Inloggen

biografie: Multatuli

1820 - 1887

Eduard Douwes Dekker [Amsterdam 1820 - Nieder Ingelheim 1887]


1838 Eerste reis naar Nederlands-Indië, op koopvaardijschip van zijn vader 1839 Aankomst op Batavia.
1841-1845 Schrijft aan de Losse bladen uit het dagboek van een oudeman 1842 Bekering tot katholicisme. Benoemd tot Controleur tweede klasse te Natal
1843 Schrijft toneelstuk De Eerloze, later uitgeven als De bruid daarboven (1864)
1844 Geschorst wegens kastekort. Vertrekt naar Batavia. Brengt tijd in armoede door met een inlandse geliefde.
1845 Secretaris van de assistent-resident te Krawang
1846 Trouwt met Tine (Everdina Huberta baronesse Van Wijnbergen).
1848-1856 Diverse ambtelijke functies, waaronder uiteindelijk assistent-resident van Lebak (Java). Raakt in conflict met de regent, wordt overgeplaatst en neemt eervol ontslag als de gouverneur-generaal hem niet wil ontvangen.
1857-1860 Vertrekt naar Europa, zonder vrouw en zoon Edu (1854). Geboorte dochter Nonnie. Omzwervingen door Europa. Tine en de kinderen keren in 1859 naar Europa terug. Tine vertrekt naar Den Haag, Douwes Dekker naar Brussel, waar hij in het hotelletje Au Prince Belge Max Havelaar (1860) schrijft.
1862 Eerste bundel Ideeën
1864 Doet een felle aanval op de Nederlandse regering tijdens een internationaal koloniaal congres te Amsterdam. Vertrekt tijdelijk met zijn geliefde, Mimi, naar Duitsland
1865-1877 Schrijft diverse werken: Ideeën-bundels, toneelstukken, pamfletten.
1875 Trouwt met Mimi (Maria Hamminck Schepel)
1887 Sterft in Nieder Ingelheim


Inzendingen van deze schrijver

22 resultaten.

Max Havelaar Eerste hoofdstuk

verhaal
3,7 met 7 stemmen 1.059
Ik ben makelaar in koffi, en woon op de Lauriergracht No 37. Het is mijn gewoonte niet, romans te schrijven, of zulke dingen, en het heeft dan ook lang geduurd, voor ik er toe overging een paar riem papier extra te bestellen, en het werk aan te vangen, dat gij, lieve lezer, zoëven in de hand hebt genomen, en dat ge lezen moet als ge makelaar in koffie zijt, of als ge wat anders zijt. Niet alleen dat ik nooit iets schreef wat naar een roman geleek, maar ik houd er zelfs niet van, iets dergelijks te lezen, omdat ik een man van zaken ben. Sedert jaren vraag ik mij af, waartoe zulke dingen dienen, en ik sta verbaasd over de onbeschaamdheid, waarmee een dichter of romanverteller u iets op de mouw durft spelden, dat nooit gebeurd is, en meestal niet gebeuren kan. Als ik in mijn vak - ik ben makelaar in koffie, en woon op de Lauriergracht No 37 - aan een principaal - een principaal is iemand die koffie verkoopt - een opgave deed, waarin maar een klein gedeelte der onwaarheden voorkwam, die in gedichten en romans de hoofdzaak uitmaken, zou hij terstond Busselinck & Waterman nemen. Dat zijn ook makelaars in koffie, doch hun adres behoeft ge niet te weten. Ik pas er dus wel op, dat ik geen romans schrijf, of andere valse opgaven doe. Ik heb dan ook altijd opgemerkt dat mensen die zich met zoiets inlaten, gewoonlijk slecht wegkomen. Ik ben drieënveertig jaar oud, bezoek sedert twintig jaren de beurs, en kan dus voor de dag treden, als men iemand roept die ondervinding heeft. Ik heb al wat huizen zien vallen! En gewoonlijk, wanneer ik de oorzaken naging, kwam het me voor, dat die moesten gezocht worden in de verkeerde richting die aan de meesten gegeven was in hun jeugd.
Ik zeg: waarheid en gezond verstand, en hier blijf ik bij. Voor de Schrift maak ik natuurlijk een uitzondering. De fout begint al van Van Alphen af, en wel terstond bij de eerste regel over die `lieve wichtjes'. Wat drommel kon die oude heer bewegen, zich uit te geven voor een aanbidder van mijn zusje Truitje die zere ogen had, of van mijn broer Gerrit die altijd met zijn neus speelde? En toch, hij zegt: `dat hij die versjes zong, door liefde gedrongen'. Ik dacht dikwijls als kind: `Man, ik wilde u graag eens ontmoeten, en als ge mij de marmerknikkers weigerde, die ik u vragen zou, of mijn naam voluit in banket - ik heet Batavus - dan houd ik u voor een leugenaar.' Maar ik heb Van Alphen nooit gezien. Hij was al dood, geloof ik, toen hij ons vertelde dat mijn vader mijn beste vriend was - ik hield meer van Pauweltje Winser, die naast ons woonde in de Batavierstraat - en dat mijn kleine hond zo dankbaar was. We hielden geen honden, omdat ze zo onzindelijk zijn.
Alles leugens! Zo gaat dan de opvoeding voort. Het nieuwe zusje is van de groenvrouw gekomen in een grote kool. Alle Hollanders zijn dapper en edelmoedig. De Romeinen waren blij dat de Batavieren hen lieten leven. De Bey van Tunis kreeg een koliek als hij het wapperen hoorde van de Nederlandse vlag. De hertog van Alva was een ondier. De eb, in 1672 geloof ik, duurde wat langer dan gewoonlijk, expres om Nederland te beschermen. Leugens! Nederland is Nederland gebleven, omdat onze oudelui goed op hun zaken pasten, en omdat ze het ware geloof hadden. Dàt is de zaak!
En dan komen later weer andere leugens. Een meisje is een engel. Wie dit het eerst ontdekte, heeft nooit zusters gehad Liefde is een zaligheid. Men vlucht met het een of ander voorwerp naar het einde der aarde. De aarde heeft geen einde, en die liefde is ook gekheid. Niemand kan zeggen dat ik niet goed leef met mijn vrouw - zij is een dochter van Last & Co., makelaars in koffie - niemand kan iets op ons huwelijk aanmerken. Ik ben lid van Artis, zij heeft een sjaallong van tweeënnegentig gulden, en van zulk een malle liefde die volstrekt aan het einde der aarde wil wonen, is toch tussen ons nooit sprake geweest. Toen we getrouwd zijn, hebben wij een toertje naar Den Haag gemaakt - ze heeft daar flanel gekocht, waarvan ik nog borstrokken draag - en verder heeft ons de liefde nooit de wereld ingejaagd. Dus: alles gekheid en leugens!...

Max Havelaar

verhaal
2,8 met 4 stemmen 621
of de Koffieveilingen
der Nederlandsche Handel-Maatschappij
Aan de diep vereerde nagedachtenis van
Everdine Huberte Baronesse van Wijnbergen ...

Idee 136

verhaal
2,4 met 7 stemmen 1.346
De roeping van de mens is mens te zijn. Daarheen moeten leiden: opvoeding, onderwijs, beroepskeuze, zedenleer, wetgeving, godsdienst.
Hierin nu ligt, geloof ik, 'n algemene fout, dat men veelal het doel voorbijziet en hoofdzaak maakt van 't middel.
Gesteld dat men als volmaakt mens ter-wereld kwam. Dan zou alle kultus, alle dwang, alle wet overbodig wezen. Ik zeg niet: alle regel. Integendeel. Absentie van behoefte aan wet, is juist 'n kenmerk van regel en orde.
Maar de onvolmaaktheid die we dagelijks waarnemen in onszelf - en in alles - mag niet leiden tot toepassing van middelen, anders of meer dan juist nodig zijn ter bereiking van het doel....

Idee 125.

verhaal
3,4 met 8 stemmen 1.164
Zeg óf: ik weet niet, óf als ge 't weet, toon dat door duidelijkheid, en vooral, bouw geen torens op de punt van een naald, zoals de schermers met 'cogito ergo sum', of zulke kinderachtigheden.
En nog eens, wees duidelijk, gij bonzen, rabbi's, dominees, derwisjen en doctoren. Als ge dát waart, zou 'k vrede hebben met de fundamenten van uw torens. Maar dat zijt ge meestal niet.
<<Wij achten geen wijsbegeerte vruchtbaar die zich niet in de dagelijkse spreektaal te uiten weet.>>
Dat zegt Dr. Van Vloten in De Dageraad. (December 1861). ...

Idee 122.

verhaal
2,8 met 8 stemmen 1.061
Een oud heer las de krant, en hield die ver van zich.
-Waarom doet ge dat? vroeg ik.
--Ik zie niet goed van nabij, sedert ik oud werd.
Ik wou dat m'n lezers oud werden, en mij lazen van verre....

Idee 120.

verhaal
3,4 met 10 stemmen 1.589
Du choc des opinions jaillit*... in dit geval een vervelend meestal onbruikbaar mengsel van allerlei opinions. Een mengsel dat de dwalingen van alle richtingen in zich verenigt, zonder zich op te lossen in juistheid van richting.
A en B wilden een rivier overtrekken, die van Oost naar West liep. Zij stonden aan de Zuidzijde. A stelde voor, Oostwaarts te gaan om een brug te zoeken. B was van gevoelen dat men West-op een passage zou vinden.
Daar kwam geleerde C. Hij addeerde B's mening bij de opinie van A. Daarop halveerde hij, en riep: ik heb 't gevonden. Het gemiddelde uwer meningen is Zuid.
A geloofde hem, maakte rechtsomkeert, en ging. Hij heeft de rivier nooit weergezien, en zal nu wel aan de Zuidpool klagen over gebrek aan juistheid in 't gemiddelde....

Idee 117.

verhaal
2,3 met 14 stemmen 1.468
Ik vind niet goed dat de prins van Oranje zijn beroep leert als inspecteur van de kavallerie. De Nederlanders zijn geen volk van paarden, noch paardenvolk. Ik beweer dat er uit Pope's 'Essay on men' en zulke werken, meer te leren is - vooral voor iemand die geroepen is tot regeren of besturen van MENSEN - dan in een stal.
...

Idee 116.

verhaal
1,6 met 10 stemmen 2.327
Een publiek persoon staat lager of hoger dan bijzondere personen. Trekt hij zich de algemene zaak aan, met dezelfde ijver als 'n particulier de zijne behartigt, dan staat hij hoger, dewijl hij in de uitslag van 't goede slechts deelt voor een burgerdeel, en niet naar de maat zijner inspanning.
Maar behartigt hij de publieke belangen juist genoeg om z'n traktement niet te verliezen, en de goddelijke 'aanspraak' op pensioen... maakt hij tot 'eerst en enig beginsel' de zorg dat 'het zijn tijd maar uithoude' dan staat hij lager dan een particulier, en in mijn oog zelfs zeer laag. Toen ikzelf ambtenaar was, wist ik 't woord 'ambtenaar' uit te spreken als een scheldwoord....

Idee 115.

verhaal
2,6 met 5 stemmen 1.493
Als ge met uw zoon overlegt welk beroep hij zal kiezen, let dan goed op of hij ijverig is, want de graad van z'n ijver moet bepalen of hij geschikt is voor staatsbetrekking of voor 'n bijzonder beroep.
De reden hiervan is deze. In beide gevallen begint hij z'n loopbaam als ondergeschikte. IJver zal hem schaden, als z'n chefs publieke personen zijn, maar voordeel doen bij 'n particulier.
Wie 'n bierbrouwer dient, en door ijverig brouwen 't zijne toebrengt tot de bloei van de brouwerij, sticht zich een eerzuil in de zak des bierbrouwers.
Wie 't Land dient en ijverig is, staat zijn meerderen in de weg. Het 'pas de zèle' van Talleyrand wordt nooit gezegd door 'n industrieel....

Idee 111.

verhaal
2,8 met 8 stemmen 1.219
Om zeden en wetten te begrijpen, is 't nuttig zo nauwkeurig mogelijk zich voor te stellen welke omstandigheden die wetten nodig, en die zeden algemeen algemeen maakten. 't Is 'n aardige studie, maar meestal leert zij ons dat eigenbelang de drijfveer was van wie die wetten en zeden invoerden of handhaafden. Zo handhaven de parijse modistes de crinoline*.
Ik ben daarom niet boos op die modistes, maar ik zou boos worden, wanneer die wetgevers en die zedemeesters voorgaven dat ze hun wetten en zeden en uitspansels verdedigen tot heil van 't menselijk geslacht. Dát is niet waar.
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
* crinoline - hoepelrok...

Idee 100

verhaal
2,7 met 7 stemmen 890

Waar ge een individu hoort spreken over principes... wees voorzichtig.
Waar ge een staatsman hoort spreken over systemen... wees voorzichtig.
Waar ge een godgeleerde hoort spreken over dogmen... wees voorzichtig....

Idee 104

verhaal
2,2 met 13 stemmen 1.148
-Meent ge een genie te zijn?
--Ja.
-Die onbeschaamdheid is te geniaal om u niet te geloven....

Idee 91.

verhaal
1,6 met 22 stemmen 2.452
Ik ben boos op mezelf. Ik had nagedacht over God en m'n dame. Ik begreep iets van 't een, en beminde het ander. Ik droomde, en meende veel te weten, veel lief te hebben. Al liefhebbend en dromend liep ik 'n restaurant in, en daar heb ik groen-erwten met spek gegeten.
Daarom ben ik boos op mezelf. ...

Idee 87

verhaal
2,0 met 7 stemmen 1.202
Een gedachte is 'n poliep. Snij ze in twee, dan hebt ge twee poliepen. Snij die weder in twee... en ga voort met snijden.
Na twintig generatiën van elke sectie, geeft alzo één gedachte meer dan een miljoen naneven. En elke naneef is een poliep, zo goed als z'n stamvader. En elke stamvader in de rechte lijn is nog bovendien, op zijn beurt, stamvader van talloze zijliniën. De zijliniën die uitsterven, verdienen 't leven niet.
Een gedachte is autogenerisch. ......

Idee 86.

verhaal
3,2 met 6 stemmen 1.327
In 't ziekenhuis te Amsterdam - dat gasthuis heet, ik weet niet waarom - moest een matroos geamputeerd worden. Professor - ik meen Tilanus - zette hem z'n been af. De man rookte bedaard z'n pijp, beet nu en dan op de tanden, maar verhief zich boven de pijn.
Professor T. bewonderde die sterkte van ziel, en sprak daarover met lof, terwijl hij 't verband legde.
Opeens geeft de moedige patiënt een gil. Professor had hem met een speld gestoken.
-Hoe... zó schreeuwt gij, die zo-even......

Idee 76.

verhaal
1,8 met 11 stemmen 1.612
- 'Geloof me, hij is een genie. Ik beken dat z'n deeg op stopverf lijkt, maar z'n verhandeling over de onsterfelijkheid... ge moet bedenken dat hij bakt met tegenzin, en verhandelt met genoegen. 't Eén is z'n beroep, 't ander z'n roeping. 't Eén is hem een noodzakelijke, maar onaangename inspanning van 's middags vier tot 's morgens acht, 't ander is hem een genot dat dat hij alleen mag smaken in lege tijd. Er zit veel in die man. Ik wenste dat wij hem konden helpen. Hij is niet op z'n plaats....'
--Laat hem dan gaan waar z'n plaats is.
...

Idee 83

verhaal
2,1 met 13 stemmen 1.125

Ameleia betekent zorgeloosheid, slordigheid. Maar ik geef in 't vervolg geen vertaling van zoiets. Dat 's mijn werk niet. Wie 't geluk heeft geen grieks of latijn te kennen, moet maar vragen aan z'n neef de dominee, of aan een 'knap kind' in de familie.
Een schrijver die tijd heeft om alles uit te leggen, heeft niet veel te schrijven.
Een lezer die geen tijd heeft te vragen 'wat is dat?' hoeft niet te lezen....

Idee 75.

verhaal
1,3 met 6 stemmen 1.516
'Ga eens mee vanavond,' zei me een vriend, of zo-iets. 'Er wordt 'n verhandeling gehouden over de onsterfelijkheid, door 'n broodbakker.
't Is 'n waar genie.'
--Waar woont hij?
Mijn vriend zei 't mij. Ik ging terstond daarheen, en kocht een broodje. Dat slecht was. Maar 's avonds ging ik de verhandeling horen. Hoe die was weet ik niet, omdat ik geen verstand heb van onsterfelijkheid en verhandelingen. Mijn vriend zei, de verhandeling was mooi. ...

Idee 54.

verhaal
1,7 met 6 stemmen 845
Ik woon bij 'n banketbakker.
-- Ik eet nooit van die dingen, zei de juffrouw, en zij wees op de taartjes, want u begrijpt, m'nheer, als men 't zelf maakt, en zo altijd daarbij is, en die dingen altijd zo voor z'n ogen en onder de neus heeft, dan begrijpt u... nietwaar, m'nheer... ik eet liever ham... maar van die dingen eet ik nooit, weet u?
Ik zei dat ik 't wist, en ging naar boven. Daarop schreef ik: 't is me onmogelijk een roman te lezen, ik eet liever ham, net als de juffrouw.
...

Idee 38.

verhaal
3,2 met 10 stemmen 973
Een individu leert veelal zijn taal van 'n schoolmeester, dat jammer genoeg is. Maar schoolmeesters moeten de taal niet maken. Zijzelf behoren die te leren van 't Volk dat die taal spreekt en schrijft. En weer moeten die schoolmeesters niet alles goed-vinden wat dat volk schrijft en spreekt. Zij moeten ziften en kiezen, dat is: ze moeten geen schoolmeesters zijn.
...

Idee 30.

verhaal
1,6 met 14 stemmen 1.580
Bij 't beschouwen van een kunstwerk, bij 't schatten ener uitstekende daad, bij 't beoordelen van een uitgedrukte gedachte, leg ik mijzelf altijd de vraag voor: wat is er omgegaan in de ziel des kunstenaars, van de held, van de wijsgeer, om dat ideaal te scheppen, om tot die daad te besluiten, om die gedachte voort te brengen, en ze vorm te geven als denkbeeld?
Dat is: ik vraag, hoe de ziel bevrucht werd? Welke toestanden ze doorliep bij dracht en verlossing?
Welnu, de geschiedenis ener grote conceptie roept me altijd de tekst toe: met smart zult ge kinderen baren!
Als 'n graankorrel spreken kon, zou ze klagen dat er smart ligt in 't ontkiemen. ...

Slotfragment van de 'Max Havelaar'

verhaal
3,4 met 35 stemmen 1.296
Ja, ik, Multatuli, 'die veel gedragen' heb, neem de pen op. Ik vraag geen verschoning voor de vorm van mijn boek. Die vorm komt mij geschikt voor ter bereiking van mijn doel.
Dit is tweeledig.
Ik wil in de eerste plaats het aanzijn geven aan iets dat als heilige poesaka zal kunnen bewaard worden door kleine Max en zijn zusjes, als hun ouders zullen zijn omgekomen van ellende. Ik wilde aan die kinderen een adelbrief geven van mijn hand.
En in de tweede plaats: ik wil gelezen worden....