voeg je column toe

Columns over actualiteit

Laatst toegevoegde column (nr. 713):

Schoon beginnen

Ik werd overvallen door iets wat ik niet zag aankomen. Wat precies hetzelfde is als iets onverwachts dat je plotseling overkomt. Er hing geen wc-blok met roze en blauwe kleuren die als ecoline op het witte porselein spoten, zoals op de andere wc. Toch zag ik een felle kleur in de pot.

Interessant hoe de schrik in je lichaam springt en je hersenen het met alle kracht ontkennen. Ik ging meteen wandelen. Ja, waarom ik niet, dacht ik en zag mijn vader voor me.

De volgende ochtend zat ik bij de huisarts. Ze verwees me door.

Een paar dagen later ontving ik de mail. Ik zag het in de gym en maakte mijn rondje af. Met kloppend hart opende ik mijn dossier: ingreep over vijf weken. Vast een goed teken. Nu kon ik het parkeren.

Nog drie weken. Bij de apotheek kreeg ik een zak in mijn handen geduwd. “Goed lezen, de voorbereiding begint al eerder.”
Ik verstopte de zak ongelezen achterin een kast.

Wit brood, witte rijst, enkele tot snot gekookte groenten. Heldere dranken. Ik las de voorschriften net op tijd. Man en zoon bestelden handenwrijvend bij de Mac.

De dag voor de ingreep. “De eerste slok gaat nog,” was me verteld. Dit zou wel het laatste zijn waar ik tegenop zag. Kom op zeg.

Het zag eruit als behangerslijm. Mangosmaak verstopt in een goedje dat proefde alsof je een fles Dreft naar binnen goot. Bij de tweede zak dacht ik aan ontstopper of iets waar je je verfkwasten mee schoonmaakt. De bananensmaak was als een vlag op een modderschuit.

Het ontroerde me hoe mensen hierover hadden nagedacht. De laatste slokken nam ik te snel. Ik rilde van walging. Mijn zoon grijnsde naar me.

Ik dacht aan Patty Brard en waande mezelf in een resort in Thailand. Was dat niet ooit een tv-programma? Ik dacht zelfs aan Wim Hof en aan een fontein, al was dit maar even.
Daar ging ik weer. Ondertussen maande ik man en zoon te overleggen over hun wc-bezoek. Na een turbulente nacht en ochtend viel de stilte in. Mijn hoofd was leeg. Je darmen en hersenen zouden met elkaar verbonden zijn. Zou dat ermee te maken hebben?

“Komt u maar.” Met geroutineerde vriendelijkheid ging de verpleegkundige me voor.
Daar lag ik op een bed met een lakentje over mijn heupen. Ze schoof het gordijn opzij en bracht een infuus aan op mijn hand. Aan de andere kant lag een man in dezelfde houding.

Lachend kwamen er twee verpleegkundigen de kamer op en reden een bed met iemand die nog onder zeil was de hoek in. Een man met een stok kwam binnenlopen, zilverwitte haren, gekleed in pak. Het gaf hem iets statigs. Een vrouw met een prethoofd achter hem.

“Bovenkleding aanlaten, broek en onderbroek uit, in bed gaan liggen met het laken over u heen,” commandeerde de verpleegkundige.
De man keek ontredderd om zich heen en toen naar mij.
“Het gordijn kan dicht, opa,” zei de vrouw en voegde de daad bij het woord.

Nog geen twee minuten later kwam de verpleegkundige terug.
“Ligt u al?” vroeg ze.
“Mijn opa is 95,” sprak de vrouw. “Dus hij heeft iets meer tijd nodig.”

Voor ik het wist zoefde ik zelf over de lange gangen.

Verdwaasd knikte ik even later bij het positieve bericht. Alles zag er goed uit. Er was een poliep verwijderd.

’s Avonds zat ik thuis op de bank naar een oude aflevering van Friends te kijken, mijn hoofd nog niet op oude scherpte. Ik pakte een zak kroepoek en at hem leeg. Getver. Dat doe ik anders nooit. Ik keek op mijn telefoon en las een appje: “Wel lekker alles doorgespoeld, kun je schoon beginnen.”


Zie ook: https://www.mohairschrijft.nl

Schrijver: Mohair
26 september 2026


Geplaatst in de categorie: actualiteit

3.8 met 5 stemmen aantal keer bekeken 172

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: