De eeuwige geest vol buitenaardse schoonheid
(voor Maria Majocchi (1864 - 1917))
Jij bent geboren op 23 april 1864 in de Via Gennari in Cento. Jouw opa, de filoloog/muzikant Gaetano Majocchi, woonde daar ook en hij liet een imposante privébibliotheek na, met o.a. de boeken van gravin Lara (Eva Cattermole). Jouw vader Antonio was een politicus, die tussen 1872 en 1908 een paar keer burgemeester van Cento was. Jouw moeder, de schrijfster Lavinia Agnoletti, hield van literatuur, muziek en kunst. Jouw familie kocht rond 1750 het Teatro Vicini of dell'Aurora. Jouw zus Gabriella was een pianiste, getrouwd met de advocaat Licinio Pedrini. Jouw zus Clementina Laura (1866 - 1945) was een beroemde violiste en jouw zus Maria was ook een pianiste. Jouw zus Clementina (Bruna) was ook een schrijfster, dichteres en journaliste. Zij was bevriend met de dichter Alberto Cappelletti. Van jouw moeder kreeg jij les in muziek en literatuur. Jouw zussen en jij speelden samen in het gezelschap van de musicus Amelia Sarti. De tenor Giuseppe Borgatti luisterde vaak vanaf de straat naar jullie.
Jij werd ontdekt door jouw werk in het tijdschrift 'Cordelia', van 1881 tot 1884 geleid door graaf Angelo De Gubernatis, letterkundige en dichter, die jouw vriend en medewerker was. Van 1911 tot 1917 werd 'Cordelia' door jou geleid. Jij volgde de schrijfster Ida Baccini op, die op 28 februari 1911 in Florence overleed en 60 jaar werd. Jouw zus Clementina volgde jou op. Jij publiceerde ook in het tijdschrift 'Poupée modèle'. Jij was ook bekend als Jolanda en Viola d'Alba. Jolanda is een personage uit het toneelstuk 'Een schaakspel' van Giuseppe Giacosa. Op 12 februari 1882 verscheen jouw gedicht 'Il fior della ventura' in 'Cordelia' onder jouw pseudoniem Margheritina di Cento. Jij kreeg een vaste samenwerking en 5 lire per pagina.
Op 8 december 1884 trouwde jij met markies Ferdinando Plattis uit Padua, met wie jij in het Castello della Giovannina in San Giovanni in Persiceto ging wonen. Jullie zoon Giovan Battista (1885 - 1942) met de roepnaam Gino werd geboren. Op 5 mei 1893 overleed Ferdinando na een korte ziekte. Daarna ging jij naar het familiehuis in Cento terug. In 'Marjolein' schreef jij lovend over dat huis en jouw familie, over de 3 zussen, die worstelen met de toenemende leeftijd en een roekeloze neef. Jij hebt de Cordelia Pro-Prisoners Association opgericht, wat het lezen naar de gevangenissen bracht en wat leidde tot de Cordelia Association for the Blind met het tijdschrift in braille. Jij werkte samen met de tijdschriften 'Nuova Parola di Cervesato', 'Natura e arte', 'Fanfulla della domenica', 'Rassegna nazionale' en 'Marzocco'. Hier ontving jij 2 literaire prijzen voor.
In 1894 verscheen jouw verhalenbundel 'Gedroogde Bloemen' bij Cappelli. In 1898 heb jij samen met de schrijver/politicus Luigi Federzoni 'Rassegna moderna di letteratura e arte' opgericht en geleid. Luigi is in 1900 aan de Univerditeit van Bologna in de literatuur afgestudeerd bij de schrijver Giosuè (Joshua) Alessandro Giuseppe Carducci, die in 1906 de Nobelprijs voor de Literatuur kreeg. In 1901 ging jij 'Vittoria Colonna' leiden, een wetenschappelijk en artistiek literair tijdschrift voor Italiaanse vrouwen. Vittoria (1492 - 1547) was markiezin van Pescara en dichteres. Zij had een gepassioneerde vriendschap met Michelangelo. Jouw romans en verhalenbundels zijn grotendeels door de uitgeverij Cappelli uitgegeven. Deze uitgeverij is in 1883 in Rocca San Casciano door Licinio Cappelli opgericht, die het in 1914 naar Bologna verplaatste. Licinio was getrouwd met Antonietta Casanti di Marradi, met wie hij 8 kinderen kreeg. Vooral hun zoon Carlo Alberto zette zich voor de familie-uitgeverij in. In 'Aan de drempels van de eeuwigheid' uit 1902 huldig jij Licinio als 'een vrolijke plattelandsuitgever' en 'uitgever van de dames'.
Jij had flirtations met de dichters Cosimo Giorgeri Contri (1870 - 1943) en Angiolo Orvieto (1869 - 1967). Cosimo was een dichter, schrijver en aristocraat. Hij trouwde met gravin Maria Lamberti en hij was bevriend met de dichter Giovanni Pascoli. Angiolo was Joods en in 1899 getrouwd met de Joodse schrijfster Laura Cantoni Orvieto.
In 1894 verschenen de romans 'De drie Maria's' (het meest succesvol) en 'Het boek van de mirages' bij Cappelli. 'Le tre Marie' gaat vooral over de schrijfster Maria Carletti. In 1896 verscheen 'Uit mijn tien: kritische essays', in 1897 'In het land van de chimera's: gedichtjes en fantasieën', in 1898 de verhalenbundel 'De Mystieke Bruiden', in 1899 'De wraak' en in 1900 'Onder de roze lampenkap'. Etcetera. In 1906 verscheen 'Na de droom', over Viola D'Alba. 'La perla' (De parel) gaat over de schrijfster Perla Bianco. In 1907 verscheen het succesvolle 'Eva koningin: het damesboek. Adviezen en normen van hedendaagse vrouwelijk leven'. Jij schreef ook over veelal als schandalig gevonden onderwerpen en de manier waarop jij daarover schreef, zoals over seks, menstruatie, echtscheiding, bevalling en huwelijk. De dichtbundels van Clementina verschenen ook bij Licinio Cappelli. In 1894 debuteerde zij met 'Blaadjes en tranen'. Angelo de Gubernatis overleed op 26 februari 1913 in Rome. Hij werd 72 jaar.
Jij overleed op 8 augustus 1917 in Cento. Jij werd 53 jaar. Jij bent in de Cimitero di Cento aan de Via Armellini begraven.
27 juli 2026
Geplaatst in de categorie: idool

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!