De laatste uren van de oude raaf
Misschien was er iets
in het verlangen dat gevleugeld
door zijn heimwee was vergeten
diep in de door het vuur bedreigde wildernis
van zijn zelfgeschapen groene loofbomenwoud
en er waren ook andere duistervogels dan hij
die hetzelfde dachten over zijn naderende dood.
De laatste uren duurden langer
dan voorheen het geval was
onhoorbaar, maar aantoonbaar
in opgewekte onschuld
vloog hij met zware zwarte vleugels
zijn laatste cirkelende droom compleet.
Zijn vleugels wogen zwaarder dan ooit tevoren. De oude raaf zat hoog op een knoestige tak van de eik die hij decennia geleden tot het centrum van zijn wereld had gedoopt. Dit was zijn zelfgeschapen groene loofbomenwoud, een beschutting gebouwd uit herinneringen, dromen en het dichte bladerdak dat hij duizenden keren had doorkruist. Maar de horizon kleurde onrustig. Diep in de wildernis flakkerde een vraatzuchtig rood; het vuur naderde en bedreigde alles wat hij had gekend.
Er knaagde iets aan zijn vogelhart. Een vaag gevoel, alsof hij in de haast van zijn verlangen iets essentieels was vergeten. Gevleugeld door een diepe, slepende heimwee zocht hij in de uithoeken van zijn geest naar dat ontbrekende puzzelstuk, maar de tijd drong. Beneden hem, in de schaduwen van het kreupelhout, bewogen andere gedaanten. Het waren de duistervogels. Ze hielden zich stil, maar hun zwarte ogen spraken boekdelen. Zij dachten precies hetzelfde over zijn naderende einde; ze wachtten op het moment dat de koning van dit woud zijn troon zou verlaten.
De laatste uren braken aan, maar ze gedroegen zich vreemd. De tijd leek stroperig te worden en duurde veel langer dan voorheen het geval was geweest. Onhoorbaar schoof de wereld voorbij, alsof de klok zelf zijn adem inhield. Er was geen paniek, geen angst voor het naderende vuur of de toeziende duistervogels. In plaats daarvan voelde de raaf een plotselinge, opgewekte onschuld over zich heen dalen. Het was de zuiverheid van een dier dat weet dat zijn taak erop zit.
Met een krachtige afzet verliet hij de tak. Zijn zware, zwarte vleugels sneden door de warme lucht. Hij klom hoger en hoger, totdat het brandende woud onder hem een mozaïek van licht en schaduw werd. Daar, in de ijle lucht, begon hij aan zijn laatste cirkelende droom. Ronde na ronde maakte hij de cirkel compleet. Het was geen vlucht om te vluchten, maar een ritueel van acceptatie. Toen zijn ogen zich sloten, was de cirkel rond en de droom voltooid.
17 augustus 2026
Geplaatst in de categorie: dieren

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!