Inloggen

biografie: Mohair


Inzendingen van deze schrijver

159 resultaten.

Muziektherapie

column
4,8 met 5 stemmen 74
Na twee dagen ontvang ik het verlossende woord per telefoon. De vrouw van de GGD wil zoon ook spreken. ‘Yes!’ roept hij schor, waarna een hevige hoestbui volgt. ‘We zijn alleen verkouden!’ Na deze opluchting wil ik boodschappen doen. Ik nies drie keer, snuit mijn neus. Hoe ga ik mijn omgeving tussen de schappen duidelijk maken dat mijn kuch niets met het c-virus te maken heeft? Zal ik een bord om mijn nek hangen? ‘ik ga wel’ zegt man, met zijn onverwoestbare weerstand. Ik stuur mijn collega’s een mailtje, zoon gaat de dag erna weer naar school. ‘Als je veel moet hoesten, kom je maar weer naar huis.’ Hoesten achter je mondkapje, slikken of stikken.
In de verte zagen we hem komen aanrollen, de tweede golf. Met het dalen van de temperatuur, de miezerige herfstregen en een steeds opstandiger volk, harde realiteit. Ik ontvang een bericht van het verpleeghuis. Per direct gesloten voor bezoek, vanwege twee besmettingen op een andere afdeling. De vierde keer in drie maanden. Hoe zou het met mijn moeder zijn? ‘s Avonds, laptop op schoot, half kijkend naar tv, durf ik in te loggen in haar zorgdossier. Eerst zap ik naar een andere zender. ‘Is dit nu later?’ Het grijnzende hoofd van Stef Bos in beeld, maar dit is niet zijn stem. Voordat ik over mijn moeder lees, zet ik het geluid wat harder. Ik heb een zwak voor de liedjes en de stem van Stef Bos. ‘Mama! mag het licht aan op de gang!’ Ik zou kunnen wennen aan deze versie van Milow. Ik luister naar zijn melancholieke stem zingend over de desillusies van het leven, ironisch genoeg op een prachtige Spaans eiland in het avondlicht.
‘Mevrouw loopt ‘s nachts op de gang, komt twaalf (!) keer haar bed uit’ lees ik. En: ‘ze kijkt vrolijk en zingt de liedjes mee.’ Mijn moeder krijgt muziektherapie, van iemand met gitaar! Mijn buik wordt warm. ‘Mevrouw vroeg een verzoeknummer aan, ‘Que sera’. Mijn moeder in het verpleeghuis zingt de mierzoete, hoopvolle woorden van Doris Day. Een wonder, ze spreekt al maanden geen coherente zinnen. Zij en ik hebben niet dezelfde smaak. Ze had haar vaste repertoire. 'Que Sera’, ‘Spiegelbeeld’, ‘Een beetje’. Ik zong graag met haar mee. Met een theedoek in mijn hand, haar handen in het hete sop, klonk haar charmante stem. In gedachten hoor ik haar zingen.
Zoon komt de kamer binnen, de eindtune klinkt. Ik schrik op uit mijn gemijmer. ‘Kijk je nou naar ‘De beste zangers’?!...
mohair 4 okt. 2020Lees meer...

'Mijn en dijn'

column
4,5 met 4 stemmen 127
Mijn broer en ik zijn op bezoek bij onze moeder in het verpleeghuis. We hebben net een ommetje gemaakt, stappen gedrieën haar kamer binnen. Achter mij gaat de badkamerdeur open, snel spring ik opzij. Verbaasd kijken we wie erachter vandaan komt. Een man in een rolstoel heeft zojuist gebruik gemaakt van haar wc. Hij draagt slechts een overhemd. Als hij ons ziet, vouwt hij zijn benen over elkaar. Goedemiddag, zegt mijn moeder, alsof ze het de gewoonste zaak van de wereld vindt. Ze sluit de badkamerdeur achter hem. ‘Dit zijn mijn kinderen’ gebaart ze. ‘Zo’ reageert de man, ‘hoe kom je daar nou weer aan?’ ‘Ja, ook niet van de ene dag op de andere’ lacht mijn moeder beleefd. ‘Doe maar rustig aan, wij gaan wel weg’. Ze klinkt alsof ze weer achter de toonbank staat, vriendelijk staat ze de man te woord, laat hem achter in de kamer met haar foto’s, haar spullen.
We nemen plaats in de Brasserie. Mijn moeder draagt een zwarte tas die ik niet als de hare herken. Terwijl zij genietend een slokje neemt, kijkt mijn broer in de tas. Zwijgend houdt hij een kaart op, lachstreepjes bij zijn ogen. ‘Lieve Ger’ lees ik. De post bestemd voor mijn moeder zit ongetwijfeld in een andere tas, om een andere schouder. ‘Je moeder droeg een vest wat niet van haar was hoor’ vertelde haar vriendin al eerder, ‘veel te groot’. Ik zag het voor me. ‘Haar kleding is toch gelabeld?’ We kijken er al niet meer van op. ‘Mijn en dijn’ doen er steeds minder toe. De grote vergeetziekte lijkt alles inwisselbaar te maken.
Een uur geleden hadden mijn broer en ik in mijn moeders lege woning gestaan. Ruim veertig jaar heeft ze er geleefd. Over drie weken trekken de nieuwe bewoners er in. Nog nooit hadden we de zolder zonder spullen aanschouwd. Voor de laatste keer liepen we door haar achtertuin. Mijn oog viel op de bos lavendel in de border. Ik dacht aan het plukje in mijn eigen tuin. Zou ik alsnog? Lavendel als laatste strohalm. De man van de opruimservice overhandigde ons een doorzichtig zakje met een ring en twee hangertjes. Buiten stonden twee andere mannen te wachten naast de wagen, tot de nok toe vol met mijn moeders spullen, de klep nog open. Vluchtig had ik naar binnen durven kijken.
‘Hoe wisten jullie eigenlijk dat ik thuis was?’ vraagt mijn moeder ons, als ze haar koffie even neerzet. ‘Je vader en ik hadden wel weg kunnen zijn op de fiets’. Boven ons mondkapje kijken we elkaar aan. ‘We dachten, we proberen het gewoon’ antwoordt mijn broer. Mijn moeder knikt....
Mohair21 sep. 2020Lees meer...
autobiografie
4,7 met 3 stemmen 89
Tijdens mijn werk word ik gebeld door de arts van het verpleeghuis. Mijn moeders agitatie neemt de laatste weken toe. De arts, vriendelijk en respectvol, doet me de (onhoudbare) situaties met mijn moeder in de hoofdrol, uit de doeken, spreekt over een zeer lichte dosering antipsychotica. De scherpe kantjes zouden er wat af gaan, natuurlijk hielden ze haar goed in de gaten. Licht geschokt luister ik naar hem. Ik reageer al even vriendelijk en respectvol. Iemand moet de eer van onze familie hoog houden. Tot in mijn vezels voel ik de ontmanteling van mijn moeders wezen. Het ene schilletje na het andere wordt afgepeld. De ratio verdwijnt en primaire emoties worden rauw opgediend.
Wonen in een woongroep, het zou gezellig kunnen zijn. Met een hoofd in de war, is er meer sprake van een waanzinnige trip. Je zult maar opgesloten zitten en niet begrijpen, waarom je niet naast je man aan tafel mag zitten tijdens het eten. Je hebt toch net samen een stuk gefietst en boodschappen gedaan, waar bemoeien ze zich mee?
Mijn moeder is bezig aan haar laatste reis en leeft in haar eigen wereld. De medebewoner die ze voor mijn (overleden) vader aanziet, leeft in zijn werkelijkheid. Zijn vrouw bezoekt hem trouw en kan mijn moeder wel schieten. Op haar beurt veelt mijn moeder deze vrouw niet. Het zorgdossier van mijn moeder leest als een soap.
Het telefoontje komt een kwartier voor het einde van het overleg, tijdens het beeldbellen met mijn collega’s. Ik zie ze niet in beeld, hoor slechts hun stemmen. Gezamenlijk namen we de powerpoint presentatie door. Toen ik het gesprek met de verpleeghuisarts had beëindigd, las ik het appje van mijn collega: Gaat het? Ik kreeg het idee dat je er niet helemaal lekker in zat, aan je gezicht te zien. Ook ontvang ik een mailtje van een andere collega met dezelfde vraag. ...
Mohair13 sep. 2020Lees meer...

Leve de kustwacht

column
4,0 met 3 stemmen 104
Onlangs vernam ik van mijn tante dat haar kleindochter als lifeguard werkt. In Zeeland maakt ze deel uit van een reddingsteam aan de kust. Hoe stoer is dat. Omdat ik ben opgegroeid in een plaats vlakbij Hoek van Holland, lopen het strand en de zee als een rode draad door mijn jeugd. Afgelopen maand hoefden de strandwachten van de Reddingsbrigade zich niet te vervelen, las ik. Er was een record aan reddingsacties. Niet allemaal levensbedreigend, maar toch. Hoe kun je zo stom zijn? De stromingen van de zee zijn verraderlijk. De zogenaamde muien, waar je in terecht kunt komen. Het gevaar van een mui is de heel sterke stroming die kan ontstaan tussen twee zandbanken in. Je kunt ernaast staan zonder dat je er erg in hebt. Zodra je een stap opzij zet kun je door de muistroom mee de zee in worden gezogen. Advies van de lifeguard is om je te laten meevoeren, de zee in. Zodra de stroming minder sterk is, zwem je een stukje parallel aan de kustlijn. Je komt dan vanzelf op of voor een zandbank terecht, rust even uit en zwem verder naar de kust. Nog nooit hoeven meemaken, gelukkig.
Mijn eerste vakantie alleen was naar Zlatni Piasaci (Goudstrand), een Bulgaarse badplaats aan de Zwarte Zee. Ik was negentien. Op het plaatselijk strand zag ik de een na de ander in een tuigje onder een parachute hoog in de lucht boven zee, voortgetrokken door een speedboot. Voor ik het wist stond ik in de rij. Mensen uit mijn reisgezelschap zagen hier vanaf, ouder dan ik, was hun bril misschien minder roze. Aan de beurt, moest ik rennen langs de kustlijn in het natte zand. Tot het lange touw waarmee ik vastzat aan de achterkant van de speedboot strak stond, ik als vanzelf opsteeg door de vaart die het bootje kreeg. Dit ging gepaard met een schok in mijn rug, waarin ik van hollen in het zand, tot half in de lucht spartelde als een tekenfilmfiguurtje. Ik trok aan het rechter koord, waarna de parachute openging. Daar hing ik dan. De eerste tien minuten hield ik mijn ogen stijf dicht. Daarna keek ik naar de zee onder me, het strand, met mensen als poppetjes, boven me het felgekleurde scherm. Magisch.
Tijdens het landen kwam ik per ongeluk in zee terecht, waar anderen netjes landden op het natte zand, hooguit tot de kuiten in het water. Vanuit de lucht zag ik mensen toestromen, druk gebarend keken ze omhoog. Daar kwamen de lifeguards, voordat ik kon verzuipen in zee bedolven onder de parachute wisten ze me op te vangen....
mohair29 aug. 2020Lees meer...

Sporters zijn geen angsthazen

column
4,5 met 6 stemmen 135
Als je het mij vraagt zit zelfvertrouwen in je lichaam. Mensen die houden van sporten zijn zelden angsthazen.
Man en zoon brengen uren door achter hun laptop, liefst met een zakje zoute pinda’s ernaast. Man heeft lange tijd aan hardlopen gedaan, volleybalde decennia lang. Niet onverdienstelijk. Dit zal hij zelf niet laten weten, hier kom je vroeger of later achter.
Inmiddels liggen de jaren achter hem, dat hij voor het eerst een abonnement op omroep Max kreeg aangeboden, loopt niet meer hard, zit niet meer op volleybal. Af en toe zit hij in een kano, maakt geen tocht voor een uurtje. Diverse keren zeilde hij naar de andere kant van de Noordzee. Hij fietste de Mont Ventoux. Zoon, twaalf, slaat geen voetbaltraining over, in de fietsenstalling na de wedstrijd roemde de trainer zijn dribbelkunsten. Hij imiteert de danspasjes van zijn skins uit de game Fortnite, vindt gymlessen, op de middelbare school, het fijnst wat er is.
Afgelopen week gingen we een dagje zeilen. Na mijn laatste zeilervaring, pakweg tien jaar terug, zag ik hier een beetje tegenop. Kort na de start van dit tochtje, stuurde ik aan op terugvaren, met maar één gedachte. Toen ik weer op de steiger stond, gingen vader en zoon samen verder. Zoon liet zich door mij niet weerhouden, man had zijn favoriete zeilmaatje, ik zat op de steiger aan de plas aan het glinsterende water, zag een vrouw stoeien met het fokzeil, probeerde vat te krijgen op deze ambacht. Dit kan ik net zolang volhouden als Laura Dekker het zeilen....
mohair22 aug. 2020Lees meer...

Mondkapje af, mondkapje op

column
3,7 met 3 stemmen 137
Over drie weken ben je jarig, zegt mijn broer plechtig. ‘Wanneer, ik houd wel van een feestje, wie is er dan jarig?’ ‘Jij. Weet je hoe oud je wordt?’ Verrassing en ontzag op mijn moeders gezicht. We zitten op gepaste afstand tegenover elkaar in de Brasserie van het verpleegtehuis. We boffen dat het na al die maanden weer open is. De koffie smaakt er goed, zelfs met een mondkapje onder onze kin.
Bij het binnenkomen hadden we een vers papieren mondkapje uit het mandje gepakt, hoewel niet verplicht. ‘Je draagt hem verkeerd om’. Ik keek in zijn ogen, dacht dat hij een geintje maakte. Ik zag enkele mondkapjesdragers om me heen, lachte onopgemerkt. In de lift viel het kwartje toen ik voor de spiegel stond: als een wit zeiltje in een lichtblauwe zee. Mijn moeder herkende ons, ondanks het mondkapje. ‘Niet zomaar de gezamenlijke huiskamer inlopen’, klonk de verzorgster streng. Gehoorzaam deden we twee passen achteruit. ‘Ik kom net terug van boodschappen doen, hadden jullie al gebeld?’ Stralend kwam ze zelf al op ons aflopen.
Tijdens het koffiedrinken spreekt mijn moeder in poëtische zinnen, tot ze in een helder moment begint over haar zus. ‘Tonny heeft ook in zo’n ruimte gewoond. Zij leeft niet meer denk ik, ze was jaren ouder dan ik’. Geen speld tussen te krijgen. Mijn broer loopt naar haar kamer om haar jas te pakken. Mijn moeder praat verder op haar onnavolgbare wijze, ik sluit naadloos aan.
Gedrieën wandelen we langs tuinen en balkonnetjes, bewonderen bomen en schuttingen, blijven op neutraal terrein. Niet voordat we het gebruikte mondkapje in de pedaalemmer achterlaten. Buiten lijkt zonder, veilig genoeg. We passeren een geparkeerde gele Mini, ’Chippie’ genaamd. Het is een tijd geleden, dat ik in de auto heb gereden, zegt mijn moeder weemoedig, ‘dat mis ik echt.’ We knikken. Zou je dit dan nog aandurven, mam? vraag ik haar. Het blijft stil, we schuifelen voort. ‘Je hebt er al die jaren toch maar veel plezier van gehad, zeg ik. De weg naar de hel is geplaveid met doekjes voor het bloeden. ...
mohair31 jul. 2020Lees meer...

Omhelzing in de virusstand

column
3,8 met 4 stemmen 98
Met mondkapje in de hand stappen mijn broer en ik uit de lift op de afdeling waar onze moeder verblijft. In de ontvangsthal van het verpleeghuis vernamen we dat, per vandaag, het dragen van een mondkapje niet verplicht is. Even zijn we van ons stuk gebracht, wat is wijsheid? Voor de vorm, trek ik een lus over mijn oor. Een man in een rolstoel barricadeert de ingang, rijdt zijn kar nogmaals tegen de deurpost, vloekt hard, rijdt onbeheerst achteruit. Op mijn hoede maak ik even pas op de plaats voordat ik achter hem langs loop. We speuren de gezamenlijke huiskamer af, de lange gang, de eetruimte, waar zou ze zijn?
‘Goedemorgen’, klinkt de verzorgster vriendelijk vanachter haar mondkapje: voor hen geldt de nieuwe regel niet. Haar ogen kijken vragend, mijn broer noemt mijn moeders naam. Ah, daar is ze, samen met een verzorgde, slanke man die, half achter mijn moeder, aan schuifelt. Mijn moeders rug is wat gebogen, ze loopt wonderbaarlijk goed en ontspannen sinds ik haar voor het laatst bezocht. Hier zitten een paar weken tussen, vanwege een corona-uitbraak op een andere afdeling.
‘Kennen jullie hem al?’ vraagt ze met lichtjes in haar ogen. Hier waren we een beetje op voorbereid. ‘Ha, ma’ zeggen we monter, omhelzen onze moeder in de virusstand, met afgewend hoofd, knikken vriendelijk naar de voor ons onbekende man. Hij glimlacht flauwtjes, kijkt zonder ons echt te zien. Een verzorgster die de situatie inschat, neemt de man aan haar arm mee. ‘Ga lekker met je kinderen wandelen, jullie zien elkaar zo weer’ en geeft ons een knipoogje.
In die eerste seconden van onze ontmoeting ligt alles besloten. Herken ik mijn moeder nog als mijn moeder? Hoe kijkt ze, beweegt ze, wat heeft ze aan, hoe ziet ze ons? Ik vermoed dat mijn broer hetzelfde doormaakt. Tot mijn opluchting is ze zichtbaar blij ons te zien, wil graag met ons mee. ...
Mohair17 jul. 2020Lees meer...

Het nieuwe normaal

hartenkreet
4,3 met 3 stemmen 91
Zoon gaat sinds een paar weken op de maandag en vrijdag weer naar school. Op de fiets, als vanouds. De lesuren zijn teruggebracht tot een half uur. Niet de brugklassers sjouwen met hun zware rugzak over de gang op weg naar de volgende les, maar de leraren verplaatsen zich. Op de donderdag spreken ze af in het park en heeft hij gymles. Gymles, het leukste wat er is. Een paar weken geleden volgde hij iedere les, online. Terwijl hij onderuitgezakt hing op zijn stoel luisterde zoon naar de gymleraar. Hij haalde een negen. Zijn ouders vonden het magisch. Nu heeft hij zijn laatste lessen gehad, is het wachten op de overgangsrapportbespreking, het inleveren van de boeken, de afscheidsbarbecue.
Zelf ben ik ook moedig voorwaarts gegaan, met mondkapje, in het openbaar vervoer, naar mijn werk. Een van stof, met print ‘vrolijke hawaii blouse’. Geen statement, wel handig, hierachter kan ik gewoon mijn mondhoeken laten zakken. Er stapte een jonge vrouw in. Mooi, rond de twintig, ze droeg haar papieren mondkapje demonstratief aan een oor, nam plaats in de stoel voor mij. Ze streek met een gemanicuurde vinger langs haar wenkbrauwen, haar mond, kuchte even beschaafd. Ik verwachte dat ze het lusje van het kapje nu over haar andere oor zou trekken, maar nee. De hele busrit, toch zo’n vijfendertig minuten, wachtte ik hier op, tevergeefs, en ik was niet de enige, dacht ik in sommige ogen boven mondkapjes te lezen.
Na deze werkdag had ik een biertje verdiend. Ik stond in mijn achtertuin, ademde diep in en uit, klokte het achter elkaar naar binnen. Het was een 0%. Vorig jaar nog haalde ik hier mijn neus voor op. Bedankte bij de kassa resoluut voor een gratis exemplaar. Inmiddels weet ik proefondervindelijk dat Heineken het meest zijn best heeft gedaan en sinds een tijdje, nog voor de Corona, drink ik regelmatig een blikje onschuldig vocht, denk hierbij soms aan Youp van ’t Hek (‘Buckler drinkers, rot op, ga in de kerk zuipen, man!’).
Ik voelde mijn wangen gloeien, werd licht in mijn hoofd, benen werden zwaar, ongelooflijk, ik zou zweren dat… ik keek naar de lucht, de roze bloemen van de clematis, liep de keuken weer in, pakte het blikje van het aanrecht, draaide het rond en rond, geen nul te bekennen....
Mohair10 jul. 2020Lees meer...

Versoepeling maatregelen

column
4,4 met 5 stemmen 111
Ik ga voor het eerst weer naar de kapper. Mondkapje mee, waterfles mee. Wat nog meer? Voor de zekerheid maar eigen lectuur mee. Voel me warempel een beetje gespannen. Ik stap binnen, was mijn handen direct met gel. Daarna ga ik los. Ik vergeet de anderhalve meter afstand. Mijn favoriete kapster lacht me toe, zij draagt geen mondkapje. Niemand draagt een mondkapje. Ik hoor mezelf zeggen: ‘welnee, ik doe hem niet op, veel te benauwd. Ik heb geen klachten, jij ook niet, neem ik aan?’ Ze schudt haar hoofd. Terwijl ze mijn plukjes haar insmeert en er folie omheen doet, klets ik tegen haar, en zij praat terug. Op minder dan een halve meter afstand.
Een oude dame lacht voluit naar de jonge kapster die even haar schouder aanraakt. Er komt nog een dame binnen. Met rollator. Ze wordt hartelijk welkom geheten, op nog geen zestig centimeter. Wat gebeurt hier? Als ik met mijn hoofd achterover in de wasbak lig, zie ik de airco tegen het plafond. Design vorige eeuw. Wat was daar ook weer over gezegd, peins ik, terwijl mijn hoofd intens gemasseerd wordt.
Verdwaasd wandel ik naar huis. Over versoepeling gesproken, ik kan er wat van. Ben ik onder de mensen vergeet ik per direct afstand te houden. Wat zegt dit over mij? Al mijn collega’s zijn al op de werkplek geweest (behalve die ene met corona), ik werk nog vanuit huis. Voorzichtig, voorzichtig. Ik ga naar de supermarkt, zie verder geen mens, alleen digitaal. Behalve mijn broer, toen we samen ons ouderlijke huis schoonmaakten. Maar verder?
In de verte komt zoon aan fietsen, zes halve lesuren achter de rug. ‘Waar kom jij vandaan?’ roept hij, gebaart naar mijn haar. ‘Geverfd, maar had geen zin in getut en geföhn’. ‘Het is mislukt’, constateert hij met de stelligheid van een manager die direct het slechte nieuws op tafel legt....
Mohair26 jun. 2020Lees meer...

Onnavolgbaar

column
4,8 met 4 stemmen 89
‘Ze vragen het allemaal aan mij, maar ik weet ook niet altijd hoe de kassa werkt’, zegt mijn moeder me via het beeldscherm. Haar zoon noemt ze haar broer. ‘Weet je het zeker?’ vraagt verzorger Frank haar opgewekt. ‘Nou, ik heb er anders zeven’, antwoordt mijn moeder.
Frank laat ons alleen. ‘Het is hier net een gevangenis, ik moet boodschappen doen, maar ze laten me niet gaan. En ik ben niet de enige die dit zegt hoor, hier zijn nog meer mensen’. Ze kijkt samenzweerderig, een haar verwijderd van een opstand. Pas als haar kleinzoon uitlegt dat hij al weken niet naar school is geweest en thuis moet blijven, lijkt ze het aan te nemen. ‘Maar jij moet toch ook boodschappen doen?’ Ik leg haar uit hoe dit gaat: met afstand, ontsmettingsdoekjes, goed handen met zeep wassen. ‘Wat raar, zoiets heb ik nog nooit meegemaakt’. Daar heeft mijn moeder een punt.
Na ruim drie maanden slechts contact via het beeldscherm, sta ik weer in de hal van het verpleeghuis. Onwennig doe ik mijn mondkapje op. Ik beantwoord de vragen allemaal met nee, zet mijn handtekening. Tot slot schrijft de vrouw twee codes op een post -it. Eén om de lift in te komen, en eén om de lift in beweging te zetten.
Op de gang zie ik twee vriendelijke ogen boven een mondkapje. Dat moet Frank zijn, hij loopt met me mee naar mijn moeders kamer. Mijn moeders haar is achterover gekamd, het krult in haar nek. Ze kijkt vermoeid, haar ogen staan waterig. ‘Ha ma’ zeg ik monter vanachter mijn kapje. Ze is blij me te zien. Ik tref haar op een slecht moment, ze heeft flink pijn aan haar knieën. Ze zijn ingezwachteld. We maken er het beste van. ‘Mooi, je lange oorbel’ grapt ze als ik mijn mondkapje even aan een oor laat bungelen, benauwd als ik het ervan krijg. Haar opmerking is onverwacht helder, verder is ze onnavolgbaar. Het ontroert me dat ze dit nog op kan brengen. We wisselen een kushand uit....
Mohair16 jun. 2020Lees meer...

Harde geluiden

column
4,0 met 4 stemmen 112
Chagrijnig stap ik mijn bed uit. Op de gang kom ik zoon tegen, de uitdrukking op zijn gezicht, weerspiegelt de mijne, diep gefronst kijken we elkaar aan. Zijn vader is al ruim een uur op, vraagt of wij wel ergens tegen kunnen. Wat wij ’s ochtends vroeg niet opbrengen, heeft hij ‘s avonds niet in huis. Ik gooi het raam open. Wie is het, die mijn moordlust aanwakkert? Ik tuur door de takken van onze pruim, die inmiddels door alle zon, de lucht is ingeschoten. ‘Heng, heng…!’ Is het wel een brommer?
Nu de corona maatregelen versoepelen vallen me steeds meer geluiden op. Scherpe, harde geluiden. Kolere herrie die het fijne getjilp en gezang van vogels fors overstemt. Ook zag ik twee witte strepen in de lucht…en daar nog één… ai. Rook ik daar nou uitlaatgassen van een scooter? En wat is dat voor aanzwellend gezoem achter de geluidswal? Weg rust en frisse lucht. Weemoed overvalt me. Die ochtend word ik gewekt door een brommer die start maar nooit vertrekt… ‘Heng, heng…!’.
Ik open mijn voordeur, loop het tuinpad af en zie de boosdoener. Het geluid is inmiddels oorverdovend, trilt in mijn borst. Een man in overall die namens de gemeente met een apparaat over de stoeptegels glijdt. Iets erboven, als een wichelroedeloper. Hij draagt een helm en oor beschermers (geen mondkapje). Bruine prut spuit op het fietspad. Hij loopt aan het eind van de straat. Ik kijk naar zijn rug, keer zelf ook om. Het geluid houdt de hele ochtend aan. Met af en toe een veelbelovende pauze van een minuut of vijf. Na de lunch begint hij weer. Ik ga boodschappen doen en neem me voor de man aan te spreken.
Hij draait zich om, doet zijn apparaat uit en zijn koptelefoon op een oor. Trouwe hondenogen, naïeve blik. Mijn boosheid smelt als een perenijsje in de zon. ‘Jij bent hard aan het werk, en al urenlang, wat ben je eigenlijk aan het doen?’ vraag ik belangstellend. ‘Haal het onkruid tussen de tegels mevrouw’ klinkt het in onvervalst Brabants. ‘Gelukkig ben ik bijna klaar, ik hoef alleen nog maar deze stoep, zegt hij opgetogen. ...
Mohair 4 jun. 2020Lees meer...
autobiografie
4,9 met 8 stemmen 207
Tijdens het face-timen, zie ik de helft van mijn moeders gezicht, een traan rolt over haar wang. Ik wou dat alles weer normaal was, zegt ze. Als ik haar uitleg dat er een virus heerst, kijkt ze me verbaasd aan. Als ik haar spreek via skype of face-time leg ik haar opnieuw uit over het besmettelijke virus. Kijk, wijs ik naar de verpleegkundige die achter haar langs loopt, ‘daarom draagt zij een mondkapje’. ‘Ik vind het maar overdreven’ reageert ze, ’mijn moeder zei altijd, hoe meer aandacht je er aan besteedt, des te erger het wordt’. Nu klinkt ze kordaat, lijkt haar verdriet even te vergeten. Sinds een paar weken dragen alle verzorgers standaard een mondkapje. Wat moet dat vreemd zijn voor mijn moeder en de andere bewoners.
Ik loop met mijn telefoon de trap op, naar de kamer van mijn zoon. Haar kleinzoon, twaalf, kijkt even verstoord op, hij is verdiept in zijn spel, maar lacht als hij mijn moeders gezicht ziet en zwaait hartelijk. Dag oma! Met koptelefoon, heeft hij iets weg van een piloot die zijn passagiers geruststelt. Ik zie mijn moeders gezicht oplichten. Langzaam loop ik de trap weer af, richting tuin, daar staat haar schoonzoon tegels te sjouwen, ook hij zwaait enthousiast. ‘Ga jij hem zo eens helpen, zegt mijn moeder tegen mij, dat kun je niet maken’. Ik schiet in de lach. Zo hoor ik haar graag. Een paar weken geleden ontving ik een kaart van haar. Natuurlijk hebben ze haar geholpen. Groeten van Ma, stond er, onmiskenbaar in mijn moeders handschrift. Dit raakte me. Hieruit sprak de moeite van de verzorgers.
In het verpleeghuis, op de afdeling waar ze woont, is een verzorger Frank, die een opgewekte sfeer met zich meedraagt. Als ik ze samen zie tijdens skype, maakt hij een grap en lacht mijn moeder voluit. Dit doet me goed, de laatste paar keren trof ik haar vooral verdrietig en opstandig. Na het gesprek met een verdrietige moeder, moet ik zelf ook even bijkomen. Het beste wat ik kan doen is naar buiten gaan voor een wandeling, me laten afleiden door bloesembomen, eenden met jongen, boterbloemen in het gras.
Aan het eind van de dag, log ik toch nog een keer in. Op mijn hoede open ik het zorgdossier van mijn moeder. Ik lees: ‘Mevrouw heeft buiten enorm genoten van het optreden van de artiest’....
Mohair21 mei. 2020Lees meer...
autobiografie
4,5 met 4 stemmen 231
Toen het H-woord viel, stond ik als eerste met mijn jas aan. Geconcentreerd had ik gezocht in verschillende laatjes. Hebbes, snel stak ik het in mijn zak. Ik sommeerde hem om zijn schoenen aan te trekken. De twaalfjarige had gedraald. ‘Kom op’ motiveerde ik hem. ‘Hier’ sprak ik, duwde het plastic in zijn handen.
Tijdens het wandelen, keek de twaalfjarige monter om zich heen. Ik wees, hij ging door zijn knieën. Mijn toon werd allengs meer bezeten. ‘Kijk, daar!’ En: ‘Voorzichtig, anders houd je niets over’. Had mijn stem bestraffend geklonken? Hij zat op zijn hurken, greep met zijn hand naar de stengel. ‘Doe maar iets lager’, stelde ik voor. Braaf deed hij wat ik vroeg. Wist ik het altijd beter?
Ik had hem gewezen op de eenden met jongen, de blauwe lucht. Wat een rijkdom aan gras en bloemen! De twaalfjarige knikte en knielde, gaf het tasje aan mij. ‘Misschien beter iets verder van de kant af’ adviseerde ik hem, keek met een schuin oog naar de langharige teckel, die met zijn gouden straal het onkruid besproeide. De twaalfjarige luisterde niet, knipte stug door. Straks wachtte sowieso het zeep, handenvol.
Thuisgekomen, dook hij achter zijn laptop en stalde ik trots de vondsten op de tafel uit. ‘Pak je grote Bosatlas’. Nog een advies, nu van die andere. Zuchtend stond de twaalfjarige op. Ondertussen legde ik de kwetsbare plantjes op een velletje keukenpapier, telde de soorten. ‘Het zijn er al elf’. Verwachtingsvol had ik hem aangekeken. Hij keek weer naar zijn scherm....
Mohair15 mei. 2020Lees meer...

Afleiding zoeken

column
4,4 met 5 stemmen 128
Ik kijk naar mijn klimplant, vorig jaar groef ik met veel moeite een diep gat in de grond. Harde, droge klei, niet doorheen te komen. Het was dampig warm die dag, maar het moest, anders zou de clematis niet goed wortelen. De maanden erna zag ik geen enkele ontwikkeling. Ik verheugde me op de rood roze bloemen van ‘Princess Diana’ (stond op het kaartje), mijmerde over een schutting vol met groen en bloemenpracht. Achteraf had ik het van mijlenver kunnen zien aankomen.
April, de maand met de meeste zonuren in jaren, heeft ‘Lady Di’ wakker gekust. Dit stemt me blij, daar moet je het toch van hebben in deze tijd. ‘De dood of de gladiolen’ een gedachte die ik associeer met de Nijmeegse vierdaagse. Die wordt dit jaar vast ook afgelast. Als je ‘m één keer hebt gelopen, denk je er iedere zomer aan. In mijn geval dit jaar precies twintig. (Ik zie mijn moeder voor me, een traan rolde over haar wang, haar gezicht voor de helft in beeld tijdens het face timen, ‘Ik wil dat alles weer normaal is’ had ze gezegd). Veertig kilometer per dag, wandel ik sindsdien niet meer.
Ik loop ommetjes door het park vlak achter ons huis, laat me afleiden door de natuur. Langs bloesembomen, vennetjes met eenden, een enkele reiger, de overweldigend blauwe lucht, de soorten gras, de immense hoeveelheid gipskruid, paardenbloemen, madeliefjes… boterbloemen! Ze staan er mooi bij, mijn favoriet, zal ik….? strek mijn hand uit, kijk op, zie enkele meters voor me een gezette Labrador zijn poot oplichten. Ik recht mijn rug loop door naar de herten. Waar is nummer acht? Er is er een met een prachtig gewei. Ik tuur door het gaas. Daar komt nog een hert aanlopen. Op de plek waar eerst zijn gewei stond zie ik twee stompjes. Het zal toch niet…? Peinzend wandel ik verder.
Een vrouw met trendy jurk en dito laarzen staart naar boven, ik blijf staan op gepaste afstand. Daar, een ooievaar, op de top van de metershoge boom, een tak lager, haar jong. Ademloos kijk ik toe, met mijn hoofd in mijn nek. Val van de ene verrassing in de andere. Waar is mijn mobiel? ...
Mohair 2 mei. 2020Lees meer...

Skypen voor gevorderden

column
4,5 met 13 stemmen 182
Sinds januari dit jaar woont mijn moeder in het verpleeghuis. Zij stond al op de wachtlijst en we trokken aan de bel. De situatie thuis was inmiddels onhoudbaar. Vlak voor de kerst kregen we bericht dat er een kamer voor haar vrij kwam. Een duizelingwekkend grote stap.
Op 15 maart kwam het onheilsbericht dat door besmettingsgevaar het verpleeghuis geen bezoek meer mag ontvangen.
Niet meer naar buiten voor een ommetje, mijn moeder schuifelend naast me, arm in arm. Niet meer een gesprekje onder vier ogen op haar kamer, waar ze even haar verhaal kwijt kan, ik haar een knuffel geef, haar aan het lachen maak tijdens het onderonsje, in een taal, die alleen wij snappen. Niet meer samen koffie drinken in de Brasserie van het tehuis. De brasserie die zo gezellig is, dat je je in een hotel waant, wat troost geeft.
Na het bericht ontvang ik al snel een mail van verzorger Kevin, die vertelt dat ze de tablet hebben klaarstaan om te kunnen beeldbellen. Hij laat ons het e-mailadres van het tehuis weten, vermeldt dat het voor hen ook wennen is, en voor sommige verzorgers zelfs de eerste kennismaking met het fenomeen skypen. ...
Mohair 3 apr. 2020Lees meer...

Voor muziek het hoogste

column
4,8 met 5 stemmen 114
Met een hoop gekreun stap ik uit bed, heb een spier in mijn nek verrekt, niet zo’n beetje ook. Ik draai een sjaaltje om en neem een pijnstiller. ‘Je bent een psychisch wrak’, zegt man met uitgestreken gezicht, zijn toon verraad mededogen. Als ik straks bij het voorsorteren naar links, maar niet over mijn schouder kijk. Ook mijn hoofd achterover, om te gorgelen, is onverdraaglijk. Even later zit ik met de houding van een koningin aan tafel. Naast me rapt zoon, elf, vlekkeloos de woorden van Roddy Ricch:
‘Pour up the whole damn seal, I'ma get lazy
I got the mojo-deals, we been trappin’ like the ‘80’s
She sucked a nigga soul, got the Cash App...
Mohair20 feb. 2020Lees meer...

Een wandelend cliché

column
5,0 met 2 stemmen 118
We staan te wachten in de hal van het tehuis, tot de glazen schuifdeuren beschilderd met een Tweemaster, zich openen. Voorzichtig stappen we naar buiten. Ze loopt beter dan ooit, de ‘sloffen’ die ze draagt vanwege haar ingezwachtelde onderbenen, geven haar ruimte. Ze leunt op mijn arm. Afkeurend kijkt mijn moeder naar beneden. ‘Deze is veel donkerder van kleur’, wijst ze. Rustig schuifelen we voort, langs het sprankelende glas in lood raam van de kerk, en uiteindelijk richting de gracht. De wind waait onze haren alle kanten op. We halen zowaar het Grand Café, vlakbij De Wip. Mijn hart maakt een sprongetje, het voelt als ontsnappen.
We zitten tegenover elkaar, de buitenlucht heeft haar gezicht kleur gegeven. Hoe zou zij het vinden? Mijn moeder kijkt lang in het staafje met melkpoeder. ‘Ik weet het niet, zucht ze, ze blijven allemaal achter’. Ik pak het zakje van haar over, geef een kneepje en de melkpoeder glijdt in de koffie. Ze kijkt opgelucht. ‘Ma, je bent vlak bij de plek waar je ooit hebt gewoond’ ik wijs naar links. ‘Eenenvijftig jaar geleden. Nu woon je weer in het centrum, maar dan aan die kant’ en wijs naar rechts. Ik breng het als een voorrecht. ‘Je woont op kamers’. Mijn moeder lacht verbaasd. ‘Dat heb ik nou altijd’ zegt ze. Als ik afreken, stopt ze de menukaart in haar tas.
Na ons afscheid, wandel ik naar het station. In gedachten zie ik mijn jonge moeder voor me, hoe ze begon met overtrekken van de patronen op het knisperende papier, het uitknippen, het afspelden op de stof, geroutineerd, met een speld in haar mond. Ik loop de steile trap op naar boven, sta op de dijk, vlak voor de Molen. Met ontzag kijk ik omhoog. Rechts zie ik de oude huizen met de verschillende soorten gevels. Daarachter ligt de straat waar ik ben geboren. En weer daarachter ligt de haven. Kantoor Ruitenburg is al jaren verhuisd, mijn vader maakte dit nog net mee. Vorig jaar zaten we met zijn drieën naast elkaar in het pand van de notaris, met uitzicht op de haven. De Furie lag er groots bij. De felle zon weerkaatste op het water, een contrast met de reden van ons bezoek. Ik blijf even staan, kijk nog eens goed om me heen. Het café waar ik graag kwam, zie ik in de verte.
‘Weet je niets originelers, vraag man als ik weer thuis ben, ‘dat schreef Nietzsche al’. Ik voel me betrapt. Natuurlijk, ‘Het Dorp’ van Sonneveld is niet voor niets een klassieker. En toch was het zo, dan maar een wandelend cliché. Ik wist niet dat stenen troost konden bieden....
Mohair16 feb. 2020Lees meer...

Mist

column
5,0 met 6 stemmen 188
Dat je met lood aan je voeten door je huis sloft, kijkt naar je badkamervloer, de berg kleding op de grond in de kinderkamer. De trap, die wel een stofzuigbeurt kan gebruiken, de puinhoop aan toiletspullen in je slaapkamer, het nog te vouwen wasgoed, de mand met nog te wassen goed, ernaast.
Dat je naar beneden loopt, de ontbijtboel ziet staan, de dennennaalden ziet liggen op de keukenvloer, die kennelijk vanuit de tuin, vanochtend naar binnen zijn gewaaid. Net als gisteren, toen je de naalden, opgeveegd met stoffer en blik hoofdschuddend in de prullenbak had laten glijden.
Dat je kijkt naar je tas, met hierin de gekopieerde stapeltjes over de procedure van aanbesteding, het boek, dat je vorig jaar las, weer zal moeten herlezen voor de opfriscursus overmorgen. Dat de computer je herinnert aan nog te betalen rekeningen, beantwoorden van mails en inloggen van het zorgdossier. Dat je hier tegenop ziet (de laatste keer las je dat haar kamer overhoop was gehaald door een verwarde medebewoner. Alle fotolijstjes waren op de grond gesmeten, wc papier vanuit de badkamer over haar bed uitgerold, haar trouwfoto, ruim vijftig jaar intact gebleven, na nog geen week daar, doormidden gescheurd).
Dat je toch maar eerst gaat zitten op de bank, hoort vertellen over de nieuwe haardracht van Jan Smit, je de tv niet uit, maar op stil zet. Dat je de ontbijtbordjes van de tafel haalt, de afwasmachine uitruimt en ook weer inruimt. Jezelf prijst over het tot stand komen van deze activiteiten, luistert naar de reden van de nieuwe haardracht, een ander programma opzoekt, luistert wat de schrijfster vertelt over klassenverschillen in haar land. Je weer op staat, zo elke keer een taakje weet af te vinken, denkend: Ga naar buiten, ga wandelen, nu....
Mohair30 jan. 2020Lees meer...

Het tehuis met goede bedoelingen

column
5,0 met 2 stemmen 129
We stonden net in de kamer, toen de vrouw binnenkwam. Mijn moeder zag haar bank, herkende haar lamp, keek me vragend aan. Mijn broer zette de stoelen om de vertrouwde eettafel. De vrouw stak van wal om ons te berispen op de grote hoeveelheid spullen, dit kon zo niet. Ik voelde mijn hoofd gloeien, zag mijn moeders gezicht. Hadden we voor niets ons best gedaan, om haar voorzichtig voor te bereiden op deze aardverschuiving in haar leven? Ik zag de blik in mijn broers ogen. Deze vrouw hield zich niet aan ons script.
Zullen we dit gesprek een ander moment voeren? vroeg ik haar. Vastberaden draaide broer de tafel om, haalde de poten er een voor een weer uit. Met strakke kaken, tilde hij de tafel de brede deur door, richting lift. Mijn moeder bekeek het tafereel, voelde de spanning en hield zich koest. Zij wist wanneer ze haar mond moest houden. Voor mij was dit typisch een moment om me uit te spreken, fel, met teveel woorden. Ik keek naar mijn moeder en beheerste mezelf.
Koortsachtig, had ik, in haar huis, uit haar kast, in haar koffer, haar kleding gestopt. Haar toiletspulletjes, snel, niet teveel nadenken. De koffer had ik van de kast op zolder vandaan getrokken, met een plofje was hij op de grond terechtgekomen. Stof dwarrelde omhoog. Ik griste een washandje uit haar kast, maakte het nat, veegde over de bovenkant van de koffer. Snel maakte ik hem open, trof een mapje, herkende mijn vaders handschrift. Geen tijd om me te laten raken, ik gooide de koffer op haar bed. De spulletjes uit de koffer, legde ik op het bureau in mijn vaders kamer, naast de schoenendoos met foto’s.
Geconcentreerd trok ik haar shirts en vesten uit de kast. Grijs, rood, roze. Telde onderbroeken, sokken, het voelde alsof ik iets deed wat niet mocht. Ondertussen tilde broer, samen met twee vrienden, de bank, eettafel, stoelen en lamp in de zojuist gehuurde boedelbak achter zijn auto. ...
Mohair22 jan. 2020Lees meer...

Onbereikbaar

column
3,0 met 1 stemmen 101
Ik bel mijn moeder, luister naar de harde, alarmerende toon. Heeft ze nou de stekker uit de telefoon getrokken? Uit pure frustratie bel ik haar nog twee keer. De dwingende beltoon werkt op mijn zenuwen.
Mijn moeder gaat drie keer per week naar de dagbesteding in het plaatselijke verpleeghuis. Ze wordt opgehaald door een taxi-bus die rond negenen haar straat in rijdt. De chauffeur belt aan, wacht geduldig totdat ze de deur op slot heeft gedaan en haar sleutels veilig in haar tas zitten.
Elke ochtend voor ‘het uitje’ bel ik haar kwart voor negen op. Dichterbij kom ik niet. Mijn moeder woont op tweeënhalf uur reizen, ik rijd geen auto. Heeft ze een boterham gegeten? Hoe klinkt ze? Kortom, is ze voorbereid. ‘Veel plezier ma!’ zeg ik haar. Ook als ze twijfelt of ze vandaag opgehaald wordt, zit ze klaar: Ze is nu eenmaal opgegroeid in een tijd van afspraak is afspraak.
Deze ochtend kan ik hier niet achter komen. Ik app mijn broer. Hij belt haar ook. Samen weten we heus wel hoe laat het is. Onzekerheden schieten door mijn hoofd. Ze zal toch niet gevallen zijn? Straks ligt ze nog in bed. Het staat met grote letters op haar kalender aan de keukenmuur. Maar ja, wie zegt dat ze daar op kijkt? Als ze maar niet in paniek raakt....
Mohair13 dec. 2019Lees meer...

Brugklas

column
4,3 met 3 stemmen 452
Zoon stapt met loeizware rugzak op de deur uit, hijst zich op zijn zadel. Het regent. Vorige week vergat hij zijn sleutel. Gelukkig zag zijn vader dit op tijd voordat hij zelf de deur uit ging. Man belde zoon onder schooltijd, fluisterend smeedden ze samen een plan, iets met schuur en zoveelste plankje aan rechtermuur.
Tijdens het eten vertelde hij dat zijn ‘goedgevulde etui’ kwijt was. Passer, geodriehoek, fluorescerende stiften: foetsie. ‘Goedgevulde etui’ is een inside joke. Halverwege de zomervakantie las zoon de boekenlijst voor de brugklas. Samen kruisten we de bestelling aan. Op diezelfde lijst, onder Grote Bosatlas, stond een ‘goed gevulde etui’. Dat klonk zo aantrekkelijk, dat we die ook aanvinkten. Zoon werd er een beetje melig van, wij ook.
Ik zuchtte diep, ‘hoe ga je het oplossen? ‘Ga het morgen wel navragen bij de juf Bio, antwoordde zoon stug. ‘En?’ ‘Vergeten te vragen’. Intussen had ik een passer en fluorescerende stiften aangeschaft. Viste nog een gum en puntenslijper op, ergens uit een laatje.
Zijn rem bleek het ’toch niet zo goed te doen’. Zijn fietsstandaard was al kapot. Ik rolde met mijn ogen. Van wie zou hij het hebben? zei man pesterig. In groep acht, was hij zijn gloednieuwe, kekke jas kwijt. Twee dagen later zijn gymtas. Gymtas kwam een tijd later boven water, de jas hebben we nooit meer terug gezien....
Mohair30 sep. 2019Lees meer...

Dementievriendelijk

column
4,3 met 3 stemmen 418
Mijn moeder belde mijn broer om te vertellen dat haar telefoon het niet deed.
Zaterdag hadden we onze jaarlijkse familiedag. Dit keer was mijn neef aan de beurt voor de organisatie. Het was een zonnige dag in een prachtig stadje, ’s avonds aten we buiten aan een lange tafel op een plek in een bosrijke omgeving aan het water. Mijn moeder woont een uur rijden van het stadje. De week ervoor had ze ons elke dag gebeld. Elke dag legden we haar uit dat het nog niet zover was.
Mijn broer reed naar haar huis. Bleef slapen, nam haar de volgende ochtend mee naar de familie. Mijn moeder wist niet waar ze was, niet met wie, verwarde haar zoon met haar man. Onze vader is ruim zestien jaar geleden overleden.
‘Maak uw gemeente dementievriendelijk’ klinkt het in het land. Zwanger, zag ik overal zwangere vrouwen. Nu mijn moeder Alzheimer heeft, lees ik vaker dan ooit over dementie. Dit keer geen staaltje van ‘selectieve perceptie’ (‘en dan moet je daar een beetje academisch bij kijken’ zegt man spottend), in het hele land en in de media is werkelijk meer aandacht voor deze hersenziekte. ...
Mohair23 sep. 2019Lees meer...

Stil

column
4,7 met 3 stemmen 467
We halen de Veerdienst van half drie nog net. Stormachtig weer is voorspeld, niets van te merken. De boottocht is korter dan ik dacht. De meeuwen vliegen met ons mee. Zoon kijkt gefascineerd naar de vogelkoppen op ooghoogte. Een Duits meisje van zijn leeftijd houdt ze een stuk brood voor. Rap grist de vogel het brood uit haar hand, ze griezelt even van genot.
We rijden van de boot. Op het eiland schijnt de zon dapper door, er staat een briesje. De omgeving oogt glashelder, alsof ik net mijn brillenglazen heb gepoetst. Er ontstaat een kleine file, richting De Cocksdorp, het uiterste plaatsje noord op Texel. Twee hooiwagens voor ons. Lekker langzaam, in een optocht van auto’s, het onthaasten is begonnen. Man krijgt de kriebels, slaat rechtsaf, om toch maar weer terug te keren. De hooiwagens zijn inmiddels verdwenen.
Ons onderkomen is een vrijstaand huisje in de glooiende duinen. Twee konijnen huppelen op het terras. Een zeemeeuw krijst. ‘s Avonds na het eten wandelen we naar het strand. In het heldere licht, dat je alleen op een eiland treft. Het duinlandschap strekt zich uit aan twee kanten. Prachtige (grijs)groene en paarse tinten, af en toe een plukje geel, de lucht erboven gekleurd door een half ondergaande zon, het slingerende schelpenpad, de stilte.
Aan het eind van de kilometers, de weg loopt omhoog, zien we bovenaan in de verte de zee rollen. Onstuimig, met spierwitte schuimkoppen, niet het geelbruin wat ik ook wel ken van de Noordzee in het westen. Hup, erop af. De golven aan onze voeten. Het brede, lege strand. In de verte een boot. Zoon rent energiek heen en terug, met de zee mee. Hij joelt. Het aloude spel. We wandelen terug door de duinen. De opvallende stilte, de schoonheid van het landschap is overweldigend....
Mohair12 sep. 2019Lees meer...

De idioot op de fiets

column
3,0 met 3 stemmen 112
‘Mama, ik kan er makkelijk op fietsen, alleen je zadel staat te hoog’. Ik weet dat hij liefst zou ruilen van fiets. Zoon, elf, heeft een prima fiets. Vorig jaar nieuw gekocht. Ik weet een leuk onderwerp voor aan tafel, zei hij een week geleden. Verwachtingsvol keken we hem aan. Ik wil een nieuwe fiets, sprak hij stellig. Laten we het ‘gazellig’ houden, zei hij nog. We lachten. Hij zag het als een aanmoediging maar zijn ouders waren onverbiddelijk.
We hebben de hele weg tegenwind. Zoon gooit om de paar kilometer, demonstratief zijn fiets in het gras. Hij slaat zijn armen over elkaar, kijkt stuurs en zegt dat hij er nu echt mee stopt. ‘Ik ga terug’. Jij houdt het nog het beste vol, hijg ik, voel aan mijn natte rug. ‘Je wil toch niet verliezen van je moeder?’ ‘Ik kan het wel, maar vind het saai’. Saai? echoot zijn vader, hij gebaart demonstratief om zich heen. Dan stapt zoon toch maar weer op en gaat er als een speer van door. Hij fietst staand. Misschien moet je gewoon blijven zitten, adviseer ik hem later, mijn hoofd gloeit van de inspanning. ‘Blijf jij maar lekker zitten hoor, mama’ zegt hij spottend. Na een aantal kilometers, houdt hij het weer voor gezien. Weer smijt hij zijn fiets in de berm. Ik wijs naar het bordje De Koog, ‘krijg je daar een ijsje’.
Terug racet zoon keihard weg. Straks lekker voetballen of naar het springkussen, daar is hij tenminste onder gelijkgestemden. Hij rijdt een heel stuk voor ons uit. Ik vraag me af of hij rechtdoor is gefietst of toch dezelfde weg, net als wij. Vertwijfeld kijk ik man aan. ‘Wat wou je er aan doen?’ Ik denk aan de brugklas waar hij over twee weken in zit en laat het los. We fietsen de laatste kilometers op het heuvelachtige pad van de Slufter naar het huisje, met wind mee. De tegenliggers werken hard, sommige kijken alsof ze moeten poepen of in snikken willen uitbarsten. Meestal pubers. Anderen hebben hun fietslamp aan staan. Wat zijn dat voor idioten? vraag ik me af.
’s Avonds fietsen we naar De Cocksdorp. Ze hebben er wel zevenenvijftig pizza’s zegt man opgetogen. We komen aan. Gesloten. Dan maar een ander restaurant. ‘Pangkoekehuus’. ‘Grappig, zegt zoon, ‘hier wil ik naar binnen’. ...
Mohair 5 sep. 2019Lees meer...

Ouders snappen niks

column
4,0 met 2 stemmen 310
Met dikke slaapogen komt zoon, elf, uit bed. Het eerste wat hij doet is zijn koptelefoon opzetten en een YouTube filmpje aanklikken. Maarten, zegt zijn vader, met lichte ergernis, wat heeft die gast voor interessants te vertellen, joh? ‘Nou, meer dan jij, kan ik je zeggen’ antwoordt zoon, zijn stem klinkt schor van de slaap. Man kijkt geamuseerd.
Als de vloggers op YouTube te horen zijn, luister ik soms mee, verbijster me over de snelheid, de eigengeilerij, de eindeloze zinnen zonder punten of komma’s. Het doet me in de verte denken aan Theo Koomen, de sportverslaggever uit de vorige eeuw, ook zo’n spraakwaterval, hoewel laaiend enthousiast. Nogal flauw en voorspelbaar, mijn reactie. Ik val in mijn eigen generatiekloof, maar ik vind het niks, dat oeverloze gelul. Zoon kan er uren naar luisteren, als we hem niet stoppen. ‘Zo, ga nu maar eens iets anders doen. Afwisseling, weet je nog…?’
Hoe irritant moet het voor hem zijn, onze afkeurende blikken, onze zuchten van moedeloosheid over zoveel stompzinnigs. Zijn vader, die zelf regelmatig achter zijn laptop zit, om de krant en Wikipedia te spellen. Zijn moeder die achter de computer wil omdat ze zo nodig een stukje moet schrijven of de buienradar checkt voordat ze de deur uitgaat. Oneerlijk, vindt zoon. Geen wonder dat hij zijn heil zoekt bij zijn You Tube-helden. Zijn ouders zijn arrogant, tien keer erger dan Youtubers. Ze snappen niks, lees ik op zijn gezicht. Snel zet hij zijn koptelefoon weer op.
Vroeger las ik een boek om aan mijn ouders te ontsnappen. Ik heb een rusteloze geest maar als ik lees ben ik gefocust. Doe je dat expres, of hoor je me echt niet? Vroeg mijn vader me getergd. Hè wat? reageerde ik. Onuitstaanbaar. Feitelijk is er niks veranderd. Ik lees nog steeds om te ontsnappen. (Ontspannen noemt men dit ook wel). Alleen mag ik van mezelf niet zomaar op de dag lezen. ’s Avonds, of overdag in de tram op weg naar mijn werk, of tijdens het ‘kookwachten’. Dat laatste niet zonder risico. ...
Mohair15 jul. 2019Lees meer...

De sfeer aan het meer

column
4,0 met 1 stemmen 389
Aan een tafeltje in de buurt, zitten twee jongens met hun moeder. De moeder zit met haar rug naar ons toe. Ze kijkt, net als wij, naar het meer. Zoon bestelt een puntzak met friet. ‘Lekker met een salade erbij?’ sporen we hem aan. 'Nee, maar ik neem chocomel en misschien nog een ijsje’ stelt hij ons gerust. De jongens kijken naar elkaar en naar zoon. De oudste van de twee, valt om met zijn stoel. Zoon krijgt de slappe lach en het broertje ook. Door oogcontact en samen giebelen, maakt hij zijn eerste vrienden. Hij knijpt even in mijn neus, lacht naar de broertjes alsof hij zichzelf hiermee presenteert: Kijk, dit durf ik gewoon te doen, bij mijn moeder, tijdens het eten. Zoon lacht besmuikt met zijn hand voor zijn mond, terwijl hij langs me heen de blik zoekt van de twee. De Brandbier maakt me mild.
‘Nunspeet’ zegt hij met Duitse tongval. Even daarvoor op het terrein van het park, had een Duitser ons aangesproken, omdat hij zijn speedboot aan de kant van de weg had geparkeerd. We konden er nauwelijks langs. De Duitser tilde ter plekke een kolossale sierkei op, legde hem een meter opzij. Als een superheld maakte hij de weg voor ons vrij.
Peinzend kijk ik naar de surfers, zij floreren bij dit weer. Stephan van den Berg, zo heette die kampioen windsurfer uit de jaren tachtig. We waren twaalf, mijn vriendinnetje Anita was idolaat van hem. Zijn haar zat altijd goed. Ooit heb ik een tijd op de surfplank van mijn broer geoefend. Dit was me niet meegevallen. Toen ik eenmaal bleef staan, was de dag bijna om.
De volgende ochtend pakt hij de kano die links op het terras van ons huisje ligt, sleept hem achter zich aan richting het meer. De zon schijnt voorzichtig, het waait nauwelijks, de glanzend gele kano kleurt veelbelovend tegen de achtergrond van het lichtblauwe water. Man loopt langs de kustlijn, gaat de bocht om richting de steiger waar de motorbootjes liggen. Als een log huisdier schuift de kano met hem mee. Zoon springt op het natte zand heen en weer. Vanaf de steiger laat man de kano behoedzaam in het water glijden. Langzaam laat hij zichzelf in de kano zakken. Krachtig peddelt hij de baai uit steeds verder het meer op. Het is een machtig gezicht. Er is nauwelijks een bootje of surfer te bekennen. Al snel zwaaien zoon en ik naar een kleine gele streep in de verte....
Mohair 4 jul. 2019Lees meer...

Hier kan geen tablet tegenop

column
5,0 met 4 stemmen 182
Ik loop het water in. Er zwemt verder niemand. Het is koud, ik denk aan de Noordzee, Hoek van Holland, het strand. Voel ogen in mijn rug branden, dus ik zet door, neem een halfslachtige duik en ga kopje onder. Mijn hart bonkt. Als een bezetene zwem ik heen en weer. Als ik even ga staan, zak ik weg in modderige drab. Dit doet me denken aan De Brielse Maas, waarin ik vroeger zwom met mijn broer en vader. Twee fijne jeugdherinneringen dringen zich zomaar aan me op.
Eindelijk ben ik er doorheen. Zoon waagt het om te zwemmen. Hij hijgt, kijkt verschrikt. Ik pak zijn hand, hij klampt zich aan me vast. Even gaan we samen kopje onder. Als ik boven kom roep ik dat hij niet op mijn hoofd moet hangen, want dan zinken we samen. We lachen hard van de zenuwen. Je kunt hier staan hoor, wijs ik hem. Snel rent hij het water uit.
Ik zwem door, geniet van het uitzicht. Wandelaars, gekleed in lange broek en jas, kijken even opzij naar de aansteller in het water, met haar streepjesbikini. Ik voel de waterplanten om mijn kuiten kriebelen. Op een paar meter afstand zwemt een zwaan met jongen. In de verte zie ik een surfer. Hij glijdt snoeihard door het water, trekt een streep over het meer. Links liggen langs een reepje land, een stuk of acht kleine motorboten met fris getinte dekzeilen naast elkaar, als een stel kleuters op een rijtje, met gekleurde jassen aan.
Zoon heeft zich begraven in het zand, spoelt zichzelf dapper af in het meer. We wikkelen ons in grote badhanddoeken, binnen vijf stappen staan we bij het huisje. Enkele minuten later zitten we aangekleed op het terras, te genieten van de zon, die zich af en toe laat zien....
Mohair 9 jun. 2019Lees meer...

Fietsbanden

column
4,0 met 2 stemmen 175
U heeft besteld? vraagt de man met het jasje van TNT, niet helemaal accentloos. ‘Ah, de fietsbanden’ zeg ik vlot. Die zouden vandaag immers worden bezorgd. Mooi, nog net voordat zoon en ik vertrekken richting tandarts. ‘Een moment, ik ga het pak even uit de wagen halen’.
Enkele minuten later verschijnt hij samen met een andere man. Tussen hen in een reuze pak: twee kartonnen rechthoeken aan elkaar gebonden. Ze zetten het neer halverwege ons tuinpad. ‘Zitten hier fietsbanden in?’ reageer ik verbaasd. ‘No, Oto’ spreekt de man zangerig. ‘Is Oto’.
‘Auto….? Nee, ik heb niets voor een auto besteld’. Mijn stem schiet de hoogte in, mijn hersens draaien op volle toeren. Wat niet veel uithaalt trouwens, de laatste tijd. ‘Is uw naam M. Louis, wijst de man. ‘Jawel, maar ik heb fietsbanden besteld. Luister, dit is een vergissing’. Ik kijk de beide mannen aan, word ik er ingeluisd? ‘Is this you adres, madam?’ zegt de tweede man. ‘Ik heb niets besteld zo groot!’ roep ik inmiddels uit.
I’m sorry, can you talk English please?’‘Listen, I’m expecting fietsbanden stotter ik, those rubber round black…ik gebaar met beide armen een groot cirkel. ‘For a bike. Nothing for a car. I don’t even have a license!’ De twee mannen blijven rustig voor me staan met hun geduldige Mediterrane koppen. Ik kijk ze wantrouwend aan....
Mohair31 mei. 2019Lees meer...

De kennismaking

column
4,0 met 1 stemmen 452
Hugo, de man rechts van haar, sloeg een paar keer dreigend op de tafel met het racket gemaakt van schuimrubber. ‘Zo gaan we hier met elkaar om’ zei hij. Zijn iets geaffecteerde stem verraadde ironie. Zou zij dit ook horen? De mannen aan de overkant, lachten verlegen. De linker, zou een broer van haar kunnen zijn. De kleine witgrijs-harige vrouw tegenover me, keek zoals mijn oma keek: met kalme, lichtblauwe ogen. Die middag vergezelden we onze moeder bij haar eerste kennismaking in de groep op de dagbesteding van het plaatselijke verpleeghuis.
Mijn moeder lachte, keek schuchter rond maar reageerde als een bijdehand meisje. Ze pakte het racket, zei: ‘ik had zeven broers, ik ben wel wat gewend hoor.’ Goed zo ma, dacht ik. Mijn broer en ik zaten naast elkaar. Hij keek geamuseerd. Ik keek de groep rond, knikte bemoedigend. Dit schijn ik vaker te doen. Joost mag weten waarom. De begeleidster Henny kwam met een gele ballon. We schoven de kopjes aan de kant, pakten elk een racket en mepten vrolijk mee.
Mijn moeder had een ferme slag, kreeg rode wangen. Ooit won ze een beker met jeu de boules, op een evenement in de wijk waar ze woont, ze was toen zestig. Laconiek had ze de winst geïncasseerd, alsof het niet helemaal over haar ging.
Henny pakte een bal van licht materiaal. Ze hield de bal tussen beide wijsvingers. ‘Geef de bal door en noem de naam van een bloem.’ Hugo concentreerde zich met strakke blik op de bal, pakte hem aan met zijn duim en wijsvinger, zijn handen trilden. ‘Andere wijsvinger, Hugo’. Het bleef lang stil.‘Cactus’ articuleerde hij voortreffelijk, ik had nu al een zwak voor hem, was geraakt door zijn sterke persoonlijkheid waar voorzichtig de ziekte om de hoek kwam kijken. ...
Mohair18 mei. 2019Lees meer...

Zoeken

column
5,0 met 2 stemmen 161
Brief kwijt. Uur gezocht. Overal liggen nu stapeltjes post, weekbladen en reclamefolders die allang weg kunnen. ‘Is dit het soms?’ Ze houdt een oude bijlage van het AD omhoog. ‘Ma, we zoeken naar een envelop’. Mijn stem schiet omhoog. Ik adem in en uit, rustig blijven. Haar kwetsbare blik, mijn bijtende toon. Die kant wil ik niet op. Hoe ziet de envelop er dan uit, vraagt ze vertwijfeld voor de vierde keer. Ik zucht diep. ‘En dan, waarom is die envelop zo belangrijk?’ Ik kijk haar aan, voel me plotseling radeloos, alle energie trekt uit me weg. Ik weet dat zij deze vraag voor het eerst stelt..
‘Ma, luister, we gaan stoppen met zoeken. We leggen de stapels terug. Ik weet een andere oplossing. Je kunt er niets aan doen, ik ben ook weleens wat kwijt’. Ik vertel haar over haar kleinzoon, die als grap het toilettasje van zijn moeder had verstopt in een la onder het bed. Pas na drie kwartier intensief zoeken, begon het me te dagen. Ik loop regelmatig kort een rondje door het huis voordat ik het gezochte vind, maar dit was wel heel merkwaardig. ‘Maarten, vroeg ik uiteindelijk, heb jij soms….? Zijn grijns van oor tot oor.
‘Vroeger hielp je me altijd, weet je nog? je was een meester in zoeken’. Toe maar, mooi compliment, slechte timing.
‘Daarom wil ik nu niet stoppen met zoeken’. Ze staat weer op. ‘Ik kan het niet uitstaan.’...
Mohair 4 mei. 2019Lees meer...