Citaat
“Ik houd van iedereen op deze wereld, maar het meest van mijzelf”.
Dit is beslist geen pleidooi voor egocentrisme, geen oproep tot een leven achter gesloten ogen voor de noden van anderen. Het is veeleer een stille erkenning van een existentiële waarheid: ik ben het enige wezen met wie ik dag en nacht, van mijn eerste snik als baby tot mijn laatste uitademing, onafgebroken zal samenleven. Mijn vreugde is mijn eigen zonlicht, mijn verdriet mijn eigen schaduw. Beide horen bij mij. Ik ben de enige die de volledige, onbewerkte film van mijn innerlijke leven kan aanschouwen. Hoe kan ik oprechte, onvoorwaardelijke liefde voor een ander cultiveren, als ik in de stilte van mijn hart een vreemde voor mijzelf blijf? De filosofie leert ons dat het ware geschenk aan de ander niet onze overvloed is, maar onze eigen heelheid. Uit de volheid van ons bestaan, uit de stille aanvaarding van ons eigen licht en schaduw, ontspringt een liefde die niet kleeft aan behoeften en niet wordt scheef getrokken door onvervulde verlangens.
Wanneer ik het meest van mijzelf houd, erken ik mijn waarde als onlosmakelijk deel van het grote geheel. Ik trek een grens, niet om anderen buiten te sluiten, maar om mijzelf een innerlijke plek te geven, van waaruit ik de wereld tegemoet kan treden. In een samenleving die ons voortdurend aanspoort onszelf weg te cijferen, te voldoen aan talloze externe verwachtingen, wordt zelfliefde misschien wel een stille revolutie. Je hebt er moed voor nodig om te zeggen: mijn behoeften doen ertoe, mijn dromen verdienen ruimte, en mijn vermoeidheid vraagt om rust. Het is de wijsheid van de tuinman die weet dat hij zijn rozen alleen kan voeden zolang zijn eigen bron niet opdroogt. Door het meest van mijzelf te houden, waarborg ik de duurzaamheid van mijn liefde voor anderen. Het is geen liefde die wegvloeit als water in het zand, maar een die, als een natuurlijke bron, steeds weer opwelt, omdat zij ontspringt uit een onuitputtelijke kracht van zelfrespect.
Natuurlijk schuilt hier een gevaar, een verraderlijke afgrond langs deze weg. Want te veel zelfliefde kan omslaan in zelfverheerlijking, in een narcistische spiraal waarin de wereld slechts een spiegel is voor eigen behoeften. Het onderscheid is echter subtiel maar essentieel. De narcist houdt van zichzelf ten koste van de wereld; hij ziet de ander niet als een zelfstandig wezen, maar als een middel tot zelfbevestiging. Ware eigenliefde daarentegen, in haar zuiverste vorm, is een stille kracht die ons juist opent voor de ander. Door onze eigen waarde te voelen, zijn we beter in staat de inherente waarde van ieder mens te herkennen, zonder jaloezie of drang om beter te zijn. We kunnen de ander in zijn waarde laten, wanneer we onze eigen waarde als vanzelfsprekend ervaren.
Uiteindelijk is mijn liefde voor de wereld en mijn liefde voor mijzelf geen tweestrijd, maar een tweestemmige dialoog waarin beide stemmen elkaar dragen. Zij zijn twee vleugels van dezelfde vogel, want gescheiden kan hij niet vliegen. Mijn liefde voor de mensheid is de uitgestrekte hand, de open blik, het omhelzen van de ander in zijn mens-zijn. Mijn liefde voor mijzelf is de rust die alles draagt, de vaste bodem in de storm, het zachte fluisteren in mijn eigen oor dat ik er mag zijn, precies zoals ik ben. Ik houd van iedereen op deze wereld, dat is mijn geschenk aan hen. Zo wordt mijn liefde voor mijzelf geen grens, maar de bron waaruit mijn liefde voor de wereld blijft stromen.
... Het citaat is een symbolische en poëtische verbeelding van het thema zelfliefde als bron van universele liefde. ...
Zie ook: http://levendgeheugen.blogspot.com
Schrijver: J.J.v.Verre.
14 maart 2026
Geplaatst in de categorie: liefde

Geef je reactie op deze inzending:
Helaas wel de wereld waarin we leven.
Groet.
Mijn essay richtte zich niet zozeer op liefde in haar relationele of wederkerige vorm, maar op de existentiële basisvoorwaarde waaruit elke vorm van liefde kan ontstaan: de verhouding tot onszelf. Niet als romantisch ideaal, maar als innerlijke grondhouding. In die zin bedoel ik “liefde voor de mensheid” ook niet als een warm gevoel voor ieder individu, maar als een open, niet-vijandige basishouding tegenover de ander als mens.
Je hebt gelijk dat liefde pas echt wordt getest in het concrete, in de ontmoeting met de specifieke ander, met al zijn eigenaardigheden, grenzen en soms ook fricties. Dat is precies waar het onderscheid tussen abstracte liefde en geleefde liefde zichtbaar wordt. Mijn tekst bewoog zich vooral op het eerste niveau; jouw reactie herinnert me eraan hoe belangrijk het tweede is.
De verwijzing naar Leo Vroman vind ik mooi, juist omdat hij liefde terugbrengt naar het aardse, het chaotische, het lichamelijke. Misschien ligt de waarheid ergens tussen die twee polen: de stille innerlijke bron waaruit liefde kan ontstaan, en de rommelige, soms tegenstrijdige manier waarop ze zich in de werkelijkheid manifesteert.
Ik waardeer je kritische reactie ten zeerste, hij scherpt mijn eigen denken aan en helpt me om het begrip liefde minder als een vanzelfsprekendheid te behandelen en meer als een complex, gelaagd menselijk fenomeen. Groeten Jan Jaap.
Waar begint en eindigt liefde. Indien waardering of beantwoording achterwege blijft overleeft de liefde dan nog?
Algemene uitlatingen zoals "ik hou van de mensheid" en "ik benader iedereen met liefde" zijn gratuit in mijn ogen.
Zolang men die mens niet kent is "liefde" makkelijk uitgesproken. Het kan snel veranderen als het individueel wordt. De grens en drempels tussen "haat" en "liefde" kunnen verbazingwekkend klein zijn.
Het concept "liefde" blijft vaag. Welk niveau (aards, platonisch) welke intensiteit, welk doel en vorm.. etc.
Leo Vroman komt er m.i. dichtbij in zijn gedicht "Vrede":
" Liefde is een stinkend wonder van onthoofde wulpsigheden"