Inloggen

biografie: Max R. Hubeek


Inzendingen van deze schrijver

35 resultaten.

een biertje in Parijs

verhaal
4,0 met 11 stemmen 384
Een weekje alleen in Parijs na een zware examenreeks. Even jezelf verliezen in een wereldstad en de taalbarrière draagt daartoe bij, want het frans is niet mijn sterkste woordje over de grens. En de fransen zelf spreken alleen maar frans, niet omdat ze zo trots zijn op hun taal, maar omdat ze te eigengereid zijn om een andere taal te erkennen. Bovendien wil je een fransman ook zeker geen engels horen spreken.
Met deze achtergrond krijg je dan zin in een biertje. Mooi weer, Quartier Latin, een schattig klein kroegje en een gierende onzekerheid met betrekking tot de taalkeuze. Ik loop de kroeg binnen en misschien ook wel uit pure ballorigheid vraag ik in mijn beste frans: “Good afternoon. Could I have a beer, please?”. De barkeeper kijkt me aan en de blik in zijn ogen vertelt me, dat hij mogelijk toch iets anders besnaard is dan ik zou verwachten. “Ici c’est Paris!!! Ici on parle français!!!”, buldert hij me toe. Dus dit is Parijs en hier spreekt men frans. Hmmm.
Verrast door de ongekende hoeveelheid franse gastvrijheid die zojuist over me heen is gestort, staar ik hem aan en voel ik de minachting bij me opkomen. Jij miezerig horecakruimeltje in je pietepeuterig etablissementje met je lullige biertapje. Kom eens op vakantie naar mijn land en ik doe serieus mijn best om jou als gast nog in je moerstaal van dienst te zijn. Compleet met je accent aigu, je accent grave, je accent circonflexe en al die andere shit waar jij niet zonder kunt. En ik geef je ook nog een excusez-moi, voor het feit dat mijn frans her en der nog niet helemaal perfect is. In den Haag waren we dat al gewend met de duitsers, die we en-masse met een “immer gerade aus” richting Scheveningen stuurden, op weg naar de traditionele duitse bezetting van onze stranden.
Ik besluit echter om de nederlands-franse betrekkingen niet verder op te rekken en antwoord met mijn meest aimabele gezicht: “Aha. Ici on parle français? Okay....Fuck you!!!”. En toen gingen de gebeurtenissen ineens heel snel. Het miezerige horecakruimeltje bleek in zijn talenknobbel nog te beschikken over een reserve-hersencel die onmiddellijk werd opgestart. En als een fransman dat doet, dan krijg je een waar genie te zien dat in een split-second de engelse taal tot in de finesses weet te beheersen....

the Mists of Avalon

beschouwing
4,5 met 4 stemmen 191
(vertaald als “De Nevelen Van Avalon”)
van Marion Zimmer Bradley (1930-1999)
(boekbespreking)
Voortreffelijk boek over de vrouwen rondom Koning Arthur. Het begint met zijn moeder Igraine; een innemend hoofdpersoontje waar je even lekker voor gaat zitten. Dan volgen hoofdstuk 2 en 3 en de rest van het boek. Onvoorstelbaar boeiend, maar wel steeds met die prangende vraag in je achterhoofd: “…en waar is Igraine nu gebleven?”....

Zomerhitte

beschouwing
3,7 met 7 stemmen 302
van Jan Wolkers (boekbespreking)
Boekenweekgeschenk 2005 met de titel van een keukenroman. De naam van de schrijver overwint de argwaan en het boekje begint ook heel charmant. Een eiland in de zomer met een rustieke, wat broeierige sfeer, een subtiel beschreven natuur (tot en met “de zandkorreltjes op haar billen”) en bijzondere gasten, ieder met een eigen verhaal. Wat mij betreft had Wolkers het daarbij mogen laten, want er is niks mis met de manier waarop hij karakters weet neer te zetten. En zijn liefde voor eilanden is bekend, zodat je heel mooi juist de beleving van de schrijver zelf proeft.
Maar kennelijk vond hij het niet genoeg en krijgt het boekje opeens een criminele wending. Daarmee introduceert hij een element van spanning, dat nou niet direct overtuigend is. Als je een thriller wil schrijven moet je het goed doen, maar dit verhaal gaat ook nog eens uit als een nachtkaars. De hoofdrolspelers worden nauwelijks geraakt door hun angstige avonturen en tot overmaat van ramp leven ze daarna nog lang en gelukkig. Einde boekje.
Heel jammer, omdat een mooie sfeertekening uitloopt in een goedkope B-film. En da’s nie geheel des Wolkers’....

de engelen van de nacht

beschouwing
3,0 met 4 stemmen 200
(Generatie X in Japan) van Karl Taro Greenfeld (boekbespreking)
Het moderne Tokyo, een metropool met alleen al twaalf miljoen inwoners zonder de voorsteden, staat algemeen model voor het japanse succes. Druk druk druk!!, een eindeloze stroom van verkeer en mensen, eenieder op weg naar zijn of haar succes. En dat is precies het beeld dat Japan de wereld wil voorhouden.
Maar zoals elke grote stad heeft ook Tokyo zijn duistere kant. Het behoort echter tot de japanse cultuur om de vuile was vooral niet buiten te hangen en men is in het algemeen ook eerder geneigd om problemen onder de mat te vegen. Maar de amerikaanse journalist Greenfeld (1964) met zijn gemengd japans-italiaanse achtergrond raakt juist gefascineerd door de keerzijde van de medaille die Tokyo heet.
En die keerzijde geeft hij weer in een reeks van losse verhalen tegen verschillende achtergronden, zoals die van de motorbendes, de illegale autohandel en de porno-industrie, maar ook tegen de wereld van de drop-outs op de universiteit. De overigens fictieve verhalen laten duidelijk zien hoe vooral de jongere generatie in Japan wordt gemangeld tussen het moderne heden en het traditionele verleden van het vaderland....

Zoeken naar Eileen W.

beschouwing
3,8 met 4 stemmen 697
van Leon de Winter (boekbespreking)
De liefde tussen de katholieke Eileen en de protestantse Kevin in Noord-Ierland.
Verteller is een londense boekhandelaar van nederlandse afkomst, maar het boek is alternerend in de eerste én in de derde persoon geschreven. Te pas en te onpas wisselt de schrijver van vorm.
In de ik-vorm vertelt de boekhandelaar zijn eigen verhaal, dat weinig boeiend is. Gebroken relatie en midlife-crisis, kortom een man in zijn minst interessante pose. Voor slechts een ogenblik wordt hij geconfronteerd met Eileen, kan de gedachte aan haar echter niet meer loslaten en gaat naar haar op zoek. Zo ontdekt hij de geschiedenis achter het meisje, maar bij zijn zoektocht gaat hij op bijna voyeuristische wijze te werk. Het komt hem ook op een blauw oog te staan, dat je hem het halve boek al hebt gegund. En hij blijkt niet de enige te zijn, die op zoek is naar Eileen....

Het Stenen Bruidsbed

beschouwing
4,0 met 4 stemmen 253
Dresden, DDR, 1956.
De stad is in de Tweede Wereldoorlog plat gebombardeerd door de geallieerden, maar ruim tien jaar later is van herstel en wederopbouw nog nauwelijks enige sprake.
De amerikaan Norman Corinth bezoekt de stad voor een congres. In de wandelgangen trekt hij op met een gezelschap dat in de oorlog vriend danwel vijand is geweest in en rondom Dresden. Zelf had Corinth deelgenomen aan een nachtelijk bombardement op de stad, maar de aanblik van de nog niet herstelde verwoestingen rakelt de oorlog bij hem weer helemaal op. En zonder aanzien des persoons trekt hij links en rechts oude wonden open door de oorlog steeds weer als onderwerp op te voeren, waarbij niemand door hem wordt gespaard.
Harry Mulisch (1927) gebruikt het thema als stramien voor filosofische bespiegelingen. Aan de hand van de gebeurtenissen in Dresden beziet hij de Tweede Wereldoorlog van verschillende kanten. Wie waren de goeien en wie waren de slechten? Waren de burgers van Dresden onschuldige slachtoffers of was het een eigen-schuld-dikke-bult verhaal; hadden de Duitsers maar niet moeten luisteren naar “die Grote Kakkerlak in zijn bunker”?...

Het uur van het ware gevoel

beschouwing
4,0 met 5 stemmen 241
Gregor Keuschnig droomt dat hij een moord pleegt. Als hij wakker wordt, blijft de droom hem achtervolgen met het karakter van een werkelijkheid en de angst bekruipt hem te worden ontmaskerd als de moordenaar. Er zit voor hem dan ook maar één ding op: heel bewust vooral normaal blijven doen.
En dat valt nog behoorlijk tegen. Om zich normaal te gedragen en geen argwaan te wekken moet hij nu heel bewust op het leven van alledag gaan letten. Daarbij komt zijn vertrouwde wereld hem ineens voor als bijzonder en niet langer als eigen en vanzelfsprekend. Zelfs zijn eigen ik wordt hij gewaar als van een afstand en het thema van het boek is ook dat van de “Kafkaïaanse vervreemding”, waarbij de betrokkene zichzelf uiteindelijk ervaart als in de derde persoon. Geen hond die dit overigens lang volhoudt en binnen twee dagen heeft hij al zijn vanzelfsprekendheden naar de filistijnen geholpen.
De aanleiding is lachwekkend, maar het resultaat is verre van dat. Een dergelijke zelfvervreemding kan een ieder overkomen, zij het doorgaans na een ingrijpende gebeurtenis. Bij Keuschnig gaat het slechts om een droom met aanvankelijk die toch reële angst te worden ontdekt als de moordenaar.
De vervreemding krijgt dan snel de overhand, maar misschien had hij onbewust ook al vraagtekens bij zijn huisje-boompje-beestje geluk. Althans, hij geeft zijn huwelijk en gezin toch wel erg gemakkelijk op. Het boek dateert uit 1975 en draagt ook een beetje die sfeer, waarin alles met de geur van conventies ineens ter discussie kon staan, maar dat terzijde....

gesloten huis

beschouwing
4,3 met 3 stemmen 253
(zelfportret met ouders) van Nicolaas Matsier (boekbespreking)
“Onze ouders zijn de muur tussen onszelf en de dood. Als zij wegvallen voelen wij ons kwetsbaarder, omdat we dan zelf voorop lopen”. In een autobiografische roman schetst Nicolaas Matsier (Tjit Reinsma, 1945) het ontruimen van het ouderlijk huis na het overlijden van zijn moeder. Daarbij komen herinneringen boven van een jongen uit een klassiek gezin, dat in het verleden echter ook al werd getroffen door vroegtijdig verlies van een kind. De confrontatie met de dood was hem dus niet vreemd, maar krijgt nu zijn finale beslag in het wegvallen van de laatste ouder.
Alledaagse voorwerpen uit het huis van zijn moeder maken herinneringen los met overpeinzingen rond de betekenis van ouders en kinderen. Op verbluffende wijze laat hij zien, wat een simpel stofmandje zoal kan oproepen. Een geniale benadering, omdat het boek daarmee luchtig blijft ondanks het autobiografische karakter en onderwerpen zoals rouwverwerking. Bovendien houdt hij wel van zelfspot en observeert hij zichzelf met een knipoog, waardoor hij toch diep kan gaan zonder te vervallen in zelfbeklag en gejammer. Het riekt ernaar dat Matsier met dit boek de balans heeft willen opmaken, nadat hij zich een wees mocht gaan noemen.
Fascinerend zijn vooral de verschillen die hij ziet tussen de naoorlogse jaren van zijn jeugd en de moderne tijd. Daarbij houdt hij de onderwerpen klein met veel gevoel voor detail en gelukkig bedient hij zich nergens van de gemeenplaats dat het vroeger beter was. En zijn vlotte, komische stijl voorkomt zeker de smaak van een ouwe-lullenboek....

de uitvinding van God

beschouwing
4,2 met 6 stemmen 268
(en andere verhalen) van Fouad Laroui (boekbespreking)
Drie jongens van tien jaar, klasgenootjes en gezworen kameraden, krijgen in de gaten dat hun religieuze achtergrond hun een bijzondere status verleent op de kostschool in Frankrijk. Afkomstig uit de joodse, de islamitische en de christelijke gemeenschap behoren ze eigenlijk tot de outcast op school, maar zelf houden ze het erop dat er verwarring zit in het feit dat ze ieder een andere god aanhangen.
Het drietal besluit dan ook om een geheel eigen, onafhankelijke religie te starten met alles d’r op en d’r an en bombarderen het saaiste jongetje van de school tot hun nieuwe god. Het ventje, “dat nog geen gevulde koek van een tuinkabouter had kunnen stelen”, is zich uiteraard nergens van bewust en het verhaal dat dan ontstaat is een juweeltje.
“De uitvinding van God” is het titelverhaal in een bundel van korte verhalen die zich afspelen in Marokko, Frankrijk, Spanje en Engeland. Het zijn losse situaties, veelal met het karakter van anekdotes en gezien de achtergrond van de schrijver ongetwijfeld ook met autobiografische elementen. De verhalen geven een beeld van het kleine Marokko in de afgelegen streken, van het grote Marokko in Casablanca en van West-Europa bekeken door de ogen van een allochtoon, maar culturele verschillen worden nergens als zodanig aangeduid. Kenmerkend is steeds een flinke mate van absurditeit, die nog eens versterkt wordt door een hoogst vermakelijke stijl van schrijven....

de Vriendschap

beschouwing
4,0 met 5 stemmen 294
van Connie Palmen (boekbespreking)
Kit is een bakvis van tien jaar. Een intelligente tante, spring-in-’t-veld en een open boek. Ara is wat ouder, maar heeft een achterstand door een laat onderkende woordblindheid. Een mastodont naast de tengere Kit en een stug meisje, dat bovendien zeer gesloten is. In alle opzichten zijn ze elkanders tegenpolen, dus de spreekwoordelijke aantrekkingskracht kan niet uitblijven. Hun vriendschap is aandoenlijk en vooral gestoeld op wederzijdse nieuwsgierigheid.
Genoeg ingrediënten dus voor een meidenroman, maar dat geldt hoogstens voor het begin. En verderop krijgt dit boek een wetenschappelijke zweem over het thema “verslaving”, belicht vanuit de psychologie en de filosofie. Ara heeft een eetverslaving en Kit ontwikkelt in haar studietijd een alcoholprobleem. Hun vriendschap en de wisselwerking tussen de twee vormen de kapstok waaraan het thema verslaving wordt opgehangen, maar de sfeer van het boek blijft altijd persoonlijk.
Kit is de intellectueel en vertelt het verhaal in de ik-vorm. Door het hele boek hanteert zij op kritieke momenten de bakvissenstijl met eenvoudig taalgebruik en korte zinnen achter elkaar, gescheiden door vele komma’s. Subliem, omdat Connie Palmen (1955) nu ongemerkt kennis en inzicht kan ventileren, zonder dat meteen een leerboek ontstaat. De schrijfster heeft pedagogie en cum laude filosofie gedaan en wie zich eens wil verdiepen in de mechanismen van een verslaving, komt met dit boek nog een heel eind....

the Day of the Triffids

beschouwing
4,5 met 6 stemmen 257
van John Wyndham (boekbespreking)
Begin jaren vijftig hebben de Russen een plant ontwikkeld die bijzonder rijk is aan olie. In het westen krijgt men er weet van en men aast op deze alternatieve brandstof. Een kist met zaden wordt gestolen van russische bodem, maar het vliegtuig wordt toch onderschept en hoog in de lucht aan flarden geschoten. De ultralichte zaden verspreiden zich over een immens gebied.
De planten komen uiteindelijk over de hele wereld terecht en raken bekend als de triffids. De meer dan manshoge planten hebben als bijzonder kenmerk het feit, dat zij zich kunnen voortbewegen en tevens beschikken over een uiterst giftige stengel die zij kunnen gebruiken als een dodelijk slagwapen. Maar de aanvankelijk grote belangstelling voor de planten neemt weer af en ze verdwijnen uiteindelijk in kwekerijen en privétuinen als bezienswaardigheden.
Dan wordt de wereld getroffen door een meteorietenregen die gepaard gaat met een letterlijk oogverblindend lichtverschijnsel. Slechts enkelen hebben door omstandigheden deze gebeurtenis gemist, maar daarmee wel hun zichtvermogen behouden. Het boek verscheen in 1951 en beschrijft de stad Londen met een bevolking die grotendeels blind is geraakt en door een complete uitval van het openbare leven verstoken blijft van alle informatie....

Zomernachten

beschouwing
4,7 met 6 stemmen 261
van Dostojewski (boekbespreking)
Al jaren ligt het op de plank. Een heel klein en onooglijk boekje, met harde kaft, grauw van kleur, dapper, maar nog nimmer aangeroerd. Elke boekenkast kent wel zo’n lelijk eendje en alleen al vanwege de titel trek je je hand terug. De extra informatie geeft uitsluitend nog de naam van de uitgever en waar het ooit vandaan kwam? Ongetwijfeld gevonden op een vrijmarkt voor een kwartje.
Papier is geduldig en misschien moest dat maar eens beloond worden. Per slot van rekening is het wel een Fjodor Michajlovitsj Dostojewski (1821-1881) en het gekke tussendoortje werd toch nog een verrassing in meerdere opzichten; met excuses voor dat germanisme.
Een notoire dagdromer ontmoet op een nacht het meisje Nastenka in een park in St. Petersburg. Allebei komen ze uit een sterk sociaal isolement en gedurende vier nachten vertellen ze elkaar hun kwetsbaarheden en tekortkomingen, alsook hun wensen en verlangens. Hun gesprekken zijn opvallend openhartig. Voor het eerst durven ze iemand in vertrouwen te nemen en ze barsten dan ook los in een echte woordendiarree waar het drama van afdruipt. Het taalgebruik is onvoorstelbaar bombastisch, de vertaling waarschijnlijk nog 19e eeuws en het verhaal al helemaal niet meer van deze tijd....

Gstaad 95-98

beschouwing
4,2 met 4 stemmen 239
van Marek van der Jagt (boekbespreking)
François vertelt zijn levensverhaal.
Hij is enig kind van een kamermeisje, dat als alleenstaande moeder zonder enige ambitie door het leven gaat. En zonder ook maar de neiging om haar leven bij te sturen, laat staan een wending te geven, drijft zij mee met toevalligheden op haar pad.
Goed en kwaad, normaal en abnormaal, zijn begrippen die een kind niet van nature kent. Op jonge leeftijd is immers alles nieuw, maar nooit “gek” zolang volwassenen dat niet als zodanig aangeven. En daar waar het kind geen logica kan zien, zal het deze zelf creëren door eigen verbanden te leggen. Een kind wil een nieuwe ervaring in elk geval begrijpen....

Wachten op de Barbaren

beschouwing
3,8 met 5 stemmen 461
van JM Coetzee (boekbespreking)
Een afgelegen grensplaatsje van Het Rijk wordt bestuurd door een magistraat die rustig naar zijn pensioen toewerkt. De kleine gemeenschap aldaar kan bovendien goed overweg met de nomaden in de omgeving, beter bekend als “de Barbaren”. Alles is pais en vree, totdat de regering het decreet uitvaardigt dat de Barbaren vanwege kwade bedoelingen moeten worden aangepakt en een legereenheid nestelt zich in de gemeenschap om van daaruit de klus te klaren. Uiteindelijk kan de magistraat zich niet meer vinden in de manier waarop het Barbarenprobleem wordt opgelost en zijn dilemma vormt het thema van het boek.
Coetzee geeft een beangstigend universele schets van verdachtmaking leidend tot verkettering, van kritiekloze volgzaamheid, van meedogenloos afrekenen met vermeende kwade bedoelingen en van de eis om in zo’n conflict vooral geen verkeerde keuzes te maken. Je leest het boek in de wetenschap, dat dit nu werkelijkheden zijn elders in de wereld. Je leest het boek in de huidige turbulentie van onze eigen samenleving, je afvragend of we zelf in een dergelijke situatie kunnen geraken en welke kant je dan zou kiezen; in het besef dat we niet allemaal de held zullen uithangen.
De zuid-afrikaanse schrijver Coetzee kreeg de Nobelprijs voor de Literatuur in 2003 en als je aan "Wachten op de Barbaren" begint, zal je het zo snel mogelijk willen uitlezen. Al was het maar om dat akelige kippevel weer van je armen te krijgen, want eigenlijk is dit boek ook niet te beschrijven zonder het gebruik van superlatieven....

Herinnering aan mijn droeve hoeren

beschouwing
3,9 met 7 stemmen 372
van Gabriel García Márquez (boekbespreking)
Een man viert zijn negentigste verjaardag. Aangezien hij zijn hele leven nooit anders heeft gekend dan de betaalde liefde en die vrouwen dus altijd al een keertje waren gebruikt, wil hij zichzelf eens trakteren op een nacht met een originele maagd. Een hoerenmadam aan het eind van haar carrière regelt voor hem een onschuld van veertien jaar.
Je hoeft geen moraalridder te zijn om te huiveren bij het idee van een negentigjarige man met een veertienjarig meisje, maar Márquez weet dat dilemma op subtiele wijze te omzeilen. Zonder deze roman van hem weg te geven, gaat het boek met name over de fenomenen leeftijd en ouderdom. De innerlijke beleving van onze biologische leeftijd gaat niet altijd gelijk op met wat de buitenwereld waarneemt. En kennelijk gaan innerlijk en uiterlijk meer uit de pas lopen met elkaar naarmate we ouder worden; niet zelden voeding gevend aan de aanmatigende opmerking “hoe ouder, hoe gekker”.
De colombiaanse schrijver Márquez (1927) vertelt duidelijk uit eigen ervaring over de frictie tussen de biologische leeftijd en onze eigen perceptie daarvan en chargeert die verwarring nog eens door een man van negentig jaar neer te zetten. De confrontatie met het meisje verloopt geheel anders dan de man zich had voorgesteld en schopt hem er vierkant onderuit. Hij ondergaat emotionele processen die eerder bij een puberteit horen dan bij zijn huidige, hoge leeftijd. En het kost de man moeite om zijn evenwicht weer terug te vinden....

Hitchhiker’s Guide to the Galaxy

beschouwing
4,5 met 4 stemmen 343
(Don’t Panic) van Douglas Adams (boekbespreking)
Er was een verschrikkelijke, ijzingwekkende stilte.
Er was een verschrikkelijke, ijzingwekkende explosie.
Er was een verschrikkelijke, ijzingwekkende stilte....

Fanny Hill

beschouwing
5,0 met 8 stemmen 802
(memoires van een meisje van plezier) van John Cleland (boekbespreking)
Op vijftienjarige leeftijd verliest het “provinciaaltje” Frances Hill kort na elkaar haar beide ouders. Ze gaat haar heil zoeken in Londen, maar de grote stad toont zich voor jonge meisjes buitengewoon onveilig. Dubieuze madammen proberen het kind met mooie praatjes te winnen voor hun gefortuneerde, mannelijke clientèle. Door haar eenvoudige komaf heeft Fanny nauwelijks enig verweer, maar gaandeweg beseft ze toch dat zij in feite bovenop haar eigen fortuin zit. En nu de wereld daar zo’n belangstelling voor toont, neemt ze het besluit om dat fortuin te gaan verzilveren en “haar charmes ter beurze te brengen”.
Het boek staat bekend als een pornografische klassieker uit 1750, maar blijkt tussen de regels door vooral een aanklacht tegen de dubbele moraal van die tijd. Het gemak en de vanzelfsprekendheid waarmee jonge meisjes konden worden gekocht komt bijna schokkend over, temeer omdat het boek in de Ik-vorm is geschreven en de wereld wordt bezien door de ogen van de nog puberende Fanny Hill. Onvermijdelijk zijn bij het lezen dan ook de beelden van moderne equivalenten als loverboys en vrouwenhandelaren.
Vanwege de expliciet erotische passages echter kwam het boek al snel op de zwarte lijst, totdat het met de sexuele revolutie begin jaren zeventig van de vorige eeuw weer werd vrijgegeven. Maar nooit schonk iemand aandacht aan de dubbele moraal die het boek juist aan de kaak stelde en die men liever onder de tafel hield. De maatschappijkritiek werd overschaduwd door de pornografie, die overigens als vuilschrijverij nog tot het betere genre mag worden gerekend. Want de stijl van het boek is van begin tot eind opvallend fijnzinnig....

zie: Liefde

beschouwing
3,8 met 10 stemmen 2.010
van David Grossman (boekbespreking)
“Eén sterfgeval is een tragedie, één miljoen sterfgevallen is statistiek”, aldus een uitspraak van Joseph Stalin. Het zijn de aantallen bij een massavernietiging die telkens ieder bevattingsvermogen doen tekortschieten. De israëlische schrijver David Grossman (1954) probeert in dit boek zijn nagels te krijgen achter de holocaust. Hij heeft allang begrepen dat het geen zin heeft om te denken in termen van goeden en slechten, van slachtoffers en daders of van gelijk en ongelijk. Als de mensheid langs klassieke weg had begrepen hoe de holocaust in elkaar stak, had een massaslachting zich sindsdien ook werkelijk “Nooit meer!” voorgedaan.
In drie opeenvolgende verhalen speelt Grossman letterlijk met het toch precaire onderwerp van de holocaust. Hij benadert het van een onorthodoxe kant, jongleert ermee en behandelt het op een wijze die normaliter als heiligschennis wordt ervaren. Als naoorlogse jood en daarmee als slachtoffer van de tweede generatie is zoiets aan hem wel toegestaan en hij maakt daar ook dankbaar gebruik van. Het boek rekent af met de gevoeligheid die altijd hangt over het onderwerp van de jodenvervolging. Geen omzien in wrok, geen beschuldigende vinger, geen klaaglied en al helemaal geen secundaire vrijbrief voor zijn volk.
Het eerste verhaal [Momik] komt sterk autobiografisch over. De tienjarige Momik, opgroeiend in het jonge Israël, observeert zijn ouders en andere volwassenen. Bij allemaal zit ergens wel een steekje los, wat waarschijnlijk te maken heeft met ervaringen in het verleden. Ze zijn afkomstig uit het land “Daar” en hadden daar te maken met "het nazibeest", maar meer krijgt het ventje niet te weten. Over dat stuk verleden wordt nooit hardop gesproken en hoogstens vangt hij wat flarden op van iemand die even de weg kwijt is, of bij het afluisteren van gesprekken, of van zijn opa Ansjel Wassermann die volslagen krankzinnig uit de oorlog is gekomen....

Linda Ronstadt

verhaal
3,8 met 9 stemmen 902
......one of those moments op de studentenflat, zeventiger jaren. We fotografeerden toen alles wat los en vast zat, maar hadden geen aparte foto van Linda Ronstadt. En ineens was daar kennelijk behoefte aan, dus op een goed moment stonden we in mijn kamer, platenhoes van Linda op de grond, camera op statief, korte telelens, draadsluiter voor trillingsvrije opname en alle jongens er om heen. KLIK.
Want alleen al het nemen van een foto van Linda Ronstadt was een serieuze aangelegenheid en uiteraard voorzien van de nodige commentaren, qua spitsvondigheid van het toen al legendarische niveau. Ontwikkelen en afdrukken van de kleurenopname kostte nog een paar dagen en uiteindelijk verdween de foto in een van de vele albums bij mij thuis. Ik zal hem toch 's opzoeken.
Een tijdje geleden spoorde ik Linda Ronstadt op met Google en Youtube. Guys, onschuldig en onbevangen als wij altijd zijn geweest; om jezelf te beschermen:
leg alles en iedereen maar op een zoekmachine, behalve Linda Ronstadt!!...

moderne technologie

hartenkreet
4,6 met 16 stemmen 1.320
Een nieuw tv-toestel, state-of-the-art, snaarstrak beeld, aansluiting op koffiezetapparaat voorbereid enz.
Nu het geluid eventjes wat harder of zachter zetten, en dan begint de pret.....
Een balk van een halve meter dik verschijnt onder in beeld over de volle breedte van het toestel als een visuele weergave van het geluidsvolume. P’don? De ondertiteling is weggevallen, bij voetbal staat het halve team buitenspel en meer van dat soort geintjes, terwijl ik alleen maar het geluid wat wilde bijstellen. Toegegeven, de kwaliteit van het randje beeld dat nog overblijft, is snaarstrak en je weet dat na een minuut de balk automatisch weer zal verdwijnen. Wham Bam, Thank You Ma’am!!
De balk geeft ook nog in getal het volume weer. Het staat op 12, maar had net zo goed op 12.000 mogen staan. Ik heb toch geen idee hoe hard de televisie kan staan en ben ook niet van plan om dat uit te zoeken. Bovendien stam ik nog uit een tijd, dat je het geluid uitsluitend beoordeelde met je oren; die twee remkleppen, ooit door Mams gemonteerd aan de zijkanten van je hoofd. Sterker nog, geluid kon je toen zelfs waarnemen met je ogen dicht. Ol’ habits die hard, en ik begin me nu echt een fossiel te voelen. Nog even en u mag beginnen met de opgraving....

de crash van een Dakota

beschouwing
4,3 met 12 stemmen 504
Op vrijdag 13 aug. jl. komt een Dakota vliegtuig op een dieplader klem te zitten onder een brug bij Sassenheim op de A44, waarbij het historische vliegtuig zwaar beschadigd raakt. De journaalbeelden zijn ronduit verbijsterend. Als ze in zwart-wit werden uitgezonden, zou je denken dat je naar een slapstick keek uit de serie Comedy Capers van weleer. Rijkswaterstaat gaat nu onderzoeken hoe dit heeft kunnen gebeuren.
En wat valt er dan nog te onderzoeken? Het project was heel simpel: Een object moet worden vervoerd over een traject van A naar Beter, alwaar het vliegtuig zal gaan dienen als decor bij een toneelstukje. De gotspe op zich al, maar dat terzijde. De omvang van het object is bekend, evenals de minimale doorgang over het traject. Trek de eerste waarde af van de laatste en als je een positieve uitkomst krijgt, is er geen probleem. Hoe simpel wil je het hebben?
Nu staat op zo’n project altijd een projectleider; iemand die zich heeft opgeworpen als de grote regisseur. Iemand met een velletje papier op zijn bureau met daarop de twee bovengenoemde waarden. Misschien nog met een zak-japanner erbij om de twee waarden van elkaar af te trekken, want niet iedereen is een rekenwonder. En als er nou toch iets misgaat, is de computer altijd nog een potentiële schuldige, dus da’s makkelijk.
Rijkswaterstaat kan zich echter de moeite besparen, want het onderzoek zal echt geen uitkomst opleveren. De zwarte piet zal net zo lang worden rondgespeeld, totdat het onderwerp een zachte dood is gestorven. Jammer, maar helaas; niemand als schuldige aan te wijzen; een ongelukkige samenloop van omstandigheden; beschouw het maar als een leermoment; shit happens. In het uiterste geval probeert men misschien nog de bruggenbouwer aansprakelijk te stellen, omdat die geen rekening had gehouden met de omvang van een Dakota. Want zo moet je het spelletje tegenwoordig spelen en vroeger noemde men dat “afschuiven”....

een klomp met een zeiltje

beschouwing
2,9 met 8 stemmen 566
Er was een tijd dat een kind nog kind was. Dat je tegen een kind kon zeggen: “Wacht maar even tot je groot bent”.
En daarmee was dan de kous af, alles duidelijk, everybody happy. Nu vraagt een 13-jarige Laura of ze in haar eentje rond de wereld mag gaan zeilen en het lukt ons niet eens meer om daar een eenduidig antwoord op te geven. Verschillende standpunten blijken mogelijk en het ene argument is nog minder steekhoudend dan het andere.
“Als het mijn dochter was geweest, dan bleef ze thuis”. Hoe voorspelbaar kan je reageren. Mijn eigen dochter is nu volwassen en heeft als rechtgeaarde puber ook zeker de nodige dilemma’s aan haar ouders voorgelegd. Maar nimmer van het kaliber solotochtje om de wereld. Overigens had mijn dochter van mij drie keer de wereld rond mogen zeilen in haar uppie, als ze maar voor donker weer thuis was. Geen probleem. Het argument doet werkelijk niet ter zake, alleen al vanwege het feit dat Laura een eigen vader en moeder heeft.
“Laura beschikt over die gezonde VOC-mentaliteit”. Joost mag weten wat daaronder moet worden verstaan en voor wie die mentaliteit dan wel zo gezond is geweest. De voormalige overzeese gebiedsdelen kijken niet bepaald met weemoed terug op ons koloniale verleden. Om nog maar te zwijgen over de slavernij in Amerika die hoogtij kon vieren dankzij de transportschepen onder Nederlandse vlag. Die VOC-mentaliteit heeft ons zeker geen windeieren gelegd, maar de prijs werd wel betaald door de andere kant van de wereld. Het hele VOC-argument kunnen we dus maar beter niet ter sprake brengen....

een brug te ver

verhaal
3,5 met 8 stemmen 333
Vooraf had de instructeur de hindernis nog eventjes goed uitgelegd. De bedoeling was: op je kantooruitje, in de vrije natuur, via een touwladderwand, over het water, zonder natte kleren, met vereende krachten, als een randdebiel, naar de overkant!
Dat was dus duidelijk genoeg.
En daar hing Gekke Henkie dan, halverwege de touwladderwand, slechts enkele centimeters boven het water. Hij had geen idee hoe hij daar verzeild was geraakt. Waarschijnlijk was hij gewoon Achterlijke Bartje gevolgd, die inmiddels de overkant al had bereikt. Toch wel rap die jeugd van tegenwoordig.
Aan het begin van de hindernis dacht hij nog aan de woorden van Clint Eastwood: "a man’s gotta do, what a man’s gotta do!". Ja ja, da’s makkelijk praten als je over een stand-in beschikt....

the Bristlecone

beschouwing
3,1 met 7 stemmen 3.296
Ik zag een keer een documentaire op Discovery Channel over een bepaald type boom in Amerika. Nu behoren bomen niet direct tot mijn interessegebieden, maar deze documentaire trok toch mijn aandacht. Het ging over de zgn. bristlecone, een boom die zich zelfs wist te handhaven in een woestijngebied. In een extreme omgeving die nog geen grassprietje de kans gaf, wist deze boom te overleven. Een meedogenloze zon aan de hemel, zandstormen, een rotsachtige bodem en gedurende maar zes weken per jaar dat de boom kon rekenen op misschien een beetje water. Voor de rest moest hij het maar uitzoeken. En toch hield hij stand met zijn grillige, bijna Dali-achtige vorm.
Een onderzoeker vertelde hoe hij indertijd als jonge enthousiaste wetenschapper een dergelijk exemplaar was tegengekomen. De lokale Indianen hadden hem reeds verteld dat de boom al heel oud moest zijn en bekend was bij vele generaties. Maar zoals het een wetenschapper betaamt, wilde hij wel eens exact de leeftijd van de boom gaan bepalen. En met de destijds beschikbare technieken kon dat maar op één manier: omzagen en de jaarringen tellen.
Aldus geschiedde en de gezonde, standvastige die-hard sneuvelde omdat de wetenschap zo nodig wilde weten hoe oud ‘ie was. Met het schaamrood nog op de kaken vertelde de onderzoeker, hoe hij toen ontdekte een boom te hebben omgezaagd van bijna 5000 jaar oud. Om een idee te geven: toen de Egyptenaren steentjes gingen stapelen voor hun piramides, stond die boom daar al 2000 jaar. Zo’n geschiedenis, zo’n volharding, zo’n levenskracht en zo’n triviale manier om eronderuit gehaald te worden. Het verhaal was verbijsterend.
Bijgelovig ben ik niet en ik wenste in de documentaire verder ook geen voorteken te zien, al is niets menselijks mij vreemd. Maar een week voor de documentaire werd bij mijn moeder, tijdens verwijdering van een achteraf onschuldige darmpoliep, elders in het lichaam een buitengewoon agressief woekerende tumor ontdekt. Een toevalsbevinding zoals dat heet, die de chirurg niet kon rijmen met het feit, dat de vrouw geheel klachtenvrij en in een ijzersterke conditie op de snijtafel was geklommen. De tumor was bovendien van een soort die zich niet zou laten tegenhouden door bestraling, chemotherapie of andere behandelingsvormen. Er was dus geen kruid tegen gewassen....

de communicatiekloof

dagcolumn
3,8 met 5 stemmen 4.164
Een man vliegt in een heteluchtballon boven het land en beseft dat hij verdwaald is. Hij ziet beneden iemand lopen en daalt tot hij binnen gehoorafstand is.....
“Neemt u mij niet kwalijk” roept hij, “kunt u mij misschien helpen? Kunt u mij vertellen waar ik ben?”.
De man beneden kijkt omhoog en antwoordt: “Jawel. U bevindt zich in een heteluchtballon en zweeft zo’n tien meter boven de grond”.
“U bent zeker een IT-er?” zegt de man in de heteluchtballon....

een rimpeltje in de tijd

verhaal
4,4 met 13 stemmen 400
(...voor mijn 50e indertijd)
“Tempus fugit” mompelden de Romeinen. De Engelsen wisten het beter en riepen “time flies”. Maar de Hollanders vonden de oplossing: “de tijd vliegt”.
Het eindexamen gymnasium (van voor de mammoet, dus met zes talen) lijkt al weer eeuwen geleden, maar wie kijkt nu nog op een eeuw als je net een compleet millennium hebt gewisseld. Dan nadert de 9e van de 9e in 2001. Mijn 10e lustrum. Mijn 5e decennium. Mijn 1e halve eeuw. STOP!!!
Kan iemand die band nog even terugspoelen? Een time-out misschien? Zuivere speeltijd? Helaas, als je geluk hebt hoogstens nog wat blessuretijd aan het einde van de wedstrijd. Het leven lijkt verdacht veel op voetbal, maar halverwege wordt er geen thee gedronken en herhalingen doen we niet aan. En tot overmaat van ramp wil traditie, dat bij een dergelijk moment je omgeving op de proppen komt met zo’n gruwel van een Abraham. ...

a piece of cake....dacht ik zo (2/2)

verhaal
4,8 met 6 stemmen 215
Bovendien legt u maar dan ook geen enkel verband met religie of met het klassieke kerstverhaal. Onze Lieve Heer wordt nergens genoemd en geen jubelstemming om de geboorte van de reddende engel, die op Goede Vrijdag weer mag opdraaien voor al onze zonden. Integendeel. U stelt juist de mens zelf verantwoordelijk voor de rekening die hij krijgt gepresenteerd, wanneer hij het tijdelijke gaat verruilen voor het eeuwige.
De toenmalige kerkvaders moeten toch met gefronste wenkbrauwen naar uw boekje hebben gekeken, maar de luchthartige toonzetting zal die ayatollahs behoorlijk op het verkeerde been hebben gezet. Een forse uithaal naar een veranderende maatschappij, subtiel verpakt in een kinderboek....dacht ik zo.
Men hoeft niet in een boom te hangen om een eikeltje te zijn, maar de wijze waarop u Ebenezer Scrooge hebt neergezet is weergaloos. Met het verschijnen van elke nieuwe geest zie je het mannetje verder krimpen, totdat je als lezer wel medelijden met hem moet krijgen. Toch voelde ik ook verwantschap met hem. Niet vanwege zijn winstbejag, omdat mijn eigen leven nou niet staat in het teken van het kapitaal. Maar ik was die klojang die uw boekje wel even zou lezen in drie avondjes, weet u nog? En toen die waren verstreken, was het einde van “Stave I” nog niet eens in zicht, terwijl daar nog vier “staves” op moesten volgen. De Carol werd wel een kwestie van lange adem....dacht ik zo.
Maar wat bovenkomt blijft fascinerend en voltrekt zich als een film. Donkere taferelen van guur winterweer met het geluid van handkarren en koetsen over kinderhoofdjes. Tegen die achtergrond schildert u mensen die niks meer te makken hebben en toch nog kracht kunnen putten uit de vrolijke kerstsfeer. Dat laatste geldt dan niet voor Scrooge, die de hele kerstgedachte gewoon flauwekul vindt, maar juist door zijn gedrag die arme sloebers zo mooi in beeld laat komen. Prachtig stukje maatschappijkritiek rond een kerstfeest, dat bijna weer wordt teruggebracht tot de oorspronkelijke viering van de zonnewende op de kortste dag van het jaar. In alle opzichten veegt u de vloer aan met de God-voor-ons-allen cultuur; niet in de laatste plaats door het kerstgebeuren te ontdoen van elke stichtelijke context. En dat zal u best wat vriendschappen hebben gekost....dacht ik zo....

a piece of cake....dacht ik zo (1/2)

verhaal
4,9 met 8 stemmen 199
Zeer geachte heer Charles Dickens,
Naar aanleiding van uw schrijven van 25 december 1843 onder de titel “A Christmas Carol” moet mij toch het een en ander van het hart. Reeds eerder noemde ik in ons kantoorblad uw boek als de klassieker die ik nog altijd eens moest lezen. Een facsimile van een vroege engelse editie was toen onderweg, maar het verhaal was mij al genoegzaam bekend van diverse geslaagde verfilmingen. Het lezen van de Carol in het 19e eeuwse engels mocht dus geen enkel probleem meer zijn....dacht ik zo.
Wie schetst mijn verbazing toen ik een pocket binnenkreeg van amper 138 bladzijden. Moest dat nou een echte Dickens voorstellen? Neemt u mij effe niet kwalijk, want het zal nog knap tegenvallen om daar goeie sier mee te maken. Zo’n flutboekje vind je nooit meer terug in je boekenkast en ik was ook eerder geneigd om het maar naast Winnie The Pooh weg te zetten. Pakweg drie avondjes lezen en het werd weer tijd voor de olifant met die lange snuit....dacht ik zo.
Met een glimlach toog ik aan het lezen en boven het eerste hoofdstuk had u geschreven “Stave I - Marley’s Ghost”. Touché!, al was het wel even wennen om meteen te struikelen over het allereerste woord van een boek. Een “stave” als synoniem voor “chapter” kende ik niet, maar gezien de plaats van het woord achtte ik het aannemelijk dat u toch gewoon “hoofdstuk” bedoelde. Misschien een tip om dat voortaan dan ook gewoon te zeggen. Nu ben ik gewend om bij onbekende woorden stug door te lezen en in de regel lukt het ook heel goed om het verhaal dan op te pikken. Geen enkele reden dus om bij dit niemendalletje van uw hand een andere techniek te gaan volgen....dacht ik zo....

het bruggetje

verhaal
3,6 met 11 stemmen 572
Het is zondag. We zijn met de auto op weg naar Base G, een Bounty-strand aan de Stille Oceaan dat in de WO II door amerikaanse troepen werd gebruikt als een landingsplaats. Picnic, vaste prik op zondag waarbij we mochten kiezen uit het strand van Base G met zijn koraalriffen, of de bergen in naar een zwembad met ijskoud bronwater, een gigantisch meer of een bergrivier waarin rotsblokken een bassin hadden gevormd. Allemaal even idyllisch, avontuurlijk en letterlijk natuurzuiver, maar het kostte mij toch vele jaren in Holland om daar achteraf het mooie van in te zien. Indertijd wist je gewoon niet beter. Volgens mijn vader was het eiland ontstaan, doordat God de wereld had geschapen en bleef zitten met een kluit aarde waar hij niets van kon maken. En die had ie toen maar weggesmeten ergens in de Grote Oceaan.
Hollandia, vlak onder de evenaar in de voormalige kolonie Ned. Nieuw-Guinea, geboren en tien jaar getogen. Het lange-termijngeheugen wordt nu actief, maar sommige beelden staan al van jongs af aan op het netvlies gebrand. Zoals de weg van ons huis naar het strand van Base G, beginnend met een stuk langs de kust even buiten de bewoonde wereld. De weg is ruw en stoffig, het is bloedheet in de auto en aan je rechterhand ligt een baai van de Grote Oceaan met het eenzame, verroeste en half gezonken wrak van een amerikaans landingsvaartuig.
Dan naderen we een bruggetje. Amper toegankelijk voor één voertuig, bijna provisorisch aangelegd zonder leuningen en verder volkomen nietszeggend. Maar juist het uitzicht vanaf dat bruggetje naar links beneemt me steevast de adem. Wat ik zie als een enorme inham van de baai wordt omringd door zwaar beboste, bijna loodrechte berghellingen. Het water heeft een spiegelend oppervlak met slechts een enkele paalwoning van papoea’s langs de kant en de aanblik van het komvormige massief is overweldigend en toch sereen. Hoog boven het water is een kabel gespannen met ronde, metalen schijven, naar het heet om vliegtuigen te waarschuwen voor de bergen. De zin ervan ontgaat mij omdat geen enkele piloot zich ooit in die bergkom zal wagen. Maar inmiddels is de auto het bruggetje alweer gepasseerd, hobbelen we verder op weg naar Base G en verdwijnt de inham uit het zicht.
Het is me nooit duidelijk geworden waarom juist dat beeld van die inham mij zo is bijgebleven. Misschien wel door het afgelegen karakter van de omgeving in een van God en alles verlaten gebied. We zijn daar ook altijd voorbij gereden zonder te stoppen, omdat er nooit iets te zoeken was. En zou het gaan om mooie plaatjes dan had je die in Hollandia voor het uitkiezen, maar ik kan me niet herinneren dat ooit aandacht werd besteed aan een mooi uitzicht. Toch staat juist die komvormige inham met zijn imposante berghellingen in mijn geheugen gegrift, opgehangen als een wandplaat aan de binnenkant van mijn hersenpan. Heimwee is zinloos, maar als ik ooit de kans kreeg zou ik toch nog even op dat bruggetje willen staan....

Mulisch en het WereldWijde Web

dagcolumn
4,0 met 7 stemmen 309
Harry Mulisch is een stofnest!
Ja ja!...en kijk dan nu maar eens op zijn website. En laat de site vooral in volledig scherm opkomen. Als IT-er heb ik aardig wat sites gezien, maar deze kent werkelijk zijn gelijke niet. Zich presenterend als een videogame en bij uitstek geschikt voor navigatie met een joystick. Het is onbegrijpelijk, dat de grote spelers in de IT-industrie zich nooit hebben gewaagd aan deze moderne benadering van het internet.
Bovendien was een website zelden zo symbolisch voor de eigenaar. Wie dichter bij de schrijver wil komen zal er moeite voor moeten doen. Op ontdekkingsreis gaan, zoals ook het lezen van “een Mulisch” al gauw kan uitdraaien op een ware odyssee. In de toelichting <about this site> wordt het treffend weergegeven:
.....“Niet de schrijver, maar de lezer moet fantasie hebben”, schreef Harry Mulisch ooit. Voor degene die www.mulisch.nl bezoekt, gaat dit beslist ook op: een artistiek werkstuk wordt het pas door het talent van de bezoeker....