voeg je verhaal toe

Verhalen

verhaal (nr. 8.105):

De graaf, die een eerste druk van Mary Shelley vond...

Graaf Edmond van Monchy is een echte bibliofiel van de bovenste boekenplank en zijn privébibliotheek in zijn Kasteel van Ekelsbeke telt dan ook makkelijk 50.000 boeken, verspreid door het hele kasteel. Zijn eerste drukken vormen een aparte afdeling in één van zijn zolderkamers. Daar is hij het liefste om tot rust te komen en te lezen. Daar staat ook zijn voorraad whisky en verzorgt hij zijn wietplanten. Met veel eerbied en liefde bladert hij daar bijvoorbeeld in de eerste druk van ´Delphine´ uit 1802 van Madame de Staël, de eerste druk van "Le Rouge et le Noir' uit 1830 van Stendhal, de eerste druk van 'Les Fleurs du Mal' uit 1857 van Charles Baudelaire en de eerste druk van 'Les Chants de Maldoror' uit 1868 van Comte de Lautréamont. Wat niemand weet, behalve dan zijn dienstbode Dyonise Bourgeois en gravin Elisamarie Morand van het Kasteel van Guermantes, is het kostbare geheim van de originele brieven van Marcel Proust aan Paul Morand, die hij per toeval op de zolder bij Elisamarie vond. Deze brieven zaten in een oude, versleten koffer. Mogelijk heeft Paul Morand die brieven in die koffer in een vlaag van verstandsverbijstering aan Marcel teruggegeven. Of was er sprake van een breuk en zag Paul wel de waarde van Marcel's brieven aan hem, maar wilde hij die niet zelf bewaren. Edmond weet dat deze brieven niet alleen van onschatbare waarde zijn, maar tevens zeer uniek, want Marcel schrijft zeer openlijk over zijn beweegredenen om 'À la recherche du temps perdu' te schrijven en over zijn meest intieme verdrietigheden, die nooit eerder boven water zijn gekomen. Omdat die brieven zo bijzonder zijn, smult Edmund van iedere zin, die hij daarin leest. De muziek van Eric Satie op de achtergrond maakt de sacrale sfeer compleet. Heel soms neemt hij één van zijn minnaressen mee naar zolder om die erudiete sfeer met hen te delen, maar dan moet hij wel zeker weten, dat zij dezelfde, literaire belangstelling heeft. Zoals markiezin Raphaëlle Salteur de La Serraz van het Kasteel van Trévarez in Saint-Goazec, die zelf ook diverse, eerste, belangrijke drukken heeft. Zo bezit zij zelfs alle eerste drukken van alle dichtbundels van Paul Verlaine en nooit openbaar gemaakte, handgeschreven gedichten van Arthur Rimbaud, die zij via de nazaten van Germain Marie Bernard Nouveau wist te bemachtigen. Toen Edmond Raphaëlle een handgeschreven gedicht van Paul Verlaine liet zien, raakte zij helemaal in trance en seksueel uiterst opgewonden. Raphaëlle was de eerste minnares, die daar tussen alle, eerste drukken met Edmond de liefde heeft bedreven.

Op een snikhete dag duikt Edmond de tweedehands boekhandel 'Le Chêne qui Cont&ditions op 4 Rue d'Arnèke in Esquelbecq in. Zoals altijd snuffelt hij graag wat tussen de oude boeken, die her en der opgestapeld staan. Tot zijn grote verrassing ontdekt hij een exemplaar van 'Frankenstein; or, The Modern Prometheus' van Mary Shelley. 'Het lijkt wel een eerste druk!', denkt hij. Nerveus kijkt hij naar het jaar van publicatie en zowaar, er staat 1818, het ís een eerste druk! Zijn hart begint alsmaar sneller te kloppen en hij klemt het boek stevig tegen zich aan. 'Dit boek graag!', zegt hij tegen de neo-hippie-achtige boekverkoper. 'Zozo!', zegt die, 'een griezelboek voor meneer!'. 'Graag!', herhaalt Edmund nog. 'Dat wordt dan 15 euro!', zegt de boekverkoper. Edmund betaalt maar al te graag en weg is hij. Terug in zijn Château d'Esquelbecq vliegt hij zijn dienstbode Dyonise om de hals en kust hij haar op haar wangen. 'Oei, meneer, wat zullen we nou krijgen!', zegt zij verschrikt. 'Dyonise, engel, ik heb vandaag een waanzinnig goede koop gedaan!', roept Edmund. Hij toont haar het boek van Shelley en hij roept verheugd: 'Dit is niet zomaar een eerste druk, mijn beste, dit boek is ruim een miljoen euro waard!'. 'Maar meneer, dat meent u niet!', zegt zij, 'en wat heeft u er dan voor betaald?'. 'Maar 15 euro, snap je nou waarom ik zo blij ben?', roept hij. 'O, ik ben zo gelukkig voor meneer!', zegt zij. 'Breng me een glas Glenfiddich 1937 whisky, want dit moet in stijl gevierd!', zegt hij. 'Ik zal er meteen een stuk Pule kaas bij doen!', zegt zij. 'Doe dat!', zegt hij, 'dan bel ik vast enkele vriendinnen op en plan ik een feestje met hen!'. In de keuken kan Dyonise zich niet inhouden en vertelt zij het nieuws aan de nieuwe kokkin Brielle Poivre. 'Meer dan een miljoen voor een oud boek!', roept Brielle verontwaardigd, 'doe mij zo'n boek!'. 'Meneer heeft er nu eenmaal verstand van!'', zegt Dyonise, 'je moet straks maar eens zien hoe blij hij is!'. 'Verstand of niet, het zijn wel altijd de rijken die zomaar rijker worden!', sneert Brielle. 'Ach, kom, we hebben het toch goed hier!', zegt Dyonise. 'Toch drijft er in mijn kookpotten nooit eens een miljoentje naar boven!', bromt Brielle.

Op de avond van het door Edmond georganiseerde feest zijn er diverse minnaressen van hem in aantocht; markiezin Raphaëlle, gravin Elisamarie, markiezin Blondelle Roussel de Courcy van het Kasteel van Quintin, barones Pénélope van Ghistelles van het Kasteel van Haroué, barones Salomé van Montcavrel van het Kasteel van Soks, gravin Mignonette Le Tonnelier van het Kasteel van Courances, gravin Lourdes Le Borgne de Boigne van het Kasteel van Breteuil in Choisel, gravin Orleans van het Kasteel van Acquigny, markiezin Helewise van L'Hermite van het kasteel van Royal de Blois, gravin Giverny Oudet van het Kasteel van Fougères en hertogin Florence Pinczon du Sel van het Kasteel van Haut-Koenigsbourg. Dyonise is in rep en roer, want zij kan graaf Edmund nergens vinden. Bovendien is Brielle ook al enkele uren zoek, terwijl het feest over een half uur gaat beginnen. Dyonise raakt in paniek en angst bekruipt haar. Zij zet de champagneglazen wat rechter en zij snelt nog eens naar zolder om te kijken of meneer de graaf daar toch ergens is. 'Niemand, er is hier helemaal niemand!', mompelt zij bezorgd. Dan weer naar de keuken, maar Brielle is nog steeds nergens te bekennen. Verslagen en zenuwachtig loert zij naar buiten. 'O, help, daar komt de eerste al!', zegt zij met een piepende stem. 'Meestal doet meneer open en dan weten zij meteen dat er iets mis is!', denkt zij. Met knikkende knieën loopt zij naar de voordeur. Markiezin Blondelle verschijnt in vol ornaat in de deuropening. 'Jij hier? Waar is graaf Edmund?', vraagt Blondelle. 'Ik weet het echt niet!', zegt Dyonise, 'maar kom gerust verder!'. Na verloop van tijd zijn de elf vriendinnen gearriveerd en niemand weet waar Edmund en Brielle zijn. De ongerustheid wordt alsmaar erger en na een uur wachten belt Raphaëlle de politie. Even daarna ontdekt Dyonise dat de kleine kluis gewoon open is en dat het boek van Mary Shelley verdwenen is. 'Meneer de graaf wist alleen de kluiscode!', zegt Dyonise. 'Help! Er ligt hier bloed in de gang!', schreeuwt gravin Mignonette. Zodra de politie arriveert, wordt iedereen verhoord en een tijd later wordt er door een forensisch rechercheur sporenonderzoek gedaan. Er heeft een geweldsdelict plaatsgevonden en het spoor leidt naar de rivier Fleuve L'Yser. Na een uur vindt een duiker het levenloze lichaam van Edmund in de rivier. Zodra dit verschrikkelijke nieuws het kasteel bereikt, reageert iedereen diep geschrokken en verdrietig. 'Wij hebben niemand op het door u opgegeven huisadres van mevrouw Brielle Poivre aangetroffen!', zegt een agente tegen de diepbedroefde Dyonise. 'Dan ben ik bang dat Brielle deze moord heeft gepleegd en dat allemaal om een simpel boek!', zegt Dyonise tegen de agente en iedereen.

Schrijver: Sir Joanan Rutgers
26 september 2026


Geplaatst in de categorie: adel

Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 16

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: