verdwijnen. Je opperde ook om onder de metro te gaan liggen.

Op 26 april 1916 pleegde jij zelfdoding in een hotelkamer van Hôtel de Nice op de Rue Victor-Massé 29 in Parijs, waar een gedenkplaat is bevestigd. Jij werd 25 jaar. Jij nam inderdaad strychnine, namelijk 5 flessen strychnine arsenaat, en jij droeg een smoking. Ruim 20 jaar na jouw overlijden verscheen 'Indicios de Oiro' in het tijdschrift 'Presença'.

Schrijver: Sir Joanan Rutgers
28 februari 2026


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 4

Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je e-mailadres voor anderen in beeld verschijnt)