Inloggen
voeg je column toe

Columns

Tommie Beer en de Poppenkoning

‘Poppenkoning! POPPENKONING! Help ons! Alstublieft! Uwe hoogstheid moet iets doen!’ Met zijn tong op zijn schoenen komt Tommie Beer * het paleis van de koning van Popland binnenrennen. Hij gooit zijn slurfplank in een hoek van de troonzaal. ‘Het is verschrikkelijk! Het gaat helemaal mis in Benedenland!’ Geschrokken veert de koning op van zijn troon en neemt zijn spiegelende zonnebril af. Hij ziet er nogal bleekjes uit. Wat nu weer, vraagt hij zich af. Het is druk vandaag: vanochtend het zeilmeisje, vanmiddag het ballonjongetje en nu op de late avond een surfbeertje? De ijdele koning is gekleed in een onberispelijk zwart glitterpak met glanzend zwarte schoenen en smetteloos witte sokken. Zijn zorgvuldig geborstelde, zwarte haren worden bedekt met een roodomrande, zwarte hoed. ‘Oow!’, roept de koning met een hoog stemmetje. ‘Dat klinkt nogal “Bad!”, mijn jongen! Maar bedaar toch liever wat. Kom eens bij me op schoot zitten en vertel dan rustig wat er allemaal aan de hand is in Benedenland.’

Tommie wordt plotseling een beetje verlegen en schuifelt aarzelend naar voren. Nog geen uur geleden besloot hij ten einde raad dan maar op zoek te gaan naar Popland. Er deden indrukwekkende verhalen de ronde over de magische kunsten van de Poppenkoning. Eerlijk gezegd twijfelde Tommie sterk of hij wel echt zou bestaan. En hij wist al helemaal niet hoe hij in Popland zou moeten komen. Totdat hij vanmiddag - tijdens het zoeken naar de kerstballen - ineens zijn slurfplank ontdekte op zolder. Onder een dikke laag stof. De plank is een soort van afscheidskado van zijn vriend Vunsje. Vunsje Varkenspoot.* Hij beweerde dat het een toverplank is. Maar hij wilde niet zeggen hoe hij eraan gekomen was. Alle letters van het alfabet en alle cijfers staan erop. En nog wat rare afkortingen die Tommie niet begrijpt. ESC, DEL, ALT, CTRL. Het lijkt wel geheimtaal. Maar het opvallendste is wel de slurf die eraan vast zit. Die herinnert Tommie aan zijn vriend Ollie. Ollie Fant.* Vunsje beweerde dat je de slurfplank opdrachten kunt geven en op die manier in een andere wereld zou kunnen komen. Papa Beer zei dat die plank gevaarlijk is en dat Tommie hem maar beter nooit kan gebruiken. Daarom had hij hem boven op zolder verstopt. Maar vanmiddag ontdekte Tommie de plank ineens. En dat was vast niet zonder reden, zo besloot hij. Er is sprake van een enorme crisis in Benedenland dus Tommie waagde de gok. Hij toetste “P-O-P-L-A-N-D” in op de plank en wat er toen gebeurde is onbeschrijflijk.*

En nu staat hij dus voor de troon van de Poppenkoning. Hij bestaat echt! Logisch dat Tommie ineens een beetje verlegen wordt. Gelukkig is de koning heel aardig. Hij glimlacht vriendelijk en steekt een hand naar hem uit. ‘Oow! Kom maar, mijn jongen! Je hoeft niet bang te zijn. Ik ben dol op kinderen!’ Tommie kruipt bij de koning op schoot. ‘Toe, vertel maar. Wat kan ik voor je doen?’ Tommie weet niet zo goed waar hij moet beginnen. ‘Nou, ehm, ziet u: alle Benedieren zijn bang, uwe hoogstheid! Ze zijn hun kluts kwijt en doen lelijk en gemeen tegen elkaar. Vriendschappen worden verbroken en niemand lijkt nog plezier te hebben. En… en het ergste van alles is… is…‘ Ineens biggelen er grote tranen over zijn wangen. ‘…het ergste van alles is dat ik mijn beste vriend Billie Mafkees * kwijt ben!’ Tommie begint tranen met tuiten te huilen. Snel gebiedt de koning één van zijn lakeien om een glas water te halen. Troostend wrijft hij Tommie over zijn bol en veegt met zijn smetteloze witte handschoen vol glittersteentjes de tranen van zijn wangen. ‘Oow! Dat is inderdaad “Bad!” Maar wanhoop niet, mijn jongen. “You Are Not Alone!’’ Na een paar slokken water en heel veel liefkozende woordjes van de koning lukt het Tommie om zijn tranen weer in bedwang te houden. ‘Dit jaar zijn heel veel Benedieren hun geld en hun baan kwijtgeraakt, uwe hoogstheid. Nu kunnen ze niets meer kopen. En de dieren die nog wel geld hebben, durven niets meer te kopen. Omdat ze bang zijn. Daarom worden er geen nieuwe dingen meer gemaakt en moeten veel winkels en fabrieken hun deuren sluiten. Daardoor verliezen nog meer Benedieren hun baan. Dus wordt er nog minder gekocht; worden er nog minder nieuwe dingen gemaakt en dus gaan er nog meer winkels en fabrieken dicht en verliezen nog meer Benedieren hun baan. En zo gaat het van kwaad tot erger, uwe hoogstheid!’ De koning schudt meewarig zijn hoofd. ‘Dat is heel erg “Bad!”, mijn lieve jongen. Het is terecht dat je bezorgd bent. Maar hoe komt het dan dat zoveel Benedieren hun geld kwijt zijn?’ Tommie springt als door een wesp gestoken van de koning zijn schoot af. ‘Dat zal ik uwe hoogstheid eens in geuren en kleuren vertellen! Het hele zaakje stinkt! Het is allemaal de schuld van de geldwolven! Die kleuren alles rood! Ze strooien bij iedereen bankroet in het eten en ondertussen bewaren ze het lekkerste voor zichzelf. Zo gemeen! En niemand durft ze aan te pakken. Zelfs de oppermachtige Boskabouter niet! Die wacht gewoon totdat ze elkaar opvreten en dan gaat hij er natuurlijk met de buit vandoor. De enige bank in Benedenland die het nog goed doet, is de toonbank van de keurslager. Daar vliegen de warme broodjes nog wel overheen. Maar de slager is ook niet eerlijk. Hij probeert hongerige Benedieren te paayen met foldertjes waarin lekkere curryworsten staan. En ondertussen verkoopt hij alleen maar uitgedroogde rosbief!’ De koning trekt een vies gezicht. ‘Oow! Hoogst onfatsoenlijk en ongehoord! Maar de meeste dromen zijn bedrog, mijn jongen.’ Tommie knikt instemmend. Hij is blij dat er eindelijk iemand naar hem wil luisteren en dat er iemand is die hem begrijpt. ‘Het grootste gevaar, uwe hoogstheid, is zonder twijfel de verwachte invasie van de Mexicaanse zwijnen. De opperregelaar van Benedenland – Ezeltje Prik – balkt dat we heel veel ellende kunnen verwachten. Dat er waarschijnlijk duizenden slachtoffers gaan vallen! Veel Benedieren zijn doodsbang en hebben zich verschanst in hun huizen. Ze durven alleen nog de straat op met een mondkapje voor. En alsof dat al niet erg genoeg is, lopen er ook nog een paar verschrikkelijke monsters rond in Benedenland.’ De koning slaakt een gilletje. ‘Oow! Het lijkt wel een heuse “Thriller!” Wat voor monsters dan?’ Een ijskoude vinger glijdt over Tommie zijn rug wanneer hij aan de monsters denkt. ‘Nou, de kinderhater bijvoorbeeld. Q. Hij doorzoekt koortsachtig alle huizen op zoek naar zwangere vrouwtjes. Hij kan het ruiken als een vrouwtje zwanger is. Hij snijdt de kindjes uit hun buik en besmet alle dieren in de omgeving met een dodelijk virus. Daarom vermoorden sommige Benedieren alle zwangere vrouwtjes in hun buurt. Uit zelfbescherming. Om ervoor te zorgen dat Q ver weg blijft. Erg hè?’ De koning slaat een hand voor zijn mond. ‘Oow! Dat is afschuwelijk! Dat is geen "Thriller" meer, maar pure horror!’ Hoogst ongehoord en onvoorstelbaar! En wat voor monsters lopen er nog meer rond?' Tommie maakt een wegwerpgebaar met zijn hand. ‘Een ander monster is de grote boze wolf in schaapskleren. Eigenlijk is hij geen wolf maar een wilde rashond. Familie van de sluwe vos. Hij verschuilt zich onder een witte schapenvacht en probeert met listige praatjes zoveel mogelijk Benedieren te misleiden. Zijn duivelse plannetje is om een grote opruimactie te beginnen zodra hij opperregelaar is . Hij wil zoveel mogelijk zwarte schapen uit het oosten bijeendrijven en afvoeren naar het slachthuis. En weet uwe hoogstheid wat het ergste is, lammetjes die totaal onschuldig zijn worden ook afgemaakt.’ De koning wordt er zo langzamerhand een beetje misselijk van. ‘Oow! Verschrikkelijk! Hoe kan het toch dat zovelen denken dat alles “Black Or White” is?’ Tommie wappert ongeduldig met zijn handen. ‘En dan kruipt er ook nog een giftige ratelslang rond die aan de lopende band de roze dieren de stuipen op het lijf jaagt met zijn gespleten tong! En zo komt het dat alle Benedieren bang zijn en zich in hun huizen verstoppen. Ze hebben alleen nog contact met elkaar via het wereldwijde web van Suikerspin.’ * De koning slaat zijn handen voor zijn gezicht. ‘Stop! Ik heb genoeg gehoord!’, roept hij uit. ‘Dat mag niet langer zo doorgaan in Benedenland! Hoogst onacceptabel en ontoelaatbaar! Iemand moet een einde maken aan die bangmakerij! Is er dan niemand in Benedenland die de moed en de kracht heeft om iedereen weer bij elkaar te brengen?’ Tommie zucht diep. Een droevige blik verschijnt in zijn ogen. ‘Jawel, uwe hoogstheid. Onze eigen dappere koningin heeft het geprobeerd. Met gevaar voor eigen leven! Zij wilde door middel van een groot feest alle Benedieren weer vertrouwen geven en het plezier terugbrengen in Benedenland. Met een oranje praalwagen reed ze door het land en overal sprak ze bemoedigende woorden. De Benedieren stonden juichend langs de kant. Maar plotseling stormde een dolle stier dwars door de menigte en ging kort voor de kar staan. Hij zette ons allemaal een naaldhak: het feest werd afgeblazen en iedereen kroop weer terug in zijn schulp.’ De koning plukt driftig aan zijn wenkbrauwen en trekt een velletje van zijn spitse neus. ‘Ik moet even nadenken’, fluistert hij. Hij plukt en trekt, trekt en plukt en wanneer hij bijna geen vel meer op zijn neus heeft en zijn wenkbrauwen in twee dunne, zwarte streepjes zijn veranderd, springt hij op van zijn troon. ‘Oow! “This Is It!”, roept hij uit. Hij klapt in zijn handen en stampt met zijn voeten op de vloer. ‘Ik heb een hoogst onweerstaanbaar en onevenaarbaar plan!’ Tommie kijkt vol verbazing en bewondering toe hoe de Poppenkoning door de paleiszaal danst en vervolgens achteruit loopt waarbij het net lijkt alsof hij vooruit loopt! Ondertussen slaakt hij hoge gilletjes en roept hij voortdurend “Billie…” en nog iets onverstaanbaars. Wie had dat gedacht, grinnikt Tommie. ‘Ben ik de ene mafkees kwijt, krijg ik er een andere voor terug!’ De koning laat zich vlak voor Tommie op zijn knieën vallen. ‘Oow! Ik ga Benedenland redden en er een betere plaats van maken! “Heal The World!” Tommie kijkt de koning hoopvol aan. ‘Eh, dat is geweldig goed nieuws, uwe hoogstheid! Maar hoe gaat u dat precies aanpakken?’ De koning drukt Tommie tegen zijn borst en geeft hem een zoen en een dikke knuffel. ‘Door te zingen en te dansen, mijn lieve jongen. Dat zijn mijn magische kunsten. Muziek verbroedert! En verzustert natuurlijk, hihihi! Ik zal de Benedieren weer inspiratie en nieuwe energie geven! Maar niet meer vandaag. Eerst nog een nachtje goed slapen.’ Tommie mag bij de Poppenkoning in het kingsizebed slapen. Hij voelt zich de koning te rijk! Wie kan er nu zeggen dat hij in het bed van de Poppenkoning heeft geslapen? Tommie denkt aan wat de koning net heeft gezegd. Wat zou het fantastisch zijn als het lukt om een einde te maken aan de bangmakerij in Benedenland! ‘Denkt u echt dat het gaat lukken om de Benedieren weer plezier te laten maken, uwe hoogstheid?’ De koning geeft Tommie nog een hele dikke knuffel voor het slapen gaan en fluistert in zijn oor: ‘Mijn lieve jongen, ik weet het zeker! Maar vergeet niet: een betere wereld begint bij jezelf. “We Are The World!” Die nacht valt de Poppenkoning in een hele diepe slaap…

•Nieuwsgierig? Meer hierover kun je lezen in "Tommie Beer en de Zwartkijkers".

Schrijver: Wim Mackaij, 6 jan. 2010


Geplaatst in de categorie: actualiteit

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 106



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)