De gedachten van Mobar
Mobar zat aan zijn keukentafel, de vingers om een warme mok geklemd. Buiten viel de avond, maar binnen scheen het zachte licht van de lantaarns op het prikbord. Zijn blik dwaalde naar de woorden van Paul Claudel: Geluk is niet het doel, maar het middel om te leven. Hij glimlachte vroom. Geluk was voor hem geen verre bestemming, maar de brandstof waarmee hij elke dag zijn pen op het papier zette.
Zijn gedachten dwaalden af, dapper dwalend naar de straten van Amsturia. Hij zag de stad helder voor zich. De rivier de Sturia glinsterde in zijn herinnering, traag stromend door het centrum, weerspiegelend wat er op de kades gebeurde. Aan de horizon verrees de vertrouwde, massieve vorm van de Pirankaheuvel, alsof die de stad beschermde tegen de rest van de wereld. En daar, snijdend door het landschap, lag de spoorlijn. Mobar kond het ritmische denderen van de treinen bijna horen. Het gaf hem een warm, diep positief gevoel. Het voelde als thuis.
Maar toen kwam de twijfel, zoals die wel vaker kwam in de stilte van de avond. Bestond Amsturia eigenlijk wel? Was het een plek waar je naartoe kon reizen, of was het slechts een landkaart in zijn hoofd? En de mensen die er woonden, de personages die door zijn verhalen zwierven—waren zij van vlees en bloed, of had hij ze simpelweg verzonnen? Soms voelden ze zo echt dat hij dacht hun stemmen in de gang te horen.
Mobar keek uit het raam. De maan was opgekomen en wierp een zilveren gloed over de bomen in zijn tuin. In zijn geest veranderde de wereld in een levend kunstwerk. Bomen waren geen hout en blad, het waren gedichten die uit de aarde omhoogschoten. Het bos verderop was een dichte, ongelezen poëziebundel. Zelfs de wolken die traag voorbij dreven, waren vluchtige verzen in de lucht. Als hij nog verder dacht, dacht hij aan de zee: een eindeloos gedicht over de horizon. De horizon zelf was poëzie, en poëzie was de horizon. Er zat geen begin of einde aan.
Zijn eigen gedachten stroomden rechtstreeks uit zijn ziel, ongrijpbaar en zacht. Ze waren als het maanlicht dat nu door het glas naar binnen viel. Het licht gleed over de opengeslagen notitieboeken op tafel, alsof de maan zelf zijn gedichten wilde lezen en zegenen.
Mobar pakte zijn pen op. Het maakte eigenlijk niet uit of Amsturia op een echte kaart stond of dat zijn personages elders ademhaalden. Ze bestonden nu, hier op het papier, tot leven gewekt door het maanlicht in zijn hoofd. Met een gerust hart begon hij te schrijven.
25 oktober 2026
Geplaatst in de categorie: hobby

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!