voeg je beschouwing toe

Beschouwingen over idool

Laatst toegevoegde beschouwing (nr. 2.636):

Leve de Napolitaanse Republiek!

(voor Eleonora Fonseca Pimentel (1752 - 1799))

Jij bent geboren als Leonor da Fonseca Pimentel Chaves op 13 januari 1752 aan de Via di Ripetta in Rome, in een Portugese, adellijke familie, die uit Beja Alentejo afkomstig is. Vanaf jouw jeugd kon jij Latijn en Grieks lezen en schrijven. Hierbij kreeg jij hulp van jouw oom, de abt Antonio Lopez. Jij studeerde letteren en jij begon verzen te schrijven. Jij sprak ook diverse, moderne talen en jij ging jong naar de Accademia dei Filaleti, waar jij Epolnifenora Olcesamante heette. Op de Accademia dell'Arcadia heette jij Altidora Esperetusa. Jij correspondeerde met letterkundigen, zoals de dichter/toneelschrijver/librettist/priester Pietro Antonio Domenico Trapassi (Metastasio), die de leraar van Marie Antoinette van Oostenrijk-Lotharingen was. Op jouw 18-de jaar stuurde jij jouw eerste gedichten naar Pietro, die zeer onder de indruk was. Later studeerde jij geschiedenis, rechten en economie.

Jij bezocht de salons van de filosooof/jurist Gaetano Filangieri, getrouwd met de edelvrouw Charlotte Frendel, met wie hij Carlo, Roberto en Adelaide kreeg. Charlotte was de opvoedster van prinses Luisa Maria Amalia van Bourbon-Twee Siciliën. Bij hen ontmoette jij de patholoog/botanicus Domenico Cirillo en de dichter/abt/patriot/vrijmetselaar Antonio Jerocades. Gaetano overleed op 21 juli 1788 in Vico Equense door tuberculose en hij werd 34 jaar. Vanwege het huwelijk op 7 april 1768 tussen koning Ferdinando IV van Napels en III van Sicilië en de de 15-jarige Maria Carolina van Habsburg-Lotharingen in de Kerk van Sant'Agostino in Wenen schreef jij het epithalamium 'Tempel van de Glorie'. Door jouw literaire verdiensten werd jij aan het Hof ontvangen en kreeg jij een subsidie als bibliothecaresse van koningin Maria Carolina, de oudere zus van koningin Marie Antoinette, wat vele jaren duurde. Eind 1771 overleed jouw moeder Catarina Lopez. In 1776 begon jij met Voltaire te corresponderen en jij schreef een sonnet voor hem en hij voor jou. Hij noemde jou in zijn gedicht 'Nachtegaal van het mooie Italië'. De dichter/schrijver Pietro A. D. Trapassi noemde jou 'De meest beminnelijke muze van de Taag'. Jij was verloofd met jouw volle neef Miguel Lopes, maar dat stopte in 1776. Jouw vader regelde Pasquale voor jou.

In februari 1778 trouwde jij in de knusse kerk van Sant'Anna di Palazzo in Napels met de de 44-jarige Pasquale Tria de Solis, luitenant van het Napolitaanse leger. In oktober 1778 werd jullie zoon Francesco geboren, die na 8 maanden overleed. Jij schreef 5 sonnetten voor hem, vol wanhopige moederliefde. In 1780 werd jij lid van de Koninklijke Academie van Wetenschappen en Schriften. Jij ging naar de literaire salons en vrijmetselaarssalons van prinses Marianna Faraja van San Marzano en prinses Giulia Carafa van Traetto di Minervino. Pasquale mishandelde jou, waardoor jij 2 abortussen moest ondergaan. In 1784 is jouw vader naar de rechtbank gegaan. Hij vroeg of jij terug naar het familiehuis mocht. Jouw bruidsschat werd ook door Pasquale misbruikt en het hof van Napels ontkrachtte het gezag van Pasquale over jou. Er volgde een scheiding. In 1785 overleed jouw vader Clemente Pimentel. Pasquale overleed in februari 1795. Jij was tegen de Bourbonmonarchie en koningin Maria Carolina noemde jij een 'onzuivere lesbienne' en een 'ontrouwe, imbeciele tiran'. Als haar bibliothecaresse kon jij het weten.

In oktober 1798 werd jij beschuldigd van Jacobinisme en gevangengezet. In januari 1799 werd jij door de jongeren van de arbeidersklasse van Napels bevrijd. Gekleed in mannenkleren nam jij op 19 januari 1799 deel aan de verovering van Castel Sant'Elmo. Op 22 januari 1799 werd de Napolitaanse Republiek uitgeroepen. Op 2 februari 1799 verscheen het eerste nummer van 'Monitore Napolitano' van de Napolitaanse Republiek, waarvan jij op 25 februari 1799 de directrice werd. Jij schreef de 'Hymne tot de Vrijheid' en jij verspreidde de republikeinse idealen onder het volk, de minder opgeleiden. In juni 1799 werd de Republiek omvergeworpen en de monarchie hersteld. Jij werd een mikpunt van de wraakzuchtige Bourbons. Op 17 augustus 1799 was het proces tegen jou en werd jij ter dood veroordeeld.

Op 20 augustus 1799 werd jij op het Piazza del Mercato in Napels door ophanging vermoord, net als prins Giuliano Colonna, de advocaat/patriot Vincenzo Lupo, bisschop Michele Natale, de Jacobijnse priester Nicola Pacifico, de bankiers Antonio en Domenico Piatti en de 26-jarige patriot Gennaro Serra di Cassano, die ook onthoofd werd. Jij werd als laatste vermoord en jouw laatste wens was een kop koffie. Jouw laatste woorden waren een citaat van Virgilius: 'Forcan et haec olim meminisse iuvabit' (Misschien zullen we op een dag blij zijn deze dingen ook te herinneren). Bij de galg riepen de duivelse monarchisten: 'Leve Carolina, dood aan de Jacobina!'. Jij werd 47 jaar en jij bent in de Congregatie van Santa Maria di Costantinopoli in Sant'Eligio begraven. Rond 1850 zijn jouw fysieke restanten naar de familiekapel op de monumentale begraafplaats van Napels gebracht. Domenico Cirillo werd op 29 oktober 1799 op het Piazza del Mercato in Napels door ophanging vermoord en hij werd 60 jaar.

Schrijver: Sir Joanan Rutgers
6 oktober 2026


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 9

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: