IK OVERWEEG EEN PSYCHIATER
Ik zit in de trein. In de stiltecoupé. Een plek die ooit was bedoeld als een reservaat voor de rede, een laatste bunker tegen het lawaai van de wereld. Op het raam zit een sticker. Een poppetje met een vinger voor zijn mond. Het is een symbool uit een ver verleden, zoals een hiëroglief in een piramide. Niemand begrijpt het meer.
Naast me zit een man.
Hij belt. Op speaker. Dat is tegenwoordig een lifestyle-keuze. Het is de moderne manier om te zeggen: mijn leven is zo ontzettend boeiend dat ik jullie allemaal gratis laat meeluisteren naar de ruis in mijn hoofd.
Hij zegt het echt. Zonder hapering. Zonder een spoor van schaamte.
"Ja mam, ik zit in de stiltecoupé."
De zin hangt in de lucht als een stinkende wolk. Hij zegt het terwijl de stem van zijn moeder uit zijn telefoon schalt, een metaalachtig gekraak dat door de hele wagon snijdt. Hij zegt het met de stalen blik van iemand die denkt dat de regels alleen gelden voor mensen die geen moeder hebben.
Wij, de medereizigers, we doen wat we altijd doen. We kijken professioneel uit het raam. We bestuderen een grijs weiland met drie natte koeien alsof het een meesterwerk van Rembrandt is. We zijn experts geworden in het negeren van de waanzin. Als je maar lang genoeg naar een bovenleiding kijkt, dan is de man met de speaker er niet echt. Dat praten we onszelf aan.
Hij overlegt over het avondeten. Het is een existentieel drama.
"Wraps of rijst, mam?"
Het hele compartiment houdt de adem in. Gaan we voor de wrap? De wrap is onvoorspelbaar. De saus loopt eruit. De onderkant zakt door. Het is de chaos van het bestaan in een deegrolletje. Of gaan we voor rijst? Rijst is veilig. Rijst is de stiltecoupé onder de voedingsmiddelen.
De man twijfelt. Hij twijfelt hardop. Hij twijfelt op volume tien.
Naast hem zit een vrouw. Ze zucht. Het is een prachtig zuchtje. Heel voorzichtig. Een zuchtje dat vraagt om toestemming om lucht te verplaatsen. Het is de zucht van een beschaving die op instorten staat maar nog wel even de schoenen veegt bij de mat.
De man hoort de zucht. Hij reageert onmiddellijk. Hij drukt op het knopje aan de zijkant van zijn telefoon.
"Wat zei je mam? Ik versta je niet."
Het geluid gaat omhoog. De moeder van de man woont nu officieel in onze coupé. Ze zit bij ons aan tafel. Ze bemoeit zich nu ook met mijn avondeten. Ik weet zeker dat ze vindt dat ik te weinig groente eet.
Ik kijk naar de man. Ik voel een zin in mijn keel opborrelen. Een zin over fatsoen. Over de sticker op het raam. Over de teringzooi die we van dit land aan het maken zijn terwijl we bellen over wraps.
Ik overweeg het te zeggen. Ik span mijn spieren aan.
Ik doe het niet.
Ik kijk weer naar het weiland. De koeien zijn weg. Er is alleen nog maar mist. Ik blijf zitten. Ik ben een lafaard in een stiltecoupé. Ik overweeg een psychiater. Niet voor hem, maar voor mezelf. Omdat ik blijkbaar deel uitmaak van een diersoort die liever langzaam gek wordt dan dat hij een man met een speaker vraagt of hij zijn moeder even in zijn zak wil steken.
Zie ook: https//kees444456.substack.com
Schrijver: Kees
19 april 2026
Geplaatst in de categorie: algemeen

Geef je reactie op deze inzending: