start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (152)
adel (5)
afscheid (142)
algemeen (71)
bedankt (45)
biologie (3)
dieren (101)
discriminatie (47)
drank (14)
economie (22)
eenzaamheid (153)
emoties (226)
erotiek (8)
ex-liefde (35)
familie (79)
feest (28)
film (21)
filosofie (68)
fotografie (7)
geboorte (9)
geld (31)
geschiedenis (8)
geweld (29)
haiku (11)
heelal (7)
hobby (21)
humor (282)
huwelijk (10)
idool (35)
individu (130)
internet (28)
jaargetijden (33)
kerstmis (36)
kinderen (80)
koningshuis (24)
kunst (39)
landschap (7)
lichaam (50)
liefde (203)
literatuur (70)
maatschappij (167)
mannen (18)
milieu (9)
misdaad (52)
moederdag (5)
moraal (64)
muziek (135)
natuur (104)
oorlog (43)
ouderen (58)
ouders (18)
overig (32)
overlijden (51)
partner (4)
pesten (10)
planten (13)
poesiealbum (1)
politiek (86)
psychologie (117)
rampen (24)
reizen (28)
religie (94)
schilderkunst (25)
school (24)
sinterklaas (3)
sms (1)
songtekst (1)
spijt (28)
sport (52)
sterkte (6)
taal (39)
tijd (45)
toneel (6)
vakantie (27)
valentijn (1)
verdriet (97)
verhuizen (3)
verjaardag (13)
verkeer (18)
voedsel (23)
vriendschap (81)
vrijheid (46)
vrouwen (38)
welzijn (69)
wereld (43)
werk (78)
wetenschap (15)
woede (73)
woonoord (65)
ziekte (138)

tabblad: hartenkreten

< vorige | alles | volgende >

hartenkreet (nr. 4413):

Déjà Vu

Uit de vele zegswijzen die de mooie Nederlandse taal rijk is kies ik er gemakshalve één, die op dit moment spontaan in mij opkomt: “Als de nood het hoogst is . . . “.

Ik geef het onmiddellijk toe, dat ik me toen niet eens wist te herinneren wat ik twee dagen eerder als hoofdgerecht had gegeten, maar wél wist ik dat een geluid, een sfeer of een geur onmiddellijk herinneringen in mij konden doen ontwaken van iets wat tientallen jaren geleden had plaatsgehad. Dit gebeurde dan ook vrij recent terwijl ik, wachtend op mijn echtgenote, aan de overkant van de straat de achterdeur van een grote vrachtwagen zag opengaan. Geholpen door een fikse windvlaag klapte deze met een enorme kracht tegen de ernaast staande bijrijder. Er ontstond, door schrik en pijn, meteen een flinke woordenwisseling tussen hem en de chauffeur. Een attente en kalme passant wist een escalatie te voorkomen door met een korte inspectie en een praatje de twist te sussen.

[Vanaf hier ga ik verder in de tegenwoordige tijd met de illusie dat de lezer dan empathisch dichterbij is].

- Ik ben weer 16 jaar oud en leerling in de hoogste klas, 6a, op de middelbare school in mijn geboorteplaats. Onze rector is een in Bohemen geboren vijftigplusser. Met zijn spichtig postuur is hij slechts 1,65 lang. Hij heeft altijd een norse blik vanuit zijn magere, gerimpeld gelaat; wij noemen hem “Het Spook”. Iedere scholier weet dat hij, als politiek vluchteling, mentaal is beschadigd en soms onvoorspelbare woede-uitbarstingen heeft, abnormaal hysterisch tierend met een in onze oren vreemd klinkend dialect en een hard rollende letter ‘R’. Vandaag ben ik zijn prooi, al weet ik het nog niet. Nadat de derde bel na de pauze heeft gerinkeld behoor ook ik weer in de klas te zijn. Helaas ben ik te laat en zet in de lange, al lege gang, met mijn 1,81 meter lengte een supersprint in die even later abrupt zal eindigen.

Na ongeveer 20 meter ontwaar ik links van dichtbij onze boomlange docent biologie (2,02 meter), door ons ‘Flower’ genoemd, en ik verleg mijn koers naar de rechterkant. Plotseling opent zich vlak voor mij de deur van de lerarenkamer. Het Spook blokkeert mijn looprichting. Ondanks een poging tot een noodstop knal ik op het figuurtje. We ketsen tegen de muur en tijdens de val maken wij beiden een halve draai, waarbij ik op mijn rug terechtkom, met de rector versuft dwars over mij heen liggend. De biologiedocent tilt hem als een veertje weer omhoog terwijl ik beduusd opsta. Er gaat een rilling door het magere geraamte en na een flinke teug lucht galmt zijn overslaande tenor/falsetstem door de lange gang: “D.. du brutales Mistvieh, Droschkengaul, Halunke, Qualle, Schw . . .pfff” (jij brutaal mestvee, karrenpaard, vlegel, kwal, zw…)! Met één forse ruk trekt hij vanaf mijn strot drie knopen van mijn overhemd.

‘Flower’ grijpt in en neemt het initiatief door met zijn diepe basstem geruststellend te zeggen: “Rustig, rustig, meneer Allekotte; er is, met uitzondering van de botsing, niets ernstigs gebeurd, behalve dat u het overhemd van deze scholier een beetje te krachtig heeft ‘rechtgetrokken’. De door u gezegde woorden hebben hij en ik niet verstaan en het is logisch, dat u beiden erg geschrokken bent. Als u het goed vindt loop ik verder; u lost het probleempje wel op, niet waar?” – Ik stamel meteen mijn verontschuldiging en trek een berouwvol gezicht. Het Spook lijkt een ommezwaai van 180 graden te hebben ondergaan. “Hoewel ik je disciplinair zal moeten straffen omdat je te laat in jouw klas bent, ben ik bereid de schade aan het overhemd te vergoeden. Schulz uit 6a was het toch? We spreken elkaar nog, de straf vergeten we maar, goed? Nu echter, belhamel, als de gesmeerde bliksem . . .” - “Dank u mijnheer” stamel ik verbluft. -

Vanaf dat moment kreeg Het Spook voor mij een meer menselijke uitstraling en waren zijn hersenen misschien het meest zware deel van de, zo werd beweerd, slechts 59 kg wegende persoon.

Zoals al gememoreerd: “Als de nood het hoogst is, is redding nabij.” Wanneer ik de inleidende observatie niet had gedaan was deze Hartenkreet vast niet ontstaan.

Illustratie: . . . Ondanks sprint toch te laat . . .

Schrijver: Günter Schulz, 13-05-2019


agschulzatziggo.nl


Geplaatst in de categorie: school

Deze inzending is 160 keer bekeken

3/5 sterren met 4 stemmen.



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)