start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (132)
adel (13)
afscheid (115)
algemeen (329)
bedankt (25)
biologie (13)
dieren (238)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (22)
eenzaamheid (179)
emoties (167)
erotiek (68)
ex-liefde (64)
familie (108)
feest (40)
film (3)
filosofie (140)
fotografie (6)
geboorte (23)
geld (32)
geschiedenis (28)
geweld (46)
haiku (2)
heelal (39)
hobby (30)
humor (378)
huwelijk (40)
idool (42)
individu (60)
internet (29)
jaargetijden (53)
kerstmis (79)
kinderen (172)
koningshuis (21)
kunst (48)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (256)
literatuur (351)
maatschappij (151)
mannen (34)
milieu (12)
misdaad (119)
moederdag (11)
moraal (98)
muziek (40)
natuur (93)
oorlog (107)
ouderen (17)
ouders (36)
overig (128)
overlijden (76)
partner (55)
pesten (29)
planten (13)
politiek (50)
psychologie (106)
rampen (55)
reizen (132)
religie (143)
schilderkunst (20)
school (62)
sinterklaas (17)
sms (6)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (42)
tijd (54)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (82)
valentijn (4)
verdriet (87)
verhuizen (13)
verjaardag (17)
verkeer (40)
voedsel (45)
vriendschap (83)
vrijheid (59)
vrouwen (87)
welzijn (53)
wereld (35)
werk (95)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (87)
ziekte (149)

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 6367):

RUILEN

De humor ligt op straat, maar je moet het wel willen zien, een bekende uitspraak, van wie weet ik niet meer. Waarschijnlijk van Max Tailleur of Simon Carmiggelt of toch van Wim Sonneveld – ach wat doet het er ook toe. Het feit is, dat het gewoon waar is.

Zo kwam vanmiddag Piet z’n hondje Castor weer op-halen. Ik had het beestje een paar dagen te logeren gehad. Piet was naar Duitsland geweest, naar z’n dochter Antje, zo vertelde hij me met een glimlach. Helaas, ze was destijds overgelopen, en met een ‘Mof’, pardon een Duitser getrouwd. Ach, Piet houdt wel van een beetje wrange humor.
‘Nee joh, ben je gek ik heb geen hekel aan Duitsers en mijn schoonzoon is toffe kerel. Nee hoor een prima vent. Echt nog zo eentje van de oude stempel.’

‘Hoe bedoel je Piet.’
‘Nou, je weet wel, zo eentje van ‘Befehl ist Befehl’.’ Nog ouderwets gedrild door z’n ouders. Maar het heeft zo z’n voordelen hoor. Als ik er kom, na een rit van zo’n dikke twee en een half uur, zeg ik als eerste ‘Grüss Gott’ en daarna is hij zo mak als een lammetje.’
‘Dat is toch wel fijn Piet.’
‘Zeker, ik vraag na de welkomstgroet gelijk om een pilsje en dan vliegt hij direct naar de koelkast en haalt zo’n heerlijk Erdinger Weissbiertje op en zegt ‘Bitte Vati’, leuk toch? Nee, het is een prima vent.’

Piet is zo’n man met prachtige verhalen over van alles en nog wat. Ook al zijn ze misschien een beetje een eigen leven gaan leiden – zou zo maar kunnen – ik geloof hem, een prachtige verteller.

Een verhaaltje is eigenlijk niet de plek om een mop te citeren, maar ik doe het dit keer lekker toch maar. Ik weet zeker dat Piet het me niet kwalijk zal nemen.
Piet vertelde er eentje over een kaboutertje. ‘Ken je die van dat kaboutertje?’ ‘Nee,’ zei ik, ‘ik kan geen mop onthouden, omdat ik ze niet goed kan navertellen.’
‘Nou, er liep een man langs de kade en toen zag hij een klein rood mutsje uit het water omhoog steken. Hij trekt het omhoog en het blijkt een kaboutertje te zijn. ‘Beste man,’ zegt de kabouter, ‘je hebt mijn leven gered. Om je te bedanken mag je een wens doen en ik zal hem vervullen.’
‘Nou,’ zegt de man, ‘ik weet wel wat. Ik heb vliegangst en ik zou zo graag naar Amerika willen. Kun je voor mij een brug er naartoe aanleggen?’
‘Nou, dat is wel een heel erg grote wens. Heb je nog iets wat je graag zou willen?’
‘Nou ja, er is nog iets. Ik zou graag een andere vrouw willen. Zo eentje die niet zo zeurt.’
‘Ik snap je probleem,’ zegt de kabouter.
Hij zwijgt even en denkt diep na. Enkele ogenblikken later komt hij met de vraag: ‘Zeg die brug die je wou hè, wil je daar ook verlichting op hebben?’

Beiden moeten we even heerlijk grinniken.
Ik merkte dat hij nog wat kwijt wou. Hij zei: ‘Op de terugweg heb ik in de trein nog wat verhaaltjes uit je laatste boekje gelezen, echt leuk. Jij ziet ook dat de humor soms op straat ligt.’
‘Ik hoop het wel Piet, en ik probeer het zo goed mogelijk vast te leggen.’
‘Mijn Annie kan mij soms in mijn humor niet helemaal volgen,’ wist Piet.
Hij vertelde dat ze dus naar de verjaardag van z’n dochter Antje waren geweest. Hij zei: ‘Had Annie voor haar een echt mooi cadeau gekocht en ze was er ook echt heel enthousiast over: ‘O mam, wat een werkelijk prachtig cadeau!’ Nou, je ziet het al voor je natuurlijk. Annie glundert van trots. Maar zoals ze soms zo mooi zeggen, zo vader zo zoon, zo is het ook zo moeder zo dochter. Dus enkele tellen later vraagt mijn dochter: ‘En kan het ook geruild worden?’

Na weer even gegrinnikt te hebben, zeg ik maar: ‘Ach, het blijven vrouwen Piet.’
‘Ja, ik weet het,’ bevestigt Piet. ‘Maar weet je wat nog leuker was? Op weg naar huis reden we het laatste stuk langs de snelweg, en keken uit op de daar liggende begraafplaats. Zegt mijn vrouw opeens doodserieus: ‘Als ik dood ben, wil ik een heel mooie steen op mijn graf’.’
Ik kijk haar even aan en kan nauwelijks een glimlach onderdrukken.
‘Wat valt daar nou om te gniffelen,’ vraag ze enigszins verbolgen.
‘Nou,’ zeg ik, ‘en als je er dan eenmaal onder ligt, zeker weer met die opmerking komen: ‘En kan die ook geruild worden?’

Schrijver: catrinus
Inzender: C.A. de Boer, 06-03-2019



Geplaatst in de categorie: humor

Deze inzending is 74 keer bekeken

5/5 sterren met 2 stemmen.



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:Günter Schulz
Datum:10-03-2019
Email:agschulzatziggo.nl
Bericht:Een luchtig en vermakelijk stukje met een goede dosering humor. Het toeval wil, dat ik op 20-10-2013 in hartenkreet (nr. 2461) onder de titel: "Dat vraag ik u af" in gedachten en qua opzet vanaf een zelfde punt ben vertrokken. Natuurlijk heb ik het bovenstaande graag en met een glimlach gelezen.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)