voeg je beschouwing toe

Beschouwingen over idool

Laatst toegevoegde beschouwing (nr. 2.625):

Een poète maudit uit Genua

(voor Ceccardo Roccatagliata Ceccardi (1871 - 1919))

Jij bent geboren op 6 januari 1871 in het familiehuis aan de Via Caffaro in Genua. Jouw vader Lazzaro Roccatagliata (1837) was een landeigenaar en jouw moeder Giovanna Battistina Ceccardi kwam uit een aristocratische familie uit Ortonovo. Tussen 1872 en 1874 werd jouw broer Rinaldo geboren en in 1875 jouw zus Valentina. Op 12 oktober 1878 werd jouw broer Luigi geboren. Jouw moeder had ruzies met jouw vader, omdat hij het familievermogen verspilde. Jouw moeder ging met Luigi en jou naar Ortonovo en jouw vader bleef in Genua. Jouw moeder liet jou vooral Engelse dichters lezen. Jij studeerde eerst aan het missiecollege in Sarzana en daarna aan de klassieke, middelbare school in Massa. Op jouw 17-de jaar werd jij verliefd op Emilia Novella, om wie jij met het pistool van jouw opa Ceccardi zelfdoding probeerde te plegen. Daarna werd jij op Emilietta Venturini verliefd. Jij bent als privéleerling aan de Andrea D'Oria middelbare school in Genua afgestudeerd. Jij ging altijd lopend naar school.

In 1892 behaalde jij jouw baccalaureaat en ging jij naar de Universiteit van Genua op de Via Balbi 5, waar jij korte tijd notarieel werk studeerde. Op 27 november 1892 overleed jouw moeder in Lunigiana, terwijl jij in Genua was. Jij bleef in Genua en Luigi in Ortonovo, waar jij hem vaak bezocht. Jij was veel in de omgeving van de Galleria Mazzini, de Libreria Moderna van Giovanni Ricci en het Caffè Roma, waar de dichters Salvatore Quasimodo, Pierangelo Baratono, Eugenio Montale, Camillo Sbarbaro en Guido Gustavo Gozzano ook kwamen. Met jouw vriend Pierangelo en Alessandro Giribaldi waren jullie redacteuren van het tijdschrift 'La vita nova'. Gustavo Gozzano overleed op 9 augustus 1916 in Genua door longtuberculose. Hij werd 32 jaar en hij in de begraafplaats van Agliè begraven. In 1951 zijn zijn overblijfselen in de kerk van San Gaudenzio herbegraven.

In 1895 verscheen jouw dichtbundeldebuut 'Het Boek der Fragmenten'. In Carrara, waar jij in 1896-1897 was, werkte jij voor de lokale kranten, o.a. 'Lo Svegliarino - Giornale della Democrazia', waar Giuseppe Ungaretti ook voor werkte. Jij was rechtbankverslaggever voor de krant 'Il Caffaro', in 1875 opgericht door de schrijver/politicus/Garibaldiaan Anton Giulio Barrili, die ook in Caffè Roma kwam. Jij volgde o.a. het proces van de struikrover Giuseppe Musolino. Jij was medewerker van de literaire tijdschriften 'La tavola rotonda' van Napoli en 'L'idea liberale' van Milano. Veel intellectuelen respecteerden jou, o.a. de beeldhouwer/schilder Edoardo De Albertis, leerling van Giovanni Scanzi, en de schrijver/dichter Camillo Sbarbaro. Jij was ook bevriend met de schilder Plinio Nomellini, die in 1914 Grazia Deledda portretteerde, die hij vaak ontmoette. Jij was ook dik bevriend met de schilder/schrijver Lorenzo Viani, die jij als redactielid van 'Il Popolo' in Florence ontmoette. Plinio was de mentor van Lorenzo. Jij hebt drie duels uitgevoerd; met markies Ollandini van Sarzana, Luigi Becherucci en Alessandro Varaldo.

Op jouw 26-ste jaar was jij verliefd op de jonge Gemma Catalani. In 1898 ging jij naar Genua terug. In de Gazzetta Livornese omschreef jij jezelf als 'een verre broer van Tristan Corbière en Arthur Rimbaud en een kleine neef van Paul Verlaine'. Jij was lid van de kunstenaarsgroep Cenacolo di Sturla, met Edoardo De Albertis, Alessandro Varaldo en Plinio Nomellini. Via hen ontmoette jij de dichter/schrijver Gian Pietro Lucini, de dichter Angiolo Orvieto en de dichter/schrijver Angiolo Silvio Novaro. Via hen werd jij medewerker van het literair tijdschrift 'La Riviera Ligure', wat vanaf 1899 door de dichter/filosoof Mario Novaro werd geleid. Giovanni Boine was een opmerkelijke en succesvolle columnist van het tijdschrift. Hij overleed op 16 mei 1917 in Porto Maurizio door tuberculose en hij werd 29 jaar. De schrijfsters Grazia Deledda, Maria Majocchi en Corinna Teresa Ubertis en de dichteres Vittoria Antonia Maria Aganoor publiceerden ook in dit tijdschrift. In 1900 overleed jouw vader, waarschijnlijk door zelfdoding.

Op 10 september 1901 trouwde jij met de strijkster Francesca Giovannetti, die jij in Genua ontmoette. Zij kwam uit Sant'Andreapelago, waar jij ook verbleef en inspiratie voor jouw gedichten vond. Jullie zijn in het Oratorium van de Casoni di Sant'Andrea aan de Via Casa Lini door Don Gimorri getrouwd. In 1901 verscheen 'Viandante' (Zwerver). Op 4 juni 1902 overleed jouw broer Luigi in Frizzon door de tyfus. Op 11 oktober 1902 werd jullie zoon Tristan Edward Lazarus geboren. Vanaf 1903 woonde jij uit noodzaak ongeveer permanent in het huis van Francesca aan de Via di Fortezza in Sant'Andreapelago. In 1903 heb jij als kunstexpert de restauratie van de schilderijen in het Palazzo Rosso in de kranten beschreven, bekritiseerd en gewaardeerd. Jij schreef woeste artikelen over de schadelijke restauraties van Antoon van Dycks, waardoor jij ontslagen werd. Op 12 december 1903 is Tristan gedoopt, zonder dat jij dat wist. In 1905 verscheen 'Apua Mater'. Jij bedacht de 'Republiek Apua', waar jij de voorzitter/generaal van was en Lorenzo Viani de luitenant. Er waren 17 leden, o.a. Giuseppe Ungaretti, Lorenzo Viani, de schrijver Enrico Pea en de historicus Pietro Ferrari.

Francesca en jij hadden een slecht huwelijk en jouw schoonfamilie was vijandig jegens jou. Op 25 mei 1906 verliet jij Francesca en Tristan. Vanaf 1908 vertaalde jij de Annalen van Càffaro. In mei 1908 ontmoette jij Gabrielle D'Annunzio, die jou ook waardeerde. In 1910 verscheen 'Sonnetten en gedichten (1898 - 1909)'. Door jouw chronische alcoholisme, een zenuwinzinking en uricemische polyartritis moest jij op 2 januari 1914 naar het Galliera-ziekenhuis in Genua. Op 24 januari 1918 overleed Francesca. In 1918 werd jij verliefd op de jonge Maria Stefani. Op 16 september 1918 werd jij als vrijmetselaar ingewijd. In oktober 1918 maakte jij contact met de lerares Sidonia Serponi, voor wie jij 'Elegie del demone meridiano' schreef. In de nacht van 2 op 3 augustus 1919 overleed jij in het Pammatone-ziekenhuis in Genua door een cerebrale trombose. Jij werd 48 jaar. Op jouw grafsteen stond 'Hic constitit viator' (Hier stopte de reiziger). In 1919 verscheen nog 'Lettergrepen en Schaduwen'. Jouw as bevindt zich in de crematoriumtempel van de Monumentale Begraafplaats van Staglieno in Genua.

Schrijver: Sir Joanan Rutgers
10 september 2026


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 12

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: