Inloggen
voeg je beschouwing toe

categorie:muziek

< vorige | alles | volgende >

Laatst toegevoegde beschouwing (nr. 418):

Bij het orgel van Moreau

Het was de zoveelste Open Monumentendag, die ik in mijn woonplaats Gouda meemaakte. Ik heb zo ongeveer alles al wel gezien, wat er aan bijzondere oudheden in deze stad bestaat. De onderaardse kasteelgewelven van het Kasteel van Jacoba van Beieren hebben mij het meest geraakt.

Het verhaal gaat, dat er kasteelgangen onder de IJssel hebben bestaan of er zelfs nog steeds bestaan. Dat spreekt natuurlijk aardig tot de verbeelding en heeft mijn hang naar ridderavonturen doen ontwaken. Een beetje in de stijl van de televisieserie 'Floris'. De naam Sindala uit deze serie vond ik als kind zeer betoverend en fantasie opwekkend. Overigens verstond ik altijd Zendelaar.

Door de coronacrisis waren de te bezichtigen monumenten danig beperkt, vooral in bewegingsvrijheid. Ik plaatste mijn oranje bakkersfiets tegen een steunbeer van de Sint-Janskerk en ik liep het hoekje om. Ik hoopte de kerktoren te kunnen beklimmen, want dat heb ik in al die jaren nog nooit gedaan. Alsof ik er door werd aangezogen, bleek de deur naar de toren gewoon open te staan. Ik moest mijzelf wel even aanmelden met een app, maar dat kon ik niet, dus deed die aardige meneer dat voor mij, op zijn telefoon. Daarna glipte ik als een vis in het water het trapportaal in. Een ronddraaiende trap zoals in de meeste, oude torens. Ik bespeurde de koele keldergeur en ik keek amper door de raampjes, omdat ik zo snel mogelijk naar de top van de toren wilde.

Op die top had ik eens vanaf het Marktplein Syb van der Ploeg 'Geef mij nu je angst' van André Hazes horen zingen. Dat was voor The Passion en Syb speelde toen Jezus. Hij hield zijn handen gespreid en hij droeg witte kleren. Heel indrukwekkend en ontroerend. Het deed ook mijn verlangen om die top eens te kunnen bereiken, aanwakkeren. Bijna overal in het land kun je torens beklimmen en dat doe ik dan ook erg graag, maar hier in Gouda lijkt het wel een gift voor uitverkorenen. Mogelijk is het feit dat de strenge protestanten nu die kerk en toren beheren daar debet aan.

Ik was dan ook enigszins teleurgesteld toen ik ontdekte, dat de klimtocht bij het orgel eindigde, maar ik liet me de pret niet bederven en ik was toch maar zo hoog gekomen. Ik had natuurlijk even snel ongezien over de overdreven veel, rood-witte, plastic afzetlinten kunnen stappen en als een haas naar de top kunnen vliegen om in alle rust van het uitzicht te genieten, maar dan zou er al snel een rare snoeshaan en dief van die van de roomsen gestolen kerk mij signaleren en al zijn brave, exact hetzelfde denkende broeders alarmeren en op mij af sturen alsof ik een laatste, roomse verzetsstrijder was, die ze van de toren moeten flikkeren.

Via een groot televisiescherm kon je zien wat er bij het orgel gebeurde, kon je de organisten zien spelen, maar daar kwam ik niet voor. Een vriendelijke man wist mij te vertellen dat de orgelpijpen uit tin en lood bestaan en dat ze muziekinstrumenten nadoen. Bij wat losliggende exemplaren deed hij het even voor. Aan de zijkant kon ik vanuit de hoogte in de langgerekte kerk kijken. Ik zag hout rondom het orgel, waarop je zou kunnen lopen. Dat zou dan heel erg spannend zijn, want de hoogte was enorm en wie zegt dat het hout het houdt. In mijn fantasie liep ik er al te balanceren. Net als Harold Lloyd aan die klok. Ik vertelde de orgelpijpenblaasman, die een graflucht uit zijn mond verspreidde, dat de groene kleur van het hele plafond van de kerk de kleur van de hartchakra is, wat ik dus een juiste keuze vond. Hij vertelde dat het eerst gelig was.
Er stonden grote deuren open, waardoor je in het orgel kon kijken. Die orgelmechaniek is reuze boeiend om te zien en bestaat gek genoeg uit vele houten latten en latjes. Die bewegen op de maat van de muziek. Een calvinistische, rigide, voorgeprogrammeerde inteelt-kop op een stoel hield mij in de gaten, want stel dat ik het op mijn heupen kreeg en in de lattenmechaniekenkast sprong en woest alles vernielde.

Het orgel is door de Rotterdamse orgelbouwer Jacob François Moreau (1684 - 1751) gemaakt. Dat moet een helse klus geweest zijn. De orgelpijpen variëren van heel klein tot supergroot. Die hele grote lijken op stoombootpijpen. Ik bleef er een tijdje rondhangen en ik keek naar de glas-in-lood-ramen. Ik zag allemaal namen van Nederlandse steden met hun wapens en bovenin was het raam van Z.M. Wilhelmina. Ik zag ook het woord 'Mayo', dat mij meteen aan de mayonaise bij de patatzaak Bram Ladage aan de Markt deed denken. Ik had natuurlijk graag wat hogerop gewild om de klokken en het uitzicht te bewonderen.
Die vier luidklokken zijn in 1605 door de Kamper klokkengieter/burgemeester Henrick Wegewart (1561 - 1622) gemaakt. Op die klokken staat: 'Hendrick Wegewart heft my gegoten inder stede van Gouda anno 1605'. Verder hebben de klokken een doorlopend randschrift, wat een vierregelig gedicht vormt. Hendrick goot de klokken op het Bolwerk in Gouda. Een vijfde klok hing in de Barbaratoren, maar die is in 1943 door de nazi's naar Duitsland gesleept en verdwenen. Die Barbaratoren heb ik ook eens beklommen met losse trappen en gevaar voor eigen leven.

Terug op de begaande grond stond ik ineens in de ontvangsthal met absurde tierelantijntjes/prullaria als souvenirs. In de kerk ging ik op een groene zetel bij een pilaar zitten en liet ik de orgelmuziek op mij af komen. Daar zat ik dan, bij het orgel van Moreau. In gedachten deed ik een dansje met Marilyn Monroe. Samen boven dat luchtrooster. Het kon mij niet hard genoeg zijn en ik wenste dat ze alle registers open gooiden. Er waren nauwelijks mensen in de kerk en ik zat daar als een koning. Ik denk dat de bezoekers mij voor een suppoost aanzagen. Ik heb daar lange tijd in volle ontspannenheid gezeten. Zo af en toe afgeleid door de steeds weer anders gevormde billen en wat daar aan vast zit van enkele vrouwen. Een bevallige jongedame, die driftig zat te fotograferen, zag mij ineens naar haar kijken door de houten spijlen. Met mijn slaperige, gedrogeerde, Marcel Proust achtige, halfgeloken, continu starende ogen zag ik hoe zij even heel lief naar mij glimlachte. De Goddelijke Liefde kan soms in minder dan een seconde tot ons komen. En van ons uit gaan. De Heilige Geest waait waarheen Zij/Hij wil. Volgens mij heeft die Godin van vlees en bloed nog geprobeerd mij onopvallend te filmen. In een flits was ze weg.

Om het Memento Mori effect te versterken, hebben die rare gelovigen de bizarre gewoonte om hun eens welgestelde doden in de kerk te begraven, zodat je als argeloze bezoeker gedwongen bent om over de grafstenen te slenteren, iets wat in veel andere culturen en zeker in de beschaafde oudheid absoluut heiligschennis is en was. Het maakt veel kerken dan ook tot absurde griezelhuizen van gewiekste donderstenen, waar je over de dode lichamen/sceletten loopt, die als aardlingen bovendien bijgelovig waren en dachten dat ze ooit weer met die geraamten zouden ontwaken om eeuwig te leven. Op oude afbeeldingen kun je die waanvoorstelling nog zien. De inhalige kerkbesturen verdienden met deze 'bevoorrechte' begraafplekken kruiwagens vol geld en dat was dan ook de onderliggende hoofdreden. Veel rijken trapten in die megaval, omdat ze gehecht waren aan hun aanzien en waanzinnige ego's. Die schandalige vorm van oplichting is dus nog steeds op, in en onder veel kerkvloeren zichtbaar.

Ik stond even stil bij een grafsteen van ene mevrouw Suijs, de vrouw van een Goudse burgemeester, die volgens de afbeelding om haar nek een ketting met een medaillon droeg. Ik kon haar zware boezempracht visualiseren. Of visualiseerde zij dat bij mij? Wilde zij mij als de Godin troosten en verblijden? Ik had zin om haar uit de dood op te wekken, maar dat hoefde helemaal niet, want zij was alleen maar uit haar tijdelijke bewoning verdwenen.

De orgeltonen maakten mij lekker high en ik keek als een uiterst relaxte toeschouwer naar boven. Op het orgel zag ik zes engelen staan en zitten. Twee engelen blazen op een trompet, één op een dwarsfluit, één bespeelt een triangel, één bespeelt een harp en één zingt volgens mij, maar die kon ik niet goed zien. Het onderste sierstuk van het orgel is een druiventros, de wijn symboliserend, het Bloed van Jezus Christus, de Christusborst, besloot ik tevreden te denken, Christus met vruchtbare borsten. Door die orgelklanken werd ik als kind al altijd behoorlijk randpsychotisch en schizoïde. Het is net als met Tibetaanse klankschalen schizofrenie opwekkend. Maar door het volume raak je erdoor bedolven en blijkt het hoogst aangenaam en helend transformerend. Het is shocktherapie. Daarna verdraag je de wereld als verdraagzaam, kleingeestig, oerstil en stupide. De mensen zijn ineens naamloze poppetjes. die maar wat ronddwarrelen. Je ziet opeens de zinloze poeha van alle activiteiten. De tovenarij van de overdonderende orgelmuziek dreunt nog lange tijd door. De grootsheid van God is via al jouw poriën naar binnen geslagen.

Het was fijn om daarna de klik van mijn fietsslot te horen, alsof een meester-tovenaar je met een toverstok weer in de zogenaamde realiteit probeert te tikken en gelukkig, even geen Moreau-orgel meer.

Schrijver: Joanan Rutgers
13 sep. 2020


Geplaatst in de categorie: muziek

4,5 met 2 stemmen 26



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)