Geschil
Toen de buren het schot hoorden, dachten ze eerst aan vuurwerk. Pas toen de hond bleef blaffen, belden ze aan.
Niemand deed open.
Door het keukenraam zagen ze hem liggen. Op zijn zij, half onder de tafel. Eén schoen nog aan.
Mevrouw Doré zat met haar rug naar hen toe aan tafel. Ze reageerde niet op hun geklop.
De politie forceerde de voordeur.
In de keuken zat mevrouw Doré nog altijd aan tafel. Voor haar stond een pan met aardappels in troebel water. Op een krant lagen schillen in natte krullen. Ze hield een mesje en een aardappel vast.
Een agent zei iets tegen haar. Ze keek op alsof hij haar stoorde tijdens het bidden.
‘Moment,’ zei ze.
Ze maakte de aardappel af. Het mesje gleed langs het oppervlak. Af en toe draaide ze de aardappel in haar hand om een plekje weg te halen. Toen legde ze het mesje neer.
Niemand zei iets.
Een andere agent liep naar het lichaam.
Zijn schoenen plakten even aan de vloer.
‘Welk wapen heeft u gebruikt?’ vroeg de eerste agent.
Ze knikte naar de fruitschaal.
Tussen twee appels en een gevlekte banaan lag een revolver.
De agent pakte hem op met een zakdoek.
‘Waarom bent u verdergegaan met schillen?’
Mevrouw Doré keek naar de pan.
‘Ze moeten toch op.’
Geplaatst in de categorie: geweld

Geef je reactie op deze inzending: