voeg je beschouwing toe

Beschouwingen over idool

Laatst toegevoegde beschouwing (nr. 2.621):

Een weggooispeeltje van de femme fatale Dolores Armijo

(voor Mariano José de Larra (1809 - 1837))

Jij bent geboren als Mariano José de Larra y Sánchez de Castro op 24 maart 1809 in Madrid, aan de Calle de Segovia 3, het huis van jouw opa Antonio Crispín de Larra y Morán de Navia, de beheerder van de munt van Madrid, en jouw oma Eulalia Langelot y de Bastos uit Lissabon. Jouw ouders waren de Franse arts/vertaler Mariano Antonio José de Larra y Langelot (1773 - 1840) en zijn tweede vrouw María de los Dolores Sánchez de Castro y Delgado uit Villanueva de la Serena. Jouw vader was de arts van prins Francisco de Paula de Borbón, de broer van koning Ferdinand VII van Spanje. Jouw vader reisde met Francisco door Europa. Op 12 juni 1819 trouwde Francisco met zijn 14-jarige nicht Luisa Carlotta delle Due Sicilie. Zij kregen 11 kinderen.

Jouw vader was militair chirurg in het leger van Joseph Bonaparte geweest. Op jouw 4-de, in september 1813, ging jij met jouw ouders in ballingschap naar Bordeaux. In maart 1814 gingen jullie naar Parijs. In 1818 kregen jullie amnestie van koning Ferdinand en gingen jullie naar Madrid terug. In 1819 gingen jullie naar Cáceres, in 1822 naar Corella, in 1823 weer naar Madrid, en in 1824 naar Aranda de Duero. Op jouw 16-de jaar werd jij in Aranda de Duero verliefd op een mooie, vrolijke vrouw, de minnares van jouw vader. Zij was een veel oudere vrouw, die jou genegenheid schonk. Zij was jouw eerste, grote teleurstelling. Jij ging verder met jouw studies en in 1824 naar de Universiteit van Valladolid. In oktober 1825 slaagde jij voor alle vakken en jij studeerde nog wat door, maar wat veel belangrijker was, jij ging poëzie schrijven, vooral oden en satires. In 1827 ging jij bij het Korps van Royalistische Vrijwilligers, een absolutistische militie.

In 1828 publiceerde jij de maandelijkse, satirische brochure Él duende satirico del dia', met kritiek op de samenleving, de sociale en politieke situatie. Dit was in het verlengde van de kranten 'El duende especulativo sobre la vida civil', 'El Pensador' en 'El Censor'. Jij gebruikte het pseudoniem El Duende. Op 13 augustus 1829 trouwde jij in de kerk van San Sebastián op de Calle de Atocha 39 in Madrid met Josefa Wetoret Velasco. In die kerk is de dichter/toneelschrijver Lope de Vega Carpio (1562 - 1635) begraven. Manuel Bretón de los Herreros trouwde daar in 1837 met Tomasa Andrés y Moyano. Patricio de la Escosura is er gedoopt. Jullie kregen 3 kinderen; op 17 december 1830 in Madrid Luis Mariano, op 12 januari 1833 in Madrid Adela en in 1835 Baldomera. Luis Mariano werd toneel- en romanschrijver, dichter, journalist en librettist. Hij overleed op 20 februari 1901 in Madrid. Adela is geboren aan de Calle Fúcar 24, in het ziekenhuis van Cómicos. Zij is in de kerk van San Sebastián gedoopt als Adelaide Josefa Dolores Paula. Na enkele jaren zijn Josefa en jij gescheiden.

Vanaf 1830-1831 ontmoette jij jouw geestverwanten in een café aan de Calle del Principe in Madrid. Daar was ook het Teatro del Príncipe (nu Teatro Español), met de theaterimpresario/regisseur Juan Grimaldi. Daarnaast was jullie Café del Príncipe, waar de El Parnasillo-bijeenkomsten waren, met naast jou o.a. José de Espronceda y Delgado, Ventura de la Vega, Patricio de la Escosura Morrogh, Ramón de Mesonero Romanos, Ramón Valladares y Saavedra, Antonio Ferrer del Río, Gregorio Romero de Larrañaga, Juan Eugenio Hartzenbusch Martinez, Antonio García Gutiérrez, José Zorrilla y Moral, markies/schrijver Mariano Roca de Togores, Manuel Bretón de los Herreros, markies/dichter Juan de la Pezuela, Enrique Gil y Carrasco, Joaquín José Cervino en Julián Romea, de opvolger van Juan Grimaldi. In 1831 kreeg jij een heftige relatie met Dolores Armijo, de vrouw van de ambtenaar/jurist José María Cambronero. Josefa ontdekte dat en zij heeft in het huis van José en Dolores stennis geschopt. José wilde toen van Dolores scheiden en hij verhuisde naar Manilla. Jij bleef totaal geobsedeerd door Dolores en jij volgde haar zoveel mogelijk. In 1834 verscheen jouw historische roman 'De Maagd van Don Enrique de Rouwende', over de 14-de eeuwse troubadour Santiago Macías en zijn overspelige minnares, de edelvrouw Elvira, getrouwd met Fernán Pérez de Vadillo, die Macías vermoordde. Macías is geïnspireerd op de ridder Martín Vázquez de Arce (1461 - 1486).

Door het schilderij, wat José Gutiérrez de la Vega van Dolores maakte, krijgen wij een indruk van haar uiterlijk. Het hangt in het Gemeentelijk Museum in Madrid. In de zomer van 1834 heeft Dolores jou verlaten en verliet zij Madrid. Zij ging naar haar oom Alfonso Carrero, burgemeestyer van Ávila. Jij scheidde van Josefa, zie zwanger was van Baldomera. In 1835 ontmoette jij Victor Hugo en Alexandre Dumas. In februari 1836 bezocht jij Dolores en heb jij de relatie tevergeefs geprobeerd te herstellen. Op 13 februari 1837 bezochten Dolores en haar schoonzus jou 's nachts in de Santa Chara-straat in Madrid. Zij zei, dat zij naar haar man José in Manilla terug wilde. Zij onderstreepte nogmaals de definitieve breuk en zij wilde haar brieven, die zij aan jou schreef, terug. Zodra zij jouw huis verlieten, schoot jij jezelf met een pistool in de slaap. De 4-jarige Adela ontdekte jouw ontzielde lichaam. Jij werd 27 jaar en jij bent in de Noordelijke Begraafplaats begraven. José Zorrilla las een gedicht voor jou voor. Dolores is met het fregat San Fernando bij Kaap de Goede Hoop verdronken. In 1842 zijn jouw overblijfselen in de begraafplaats van San Nicolás herbegraven. In mei 1902 zijn jouw overblijfselen in de begraafplaats van San Justo, San Millán en Santa Cruz op Paseo de la Ermita del Santo 70 herbegraven.

Jouw ouders zorgden en Luis Mariano zorgden voor Adele. Adele trouwde al vroeg met Diego García Nogueras, met wie zij Diego, Abelardo en Adela kreeg. Zij woonden in Madrid en via haar zus Baldomera ontmoette zij koning Amadeo I van Spanje. Adele werd de minnares van van Amadeo I, terwijl hij met María Victoria dal Pozza was getrouwd. Amadeo werd verliefd op de vrouw van de hoofdredacteur van The Times, waardoor de relatie met Adela werd verbroken. Adela dreigde de brieven van Amadeo te publiceren, maar hij heeft haar onder dwang omgekocht. Een gezant van hem zette een pistool tegen haar slaap. Zij probeerde de hertog van Santoña geld af te troggelen, waardoor zij 1,5 jaar gevangenisstraf kreeg. De man van Baldomera was de paleisarts Carlos Montemar y Moraleda, die in 1873 zijn vrouw en kleine kinderen voor haar verliet. Baldomera was een pionier van het frauduleuze piramidespel. Zij vluchtte met gestolen geld naar Auteuil. Zij is in Spanje vrijgesproken en zij overleed in 1915 in Havana.

Schrijver: Sir Joanan Rutgers
27 augustus 2026


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 18

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: