voeg je verhaal toe

Verhalen

Laatst toegevoegde verhaal (nr. 8.123):

Poes

Mozart had een spreeuw. Hij raakte nogal gehecht aan het beestje, zeker nadat hij in staat bleek de melodie van een pianoconcert te fluiten. Niet foutloos, dat niet. Toen hij overleed was Mozart diep bedroefd. Hij organiseerde een heuse begrafenis voor het beestje in zijn tuin, een grafsteen, gewijde liederen die de in het zwart geklede aanwezigen moesten meezingen, een treurdicht als slotrede incluis.
Bij de begrafenis van pa, nog geen maand eerder, schitterde hij door afwezigheid. De liefde van mens tot mens is wat complexer.

De liefde tussen het paddenjong en Woemi was over. Over en uit. Definitief. Zijn puberale fratsen, die maar niet over wilden gaan, ook niet toen hij vader was geworden, zijn twaalf banen, dertien ongelukken, zijn eeuwige roken en drinken en dat altijd maar weg, weg, weg.
Ze had er ineens genoeg van. Pakte wat spullen, de baby. En Poes.
Zo meldde ze zich bij Charlotte en Cornelis. Verslagen, vernederd, bang voor de toorn van haar vader, het "zie je wel, ik heb het je altijd gezegd" van haar moeder, maar niet wetend wat verder te doen.

Nou dat wist pa wel. Boos stoof hij naar de Bantamstraat. Het was tenslotte zijn huis waar hij ze voor een habbekrats liet wonen. Eruit met die kerel, die in zijn optiek voor geen meter wilde deugen. Gelukkig was het paddenjong niet thuis. Gelukkig, geen idee waar die confrontatie op zou zijn uitgelopen. Het jong, met zijn fascinatie voor messen en zwaarden, een prachtig zelfgemaakt klewang onder handbereik aan de muur. En Cornelis die zichzelf, ondanks zijn meer dan honderd kilo nog steeds zag als verdienstelijk amateurbokser. Later, na een week of twee ofzo, troffen de heren elkaar wel.

"Je hebt haar leven verwoest", schreeuwt de man hem toe. Beetje overdreven misschien, maar ja, zo zijn vaders. En: "ik doe je een proces aan". Geld genoeg daar, prachtig allemaal maar liefde en geluk zijn niet te koop. Ook niet voor Cornelis.
Er sneuvelt een ruit. Maar het zwaard blijft aan de muur hangen. En het paddenjong verdwijnt, definitief. Wat hij mee kan nemen in zijn Suzuki Alto propt hij erin, zijn zwaard, zijn Dostojevski en Böll, zijn eindeloze collectie Bach en Beethoven. Was ze daar eindelijk ook van verlost.

Pas een jaar later durft ze de troep die hij heeft achtergelaten weg te gooien. Kleren, een mislukt schilderij. Een stilleven. Aardappels. Later, veel later begrijpt ze pas goed wat ze gedaan heeft. Ze heeft hem als een misvormde aardappel weggegooid, omdat hij niet paste, niet voldeed aan de norm, een eeuwige zonderling, een buitenstaander. Tja, en toen kwam ik. Jorrit. Wat ze daar nu mee opschoot.

Maar eerst was er die lange, verschrikkelijke winter. Met veel sneeuw, gladdigheid en waardeloos ijs. De kachel viel uit, drie dagen wachten op de loodgieter, de afvoer van de gootsteen naar buiten vroor dicht en stuk, en toen het begon te dooien bleek het keukendak bezweken onder de lading sneeuw die erop lag en stroomde het dooiwater naar binnen.

Nooit voor en later zou Woemi zich zo alleen en eenzaam voelen. Ze sloot zich op in huis, voor niets en niemand bereikbaar.
Onmachtig en bezorgd keken Charlotte en Cornelis van een afstandje toe, de buurvrouw probeerde het, lief, met een pannetje soep enzo. Alleen voor baby kwam ze wel in actie, die zorgde er wel voor dat hij kreeg wat hem toekwam. Maar wie er af en toe harder huilde?
Maar dan was er Poes. Poes, een grote, dikke, verwende oranje kater. Ooit gekregen van het paddenjong. Die hem vervolgens bijna dood had laten gaan door, in plaats van voor hem te zorgen, de hort op was gegaan, toen Woemi aan het werk was.
Door hem met een pipetje water te geven hield ze het kitten in leven. En daarna werden die twee onafscheidelijk. Waar Woemi was was Poes. Woemi naar buiten? Poes naar buiten. Woemi naar boven? Poes naar boven. Woemi lui liggend op de bank? Poes pontificaal boven op haar, het intense snorren kon beginnen.

Ik had een hekel aan het beest. Zelfs tijdens de daad stond ze toe dat het beest pontificaal bovenop bed sprong. Een keer krabde hij bijna een oog bij me uit, omdat ik geen zin had om hem om zes uur naar buiten te laten.
Maar die winter, als ze weer eens zat te huilen op de bank, dan was Poes er. Sprong hij bij haar op schoot, om haar pas te verlaten als ze weer rustig was geworden.

Toen hij dood was was er geen begrafenis met vrienden in het zwart. Geen treurdicht, geen muziek. Alleen verdriet, intens verdriet. Mannen die komen en gaan, baby's worden jongen, en dan man. Hetzelfde liedje dus.
Ik weet zeker als ik boven kom, als het eindelijk ook mijn tijd is, ik Woemi daar zal zien liggen. Samen met Poes, innig tevreden, onafscheidelijk, voor altijd.

Schrijver: Jorrit, 10 oktober 2026


Geplaatst in de categorie: dieren

Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 5

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: