780 resultaten.
de dichter weent altijd
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 diep in de dichter is het altijd wenen
de regen valt onophoudelijk in vlagen
al komt er soms licht het blijft alle dagen
zwaar bewolkt met sop tot onder in de tenen
de Friesche poëet François Haverschmidt
hield het niet bij buitjes uit zijn vergiet
terwijl hij met wrange tranen bedauwen wou
kwam Piet Paaltjens kleddernat uit tuitjes
Slauerhoff…
Wij zaten met ons vieren
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 .
---------------------------------------------
Haas - bijnaam van Haverschmidt in zijn studententijd
Paal - bijnaam van Piet Paaltjens, hier als romantische afsplitsing naast Haas neergezet…
François Haverschmidt: Aan Betsy
beschouwing
2.0 met 1 stemmen
1.174 In 1855 publiceerde hij onder zijn pseudoniem Piet Paaltjens zijn eerste verzen. In 1858 nam hij met veel moeite afscheid van zijn geliefde Leiden, want ja, toen begon de realiteit van de theologiestudie om de hoek kijken.…
Boterdiep 5, Bedum
hartenkreet
4.0 met 8 stemmen
738 Ik kon zelfs de kamer van mijn geboorte zien en de kamer waar mijn wieg stond, waar iemand zich verhangen heeft, nee, niet Piet Paaltjens, roemlozer. Naast mijn geboortehuis woonde een dokter en aan de andere kant zat een slagerij, ooit nog zelf gebouwd en beheerd door een overgrootvader van mij. Misschien dat ik daarom zo'n carnivoor ben.…
autobiografie
3.8 met 4 stemmen
587 Aan de muur hing 'Aan Rika' van Piet Paaltjens op posterformaat, waar Drs. P zo'n mooie reactie op heeft gedicht.
De leraar Aardrijkskunde zag me staren naar de bomen en hij zei: 'Zie je al die kronkels, zo is het leven, jij komt er wel!'. Hij bezocht geregeld een vriend in de gevangenis in Leeuwarden.…
proza deel 2
beschouwing
3.8 met 5 stemmen
933 Het alledaagse, het niet-verhevene, de daad is proza maar de klacht, de traan is poëzie volgens Piet Paaltjens, en die kon het weten. Dat staat in de Van Dale.
Proza, het alledaagse, een verslag van de dag of gewoon het beschrijven van een voorval dat het beschrijven niet eens loont.…
Lévi Weemoedt: Achterblijvers
beschouwing
3.2 met 4 stemmen
2.117 Hij hanteert een sombere vorm van humor, zoals Piet Paaltjens dat ook zo treffend kon.
Geen wonder dat hij in de tachtiger jaren samen met Hans Dorrestijn ging optreden in de theaters, want ze pasten prima bij elkaar, net als die oude balkon-opaatjes in de Muppetshows.
Daarnaast was hij medewerker van het Algemeen Dagblad, de NRC en Avenue.…
Anneke Wasscher: De herenstoel
beschouwing
4.3 met 7 stemmen
1.615 Ze won ook de Gorcumse SNS Literatuurprijs en ze is twee keer genomineerd voor de Piet Paaltjens schrijversprijs. Ze is extra gestimuleerd door haar schrijfdocente, de dichteres Aly Freije.…
Dat heertje...
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Dat heertje met zijn witte das
Was eertijds een minnezanger;
Doch sinds het die witte das aanheeft,
Minnedicht hij niet langer.
Nu preekt het en doet huisbezoek,
En voor de variatie,
Houdt het 's winters, driemaal in de week,
Lidmatencatechisatie.
Ik bezweer U, mijn allerliefste vriendin!
De draak hier niet mee te steken;
Er zit…
De wurgslang eenzaamheid
verhaal
5.0 met 1 stemmen
663 Paaltjens, die streed tegen een wurgengel, zichzelf wurgde door ophanging.…
wisgedicht
3.6 met 8 stemmen
0 De daad is proza, maar de klacht,
De traan is poëzie.…
De maan glijdt langs de ruiten
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 De maan glijdt langs de ruiten
En blikt mij vragend aan.
'Wat moet dat, bleke zanger, -
In uw ooghoek glinstert een traan?'
Zo gij de maan zelf niet waart
'k Zou zeggen: loop naar de maan. -
Wat mij het oog doet glinsteren,
Dat gaat er geen schepsel aan.…
DE ZELFMOORDENAAR
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 In het diepst van het woud
- 't Was al herfst en erg koud -
Liep een heer in zijn eentje te dwalen.
Och, zijn oog zag zo dof!
En zijn goed zat zo slof!
En hij tandknerste, als was hij aan 't malen.
"Ha!" dus riep hij verwoed,
"'k Heb een adder gebroed,
Neen, erger, een draak aan mijn borst hier!"
En hij sloeg op zijn jas,
En hij trapte…
DE FRIESCHE POËET I
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 I
De Harlinger stoomboot schommelt
Over de Zuiderzee
Van Stavoren naar Enkhuizen.
Een dichter schommelt mee.
Kwijnend rust op de verschansing
De zangrige elleboog.
Glazig staart naar Friesland
Het bleekblauw poëtenoog.
Soms is 't of een klaaglied
De schampre lippen ontstijgt.
De hofmeester denkt, dat mijnheer dan
Een aanval van…
De Friesche poëet II
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 II
In overoude tijden,
Toen men nog geen stoomboten had,
Lag er halfweg tusschen Enkhuizen
En Staavren een bloeiende stad.
Haar koene schippers brachten
Haar schatten van heinde en veer,
En onder haar kooplui telde
Zij meer dan één millionair.
Maar — wat ziet men gebeuren -
't Geld maakte haar kooplieden grootsch.
Toen streken de elementen…
DE FRIESCHE POËET III
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 III
De dichter is verdwenen
In de diepte van 't dansende meer.
Hij zinkt als een steen. En Eindlijk
Komt hij in Oud-Stavoren neer.
Want, ja, wat die goede Schokkers
In hun eenvoud steeds hebben beweerd,
Dat is waar: de verdronken koopstad
Bestaat nog ongedeerd.
Haar muren zijn nog stevig;
Haar torens zijn nog hoog;
Slechts is er…
DE FRIESCHE POËET IV
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 IV
Hoelang de gezonken poëet wel
Bewustloos gelegen heeft,
Dat zou ik niet kunnen zeggen.
Genoeg, — de man herleeft.
Hij heft de gevoelvolle blikken,
Maar twijfelt schier aan hun trouw;
Vlak toch tegenover zich ziet hij
Een wonderschone vrouw.
Haar gitzwarte lokken golven
Langs een voorhoofd van elpenbeen
Over leliewitte schouders…
DE FRIESCHE POËET V
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 V
De dichter begrijpt er niets van;
Maar eindelijk waagt hij het toch
De vreemde schoone te vragen:
"Waar ben ik?" en "leef ik nog?"
En als kristal klinkt haar antwoord:
"Mijn lieve landgenoot,
Gij zit hier in Oud-Staavren,
En ge zijt volstrekt niet dood.
Gelukkig voor u bewoon ik
Hier een waterdicht lokaal,
Waar ik versche lucht…
DE FRIESCHE POËET VI
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 VI
"Vergeef mij," huivert de dichter,
"'t Is onbescheiden misschien,
Maar mag ik ook vragen, wat dame
de eer heb vóór mij te zien?" -
En de schoone glimlacht: "Wel zeker!
- maar eet ondertusschen voort, -
Ik ben dat weeuwtje van Staavren,
Daar ge mooglijk wel van hebt gehoord;
Die een lading Dantziger tarwe
Aan stuurboord in…
Frits en Kee
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Moderne ballade
Zij heette Kee. Hij schreef zich Frits.
Zij zag wat scheel. Hij liep mank.
Een englenpaar. Maar zij erg bits,
En hij verschriklijk aan de drank.
Zo woonden ze in een lekke schuit,
Als twee marmotjes in hun hol.
Geregeld schold zij hem de huid
En dronk hij zich met bitter vol.
De tijd vliegt snel, vooral wanneer
De liefde…
DRIE STUDENTJES (1853)
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Ai, gun uw miskenden Piet,
Dat hij eerst uw boezemglooiing
Met een tranenmeer overgiet!
En nu, aanhoor, hoe treurig
De geschiedenis endt van de drie,
Die zoo'n duren eed eens zwoeren,
Een eed bij de Oeil de perdrix.…
Hoor ik op Sempre een waldhoorn
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Hoor ik op Sempre* een waldhoorn,
Of ook wel een Turkse trom,
Dan moet ik zo bitter wenen;
En - ik weet zelf niet waarom.
Vraagt een der werkende lieden:
'Hoe kan een Turkse trom
Of een waldhoorn u zo roeren?'-
Dan weet ik zelf niet waarom.
Is 't wijl in beetre dagen
Een vriend de Turkse trom
Niet onverdienstlijk bespeelde? -
Ach,…
Wie ziet daar op die vieze bank
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Wie zit daar op die vieze bank
In het hoekje van die vunze kroeg
En drinkt er zijn borrels uit en de na
En drinkt er toch - lijkt het wel - nooit genoeg?
Zijn hoed ziet rood - maar roder nog ziet
De punt van zijn neus, de kraag van zijn rok
Glimt smerig, - doch smeriger glans nog glimt
Zijn ogen uit bij iedere slok.
Niet altijd zag die hoed…
Wel menigmaal zei de melkboer
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Wel menigmaal zei de melkboer
des morgens tot haar meid:
'De stoep is weer nat'. Och, hij wist niet,
dat er 's nachts op die stoep was geschreid.
Nu, dat hij en de meid het niet wisten,
dat was minder; - maar dat ZIJ
er hoegenaamd niets van vermoedde.
Dat was wel hard voor mij.…
Romance
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Ik min u teer, o lief, o aanvallig wezen!
Vond naar mijn hart bij U ook wedermin!
Dan was de wond daarbinnen dra genezen:
Nu bloed ik dood, om U, mijn zielsvriendin!
En evenwel, ik wil daarom niet treuren:
Voor u te sterven, engel, is zo zoet!
Zo gij slechts nu en dan mij op woudt beuren
Met énen blik, wanneer ik u ontmoet.
Eén blik van…
Op 't hoekje van de Hooigracht
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Op 't hoekje van de Hooigracht
En van de Nieuwe Rijn,
Daar zwoer hij, dat hij zijn leven lang
Mijn boezemvriend zou zijn.
En halverwege tussen
De Vink en de Haagsche Schouw,
Daar brak hij, zes weken later zowat,
De eed van vriendentrouw.…
Zijn goudblonde lokken en knevel
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Zijn goudblonde lokken en knevel,
Zijn geestvolle neus en mond,
Zijn vergeetmijnietblik, zijn tenorstem
En zijn New-Foundlandse hond,
Ik moet er gedurig aan denken;
Zelfs adem ik soms nog flauw
De geur in van zijn sigaren.
Hij kocht ze gewoonlijk bij BLAAUW.
Ruik ik opnieuw die sigaren,
Dan word ik eensklaps zo raar.
Is 't, omdat hij…
Als ik een bidder zie lopen
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Als ik een bidder zie lopen,
Dan slaat mij ’t hart zo blij,
Dan denk ik, hoe hij weldra
Uit bidden zal gaan voor mij.…
Het geheim
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Wij zaten te keuvelen,
Daar klonk van de heuvelen
Een weemoedige triller-
Het was Ludwig Hiller:
De begaafde kunstenaar,
De wreedgeschokte,
Die aan zijn klarinet
Die triller ontlokte.
Nooit sprak er ergens
Zo ver mij bekend,
Dieper weemoed
Uit een blaasinstrument.
Het was waarlijk
Om zich te verbazen,
Zo naar stond die
Man daar…
Mijn hart was toegevroren
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Mijn hart was toegevroren,
Mijn tranen vloeiden niet meer.
Toen trof mij haar gloeiende blikstraal,
En de wateren ruisten weer.
O ware ik toch verdronken
In de bitterzilten vloed!
In liefdetranen, hoe brak ook,
Te smoren, is honingzoet.…