Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen over idool

Van theater naar theater en van man naar man

(voor Suzanne de Behr (1874 - 1939))

Jij bent geboren als Marie Laure Burtin op 2 november 1874 in Haraucourt. Jouw ouders waren de boer Mansuy Eugène Burtin en Marie Léontine Burtin. Rond 1890 maakte jij als Suzanne de Carnac bekendheid als demi-mondaine, te vergelijken met Anne-Marie Chassaigne, Jeanne Tricaud, Émilienne Marie Normand, Liane de Lancy, Agustina Otero, Carmen Douset Moreno en Clémence Justine Procureur. Volgens een artikel uit 1890 ging jouw vader enkele jaren voor 1890 in één nacht in het Casino des Sables failliet en pleegde hij zelfdoding. De maître d'hotel van Maxim's op 3, rue Royale in Parijs, Hugo Patacelli, noemde jou de 'borstige dochter van een rabbijn'. Rond 1900 koos jij voor de naam Suzanne de Behr. In 1900 debuteerde jij in de libertijnse vaudeville 'Le Petit Chauffeur' van Henri Alexandre Frigot in het Déjazet Theater op 41, boulevard du Temple.

Jij speelde voor vast in het Folies Bergère, toen er nog koetsen reden. Het is in 1869 opgericht door de acteur/theaterregisseur Louis Émile Hesnard, getrouwd met de actrice/operazangeres Victoire-Élisa Macé. Op 7 maart 1901 speelde jij in 'Les Travaux d'Hercule' in het Théâtre des Bouffes-Parisiens op 4, rue Monsigny. Dat theaterstuk was van Robert de Flers, dik bevriend met Marcel Proust, Gaston Arman de Caillavet, ook dik bevriend met Proust, en Claude Antoine Terrasse, getrouwd met de pianiste Andrée Marie Théodorine Bonnard, de zus van de kunstenaar Pierre Bonnard en Charles Bonnard. Jij speelde naast Amélie Diéterle, de minnares van de bibliofiel/kunstverzamelaar Paul Gallimard, de vader van de uitgever Gaston Sébastien Gallimard en Raymond Gallimard. Amélie speelde koningin Omphale en zij had twee Villa Omphale's. Zij was o.a. de muze van Auguste Renoir, die haar topless op zijn 'De Slapende Baadster' schilderde.

In het Théâtre de la Bodinière op 18, rue Saint-Lazare speelde jij Sylvia in 'Le Passant' van François Coppée. In het Théâtre des Mathurins op 36, rue des Mathurins speelde jij in 'Sous-let' en in Brussel speelde jij in de komedie 'Madame Flirt' uit 1901 van Paul Gavault en Georges Berr. In 1904 speelde jij in het Théâtre du Gymnase op 38, boulevard Bonne-Nouvelle Madame Villeras in 'Le Fils à papa' van Alexandre Debray. Jij werd samen met Cléo de Mérode bij het Théâtre des Mathurins aangenomen. Jij speelde Yvonne in 'L'Amant sérieux' en 'Messieurs de la cour' van Debray. In 1905 speelde jij Pompeia in de operette 'La Femme de César' van Hugues Delorme en Gustave Quillardet, met muziek van Rodolphe Berger. Jij speelde als grote coquette 3 jaar in vaste dienst bij het Théâtre de l'Odéon. Jij debuteerde daar als Zatime in het tragedie 'Bajazet' van Jean Racine. In Engeland en Amerika speelde jij met Gabrielle Charlotte Réju, die in 1906 het theater op 15, rue Blanche kocht en het Théâtre Réjane noemde. Zij overleed op 14 juni 1920 op 8bis, rue Laurent-Pichat door een hartaanval. Zij werd 64 jaar en zij is in de Passy-begraafplaats begraven, net als de actrice Jeanne Angèle Grossin, die bij een brand in de Comédie-Française overleed en 21 jaar werd. Jeanne's moeder, de actrice Henriette Henriot, is daar ook begraven. Jeanne en Henriette poseerden voor Renoir.

In 1908 speelde jij Salabacha in 'Lisistrata' van Maurice Donnay in het Théâtre des Célestins in Lyon. In het Théâtre Femina in Parijs speelde jij Suzanne Vix in 'Autour de la Lampe' van André Ibels, een anarchist. In 1909 had jij een relatie met de mijnbouwkundig ingenieur André Girard. Jullie werden in het Terminus Hotel door zijn vrouw betrapt en zij schoot 4 pistoolkogels op André. In 1910 speelde jij in het schitterende Théâtre de Vaudeville Henriette in 'Deux Êcoles' van Alfred Capus. In 1910 speelde jij in de Gaité-Rochechouart Diane in jouw eigen toneelstuk 'La Dame de Monte-Carlo'. In 1911 speelde jij in het Théâtre du Pré-Catelan in 'Francesca' van Louis Dellue. Vanaf 1912 woonde jij op 72, boulevard Pereire. In 1919 speelde jij in de film 'Trois familles' van Alexandre Devarennes, naast Suzanne Bianchetti. In 1921 speelde jij in het Théâtre des Deux-Masques in de komedie 'La Petite Maud' van Guy de Téramond. In 1929 speelde jij in het Théâtre des Champs-Élysées in 'La Lumière qui renaissance' van Georges Delance.

Op 26 maart 1923 overleed Sarah Bernhardt in een hotel op nr. 56, boulevard Pereire. In 1931 woonde de acteur Constant Rémy bij jou. Op 10 april 1939 overleed jij in het Saint-Joseph Ziekenhuis op 1, rue Pierre-Larousse. Jij werd 64 jaar.

Schrijver: Sir Joanan Rutgers
15 juni 2026


Geplaatst in de categorie: idool

4.0 met 1 stemmen aantal keer bekeken 32

Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je e-mailadres voor anderen in beeld verschijnt)