MET DIEREN PRATEN
Ik kijk naar de blik van de mops. Een hond, die door crimineel doorfokken een kop kreeg die eruitziet alsof hij met een noodgang tegen een dichte garagedeur is gerend, maar met ogen die boekdelen spreken. Hij zit niet op het gras. Hij snuffelt niet aan een boom. Hij zit in een Bugaboo. Een kinderwagen, mind you!
Vastgegespt.
Het is een kinderwagen van negenhonderd euro, ontworpen voor een menselijke zuigeling met een zacht hoofdje, maar nu de gevangenis van een dier dat eigenlijk alleen maar in een drol wil rollen. De hond kijkt naar de voorbijtrekkende wereld met een mengeling van diepe berusting en stille wanhoop. Hij wordt voortgeduwd door een vrouw in een lila regenjas die tegen hem praat alsof hij zojuist zijn veters heeft leren strikken.
"Kijk eens, Boris, daar is een andere woef-woef! Gaan we die even dag zeggen?"
Boris zegt niets terug. Boris is een hond. Hij heeft vier poten die gemaakt zijn om te rennen, te graven en te trillen van opwinding bij het horen van het woord 'worst'. Maar Boris zit in de bekleding. Hij is gereduceerd tot een harige accessoire in een rijdende wieg. Hij kijkt naar de andere honden, die wel gewoon op hun eigen poten door de modder sjokken, en je ziet hem denken: Maak me af. Steek een vork in mijn zij en draai me om. Ik ben een parodie op mijn eigen soort.
En dan heb je de kattenverjaardag.
Ik ben er een keer getuige van geweest. Een Britse korthaar met de naam 'Meneer de Vries'. De kat zat op een designstoel aan een tafel die gedekt was met een feesthoedje dat met een elastiekje onder zijn kin was bevestigd. Er brandde een kaarsje in een bakje met rauwe tonijn. De eigenaren, twee volwassen mensen met een hypotheek en een stemrecht, zongen Lang zal hij leven.
Meneer de Vries keek naar de vlam. Hij keek naar de mensen. Hij keek naar het hoedje dat langzaam zijn linkeroor begon af te knellen. In zijn ogen las ik een kille, zuivere minachting. Hij begreep de teringherrie niet. Hij begreep het concept van een 'geboortedag' niet. Hij wilde alleen die tonijn, maar dan zonder de vernedering van een papieren kegel op zijn kop. De kat was de enige in die kamer met een greintje waardigheid. Hij wachtte tot het gezang stopte, at de tonijn op en liep weg met een rug die zei: Ik haat jullie allemaal, maar de catering was acceptabel.
Het is de gijzeling van het instinct door de eenzaamheid van de mens.
Het is best te verklaren. Wat eenzaamheid kan doen. We voeren volledige gesprekken met onze huisdieren. We vragen ze wat ze van de nieuwe buren vinden. We leggen ze uit waarom de belastingdienst zo onredelijk is. En de dieren luisteren. Niet omdat ze geïnteresseerd zijn in onze financiële sores, maar omdat ze hopen dat er aan het einde van de monoloog een brokje valt. Ze verdragen onze eenzaamheid met een engelengeduld.
Ze zijn de enige normale partij in een wereld die volledig is doorgedraaid. Een hond wil geen kinderwagen. Een kat wil geen feesthoed. Ze willen dat we stoppen met zeuren en gewoon de deur naar de tuin openzetten
Als ik het huis van mijn ex-buurman oom Jort binnenloop hoor ik hem nog net aan zijn goudvis uitleggen waarom zijn ex-vrouw hem nooit heeft begrepen...
31 maart 2026
Geplaatst in de categorie: algemeen

Geef je reactie op deze inzending: