Inloggen
voeg je hartenkreet toe

Hartenkreten

Met jouw dochter bij jouw man in de gevangenis

(voor Mary Robinson (1757 - 1800))

Jij bent geboren als Mary Darby op 27 november 1757 in Bristol. Jouw ouders waren de marinekapitein Nicholas Darby en Hester Vanacott, die in 1749 in Donyatt trouwden. Jij bent op 19 juli 1758 als Polly (Polle) in de St Augustine's Church in Bristol gedoopt. Jij ging naar de school van de sociale hervormer/schrijfster/dichteres/filantroop Hannah More (1745 - 1833). Deze meisjeskostschool is door haar vader Jacob More in Trinity Street opgericht, in Keepers Cottage in Brislington. Toen jij een kind was, verliet jouw vader jouw moeder en nam hij een minnares. Jouw moeder begon een meisjesschool in Little Chelsea, Londen, en zij onderhield haar vijf kinderen. Op jouw 14-de gaf jij les op de meisjesschool van jouw moeder. Jouw vader liet de school sluiten en hij overleed in 1785 in de Russische marine.

Op jouw 15-de vertelde de advocaat Samuel Cox over jou aan de beroemde acteur/theatermanager David Garrick. Samuel bracht jou naar het huis van David in Adelphi. David was diep onder de indruk van jou, vooral over jouw betoverende stem, die hij op de stem van de veel bewonderde Susannah Cibber vond lijken. de pas gepensioneerde David gaf jou bijles in het acteren. Jij zei: 'Mijn tutor was het meest optimistisch in zijn verwachtingen van mijn succes en elke repetitie leek zijn vleiende mening te versterken. Soms danste hij een menuet met me, soms vroeg hij me om de favoriete ballades van de dag te zingen.'. David overleed op 20 januari 1779 in Adelphi Buildings 5. Hij werd 61 jaar en hij is in de Westminster Abbey begraven, in Poet's Corner. Zijn vrouw Eva Marie Veigel was een Duitse danseres in operakoren. Zij woonden vanaf 1754 in Garrick's Villa aan Hampton Court Road in Richmond upon Thames. Jouw moeder wilde graag dat jij met de klerk Thomas Robinson trouwde. Thomas beweerde een erfenis te hebben. Jij was eerst tegen dit voorstel, maar toen jij ziek was, verzorgde Thomas jou en jouw jongere broer en voelde jij jezelf verplicht om met hem in zee te gaan. Jij wilde jouw moeder niet teleurstellen en jij trouwde met Thomas.

Jij ontdekte al gauw dat Thomas geen erfenis had. Hij bleef een dure levensstijl behouden en hij had openlijk meerdere affaires. Jij onderhield het gezin en Thomas verspilde jullie geld. Jullie zijn naar Talgarth in het graafschap Powys gevlucht. De dichteres Jane Cave is in 1754 in Talgarth geboren. In november 1775 werd jullie dochter Mary Elizabeth geboren. Zij werd een romanschrijfster en redactrice. Zij was als baby met jullie in de gevangenis van schuldenaren beland. Haar zus Sophia overleefde de kindertijd niet. In Talgarth woonden jullie op het landgoed Tregunter Park. Thomas moest wegens gokschulden naar de King's Bench Prison, waar jullie maandenlang bij hem woonden, Mary en jij. In deze gevangenis begon jouw literaire carrière pas echt. Jij ontdekte dat jij met de publicatie van poëzie geld kon verdienen en dat jij met poëzie uit de harde realiteit kon ontsnappen. In 1775 verscheen jouw dichtbundeldebuut 'Poems By Mrs. Robinson' bij C. Parker in Londen, met 26 balladen, odes en elegieën. Thomas zat 15 maanden in de King's Bench Prison gevangen. Mary en jij zaten 9 maanden en 3 weken bij hem. In 1777 verschenen 'Captivity; a Poem' en 'Celadon and Lydia, a Tale' bij T. Becket in Londen, gesponsord door jouw beschermvrouw Georgiana Cavendish, hertogin van Devonshire.

Jij verdiende geld door juridische documenten te kopiëren, wat Thomas niet wilde doen. In 1791 verscheen 'Poems by Mary Robinson' bij J. Bell in Londen en in 1793 en 1795 bij T. Spilsbury and Son in Londen. In 1750 ben jij door John Hoppner geportretteerd. In 1781 ben jij door Thomas Gainsborough geportretteerd. In dat jaar schilderde hij ook koningin Charlotte van Mecklenburg-Strelitz. In 1782 ben jij door Sir Joshua Reynolds en George Romney geportretteerd. Nadat Thomas uit de gevangenis kwam, ging jij naar het theater terug. In december 1776 speelde jij Julia in het Drury Lane Royal Theatre in Covent Garden. Jij werd volop gesteund door de toneelschrijver Richard Brinsley Sheridan. Hij week niet van jouw zijde en hij moedigde jou aan. Jij was zeer handig met de 'rijbroeken' en jij kreeg veel lof voor jouw rollen als Viola in 'Twelfth Night' en als Rosalind in 'As You Like It' van Shakespeare. In 1779 werd jij populair met de rol Perdita in 'The Winter's Tale' van Shakespeare. Hiermee trok jij de aandacht van de jonge prins van Wales George IV, die jou 20.000 pond bood om zijn minnares te worden. De erg jonge Lady Emma Hamilton was soms jouw dienstmeisje en kleedster. Zij werd later de minnares van o.a. Lord Horatio Nelson.

Jij introduceerde een losse, vloeiende, mousseline jurkstijl, gebaseerd op Griekse beeldhouwwerken, de Perdita. Het duurde lang voordat jij Thomas voor prins George verruilde. Jij wilde niet door het publiek als zo'n soort vrouw gezien worden. Uiteindelijk koos jij voor George, omdat jij dacht, dat hij jou beter zou behandelen. In 1781 stopte George de relatie en weigerde hij jou het beloofde geld te betalen. Jij kreeg een lijfrente van de Kroon, die zelden werd uitbetaald. Jij werd beroemd door de ritten in jouw extravagante koetsen. Jij had diverse minnaars, o.a. Lord Malden en Sir Banastre Tarleton, 1st Baronet, generaal en politicus. Deze heren waren gokverslaafden en Malden gokte voor 1000 guineas dat geen van de mannen in zijn kring jou kon verleiden. Banastre won deze weddenschap en hij bleef 15 jaar jouw minnaar. Jij kreeg diverse ziekten en financiële wisselvalligheden. Banastre's familie probeerde de relatie tussen Banastre en jou te beëindigen. Jij kreeg een miskraam en Banastre trouwde tenslotte met Susan Bertie, een onwettige dochter en erfgename van de jonge Robert Bertie, 4-de hertog van Ancester en Kesteven, die op 8 juli 1779 in Grimsthorpe door roodvonk overleed en 22 jaar werd. Susan Bertie was de nicht van Banastre's zussen Lady Willoughby de Eresby en Lady Cholmondeley.

In 1783 ben jij door een mysterieuze ziekte deels verlamd geraakt. Volgens de biografe Paula Jayne Byrne kreeg jij een streptokokkeninfectie door een miskraam en leidde dit tot een ernstige, reumatische koorts, waardoor jij gehandicapt bleef. Jij werd 'de Engelse Sappho' genoemd en jij schreef 8 romans, 3 toneelstukken en een onvoltooid, autobiografisch manuscript. In 1796 verscheen 'Sappho and Phaon' en in 1800 verschenen 'Lyrical Tales' en 'The Mistletoe - A Christmas tale'. 'Jij overleed op 26 december 1800 in Englefield Green. Jij werd 44 jaar en jij bent begraven in de St. Peter and St. Andrew Churchyard in Old Windsor. Jouw dochter Mary Elizabeth publiceerde de rest van jouw werken en jouw memoires. Zij overleed op 4 januari 1818. Zij werd 43 of 44 jaar en zij is bij jou begraven.


The Birth-day

Here bounds the gaudy, gilded chair,
Bedecked with fringe and fassels gay;
The melancholy mourner there
Pursues her sad and painful way.

Here, guarded by a motley train,
The pampered Countess glares along;
There, wrung by poverty and pain;
Pale Misery mingles with the throng.

Here, as the blazoned charlot rolls,
And prancing horses scare the crowd,
Great names, adorning little souls,
Announce the empty, vain and proud.

Here four tall lackeys slow precede
A painted dame in rich array;
There, the sad, shivering child of need
Steals barefoot o'er the flinty way.

'Room, room! stand back!' they loudly cry,
The wretched poor are driven around;
On every side they scattered fly,
And shrink before the threatening sound.

Here, amidst jewels, feathers, flowers,
The senseless Duchess sits demure,
Heedless of all the anxious hours
The sons of modest worth endure.

All silvered and embroidered o'er,
She neither knows nor pities pain;
The beggar freezing at her door
She overlooks with nice disdain.

The wretch whom poverty subdues
Scarce dares to raise his tearful eye;
Or if by chance the throng he views,
His loudest murmur is a sigh!

The poor wan mother, at whose breast
The pining infant craves relief,
In one thin tattered garment dressed,
Creeps forth to pour the plaint of grief.

But ah! how little heeded here
The faltering tongue reveals its woe;
For high-born fools, with frown austere,
Condemn the pangs they never know.

'Take physic, Pomp!' let Reason say:
'What can avail thy trappings rare?
The tomb shall close thy glittering day,
The beggar prove thy equal there!'


Female Fashions for 1799

A FORM, as any taper, fine;
A head like half-pint bason;
Where golden cords, and bands entwine,
As rich as fleece of JASON.

A pair of shoulders strong and wide,
Like country clown enlisting;
Bare arms long dangling by the side,
And shoes of ragged listing!

Cravats like towels, thick and broad,
Long tippets made of bear-skin,
Muffs that a RUSSIAN might applaud,
And rouge to spoil a fair skin.

Long petticoats to hide the feet,
Silk hose with clocks of scarlet;
A load of perfume, sick'ning sweet,
Bought of PARISIAN VARLET.

A bush of hair, the brow to shade,
Sometimes the eyes to cover;
A necklace that might be display'd
By OTAHEITEAN lover!

A bowl of straw to deck the head,
Like porringer unmeaning;
A bunch of POPPIES flaming red,
With motly ribands streaming.

Bare ears on either side the head,
Like wood-wild savage SATYR;
Tinted with deep vermilion red,
To shame the blush of nature.

Red elbows, gauzy gloves, that add
An icy cov'ring merely;
A wadded coat, the shape to pad,
Like Dutch-women - or nearly.

Such is CAPRICE! but, lovely kind!
Oh! let each mental feature
Proclaim the labour of the mind,
And leave your charms in NATURE.


London's Summer Morning

Who has not waked to list the busy sounds
Of summer's morning, in the sultry smoke
Of noisy London? On the pavement hot
The sooty chimney-boy, with dingy face
And tattered covering, shrilly bawls his trade,
Rousing the sleepy housemaid. At the door
The milk-pail rattles, and the tinkling bell
Proclaims the dustman's office; while the street
Is lost in clouds impervious. Now begins
The din of hackney-coaches, waggons, carts;
While tinmen's shops, and noisy trunk-makers,
Knife-grinders, coopers, squeaking cork-cutters,
Fruit-barrows, and the hunger-giving cries
Of vegetable-vendors, fill the air.
Now every shop displays its varied trade,
And the fresh-sprinkled pavement cools the feet
Of early walkers. At the private door
The ruddy housemaid twirls the busy mop,
Annoying the smart 'prentice, or neat girl,
Tripping with band-box lightly. Now the sun
Darts burning splendor on the glittering pane,
Save where the canvas awning throws a shade
On the gay merchandise. Now, spruce and trim,
In shops (where beauty smiles with industry)
Sits the smart damsel; while the passenger
Peeps through the window, watching every charm.
Now pastry dainties catch the eye minute
Of humming insects, while the limy snare
Waits to enthrall them. Now the lamp-lighter
Mounts the tall ladder, nimbly venturous,
To trim the half-filled lamps, while at his feet
The pot-boy yells discordant! All along
The sultry pavement, the old-clothes-man cries
In tone monotonous, while sidelong views
The area for his traffic: now the bag
Is slyly opened, and the half-worn suit
(Sometimes the pilfered treasure of the base
Domestic spoiler), for one half its worth,
Sinks in the green abyss. The porter now
Bears his huge load along the burning way;
And the poor poet wakes from busy dreams,
To paint the summer morning.


The Trumpeter, an Old English Tale

It was in the days of a gay British King
(In the old fashion'd custom of merry-making)
The Palace of Woodstock with revels did ring,
While they sang and carous'd - one and all:
For the monarch a plentiful treasure had,
And his Courtiers were pleas'd, and no visage was sad,
And the knavish and foolish with drinking were mad,
While they sat in the Banquetting hall.

Some talk'd of their Valour, and some of their Race,
And vaunted, till vaunting was black in the face;
Some bragg'd for a title, and some for a place,
And, like braggarts, they bragg'd one and all!
Some spoke of their scars in the Holy Crusade,
Some boasted the banner of Fame they display'd,
And some sang their Loves in the soft serenade
As they sat in the Banquetting hall.

And here sat a Baron, and there sat a Knight,
And here stood a Page in his habit all bright,
And here a young Soldier in armour bedight
With a Friar carous'd, one and all.
Some play'd on the dulcimer, some on the lute,
And some, who had nothing to talk of, were mute,
Till the Morning, awakened, put on her grey suit -
And the Lark hover'd over the Hall.

It was in a vast gothic Hall they sate,
And the Tables were cover'd with rich gilded plate,
And the King and his minions were toping in state,
Till their noddles turn'd round, one and all: -
And the Sun through the tall painted windows 'gan peep,
And the Vassals were sleeping, or longing to sleep,
Through the Courtiers, still waking, their revels did keep,
While the minstrels play'd sweet, in the Hall.


Sonnet XIV: Come, Soft Aeolian Harp

Come, soft Aeolian harp, while zephyr plays
Along the meek vibration of thy strings,
As twilight's hand her modest mantle brings,
Blending with sober grey, the western blaze!
O! prompt my Phaon's dreams with tend'rest lays,
Ere night o'er shade thee with its humid wings;
While the lorn Philomel his sorrow sings
In leafy cradle, red with parting rays!
Slow let thy dulcet tones on ether glide,
So steals the murmur of the am'rous dove;
The mazy legions swarm on ev'ry side,
To lulling sounds the sunny people move!
Let not the wise their little world deride,
The smallest sting can wound the breast of Love.

Schrijver: Sir Joanan Rutgers
16 juni 2024


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 5



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je e-mailadres voor anderen in beeld verschijnt)