Inloggen
voeg je column toe

tabblad: columns

< vorige | alles | volgende >

column (nr. 2056):

Een middeleeuwse lijfstraf

MIJN KLASGENOTEN OP DE SINT BERNARDUSSCHOOL aan de Stadhouderskade, vlakbij het Rijksmuseum, gruwden van de opdracht om een opstel te schrijven. Het voelde als een middeleeuwse lijfstraf. Later, op middelbaar niveau, heette het een stijloefening, een betoog of een verhandeling, te kiezen uit meerdere titels.

Iedere schrijver van ‘n mini-essay mag een mate van literaire vrijheid gebruiken om iets controversieels, iets ongebruikelijks, iets prikkelends te beweren, om het gladde ijs te betreden. Épater le bourgeois, zeggen de Fransen. Lezers kunnen verwachten dat de auteur vindt dat de tekst iets bevat wat de moeite van het kennisnemen waard is. Bruikbare stelregel daarbij: beperk je in het onderwerp dat je aansnijdt en presenteer datgene wat je er zelf uit hebt gedestilleerd zodanig dat het in ieder geval begrijpelijk oogt.

Schrijven beweegt zich tussen twee uitersten: verre blijven van een writer’s block en langlaufen op de automatische piloot. Ofwel verbaal surfen, overspringend van het ene naar het andere zinnetje. De woordenstroom lijkt op vulkanisme, een samenraapsel van onverklaarbare creatieve onstuitbaarheid. Harry Mulisch, bijvooorbeeld, werkte parallel aan manuscripten, op meerdere tekstverwerkers, ondersteund door bijbehorende soorten tabak, vulpennen en potloden.

Ik behoor tot een generatie die nog redekunde heeft geleerd, van onderwijzers die ons vertrouwd maakten met de opbouw van een traditioneel opstel en het achterwege laten van franje: zo helder mogelijk zoveel mogelijk zeggen in zo weinig mogelijk woorden. Ik noem het ‘de vloek en de zegeningen van het bijvoeglijk voornaamwoord’, oppassen voor ballast, jezelf de vraag stellen of een woord gemist kan worden, vlak voor voltooiing van de eindversie het laatste drijfhout verwijderen.

Soms heeft je uitfilterende vergiet onvoldoende gefunctioneerd, ben je te gemakzuchtig geweest of heb je willen imponeren. De meeste schrijvers haten de fase van het wieden. Moeizaam tot stand gekomen gedeelten missen de eindstreep van het publiceren, ze zijn overtollig. Een bestsellende enkeling laat die klus over aan een tekstredacteur van de uitgeverij.

Professor Köbben had gelijk: ‘als je een wetenschappelijk artikel schrijft en je hebt eindelijk een paar openingszinnen op papier, maar je twijfelt over kwaliteit en logica, aarzel dan niet en schrap de hele alinea’.

Illustratie: Harry Mulisch werkte parallel aan manuscripten op meerdere tekstverwerkers
Schrijver: Ton Mantoua
26 jul. 2020


Geplaatst in de categorie: taal

5,0 met 4 stemmen 106



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)