Rustig aan, mensen
Een glimmende sticker op de binnenkant van de locker schreeuwt me in koeienletters toe: “Wat zit je haar goed!!” In de kleedkamer liep ik zojuist langs de spiegel en dacht precies het tegenovergestelde.
Ik check verbaasd een andere: “Hee, ben je daar nu alweer? Goed bezig!!” En nog een: “Chop chop, de gewichten wachten op je!!” Vast goed bedoeld, maar rustig aan, mensen. Straks maak ik rechtsomkeert. Niet iedereen kan ertegen om zo enthousiast te worden toegesproken.
In en om de sportschool zijn ze al een tijdje aan het verbouwen. Hijskranen, slingerende haken, mannen met gekleurde helmen. Deze keer is het geluid van een boor zo oorverdovend dat ik overweeg weg te gaan. Had ik nou mijn oortjes maar bij me. Jonge mensen, stoïcijns met een koptelefoon op, hebben mazzel. Schuin tegenover me doet een vrouw met een pijnlijke grimas haar handen over haar oren.
Voor het raam zweeft een plateau met twee jongemannen. Tijdens het bewegen van de hijskraan ver beneden hen, hortend en stotend, kukelt de jongste bijna naar beneden. Ik schat hem iets ouder dan mijn zoon van zeventien. De andere man houdt zijn hand om een stang tegen het vallen en gebaart naar zijn maat om hetzelfde te doen. De jongen probeert zich een houding te geven, zichtbaar voor alle sporters. Ik kijk toe terwijl ik mijn bovenbeenspieren train. Sinds ik moeder ben, zie ik al een tijdje overal wat er mis kan gaan. Is er dan nergens rust?
Op weg hierheen, op de fiets door het park: jongens op een fatbike, onafgebroken op hun telefoon kijkend. Scholieren, hard lachend, fietsen met z’n drieën naast elkaar. Een opgevoerde brommer vlak achter me, een knallende uitlaat. Als ik me omdraai, zie ik dat hij een wheelie maakt. Razend trap ik harder.
Vlak voor een T-splitsing komt een man met een kleuter me tegemoet, achter hem twee zestigers op een e-bike. Ik wil linksaf, maar een fietser steekt zijn hand niet uit. Ik schiet de berm in om iedereen voor te laten gaan.
“Dat is niet slim”, snerpt de stem van een vrouw op haar e-bike in mijn oor. Had ik doorgereden, was ze bovenop me geknald.
Peinzend neem ik plaats op het volgende apparaat. De twee mannen staan nu samen de jonge man vlak voor hen op de loopband demonstratief uit te lachen, als de dikke en de dunne. Het drama verandert in een blijspel. Hun olijke hoofden met de rode helmen, gekke bekken trekkend voor het raam.
Op de terugweg fiets ik bedaard door het park. Vlak bij huis zie ik hoog boven me twee prachtige ooievaars in een nest. De blauwe lucht op de achtergrond. Ik kijk zo intens dat ik net op tijd bijstuur. Tegenliggers kijken me verwijtend aan.
Zie ook: https//:www.mohairschrijft.nl
Schrijver: Mohair
9 maart 2026
Geplaatst in de categorie: actualiteit

Geef je reactie op deze inzending: