Het gestolen zwaard van koning Redbad
In het jaar 1785 na Christus zwalkt graaf Wytze van Heeckeren door het bos nabij zijn fameuze Camminghaslot bij Ballum op Ameland. Bij zijn nachtelijk bezoek aan zijn minnares Wiona Burmania heeft hij teveel bier gedronken, maar dat was wel nadat hij flink met haar in het hooi gerollebold heeft. Wiona woont in een afgelegen boerderij bij Hollum en haar man Rienck Burmania is walvisvaarder en al enkele weken van huis. Wytze is overigens niet de enige, die van die gelegenheid gebruik maakt. De herbergier Sytze Cammingha duikt ook geregeld met haar het hooi in. Sytze is sinds de opening in 1772 de eigenaar van Hotel De Zwaan op het Zwaneplein 6 in Hollum. Onlangs heeft de detective Ysbrand van Heeckeren uit Leeuwarden een hotelkamer gehuurd, maar wel incognito. In het Caminghaslot is namelijk een grote diefstal gepleegd. Het zwaard van koning Redbad, wat daar al sinds de stins uit 1424 verbleef, is een tijd geleden gestolen. Daarbij is de dienstbode van Wytze, Wieteke van Aylva, met enkele zwaardsteken vermoord. Hoogstwaarschijnlijk met het zwaard van Redbad. Wytze is de enige, die weet, dat Ysbrand achter de dief of dieven aan gaat. Wytze betaalt Ysbrand dan ook aardig wat gouden Friese rijders. Wanneer Wytze in zijn grote bed neerploft, gaat hij lekker zijn roes uitslapen. Hij droomt nog wat na over de wilde vrijpartij met Wiona en hij ziet alsmaar de heen en weer schuddende, volle borsten van haar voor zich. In zijn heftige roes probeert hij haar stijve tepels te pakken, maar dat lukt natuurlijk niet. ´Ze glippen steeds weg!´, gromt hij.
In de kapel van het Camminghaslot, die tevens als dorpskerk dienst doet, loert Wytze naar zijn geheime minnaressen, die uit volle borsten vrome psalmen zingen. Ysbrand zit er ook. Hij is zich aan het oriènteren en hij speurt naar verdachte elementen en bewegingen. De wulpse Feyoena Camstra en de loslippige Teatskje van Andringa fluisteren opvallend veel met elkaar, terwijl ze steeds naar Wytze staren. ´Iets om in de gaten te houden!´, denkt Ysbrand. Na de kerkdienst laat Wytze zich door zijn koetsier Jurre Glins naar het huis van zijn favoriete minnares Welmoed van Lauta rijden. Dat staat aan de Burgemeester Waldastraat in Nes. Welmoed drukt zijn hoofd meteen tussen haar megatieten en zij aait hem over zijn bol. ´Ach, arme!´, zegt zij, ´kom maar gauw mee naar binnen, dan zal ik je alle zorgen doen vergeten!´. ´Daar verheug ik me op!´, zegt hij, terwijl hij nauwlettend haar sappige billen volgt. Jurre gaat ondertussen naar zijn vriendin Jitske van Buwinga, die aan het Vermaningspad woont. Jitske heeft bezoek van de beruchte dievegge Ethelburch van Heringa, die altijd weer de dans weet te ontspringen. Jurre, Jitske en Ethelburch spelen onder één hoedje, zoveel is wel duidelijk. Wat Jurre niet weet, is dat hij door Ysbrand gevolgd wordt. Ysbrand is te paard naar Nes gekomen en hij heeft zijn paard bij de klokkentoren gestald. Wanneer hij ziet dat de drie iets aan het bekonkelen zijn, weet hij, dat hij op het juiste adres is aangekomen. ´Die koetsier had natuurlijk het makkelijkste toegang tot het zwaard van Redbad!`, denkt hij, ´en wacht eens even, die ene vrouw daar komt mij bekend voor, wel heb je ooit, dat ís ze, daar zit die glibberaal Ethelburch in hoogsteigen persoon!´. Ysbrand trekt zichzelf voorzichtig terug en hij overdenkt een manier om hen te ontmaskeren en te arresteren. ´Ik weet haast wel zeker dat zij het zwaard hebben gestolen en dat één van hen die arme Wieteke heeft vermoord!´, denkt hij. Wat hij niet weet, is het feit, dat hij door Meinou van Foppinga is achtervolgd. De biseksuele Meinou was de lesbische vriendin van Wieteke en zij is tevens een minnares van Wytze. Haar wraak is persoonlijk en dus extra beladen. Aan haar linkerzij glinstert een vlijmscherp zwaard en zij is een geducht zwaardvechtster.
Wanneer Jurre de koets voorrijdt, zit Wytze in de gang nog even flink na te genieten van zijn extreme seksfeest met Welmoed. Met zijn vuurrode hoofd onder haar wijde rok blijft hij haar hete vagina met glimmende piercings door haar grote schaamlippen en omlijst met zwarte dreadlocks maar likken en kussen. ´Wytze, ouwe zuignap, Jurre is er met de koets!´, zegt Welmoed tussen het kreunen door. ´Nou, tot de volgende keer dan!´, zegt Wytze met heel veel moeite tegen de kletsnatte flamoes van Welmoed. De volkomen liefdesdronken malloot struikelt bijna over zijn eigen voeten, wanneer hij naar de koets gaat. ´Is alles naar wens verlopen, meneer?´, vraagt Jurre met zijn hypocriete bakkes. 'Daar kun je donder op zeggen!', roept Wytze, die nog even wat luchtkusjes naar Welmoed wuift. Vanachter de hoek van een huis gluurt Meinou naar de wegrijdende koets. 'Die pak ik later wel!', denkt zij. Onderweg naar het Camminghaslot ziet Wytze de welgevormde vissersvrouw Hielke van Donia lopen. Hielke is ook een minnares van hem en even later zit zij naast hem in de koets, met de gordijntjes gesloten. Hij verlustigt zich met haar ontblote borsten, die zij graag laat verwennen, terwijl de koets doordendert. Terwijl hij één van haar magische tepels in zijn mond zuigt, is Meinou met hele andere zaken bezig. Zij heeft haar zwaard uit de schede getrokken en zij beukt op de deur van Jitske. Jitske opent de deur en Meinou geeft er direct een flinke trap tegenaan. Verblind door woede steekt zij Jitske in haar borst. Jitske zakt levenloos in elkaar, terwijl Ethelburch inmiddels het zwaard van Redbad heeft gepakt om Meinou te bestrijden. Even lijkt het nog een gelijkwaardig gevecht te worden, maar Meinou heeft al gauw de overhand. 'Wie was het?', roept Meinou, 'Wie heeft Wieteke vermoord?'. In haar woede steekt zij ook Ethelburch door haar borst. 'Wie was het?', schreeuwt zij nog een keer tegen Ethelburch. 'Je moet Jurre hebben!', zegt Ethelburch nog voordat zij de laatste adem uitblaast. Ysbrand verschijnt met een vuursteen pistool in de deuropening en tot zijn grote schrik en verbazing ziet hij dat iemand hem voor is geweest, terwijl hij eindelijk zover was om toe te slaan.
Meinou gaat samen met Ysbrand op het paard van Ysbrand in galop achter de koets van Wytze aan. Meinou heeft het over zelfverdediging en rechtmatige overmeestering, maar zij zegt hem vooral dat Ethelburch heeft toegegeven, dat zij Wieteke heeft vermoord. 'Wees maar gerust, iedereen snapt dat jij niet anders kon, het belangrijkste is, dat jij de moord en de diefstal hebt opgelost!', zegt Ysbrand, 'en nu nog die derde rat!'. Vlak voordat de koets bij het Camminghaslot is, houdt Ysbrand de koets tegen. 'Wat moet dat?', roept Jurre, 'wat zijn dat voor manieren?'. Meinou, die nog steeds achterop het paard van Ysbrand zit, weet heel snel en gemakkelijk het vuursteen pistool van Ysbrand te grijpen en zodra de koets helemaal stil staat, schiet zij Jurre dwars door zijn hoofd. Jurre valt zijwaarts van de bok en Wytse komt woedend uit de koets tevoorschijn. 'Wat gebeurt hier toch allemaal?', schreeuwt hij, 'O, ben jij het? Waarom heb jij mijn koetsier vermoord?'. 'Hier om!', roept Ysbrand en hij heft het zwaard van Redbad. 'Godallemachtig, had hij daar dan iets mee te maken?', vraagt Wytse. 'Alles!', zegt Ysbrand, 'maar hij deed het samen met twee vrouwen!'. 'En waar zijn die nou?', vraagt Wytse. 'Door deze moedige vrouw met haar zwaard verslagen!', zegt Ysbrand, 'maar waarom schoot je nou op hem?'. 'Om Wieteke, want niet Ethelburch, maar hij heeft haar vermoord!', zegt Meinou. 'Dan heb je dus tegen mij gelogen!', zegt Ysbrand. 'Klaarblijkelijk!', zegt de listige Meinou. 'Toch zal ik uit dankbaarheid naar jou het dodelijke schot op mij nemen!', zegt Ysbrand. 'Die dankbaarheid is ook geheel aan mijn zijde!', zegt Wytze. Opeens laat de topless Hielke zich zien en schiet Ysbrand in de lach. 'Het doet mij deugd om jullie, eh ú, te ontmoeten, edele dame!', zegt Ysbrand.
27 september 2026
Geplaatst in de categorie: adel

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!