start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (107)
adel (1)
afscheid (4)
algemeen (19)
bedankt (3)
dieren (8)
discriminatie (9)
drank (7)
economie (12)
eenzaamheid (13)
emoties (18)
erotiek (2)
ex-liefde (2)
familie (8)
feest (6)
film (21)
filosofie (116)
fotografie (6)
geld (6)
geschiedenis (13)
geweld (4)
haiku (1)
heelal (22)
hobby (3)
humor (23)
huwelijk (1)
idool (1176)
individu (6)
internet (5)
jaargetijden (7)
kerstmis (8)
kinderen (20)
koningshuis (8)
kunst (40)
landschap (3)
lichaam (3)
liefde (35)
literatuur (500)
maatschappij (73)
mannen (2)
milieu (7)
misdaad (23)
moraal (19)
muziek (413)
natuur (20)
oorlog (17)
ouders (1)
overig (11)
overlijden (21)
partner (2)
pesten (5)
politiek (48)
psychologie (59)
rampen (8)
reizen (16)
religie (121)
schilderkunst (80)
school (5)
sinterklaas (4)
sms (1)
snelsonnet (1)
spijt (2)
sport (17)
taal (22)
tijd (26)
toneel (3)
vakantie (5)
verdriet (6)
verhuizen (1)
verkeer (6)
voedsel (3)
vrijheid (20)
vrouwen (11)
welzijn (14)
wereld (25)
werk (13)
wetenschap (25)
woede (4)
woonoord (5)
ziekte (32)

tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 3433):

Liever ver weg van het kiftzieke Duitsland

(voor Graf August von Platen-Hallermünde (1796 - 1835))

Je bent geboren op 2 oktober 1796 in Ansbach, Beieren. Jouw vader graaf Philipp August von Platen-Hallermünde was een hoge ambtenaar en jouw moeder was zijn tweede vrouw, barones Christiane Eichler von Auriz. Je ging naar de cadettenschool in München, waar je jouw poëtische talent toonde. In 1810 ging je naar de Koninklijke School voor Pages, waar je interesse voor vreemde talen en geschiedenis had. In 1814 werd je luitenant in een Beiers infanterie-regiment. In 1815 deed je mee aan de laatste, Napoleontische oorlog tegen Frankrijk, al heb je niet gevochten.

Als homoseksueel voelde jij jezelf niet op jouw gemak in het leger. Je had ook liefdesgevoelens voor een jonge, Franse vrouw, de dochter van een emigrant. Je schreef toen patriottische gedichten. Vanaf 1814 kampte je met gedachten aan zelfdoding, wat jouw verdere leven voortduurde. Je wilde naar Amerika emigreren en je hield van plantkunde. Tijdens een lang verlof reisde je door Zwitserland en de Beierse Alpen. In de lente van 1818 kreeg je een koninklijke beurs. Van 4 april 1818 tot 1 september 1819 woonde je in het 'Haus zum güldenen Hirschen' in Würzburg, waar je aan de universiteit filosofie en filologie studeerde.

In oktober 1819 ging je naar de Universteit van Erlangen, in 1742 opgericht door Frederik, markgraaf van Brandenburg-Bayreuth. Je kreeg o.a. les van de filosoof Friedrich Wilhelm Joseph Schelling, die met Goethe bevriend was. Jij adoreerde Schelling enorm veel. In jouw dichtbundel 'Ghaselen' uit 1821 imiteerde je Friedrich Rückert. Je had de Perzische taal en letterkunde bestudeerd. Je wist o.a. de aandacht van Goethe te trekken. In Erlangen schreef je ook toneelstukken, zoals 'Der Schatz des Rhampsinit', 'Der gläserne Pantoffel Berengarius' en 'Der Turm mit sieben Pforten'. Je was verliefd op jouw medestudent Eduard Schmidtlein, maar hij niet op jou. Je schreef enkele gedichten voor hem.

Na een reis naar Venetië verscheen er in 1825 'De sonnetten van Venetië'. In 1825 scheef jij jouw beroemdste, romantische gedicht 'Tristan', waarin je de werkelijke (door taboesferen bepaalde) en psychologische gevangenis van jouw homoseksualiteit beschrijft. In 1826 ging je naar Italië, waar je in Florence, Rome en Napels woonde. Je was gelukkig als 'zwervende rapsode'. Je was beledigd door Heinrich Heine, die spotverzen over jou schreef en jouw obsessie voor de Oriënt belachelijk maakte. Jij schermde terug door hem op zijn Joodse afkomst te wijzen, waarna hij jouw homoseksualiteit openbaar maakte. Door deze reputatieschade bleef je in Italië.

Je was in Napels goed bevriend met de dichter/kunstschilder Augustus Kopisch, die samen met zijn vriend, de kunstschilder Ernst Fries, in 1826 de Blauwe zeegrot aan de kust van Capri herontdekte, in 1835 door Jacob Alt geschilderd. Ernst pleegde op 11 oktober 1833 zelfdoding door in Karlsruhe in een delirium van roodvonk zijn polsen door te snijden. Hij werd 32 jaar. In 1831 verscheen 'Polenlieder', waarin je sympathiseerde met de vrijheidsstrijd van de Polen. In 1832 overleed jouw vader en je keerde een tijd naar Duitsland terug. In de winter van 1832-1833 woonde je in München, waar je de eerste, complete uitgave van jouw gedichten herzag. In 1833 verscheen het toneelstuk 'Die Liga von Cambrai' en in 1834 verscheen het epos 'Die Abassiden'.

In de zomer van 1834 ging je naar Italië terug, waar je in Florence en Napels woonde. In 1835 heerste er cholera in Napels en vluchtte je naar Sicilië. Uit angst voor de cholera reisde je van plaats naar plaats. Je verbleef ook in Palermo. Je ontmoette de dichter Giacomo Leopardi en de protestantse theoloog Gotthilf Gustav Gündel, met wie je goed bevriend was. Meestal was je eenzaam en ontevreden. In november 1835 was je in het historische, indrukwekkende Syracuse, waar je ziek werd. Je overleed op 5 december 1835 door koliekpijnen en jouw alcoholisme.

Je werd 39 jaar en je bent in de tuin van jouw Villa Landolina in Syracuse begraven. Thomas Mann baseerde zijn hoofdpersoon, de dichter Gustav von Aschenbach, in 'Dood in Venetië' deels op jou.

Schrijver: Joanan Rutgers, 12-09-2018



Geplaatst in de categorie: idool

Deze inzending is 32 keer bekeken

Er is nog niet op deze inzending gestemd.



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)