Weerloos tegen gelogen kwaadsprekerij
(voor Jana Rybárová (1936 - 1957))
Jij bent geboren op 31 maart 1936 in Praag. Jouw vader was een elektrotechnisch ingenieur in Stresovice, Praag. Jij had een oudere broer en zus. Jij was al jong in kunst geïnteresseerd en jouw moeder steunde dit. Jij kreeg privépianolessen en vanaf jouw 10-de deed jij balletvoorbereidingslessen in het Smetana Theater, de Praagse Staatsopera op Wilsonova 4 in Praag, wat begon als Duits theater met bustes van Goethe, Mozart en Schiller erop. Het is nu onderdeel van het Nationaal Theater op Ostrovni 225/1 in Praag. Bedrich Smetana was een Tsjechisch componist. Na een brand op 12 augustus 1881 werd het theater op 18 november 1883 opnieuw geopend. De opera 'Libuse' van Stetana werd opnieuw uitgevoerd. De sopraan Marie Petzoldová-Sittová speelde de Boheemse prinses Libuse. Op de meisjesbasisschool leerde jij vanaf 1942 acteren in een toneel- en muziekclub.
Jij werd lid van het Frantisek Nejedlý Theater en jij speelde in 8 toneelstukken. Jij speelde meisjes die net als jezelf waren; teer, fragiel, charmant, etherisch, met een zuivere ziel, heel gevoelig en emotioneel. Zo speelde jij ook als filmactrice. Op 4 september 1945 werd er in het Smetana Theater 'Brandenburgers in Bohemen' van Smetana opgevoerd. Zijn eerste opera. Op 29 augustus 1946 was er de opera 'Hoffmanns Verhalen' van Jacques Offenbach en later de komische opera 'De Verkochte Bruid' van Smetana. Op 23 mei 1947 was er de opera 'Moeder' van Alois Hába. Mogelijk was je erbij. In 1947-1948 ging jij naar het Franse Gymnasium in het district Praag 19, Kbely. Daarna ging jij naar een middelbare school in de wijk Hradcany. In 1951-1952 ging jij aan de dansafdeling van het Staatsconservatorium voor Muziek op de Na Rejdististraat 77/1 in Praag studeren, opgericht in 1808. In 1955 ben jij daar afgestudeerd.
De directeur van het Staatsconservatorium voor Muziek was Václav Holzknecht. De actrice/schrijfster Aloisie Anna Voznicová gaf daar in 1924-1927 les. De actrice Vlasta Fabianová gaf daar ook les. De actrice Jirina Stepnicková en de actrice/zangeres Hana Lasková studeerden daar ook. Jij werd lid van het toneelgezelschap van het Zdenek Nejedlý Realistisch Theater op de Stefánikovastraat 6/57 in Smíchov, Praag. De regisseur/directeur was Karel Palous. Er waren ook de regisseur Miroslav Machácek en de dramaturg Sergei Machonin. Jouw medespelers waren o.a. Vlasta Jelínková, Karel Máj, Frantisek Horák, getrouwd met de theaterdramaturg Dagmar Rybínová, en Jarmila Májova, de vrouw van Karel Máj. In 1954 werd jij lid van de kern van acteurs onder regie van de homoseksuele scenarioschrijver/regisseur Václav Krska. Veel van zijn films zijn gebaseerd op het werk van de schrijver/dichter Frantisek Srámek. Václav heeft jou in al zijn films gecast. Daardoor wees jij eerst de aanbiedingen van andere regisseurs af.
In 1954 debuteerde jij als Anicka in 'Zilveren Wind', ook met Jindrich Fairaizl, die op zijn 59-ste in Mechenice zelfdoding pleegde met zijn auto. In 1955 speelde jij de dichteres/schrijfster/librettiste Eliska Krasnohorská in 'Uit Mijn Leven', over het leven van Bedrich Smetana van 1856 tot 1881. In 1955 speelde jij de leerlinge Jana in 'Er is een Oude Winkel op Straat' (20 minuten) van Jan Valásek. Ook met Eva Ocenásová. In 1956 speelde jij Jitka in 'Dalibor', terwijl Libuse Domaninska jouw zangstem deed. Jij speelde Fatma in 'Labakan', naast Otýlie Benísková, en Sirín in het romantische sprookje 'De Legende van de Liefde', naast Vlasta Fialová. En in 1957 speelde jij de novice Marta in 'Tegen iedereen' van Otakar Vávra, naar de historische roman uit 1893 van Alois Jirasek. Naast Marie Vásová, Eva Jirousková en Vlasta Matulová.
In jouw dagboek beschreef jij een zelfkritische analyse van jouw relatie met de operazanger/acteur Premysl Kocí, geboren op 1 juni 1917 in Rychvald. Jij ontmoette hem tijdens de opnames van 'De Legende van de Liefde'. Hij was destijds getrouwd met zijn tweede vrouw Astrid Stúrová, een soliste van het Nationaal Theater Ballet, danslerares en actrice. Zijn nicht was de operasoliste Míla Kocová. Jij werd smoorverliefd op hem, maar hij niet op jou. Er ging het gerucht, dat jij in Bulgarije zwanger van hem zou geworden en dat jij hem bij zijn familie wilde weghalen. Deze gelogen roddelpraat maakte jou helemaal kapot. Te meer omdat jij thuis anonieme haatmail vol nare scheldwoorden kreeg opgestuurd en jij zelfs haattelefoontjes kreeg. Jij was maagd en jij wilde Premysl helemaal niet bij zijn familie weghalen.
Op 11 februari 1957 pleegde jij in Praag zelfdoding met blauwe lampgas. Jij liet een afscheidsbrief achter. Jij werd 20 jaar en jij bent in de begraafplaats Vysehrad in Praag begraven. Op jouw graf staat een bronzen standbeeld van jou, gemaakt door Jan Hána (1927 - 1994). Enkele uren na jouw overlijden zou jij voor de film 'Wolf Pit' van Jirí Weiss de hoofdrol krijgen. Deze rol ging vervolgens naar Jana Brejchová, die op 6 februari 2026 overleed.
17 maart 2026
Geplaatst in de categorie: idool

Geef je reactie op deze inzending: