De sprong van het laatste eendje
Op de Oranjebrug in Vreeswijk geef ik een auto een stopteken. Moeder eend met haar kinderen steekt over. Het zijn er negen, piepklein. Aan de overkant springt ze vanaf de brug, ruim drie meter, het water in.
Samen met twee wandelaars houd ik mijn pas in. We kijken toe hoe de kleintjes gejaagd door elkaar lopen. Moeder zwemt onverstoorbaar door. Het water glinstert ver beneden hen. Uiteindelijk wagen ze, eendje voor eendje, de sprong. Het laatste eendje blijft heen en weer dribbelen. De spanning loopt op. Dan waagt ook hij de sprong. Bijna had ik geapplaudisseerd.
Ik loop door en nader de Lekdijk. In de verte lichten stroken koolzaad op langs de rivier. Het veerpontje laveert als altijd tussen de twee oevers. Het huisje op de veerboot is bijna even geel als het koolzaad.
Het waait flink. Vanaf de Lekbrug bij Vianen klinkt het verkeer.
Bijna thuis stopt naast me een oude man, nog op zijn fiets. Hijgend zet hij zijn been op de stoeprand.
“Mag ik jou wat vragen? Weet jij waar die tegenwind goed voor is?”
Zijn bezwete gezicht glimt; hij mist twee tanden.
“Laat maar, je raadt het nooit.”
Zich verkneukelend, roept hij: “Dan waait de wind weg! Haha.”
Hij stapt weer op en zwaait naar me. Verbaasd zwaai ik terug. Twee wandelstokken steken uit zijn fietstas.
30 april 2026
Geplaatst in de categorie: actualiteit

Geef je reactie op deze inzending: