Inloggen
voeg je column toe

Columns

Afnemende bibliofilie

Het woord en de verhalen waren van kinds af aan al mijn redding in de psychische nood. Ik zat al zeer jong klem in mijn emoties en daardoor vond ik ventilatie in verzonnen verhalen, allereerst in de stripboekjes Toppers in Strip, die ik bij een drogist in Kollum in een rieten aanbiedingsmand kocht. Zo leerde ik de wereldliteratuur via gekleurde strips. Later nam mijn vader een abonnement op die Toppers in Strips en kregen mijn twee broers en ik iedere zondag een verschillende uitgave daarvan. Ik kocht talloze, tweedehands stripboeken en ik las bijna alle strips uit de openbare bibliotheek. Ik las Pinkeltje en een Zorro-boek met zwart-wit foto's uit de film. Op de televisie zag ik Bonanza, Ivanhoe en Catweazle. 'Het zwaard van Ardowan' vond ik helemaal te gek. Het lied van Thierry de Slingeraar 'En als ik trouw, dan heet mijn vrouw Isabella' zing ik nog geregeld diep in de nacht. Ik heb de boeken van Carl May niet gelezen, maar de verfilmingen diep geadoreerd, ook al miste ik door de gereformeerde kerkgang geregeld het eerste half uur. Ik vond 'Dagboek van een herdershond', 'Van de oude mensen de dingen die voorbij gaan' en 'Pommetje Horlepiep' ook leuk, maar rond mijn zestiende keerde het naïeve tij, gepaard gaande met het tragedie van mijn eerste geliefde, de etherische schoonheid Judith, dochter van een miljonair, die mij bedwelmde met het goddelijke Chanel nr.5 en daarna grof dumpte.

Tijdens de inname van gore, maar spotgoedkope notenwijn las ik zo'n beetje alle poëzie, die ik uit de bibliotheek te pakken kreeg. Ik begon vertaalde, buitenlandse romans te lezen en ik verdiepte mij in de esoterische literatuur. Paranormale wetenswaardigheden gingen gelijk op met literaire hoogstandjes. Ik mengde daar ook nog een flinke dosis magie-kennis en vele vormen van spiritualiteit doorheen. Als geknede calvinist werd mij de aanbidding voor het Woord en het woord bijgebracht, waar ik meteen voor zwichtte. In mijn vrije tijd las ik met name het werk van de Tachtigers en de Franse symbolisten. Bij Charles Baudelaire en Arthur Rimbaud vond ik mijn haven, waarin ik vrede vond. Zij waren/zijn de spiegel van mijn ziel en andersom. Een Chinees heeft mij eens gefotografeerd, terwijl ik op het graf van Baudelaire zat/lag. Zat zeker. Ik heb zijn raad 'Wees altijd dronken!' zeer ter harte genomen. Ik zie en tast nog graag eens een eerste druk van 'Une Saison En Enfer' van Rimbaud, maar zonder die wensvervulling lijd ik echt niet eeuwige hellesferen. Ik heb in Amsterdam veel van Rimbaud's persoonlijke bezittingen mogen aanschouwen en dat koester ik.

Ik heb een aantal eerste drukken in mijn privé-bibliotheek, waar ik trots op ben, maar ik blijf natuurlijk op dat gebied een beginneling in vergelijking met rijkaards als Johan Polak, Paul Claes, Boudewijn Büch, Remco Campert, Hugo Claus, Gerard Reve en Gerrit Komrij. Ik heb mijn boekenpassie in de loop der onderduikjaren veel teveel opgevoerd en tot een dwaze obsessie gemaakt, die mijn originele mens-zijn heeft verwrongen. 'Alles voor de kunst!' is dan ook een uiterst misleidende en ongezonde slogan. Ik ben een woordverslaafde en ik ben verdwaald in het kronkelende labyrint van platgeschoren woordheggen. Als ik 'Lady Chatterley's Lover' herlees, ontmoet ik echt niet ergens in dat doolhof een struise dame, die mij haar zijden jarretelles toont en even later haar gapende, hunkerende liefdesgrot. O nee!, laat die illusie maar direct varen! De boekenverzinsels zijn een handig en misleidend surrogaat voor echte passie en daarom alleen al grotendeels te verfoeien. Al die bloemrijk beschreven avonturen kun je beter op je eigen wijze beleven, inplaats van ze op imaginaire wijze te ondergaan. Hoe ouder ik word, hoe meer ik het belang van de boekdrukkunst betwijfel en verafschuw. Ook al staat mijn hele leven in het teken van de schrijfkunst, de haat-liefdeverhouding slaat uiteindelijk door naar haat en walging. Omdat het louter een overlevingsmechanisme was, wel uiterst belangrijk voor de time being, maar daarna verdampend als autobandenstank. Al heb ik nog zoveel gelezen en geschreven, uiteindelijk ervaar ik mijzelf als een lege huls en een open instrument voor de Goden. Of zoals Nescio over de oude man schreef: 'Ik heb goddank niets geleerd van het leven!'. Tenslotte mogen wat mij betreft alle boeken verbrand worden, omdat ze al met al niets toevoegen aan de waarheden van onze zielen.

Schrijver: Joanan Rutgers, 18 mei. 2016


Geplaatst in de categorie: literatuur

3,7 met 10 stemmen 113



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:
Ton Hettema
Datum:
18 mei. 2016
ja, m'n beste, de slogan 'lees een boek' of de propaganda die mensen (kinderen) aan het lezen wil zetten gaat totaal voorbij aan de vraag: 'Wát wil je dat mensen lezen?'. Alsof het lezen zelf het doel zou zijn! Waarschijnlijk zou je met gemak meer dan 3/4 van alle boeken in een grote kuil kunnen gooien zonder dat iemand er eentje mist. Maar wélke boeken?
Gelukkig voor de mens is er taal, maar totdat die is ge-ijkt op een natuurlijk criterium, maakt iedereen z'n eigen definities en leven we in een gigantische Babylonische spraakverwarring.
Ik heb zelf altijd houvast aan Lao Tze's wijze woorden: De Tao die in taal wordt uitgedrukt is niet de eeuwige, werkelijke Tao. Woorden zijn slechts verwijzingen naar werkelijke dingen, evenals boeken en ideeën verwijzingen zijn en nooit een substituut kunnen worden voor de in en buiten ons tintelende aanwezigheid van het echte leven.
Iemand kan nog zulke prachtige luchtkastelen bouwen (en dat is waar politici goed in zijn) en mensen kunnen er nog duizenden jaren intuinen, maar uiteindelijk is het allemaal job.
Het najagen van wind en windbuilen.
Maar dat weet je natuurlijk wel. Het is alleen goed het nog weer eens te zeggen...

Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)