voeg je beschouwing toe

Beschouwingen over idool

Laatst toegevoegde beschouwing (nr. 2.624):

Het meest kwetsbaar en dan vermoord

(voor Elfriede Lohse-Wächtler (1899 - 1940))

Jij bent geboren als Anna Frieda (Elfriede) Wächtler op 4 december 1899 in Löbtau, Dresden. Jouw ouders waren Maria Zdenka (Sidonie) Ostadal en Gustav Adolf Wächtler, een handelsbediende. Zij zijn op 17 juli 1898 getrouwd, toen jouw moeder zwanger was van jou. Jouw broer was Hubert (1911 - 1988). Op jouw 16-de jaar verliet jij het ouderlijk huis. Van 1915 tot 1918 ging jij naar de Koninklijke Kunst- en Ambachtsschool op Güntzplatz in Dresden. In 1916 verruilde jij de modeklas van Margarete Junge voor de toegepaste grafische klas van Max Frey. Van 1916 tot 1919 studeerde jij ook schilder- en tekenlessen aan de Kunstacademie van Dresden, waar Otto Gussmann directeur was. Jij had contact met de vriendenkringen rond Otto Dix, Otto Griebel en Conrad Felixmüller. Met batiks, ansichtkaarten en illustratiewerken kwam er geld bij jou binnen.

In april 1921 ging jij met de schilder en operazanger Kurt Lohse in het huis van de fabrieksdirecteur van de Schreckenbach-steengroeve in Wehlen-Zeichen wonen. Daar was jij het meest gelukkig. Jullie kregen er bezoek van Otto Dix en zijn latere vrouw Martha Lindner, geboren op 19 juli 1895 in Keulen, Otto Griebel, de kunstschilder Robert Hermann Sterl en zijn vrouw Helene Hedelt, en Paul Ernst Karl Cassel. Paul woonde met zijn vrouw Susanne en hun zoon Ra vanaf 1921 in Wehlen. Zij kregen nog een zoon, Constantin. De portretfotografe Genja Jonas (1895 - 1938) maakte in 1928 een schitterende foto van Paul. Hij heeft haar in 1926 geportretteerd. Hij overleed op 9 september 1945 in Chisinau, in Sovjetgevangenschap. Hij werd 53 jaar.

Kurt is geboren in 1892 in Hohenstein-Ernstthal. Hij was bevriend met Otto Dix. In juni 1921 ben jij met Kurt getrouwd. In september 1922 ging jij met hem naar Görlitz en in 1925 naar Hamburg, waar hij zanger bij het Hamburg Stadttheater werd. In de volgende jaren gingen jullie diverse keren uit elkaar. Kurt had een affaire met Elsa Haun, de dochter van de concertmeester in Hamburg. Vanaf 1926 woonden Kurt en Elsa al samen. Vanaf 1927 kregen zij 5 kinderen. In 1928 deed jij mee aan diverse exposities van de Neue Sachlichkeit en werd jij lid van de Hamburgische Künstlerschaft. In 1929 maakte jij het zelfportret 'Pijnlijk rustend'.

In 1929 kreeg jij een zenuwinzinking door jouw moeizame huwelijk en materiële zorgen, waardoor jij op 4 februari 1929 naar het psychiatrische Staatsziekenhuis van Friedrichsberg in Hamburg ging. Jij bleef gescheiden van Kurt. Kurt had twee kinderen met een andere vrouw. In het ziekenhuis maakte jij veel portrettekeningen van medepatiënten. Na het ziekenhuisontslag op 30 maart 1929 ging jij voorgoed bij Kurt weg. De arts vermoedde schizofrenie en psychose bij jou. Jij schilderde vooral prostituees en arbeidersmilieus. Jij leefde toen in grote armoede. De portrettenreeks uit 1929 heet serie Friedrichsberg Köpfe en bestaat uit 60 tekeningen. In mei-juni 1929 exposeerde jij een deel van de portrettenreeks op de Maria Kunde kunstsalon in Hamburg. De 'Hamburger Anzeiger' was lovend, evenals de kunsthistorica Anne Magdalena Banaschewski (1901 - 1981) in 'Der Kreis'.

Op 10 januari 1932 overleed Robert Hermann Sterl in zijn huis in Naundorf, waar hij is begraven. Hij werd 64 jaar. In 1932 ging jij vereenzaamd en psychisch labiel naar jouw ouders in Dresden terug. Korte tijd later liet jouw vader jou na de verslechtering van jouw geestelijke toestand opnemen. Jij ging naar het Staatssanatorium en verpleeghuis Arnsdorf, een psychiatrisch ziekenhuis. De diagnose was schizofrenie. Van 1932 tot 1935 maakte jij veel portretten en zelfportretten. Jij teknde ook de zusters en artsen. In mei 1935 heeft Kurt de scheiding officieel aangevraagd. Jij werd onbekwaam bevonden vanwege een 'ongeneeslijke geestesziekte'. Jij werd ontoerekeningsvatbaar verklaard en jouw bewegingsvrijheid werd sterk ingeperkt. Vanwege het Duitse eugenetica-beleid ben jij in december 1935 in de vrouwenkliniek van het stadsziekenhuis Dresden-Friedrichstadt gedwongen gesteriliseerd.

Jouw schilderkunst werd als Entartete Kunst beschouwd en in 1937 werd het uit de Hamburger Kunsthalle verwijderd, min 'Pijnlijk rustend' en 'Slapen'. Er werden 9 aquarellen uit het Stadtmuseum Altona en het Museum für Kunst und Gewerbe Hamburg in beslag genomen, waarvan er 6 werden vernietigd. Een groot deel van de schilderijen uit Arnsdorf zijn ook vernietigd. Hierdoor blokkeerde jouw creatieve energie en stopte jij met schilderen. In 1940 werd jij met geweld naar 'Landes Heil-und Pflegeanstalt Pirna-Sonnenstein' in Kasteel Sonnenstein in Pirna gestuurd, een psychiatrisch ziekenhuis. Daar ben jij op 31 juli 1940 in de kelder van het gebouw C16 als slachtoffer van Aktion T4 vergast. Jij werd 40 jaar.

In Sonnenstein werden minstens 14751 mensen vermoord. In Kasteel Sonnenstein is momenteel werk van jou te bekijken. De ongeveer 100 werken van het dagelijks leven en de patiënten in het psychiatrische ziekenhuis Arnsdorf, gemaakt in 1932-1935, kwamen op het landgoed van jouw broer Hubert terecht. Zij werden pas in 1995 herontdekt. In 2000 publiceerde de Stiftung Sächsische Gedenkstätte een catalogus met jouw tekeningen, getiteld 'Gallery of the Doomed', met een voorwoord van de historicus Norbert Haase (1960, Keulen). En met een bijdrage van de kunsthistorica/vertaalster Hildegard Reinhardt (1942, Hagen).

Schrijver: Sir Joanan Rutgers
8 september 2026


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 10

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: