Inloggen
voeg je column toe

Columns

REKBARE TOLERANTIE

Ze liep met haar hondje eens een ander rondje, de vrouw van middelbare leeftijd. Dat je soms beter niet van je pad af kunt wijken, zou haar al snel duidelijk worden. Een jongen van een jaar of tien met een stalen pijp in zijn hand zat een jongetje achterna van hooguit vijf jaar. Het was drie tegen een, want er waren ook twee grotere meisjes bij.
‘Ik maak je dood.’ Vervaarlijk zwaaide hij met de buis rakelings langs het gezicht van de kleinste. Ze bleef even staan. Ze bleef net zolang staan tot het drietal haar in het vizier kreeg en ophield met dreigen. Ze glimlachte in zichzelf en na enige tijd draaide ze zich om en liep verder. Ze had al eerder ervaren dat je er donder op kon zeggen dat alles dan weer van vooraf aan begon, dus stopte ze na een tiental meters weer en keek om en inderdaad, de ongelijke strijd was hervat. Ze begreep opeens dat hier meer nodig was dan een streng kijkende mevrouw en liep op de grootste af, sprak hem toe en nam hem zijn wapen af.
‘Hij schold me uit voor homo.’
Het raakte haar, omdat ze zelf een kind had dat niet hetero was. Ze had in de oudste jongen het kind van bewoners uit de flat tegenover haar eengezinswoning herkend. Ze nam hem de stang af en ging op huis aan en zag de moeder van het joch staan. Die gooide net een peuk op straat die ze met haar rechtervoorvoet uitmaakte.
De oudere vrouw liep op haar af en zei wat ze gezien had en raadde tegelijkertijd aan het kind een waterpistool te geven. Daar had ze het al eerder om horen vragen. Het was immers een zomerse dag, met tropische temperaturen? De jonge, moeder hoorde haar witjes aan, maar pakte de pijp niet over en liet weten dat zoonlief al wel een waterkanon had, maar dat ze wel bezig kon blijven dat met water te vullen.
De vrouw zette het geval, dat veel weg had van een metalen loopkruk, in haar schuur en ging samen met haar viervoeter naar binnen. Daar startte ze een innerlijke monoloog over tolerantie en de rekbaarheid van grenzen. Er werd aangebeld.
Ze stuurde de blaffende hond terug naar de huiskamer, deed de tussendeur dicht en opende de voordeur van de ruime hal, waarin een groot glas-in-lood kerkraam stond, met links ervan een Christuskop en rechts een Mariabuste. De jonge vader stond met zijn zoon op de stoep en stelde furieus dat zij zich niet met zijn leven diende te bemoeien! Het kind was gewoon aan het spelen geweest en hijzelf had heus wel gezien hoe zij met haar buurvrouw over hem had gesproken enkele dagen tevoren.
Ja, dat hadden ze. Ze waren allebei de decibellen uit de vele auto’s die de jonge man op de gemeenschappelijke parkeerplaats, als een volleerd monteur repareerde, behoorlijk zat. Dat gold ook voor het aantal scooters en brommers waaraan iets mankeerde. Dat de jonge kinderen soms tot wel elf uur ‘s avonds buiten liepen, vonden ze ook minder geslaagd. Ze werd giftig. Dat heb je met mensen met een elastieken, dus rekbaar geduld.
‘Ik hoop dat je snel gaat verhuizen,’ riep ze hem bits na voordat ze de deur sloot.
Zodra ze het eruit had gefloept, had ze al spijt. Ze was in wezen een type voor harmonie en voor het
‘leven en laten leven’. Het zat haar allemaal niet lekker en dus besloot ze na een minuut of tien naar buiten te gaan om haar spijt te betuigen. De collectieve angst een mes tussen haar ribben te krijgen, speelde haar even flink parten, maar het vertrouwen in een goede afloop won.
De jonge vader zat met gebogen schouders wat moedeloos op de stoep. Een vriend leek hem op te willen beuren. Ze klopte de jonge man op zijn schouder en zei dat ze zich niet meer zou bemoeien met zijn zaken. Ze had het kind tot nog toe altijd alleen gedag gezegd, wat het goddank ook beaamde. Opgelucht verliet ze de plek. Wie weet was de betbetovergrootvader van de jonge man nog slaaf geweest en speelde de vernedering de genen van zijn nageslacht nog parten. De jonge vader had zich duidelijk gegeneerd naar zijn vrienden toe had hij laten weten, door hun veelzeggende blikken en gebaren een paar dagen terug. Ze zuchtte diep en durfde voorlopig niet over de overlast en het lawaai te beginnen. Ze troostte zich met het gegeven dat er zonder lawaai, ook geen stilte zou bestaan en dat op drukte altijd rust volgde. Wel was ze zielsgelukkig dat ze zelf geen kinderen meer hoefde op te laten groeien in een buurt als waarin zij nu woonde, in ‘een tijd als deze’, met zoveel verschillende culturen op een kluitje. Ooit zou haar droom uitkomen en zou ze naar het platteland gaan of naar een 55+ appartement aan zee, of in elk geval bijkomen van het leven aan grazige weiden, ver achter de sterren. Ze realiseerde zich plotseling dat de jonge man haar eigenlijk nooit groette.

Schrijver: Anneke Haasnoot, 31 jul. 2012


Geplaatst in de categorie: actualiteit

3,0 met 2 stemmen 122



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)