Inloggen
voeg je column toe

Columns

Nederlanders onder de kerstboom

Bloedlink om over de Nederlander te spreken en te schrijven. Op hoog niveau beweren dat de gemiddelde Nederlander niet bestaat, heeft meer publieke impact dan de spreekwoordelijke stier in een porseleinkast. Het land is dan te klein. Overigens geloof ik ook dat de identiteit van ons allen niet zomaar simpel is te duiden. Dan wel dat ons land door de eeuwen heen toch ook een smeltkroes is geworden van allerlei invloeden, zoals oorlogen, handel, politiek gekonkel, landverhuizingen, landjepik door vorsten, en de ligging van deze klomp klei aan de zee en enkele grote rivieren. Hoe dan ook, in het dagelijkse leven van mij als amateur beschouwer, doemen wel enkele aspecten op van onze zogeheten volksaard. Vast niet wetenschappelijk, maar enkele indicaties zijn er voor mij wel.

Koopman en dominee zijn de beroepen die vaak als typen op tafel komen als het gaat om de Nederlander te kenmerken. Belust op handel en winst en snel met opgeheven vingertje om moralistische oordelen te vellen over landen, mensen en instituten. Geroemd wordt de neiging om van de overheid niet alles voor zoete koek te slikken. Ofwel enige rebelsheid is de Nederlander niet vreemd. Hoewel het evenzo vaak ontaardt in onberedeneerd hakken in het zand zetten. Of redeloos getier met als strekking, dat we het zelf wel uitzoeken. Nee, bevelen of aanwijzingen opvolgen, daar houden wij doorgaans niet zo van. De grens tussen rebels en ronduit lomp en onbeschoft lijkt in deze tijd vaker overschreden.

In het verkeer betekent het bij niet supersnel reageren op een verkeerslicht, vaak getoeter, seinen met groot licht en omhoog gestoken middelvingers bij keihard passeren van de slome zak. Kleine leasewagens zoemen met gaspedaal op de plank voorbij om bij het naderen van rotonde de eerste te zijn om met piepende banden de bochten te nemen, terwijl op kruisende fietspaden de rijders hun recht op voorrang met doodsverachting nemen door gewoon overal ongeremd door te rijden. Ook ons inlevingsvermogen bij de ernstige zieke medemens mankeert. Recent publiceerde een internist/oncoloog een boek met lompe en ontactische uitlatingen van naasten en dokters richting zieken. Vaak goed bedoeld, maar met een verpletterend negatieve uitwerking.

Ten slotte luistert de Nederlander slecht en praat hij graag oeverloos over zichzelf, zijn of haar smaak, muziekkeuze, belevenissen, de kleinkinderen, de kinderen, het succes in het werk, de nieuwe keuken, de geweldige gezondheid, de kwaaltjes, en over nog meer klein en groot bier. En of de kookplaat bovenaan stond bij test van de consumentenbond. Of welke snufjes de nieuwe auto bezit. De kunst van het vragen stellen om meer informatie van de ander te verkrijgen? Of om zich zo te verdiepen in argumenten en belevenissen van een ander? Dat lijkt vaak een schaars artikel. Naast de vele akelige aspecten van Corona is er een klein voordeel: minder ontmoetingen, dan ook minder ergernis. Beter, want de gedachte, dat de grote bek nog altijd beter is dan een watje te zijn, overheerst de laatste dertig jaar in dit land. Geen echte kerstgedachte, helaas.

Schrijver: Freek Berglust
24 dec. 2020


Geplaatst in de categorie: maatschappij

4,2 met 8 stemmen 360



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)