Inloggen
voeg je beschouwing toe

categorie:literatuur

< vorige | alles | volgende >

Laatst toegevoegde beschouwing (nr. 511):

Het vette meesterwerk over Boudewijn Büch van Eva Rovers

De innerlijk en uiterlijk beeldschone schrijfster/biografe/kunsthistorica Eva Maria Rovers is geboren op 15 november 1978 in Eindhoven. Ze had zo één van de vele geliefden van Boudewijn Büch kunnen zijn. De buitengewoon intelligente en hoogbegaafde Eva studeerde van 1997 tot 2001 taal- en cultuurstudies aan de Universiteit van Utrecht. Van september 2006 tot november 2010 werkte zij voor het Biografie Instituut van de Faculteit der Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen en als lerares aan de Universiteit Utrecht en de Rijksuniversiteit Groningen. Eva werkte jarenlang aan een onderzoek over de beroemde kunstverzamelaarster Helene Emma Laura Juliana Kröller-Müller (1869 - 1939), die nazi's-gezind was en zelfs Hitler ontmoette. Haar twee zonen waren NSB-ers. Voor de rest is ze voor Nederland van onschatbare waarde geweest, gezien dat briljante museum op de Veluwe. In 2010 verscheen Eva's biografie over Helene 'De eeuwigheid verzameld'. Er verscheen ook een documentaire over Helene, wat Eva samen met Leo de Boer heeft gemaakt. 'De eeuwigheid verzameld' was Eva's proefschrift, waarop zij promoveerde en waarvoor zij zeer terecht de Jan van Gelderprijs kreeg. In 2012 kwam daar nog de Erik Hazelhoff Biografieprijs bij.

In 2012 verscheen 'Boudewijn Büch en het Goetheaanse spel met feit en fictie', een voorproef van de biografie. In 2013 verscheen er nog een voorproef, namelijk 'En ik bemin de dood, en om de dood alleen. Doodsangst en doodsverlangen bij Boudewijn Büch'. In 2014 verscheen de voorproef 'Rond de wereld in 160 eilanden. De mooiste eilandverhalen van Boudewijn Büch'. En in 2015 verscheen de vierde voorproef 'Goethe voor de meute. Hoe Boudewijn Büch de grenzen afbrak tussen hoge en lage kunst'. In 2016 verscheen haar tweede biografie 'Boud. Het verzamelde leven van Boudewijn Büch'. Eva had daarvoor toegang tot het persoonlijke archief van Boudewijn Büch gekregen. Veel diepgaand spitwerk, maar ze kickt erop om iemand te doorgronden. Dat kicken heeft tot een robuuste en goed doorleefde biografie geleid. Zij evenaart hiermee Wim Hazeu. Werkelijk voortreffelijk gedaan, met de nodige distantie, maar net zo goed aangrijpend dicht op zijn huid. Rovers heeft Büch qua feitenkennis en ontmaskeringen zo ongeveer compleet leeggeroofd. Vol diep ontzag zeg ik 'Chapeau!'.

Boudewijn Maria (Eva deelt deze tweede voornaam met hem!) Ignatius Büch is geboren op 14 december 1948 in Den Haag. Hij groeide op in Wassenaar. Samen met zijn broers Richard, Arthur, Menno, Patrick en Helmar. Zijn ouders waren Rien Büch en Lida Elfers. Zijn agressieve vader was een extreme tiran en zijn ouders maakten veel ruzie met elkaar. Boudewijn ging zes weken naar een vakantiekolonie in Boxtel, wat hij vreselijk vond en waarvan hij later zei, dat het een psychiatrische inrichting was. Hij lag in het Bronovo-ziekenhuis in Den Haag, vanwege een gevaarlijke buikvliesontsteking. Boudewijn ging naar het Bonaventuralyceum in Leiden, waar zijn cijfers steeds verder kelderden. Zijn vader was kwaad op hem. Zijn ouders gingen scheiden en op de zoldervliering timmerde hij zijn eerste boekenkast en begon hij zijn boekenverzameling. Hij raakte bevriend met Peter van Zonneveld, die hem jarenlang trouw zou blijven. Via Peter ontdekte hij Bilderdijk en Goethe. Zijn leeshonger was enorm. Waarschijnlijk vanwege interessegebrek en concentratieverlies zakte hij af naar de Mulo. Hij werd smoorverliefd op zijn vrijgevochten tekenlerares Marianne Pronk-Verweij, wat grote gevolgen zou krijgen. Op 27 mei 1968 behaalde hij met moeite zijn Mulo-diploma, met een 5 voor schrijven. Hij was toen dik 19 jaar. Hij wilde dolgraag met Marianne vrijen, maar die was haar man Coen trouw. Hij dichtte over het openmaken van haar borsten, maar in feite gaf Marianne hem alleen maar een zoen of een knuffel. Ondertussen was hij ook verliefd op Willemijn de Jong, Anki Plomp en Karlijn Stoffels. Hij hield vooral van androgyne types, met kleine borsten en jongenskapsels. Marianne kreeg een zoontje, die zij Boudewijn Iskander noemde. 'Hij is ook een beetje van jou!', zei ze tegen hem. Met die woorden ging hij aan de haal en in zijn beleving was hij echt de vader van de kleine Boudewijn, Boudewijntje. Zo is de mythe van zijn overleden zoontje geboren, wat in wezen de dood van het kind in hemzelf betekende. Wat later het personage Mick in 'De kleine blonde dood' werd.

Boudewijn koketteerde met zijn vermeende homoseksualiteit en pedofilie, wetend dat dat zijn excentriciteit en kans om als dichter door te breken vergrootte. In 1976 debuteerde hij met de dichtbundel 'Nogal droevige liedjes voor de kleine Gijs'. Met grote dank aan zijn relatie met de letterkundige/professor Harry Prick. Met zijn charme, erudiete belezenheid (met een juist gevoel voor indrukwekkende anekdotes) en rappe praatjes wist hij bij velen binnen te dringen. Zijn liefde voor kleine jongens, zoals ene Robbie, een slagerszoontje, was een liefde voor het kind in hemzelf, wat hij nooit heeft kunnen zijn. Hij identificeerde zichzelf met Willem de Mérode. Hij zette allemaal geleerde titels voor en achter zijn naam, wat gezien zijn belezenheid ergens wel klopte, maar het waren verzonnen studies en opleidingen. Zijn jaren in Leiden gingen gepaard met het gebruik van alcohol, hasj, LSD, morfine, heroïne, cocaïne, valium, antidepressiva en slaappillen. Aangezien hij aan een borderline persoonlijkheidsstoornis en/of paranoïde schizofrenie leed zal dit zijn psychoses danig uitgelokt en vergroot hebben. Sommigen komen nooit meer uit een psychose en daar leek het bij hem verdacht veel op. Hij deed aan taal- en realiteitsvervormingen om zijn innerlijke pijn draagbaar te maken. Niet voor niets had hij Rimbaud's raadgeving tot de ontregeling van de zintuigen serieus genomen. Met de getrouwde Bernadette Gallis ging hij wel naar bed en zij woonden ook een tijd samen. Bernadette werd door hem emotioneel gechanteerd. Toch vormden zij een schitterend droompaar. Het reizen zat hem in zijn bloed en hij deed dat het liefste met een geliefde. Hij kreeg in Leiden veel schuldeisers, vooral bij antiquaren, maar ook bij de belasting. Mede door de welwillendheid van de rijke uitgever Johan Polak en makelaar Heine(!) wist hij naar Amsterdam te ontsnappen. Hij vestigde zich op de Keizersgracht 40, waar Mathilde Willink, Jan Cremer, Fatimah Mansoor, de tekenaar Corstiaan de Vries en de galeriehouder George Mulder ook woonden/gewoond hebben. De huur was 1600 gulden en Boudewijn had maar 800 gulden te besteden. Hij begon als een gek van zijn pen te zien rond te komen.

Maar commissaris Rutgers (geen familie) uit Den Haag pakte hem aan en eiste 100.000 gulden aan schulden van hem. Zijn overredingskracht en doorzettingsvermogen hebben hem overeind gehouden en hij wist altijd precies bij wie hij moest aankloppen om zijn bankrekening te spekken. De dichtbundels 'De taal als blauw' en 'De sonnetten' (heb ik) verschenen en in 1981 zijn debuutroman 'De blauwe salon', een gestolen titel (Vladimir Suchánek). In 1982 verscheen al 'Een kleine blonde dood' en in 1985 dan 'De kleine blonde dood'. Hij verhuisde naar de Keizersgracht 149 (Koning van Zweden), waar hij zijn imperium heeft vervolmaakt. Hij had al het grootste appartement en daar kocht hij later een bovenverdieping bij. Mede dankzij zijn televisiesuccessen bij de VARA, waarmee hij tonnen verdiende. Plus hij verdiende ontzettend veel via columns bij kranten en tijdschriften. En niet te vergeten zijn Lassie Toverrijst reclame. Zijn gekte grensde zichtbaar aan genialiteit. Hij kreeg zijn energie uit de genadige kosmos. Terecht, want hij leed onmiskenbaar veel. Via Harry de Winter kreeg hij zijn financiële toestand onder controle en floreerde zijn bankrekening. Zijn bibliotheek-museum werd steeds groter en imposanter, maar hij duldde er haast niemand anders. Hij had contact met Gerrit Komrij en Bas Heijne, die zijn muze was. Zijn droom om dichter en schrijver te worden, verflauwde door de kritieken en deels door zelfinzicht. Als gestudeerde reiziger begon hij een tweede leven, met boeiende televisie als gevolg. Hij genoot van zijn filmteam, zoals de producer Edwin Prins, die in 1992 overleed, wat een grote dreun voor hem was. Hij droeg zijn eilandenboek 'Eenzaam' aan hem op. Hij kreeg een jarenlange relatie met de Joodse schoonheid Loan Son en later met Pauline Drost, die ook in het filmteam zat. Verder raad ik iedereen aan om de monumentale biografie van Eva Rovers zelf te gaan lezen, want het is meer dan de moeite waard. Iedere zin boeit en vlamt. Over de keerzijde van zijn roem zei Boud: 'Pillen, psychiaters, drank en drugs, ik heb ze allemaal geprobeerd, ze hebben allemaal gefaald!'. De mensen moesten bij hem op afstand blijven en hij voelde zich constant in de gaten gehouden. 'Ik heb nog liever vijanden dan fans!', zei hij. Zijn overdrijvingen hadden ook te maken met zijn desintegratie en depersonalisatie. Gerrit Komrij zei over hem: 'Hij zat boordevol liefde en kon geen liefde aannemen!'.

Con amore
(voor Bernadette Gallis)

Met de clowneske, commerciële roem doofde de authentieke dichter in hem. Het afweren van echte emoties, die té bedreigend voor hem waren, werd absolute noodzaak. Hij bouwde dikke, marmeren, ondoordringbare muren om zich heen. Toch vloog de weetgierige kamergeleerde uit! Wees maar blij dat hij jou niet net als die dwergpinguïn heeft uitgestald, maar jou symbolisch heeft opgestopt in zijn lyrische taal, als een gedresseerde psychopaat binnen zijn eigen krankzinnige territorium, dat verstilde museum vol dode materie, waar je nog geen boek mocht verplaatsen of hij sprong uit zijn vel, waar zijn gedroomde papa Goethe hem nauwlettend in de gaten hield. Jij liet (das) Leiden uit zijn harnas bevrijden. Zijn homoseksuele en pedofiele dweepzucht bleek opeens een luchtspiegeling, een pseudo-rariteitenkabinetverschijnsel, een omslachtige versiertruc, waar je bent ingetrapt. Onder de verleidelijke dandy zat nog steeds de berekenende schavuit verstopt, de voorgoed diepgekwetste mankepoot. Andere vrouwen stonden voor hem in de rij, terwijl jij verbleekte als een kostbaar, zeldzaam manuscript. Zonder de zielepijn, die jij hem tenslotte gaf, zou hij nooit gegroeid zijn, bleef hij een Peter Pan, wat jou verbindt met bijvoorbeeld Loan. De eilander die in zijn ei wilde blijven, een onbezorgd kind, meewaaiend in de wind, die zich tot bloedens toe bezeerde en vergiste, de lijdzame iezegrim, onmachtige martelaar. Zijn openheid was een zelfgeregisseerde kijkdoos, waar je niet doorheen mocht prikken, want dan ontplofte hij, iedere echte toenadering was een lucifer voor zijn kruitopslagplaats in zijn decadente afweersysteem, inclusief zijn ontwrichtende, sporenuitwissende, verworden, mistcreërende, ontregelende, identiteitsvernietigende (wat uit zichzelf al angstaanjagend veel gebeurde!) arsenaal aan verdovende drugs en boekenmanie. Paranoïde schizofrenie en borderline zitten dicht in de buurt, maar dekken natuurlijk niet de hele lading, want een mens is veel meer dan een ziektebeeld. Nu zijn ziel is gaan hemelen (hij zal inmiddels wel gearriveerd zijn), zal hij jou dat beetje voor beetje toefluisteren, wat hij eerder niet kon. Lieve herfstboom Bernadette, de zomervruchten zijn geplukt, intrieste ommezwaai, tot sint juttemis!...

Eva zegt: 'Hij was een moeilijke man, voor zichzelf en zijn omgeving. Hij had geen zelfreflectie en hij werd steeds starder. Hij had een wanhopige, misschien zelfs klunzige manier om aandacht en liefde te vragen. Voor hem was dat nooit genoeg.'. 'Ik wil helemaal niets van jou, jongen!', weergalmt er nog steeds door mijn hoofd, terwijl hij even daarvoor net als ik bij de literatuurboeken van boekhandel Verkaaik te Gouda zat te snuffelen, zonder een zweem van allergie of misantropie. Het had dezelfde impact op mij als toen Gerrit Komrij tijdens Poetry International tegen mij zei 'Joanan, hoe gaat het met jou?'. Hij heeft die afwijzende klanken automatisch gevormd, zonder te weten wie ik was, en later heeft hij wellicht veel spijt gehad, toen hij ontdekte, dat ik net als hem zeer veel van Arthur Rimbaud houd en er een prozawerk over had gepubliceerd. Maar velen zijn door hem geschoffeerd en in de steek gelaten, omdat hij zich door hen gekrenkt voelde. Allemaal projectie van zijn onverwerkte kindertrauma's. Het (ge)dode kind in hem. Ik gaf mijn hommage voor hem aan zijn begeleidster, die het later aan hem gaf en wat hij later thuis bij een fles wijn zorgvuldig las. Hij was diep onder de indruk en hij schaamde zich enorm. Terwijl hij ook niet wist, dat ik in het atelier 'Droomdoos' aan de Oude Leliestraat 1 (niet ver van de Keizersgracht 149) heb gelogeerd, waar hij geregeld langs kwam om zijn zeldzame boeken in dozen met zuurvrij papier te laten stoppen. In de coffeeshop daar tegenover zag ik een keer Theo van Gogh naar mij loeren, met zijn hand als dakje boven zijn ogen. Met hem had ik net zo'n goede vriend kunnen zijn als met Boudewijn, maar het mocht niet zo zijn. Overigens ben ik meer kluizenaar, dan Boudewijn ooit was. Als hij dat geweten had. Maar enfin, in de spirituele wereld is alles nog mogelijk en Eva Rovers heeft mij met haar legendarische biografie veel goeds en permanente heling gebracht, waarvoor mucha gracias! Het is aan de ene kant heel jammer dat Eva nu in zichzelf gaat graven en romans gaat schrijven, omdat het tijd is voor haar eigen stem, maar aan de andere kant heeft ze haar magnum opus op biografiegebied reeds voltooid en ben ik reuzebenieuwd naar haar ontboezemingen als romancier.
.

Schrijver: Joanan Rutgers
1 jul. 2020


Geplaatst in de categorie: literatuur

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 3



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)