De blinde haat van een calvinistische graaf
Baron Douwe Heslinga is een walgelijke criticaster, die iedere zondag met een uitgestreken gelaat in de herenbank tegenover de kansel van de protestantse Mariakerk in Oenkerk zit. Ook nu weer. De angstaanjagende doempreken van dominee Lebbert van Rinia kunnen hem niet zwartgallig genoeg zijn. Na de kerkdienst zegt hij tegen de dominee: 'Uitstekend gepreekt, dominee, maar de vreeswekkende elementen kunnen wel wat aangedikt worden!'. De dominee schudt zijn hoofd en kijkt Douwe na. 'Die Douwe is een verbitterde cynicus geworden!', zegt de dominee tegen jonkvrouw Sjoukje Herbranda, die hem een hand geeft. 'Hij is nog strenger in de leer dan Johannes Calvijn!', zegt Sjoukje met een argwanende blik richting Douwe. 'Dat heb je mooi gezegd!', zegt de dominee. Douwe haast zich naar zijn Unia State terug en eenmaal in zijn leesstoel hervat hij het lezen in het achtste deel van 'De Donkere Toren' van Stephen Edwin King. Om goed in het verhaal te kunnen wegzinken, slurpt hij zo af en toe van zijn A. v. Wees De Ooievaar 15 jaar Genever. Tot zijn grote verbazing wordt er bij hem aangebeld. 'Hé, verdulleme, net nu ik eindelijk eens lekker wil lezen!', bromt hij. Hij sjokt naar de voordeur en daar treft hij gravin Tiete van Welderen Rengers aan. 'Sorry dat ik zomaar langs kom, maar ik was in de buurt en het lijkt me leuk om weer eens bij te kletsen!', zegt de ietwat verregende Tiete. 'Hoezo, ik was in de buurt, wat een onzin, je bent gewoon speciaal voor mij naar Oenkerk gekomen!', zegt Douwe knorrig, 'maar kom gauw binnen, dan kun je wat opwarmen!'. Tiete is inderdaad speciaal voor Douwe vanuit Veenklooster naar Oenkerk gereden. Ze heeft haar gele Porsche 911 op de oprit gezet. 'Laat mij jouw jas aannemen!', zegt Douwe, 'dan hang ik hem hier te drogen!'. Hij legt wel even gauw een regenjas onder de druppende jas van Tiete. Vanuit het voorportaal lopen ze naar de woonkamer, waar Douwe uit beleefdheid zijn fles jenever snel dichtdraait en wegzet. 'Koffie?', vraagt hij. 'Dat lijkt mij heerlijk!', zegt zij.
Tiete woont in It Lytse Slot op de Kleasterwei 7 in Veenklooster en zij is net als Douwe bovenmate streng in de protestantse leer. Beiden vallen in feite onder de noemer 'bevindelijk gereformeerden' en daar gaan ze prat op. Ze hebben elkaar tijdens een kerkdienst in Urk ontmoet. Beiden waren daar toen speciaal voor dominee Adri van Heteren naartoe gegaan. Ze raakten aan de praat en ze bleken ook nog eens niet al te ver bij elkaar vandaan te wonen. Sindsdien hebben zij elkaar enkele keren bezocht. 'Nou, vertel, wat is er aan de hand?', vraagt Douwe. 'Nou, met mij niets, maar inderdaad, ik moet je wel het een en ander over die twee dames in de Fogelsangh State vertellen!', antwoordt Tiete. 'Wat is daarmee aan de hand?' 'Nou, Douwe, ik geloof echt dat die twee dames in zonde leven, want zij dragen strakke broeken en hun haren waaien altijd los in de wind!' 'Ter zake, Tiete!' 'Ik geloof dat die twee ongelovige wijven, sorry voor dat woord!, lesbiennes zijn!' 'Wat zeg je me daar?' 'Dat het van die vreselijke vrouwen zijn, die het met vrouwen doen!' 'Het?' 'Je weet wel, seks hebben!' 'Lieve Heer, bespaar ons, wat een verschrikkelijk nieuws!' 'Het zijn werkelijk ranzige heidenen!' 'Verderfelijke demonen, dat zijn het!' 'Ze willen ons tot het boze verlagen!' 'Och, mijn arme Tiete, dat jij nu juist zo dicht bij dat onheilsoord moet wonen!' 'Ja, ik lig 's nachts in mijn bed te bibberen van angst!' 'Ik geloof je, maar ik beloof je dat ik daar persoonlijk iets aan ga doen!' 'Hoe dan?' 'Dat kan ik je helaas niet zeggen, maar vertrouw me maar!' 'Hoe je het doet hoef ik ook niet te weten, maar dat je het doet, stemt mij intens gelukkig!' 'Wees gerust, ik ga die lesbische hoeren voorgoed onschadelijk maken!' 'Wat ben je toch een lieve man!' 'En jij een lieve vrouw!'. Zij kussen elkaar stevig op de mond en Tiete pakt de rechterhand van Douwe, die zij met kracht naar haar naar streling hunkerende borsten duwt. Douwe is wat overdonderd, maar hij laat zich deze kans niet ontschieten. Tiete maakt de knoopjes van haar bloes los en zij haalt haar blote borsten uit haar BH tevoorschijn. Douwe duikt meteen op één van haar duimdikke tepels en zo is hij wel enkele minuten zoet. 'Wacht even!', zegt Tiete. Zij ontdoet zich van haar bloes en BH en zij laat hem onder haar rok duiken, terwijl zij boven hem staat. In het schemerdonker ziet hij de slip, die hij met veel enthousiasme tot aan haar enkels naar beneden trekt. Zij stapt heel elegant uit haar slip en zij laat haar rok vallen. Haar Friese vagina en schaamharen doen hem aan een goddelijk borduurwerk denken. Douwe staat in een mum van tijd spiernaakt en met zijn lid in de aanvalspositie voor haar en het reformatorische seksfeest begint.
De volgende dag zit Douwe in het oergezellige Café it Mounehoekje in Molenend. Hij drinkt een Grutte Pier Tripel, een Sûkerbôle Tripel, een Oranjekoeke IPA en een Bearenburch Dûbel Bock. Na het pissen op de WC slentert hij naar zijn Volvo EX60. Eenmaal achter het stuur scheurt hij zo hard mogelijk naar de Fogelsangh State op de Kleasterwei 1 in Veenklooster. Daar beseffen gravin Ulkje van Scheltinga en gravin Jetske van Glinstra echt niet wat er staat te gebeuren. 'Wie komt daar nou zo onbesuisd ons landgoed oprijden?', vraagt Jetske. Ulkje trekt haar schouders op. Douwe remt keihard en hij stapt driftig uit. 'Ken jij die kerel?', vraagt Ulkje. 'Nee!', zegt Jetske, 'jij?'. 'Zeker niet, maar ik ga wel even kijken wat die vent hier komt doen!', zegt Ulkje, die Jetske nog even een dikke smakkerd geeft. Jetske noteert ondertussen het nummerbord. Nadat ze dat nog maar net heeft gedaan, klinkt er een pistoolschot. Jetske rent naar de voordeur en zij ziet Ulkje levenloos op de grond liggen. Zij ziet ook dat Douwe een pistool op haar richt. Nog voordat zij kan gillen, schiet hij haar genadeloos neer. Ondanks de schotwond probeert Jetske zich nog naar Ulkje te slepen. Ze ziet de schoenen van Douwe. Ze kijkt wanhopig en intens verdrietig omhoog. 'Vergeet het maar, lesbisch ongedierte!', zegt hij. Er volgt een schot in haar voorhoofd. Douwe sprint naar zijn auto en hij vlucht naar Oenkerk. Hij belt met Tiete. 'Van die goddeloze teven zul je geen last meer hebben!', zegt hij. 'Mooi, dan kom ik je binnenkort vleselijk bedanken!', zegt zij. Nog diezelfde dag ontdekt de rechercheur Nina van Martena op een kladblok de krabbel van Jetske. Zij laat het nummerbord meteen checken en korte tijd later rijden er diverse politiewagens van meerdere kanten richting de Unia State.
Inzender: Joanan Rutgers, 26 oktober 2026
Geplaatst in de categorie: adel

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!