Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen over maatschappij

De kwetsbaarheid van kampioenen

Sommigen van die goeie leraars indertijd in de humaniora slaagden erin hun best te doen om onze menswording te stimuleren. Van zaadjes planten die bleven groeien, ze konden er wat van. Een vraag die een leraar Nederlands toen stelde zal me altijd bijblijven. Topsporters die zoals de coryfeeën van de 100m spurt in de atletiek, heel hun jonge leven laten draaien rond de dagelijkse training om zo snel mogelijk 100 meter te kunnen lopen. Van 's morgens tot 's avonds bezig zijn met 100 meter lopen, wie verzint zulke absurditeiten? Als er niet de mogelijkheid bestaat om er bakken geld mee te verdienen, zou het vlug afgeserveerd worden als waanzin. Los van de zin van zo een bestaan, toont het ook de kwetsbaarheid van de kampioenen. Je onderscheiden van de massa kan leuk zijn maar het heeft ook minder fraaie gevolgen. Er is de stress die de grote verwachtingen meebrengt. Er zijn de sociale gevolgen van het isolement dat discipline vereist, er is de jaloezie, het gebrek aan privacy soms, enz. Maar wat misschien nog het meest frustreert is dat ook kampioenen te maken krijgen met het peterprincipe. Ook zij die door iedereen aanzien worden als het summum van geslaagd zijn in het leven, moeten vrij vroeg van hun Olympus afdalen. Een topprestatie kan alle tegenstanders in de schaduw duwen, maar uiteindelijk moet ook hij die de prestatie levert, de spots van het uitzonderlijke voor banaler licht ruilen.

Algemeen is het peterprincipe iets wat de hele maatschappij doordesemt. De ambitieuze drang om zo veel mogelijk te bereiken in een of andere discipline, leidt dikwijls tot frustratie omdat de achterkant van die statuswellust zoveel adders onder het gras blijkt te hebben dat het bijtgevaar te acuut wordt. We zijn allemaal mensen, we dromen ons rijk om ons leven bij te kleuren, maar eens bepaalde verlangens vorm krijgen, moeten we dikwijls constateren dat er na een korte euforie, op zijn best een goedmoedige tevredenheid ons af en toe verwarmt bij een nieuwe positie in de maatschappelijke constellatie. Al te dikwijls is er na de aanvankelijke hoerastemming een terugkeer naar het vroegere "is het maar dat" - gevoel. Geluk als alles helend smeermiddel blijft die onbereikbare wortel aan de stok. Arbeid kan bevreemdende en vervreemde aspecten hebben. Het bereiken van een statuut waarbij men op het eerste zicht aan geestdodende arbeid ontsnapt, is dikwijls in hetzelfde bedje ziek.

We staan er weinig bij stil dat het peterprincipe misschien nog het meest speelt bij die mensen die we in hun vedettentoestand het minst associëren met gevoelens van onmacht en zelftwijfel. Niettegenstaande topsporters van tegenwoordig gemakkelijker met hun problemen naar buiten kunnen komen, worden ze nog dikwijls gezien als wezens die statutair boven de modale, aardse beslommeringen van hun supporters en toeschouwers staan. Het vele geld dat zowel de toppers als in mindere mate de subtoppers en middenmoters verdienen, is daar niet vreemd aan. Hoe meer geld, hoe meer vrijheid je in een kapitalistische systeem hebt. Maar ook topsporters kunnen geen onaantastbare vrijheid bereiken. Is het verschil tussen droom en werkelijkheid niet ook een reden waarom ze zo fascineren? Die sterren die nog een leven hebben naast hun carrière, zullen wel beseffen dat vrijheid voor sociale wezens als mensen, een zeer relatieve grootheid is. Daar komt nog bij dat door de fysieke vereisten, die topsport carrières van relatief korte duur zijn.

Zeker als we jong en idolaat zijn van vedetten, mogen we ze graag op een piédestal zetten. We weten wel dat het belachelijk is, maar we kunnen het ons moeilijk voorstellen dat ook zij soms knarsetanden om de daagse besognes die het leven van hun fans vaak vergallen. Een Messi die op de toiletpot wordt gedribbeld door een onhoudbare racekak? Je wilt en kan het je moeilijk voostellen. Tenzij je een Argentijn bent en je hem net een verlossend doelpunt in een belangrijke wedstrijd hebt zien missen. En dat brengt ons bij een feit dat het leven van de topsporter serieus kan bepalen. Net als bij de gewone mens, blijkt wat ze missen vaak langer hangen dan wat ze bereiken. Zeker in de loop van hun carrière als ze nog belangrijke mijlpalen aan te vinken hebben. Iemand die fin de carrière is en al vele verwachtingen heeft ingelost kan op meer clementie rekenen. Net omdat ze als geslaagde kampioenen soms het nec plus ultra bereiken in datgene wat ze het liefst van al doen, net omdat ze de hoogste toppen scheren, kennen ze ook de diepste dalen. Dat is menselijk, maar door hun vedettenstatus wordt het hen dikwijls moeilijk vergeven. Terwijl er eigenlijk niets te vergeven valt.

Het is een vreemde paradox die ze gemeen hebben met andere succesvolle mensen uit de verschillende takken van entertainmentindustrie. Maar sporters worden het vaakst geconfronteerd met de gevolgen van ouder worden, de fysieke topconditie die nodig is voor topprestatie, kan je namelijk geen decennia aanhouden. Zeker in de meest veeleisende duursporten, mag je blij zijn als je een decennium top kan zijn. Het streng ascetische leven dat erbij hoort is daar niet vreemd aan, je moet het maar volhouden dag na dag. Leven als een pater gaat vooral paters goed af, maar het is allicht niet toevallig dat die een uitstervend ras zijn. De topconditie nodig voor de echte topprestatie, kunnen zelfs jonge atleten niet een heel seizoen aanhouden. Topconditie is als een vlijmscherp mes. Dat moet voortdurend bijgeslepen worden als je wilt dat het mes snijdt als je het nodig hebt. Door dat intensief gebruik verslijt het ook vlugger dan bij lichter gebruik en is het vlugger versleten. Sport en bewegen om een goede conditie te hebben is gezond, topsport niet, anders zouden velen het graag een leven lang doen.
Sporters in individuele duursporten kennen dat mechanisme het beste. Ploegsporters kunnen langer meedraaien door de gedeelde inspanning. Samen verliezen is mentaal minder zwaar doordat je niet alleen verantwoordelijk bent. Een individuele sporter kent op beslissende momenten een immens zware druk, want van 1 glansprestatie kan het slagen van de carrière afhangen.

We kunnen misschien een voorbeeld nemen uit de praktijk om een en ander aanschouwelijk te maken. Laten we als voorbeeld een wielrenner nemen die barst van het talent. Onze favoriete pedaalridder is niet zomaar 1 van die talenten die bij de jeugd de pannen van het dak reden maar als volwassen renner de torenhoge verwachtingen niet waarmaakten. We nemen 1 van die halfgoden die hun hele competitieleven hun omgeving en zichzelf verbaasden met hun prestaties en de veeleisende aspiraties inlosten.
Onze renner stal al vele harten vanaf zijn debuut in de jeugdreeksen. Na het aanvankelijke zoeken en leren vergroot hij zijn koersintelligentie en leert hij het klappen van de zweep op technisch en tactisch vlak. Koersen in een peloton moet je leren bijvoorbeeld, maar ik ga hier niet te lang stilstaan bij de specifieke vereisten om te slagen in het wielrennen, dat is al een essay op zichzelf waard. Ik ga me concentreren op een grondstroom die typisch is voor iedere individuele sportdiscipline, die door haar intrinsieke, fysieke vereisten een sportleven van wilskrachtige training vraagt om te slagen.

Ik heb het over het kenmerkende verschijnsel dat toppers een groot deel van hun leven door intensieve training een groot deel van hun carrière er ieder jaar letterlijk en figuurlijk op vooruitgaan. Ga het maar na, van de prille leeftijd waarop ze met competitiekoersen beginnen tot pakweg de leeftijd van 27 à 28 jaar, worden ze ieder jaar beter, sterker, vlugger op zowat alle gebieden die nodig zijn om te slagen en die veelzijdige talenten kenmerken: uithouding, kracht, weerstand, snelheid en wilskracht. Het moet ondanks de energie die de vele training kost, een verslavend gevoel zijn. Hun doorgedreven training zorgt ervoor dat ze jaar na jaar beter worden tot ze een plafond bereiken. Jaar na jaar winnen ze zo wedstrijden in stijgende moeilijkheidsgraad. Tot pakweg, zoals gezegd, hun topjaren. Dan kunnen ze met dezelfde of nog stijgende trainingsintensiteit tot ongeveer hun 33 ste, het zal bij ieder topper anders zijn, dat topniveau behouden. Tot ze geleidelijk aan bij de moeilijkste periode van hun carrière komen. Die periode vanaf hun dertiger jaren waarbij ze ondanks dezelfde trainingsinspanning, jaar na jaar trager worden. Het moet een onthutsend keerpunt zijn voor een topsporter: op een bepaald moment heb je dezelfde rigide voorbereiding gehad als het jaar daarvoor en... je rijdt trager dan dat vorige jaar. Een periode die op de duur mentaal heel zwaar wordt, want vanaf een bepaalde leeftijd mag onze topper oefenen zoveel hij wil, hij kan zijn jongere concurrenten niet meer losrijden. Tot hij het almaar moeilijker heeft om gewoon maar te volgen. Iedere aan winnen verslaafde crack kan niet winnen van zijn veroudering die hem keer op keer bij de nek pakt. En als hij zijn carrière te lang rekt, komt hij niet meer in de buurt van wat hij zelfs als heel jonge renner kon. Het is de moeder van alle peterprincipes die alleen maar de allerbesten onder ons kunnen meemaken. Iedere topsporter kent slechte dagen waarop hij niet presteert zoals verwacht. Naarmate zijn carrière vordert, worden die slechte dagen talrijker totdat ze de goede dagen overtreffen. Stoppen met de topsportloopbaan is dan de enige optie die nog rest als je als topper wilt herinnerd worden.

Zo kan je inderdaad stellen dat het peterprincipe ons uiteindelijk allemaal inhaalt. De beste illustratie daarvan is dat het in versneld tempo ook geldt voor die topatleten die een korte periode in hun leven de allerbeste zijn in hun discipline. Als je je ermee kan verzoenen hoeft dat niet negatief te zijn. Ook wat bloedernstig is, blijft versierd met speelse accenten leuk voor iedereen. Net zoals het leven zelve. Zo kan uiteindelijk iedereen, de toppers én de modale supporters, genieten van het spektakel. En wie weet wordt in de toekomst ook topsport zo herleidt tot wat het werkelijk zou moeten zijn in een humane samenleving: verkwikkend entertainment af en toe, waarbij geld verdienen minder belangrijk wordt als die samenleving verder kan emanciperen en verder inclusiever wordt. En het hoeft zeker niet ten koste te gaan van de kwaliteit. Meer sportieve matchen betekent meer boeiende wedstrijden die leuk zijn om te volgen. Sporters zeggen dikwijls zelf dat er belangrijker dingen in het leven zijn dan sport. Hoe minder gecrispeerde, gestresste belangen voor het grote geld, hoe meer belang voor de andere, belangrijkere dingen. En ook in de sport zijn de belangrijkste stakeholders nog altijd het grote, geïnteresseerde publiek. Interesse, aandacht op een gezonde manier daar leeft de sport - en ook de rest van de samenleving - van op.

Schrijver: Eric Vervaet
22 oktober 2023


Geplaatst in de categorie: maatschappij

4.7 met 3 stemmen 327



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je e-mailadres voor anderen in beeld verschijnt)