voeg je beschouwing toe

Beschouwingen over idool

Laatst toegevoegde beschouwing (nr. 2.627):

Als zondebok gruwelijk vermoord

(voor Sidonia von Borcke (1548 - 1620))

Jij bent geboren in 1548 in het Kasteel van Stramehl (Strzmiele), genaamd 'Het Wolvennest', in het Hertogdom Pommeren, in een rijke, adellijke familie. Jouw overgrootvader was de ridder/gezant/rover Matzko von Borck (1360 - 1426) uit de adellijke familie Von Borcke, met op het familiewapen twee rode wolven op een gouden schild en boven een kroon een gouden hert. Jouw ouders waren Otto von Borcke zu Stramehl-Regenwalde en Anna von Schwiechelt. Jij was de jongste van drie kinderen en jij had een uitzonderlijke schoonheid en uitzonderlijke gaven. Jouw vader overleed in 1551. Jij had als vrouw het recht om over jouw eigen vaderlijke erfenis (alimentatiebetalingen) te beschikken, waardoor jij een rechtszaak tegen jouw broer Ulrich en hertog Johann Friedrich von Pommeren begon. Jij uitte veel kritiek en klachten, wat in brede kringen negatief geïnterpreteerd werd. Het kasteel raakte in verval en in 1572 verloor jouw familie het spaargeld door de ineenstorting van de Loitz-bank.

Jij woonde aan het hof van prins Filips I, hertog van Pommeren, in Wologoszcz (Wolgast) met de Sint-Pieterskerk. Jij was hoveling van prinses Amelia van Saksen van Pommeren (28 januari 1547 - 16 september 1580). Amelia bleef maagd en zij ging een klooster in. Jij accepteerde een huwelijk met de zoon van Filip I en Maria van Saksen, Ernest Ludwik, wat in 1577 zou gebeuren, maar wat door zijn familie werd verhinderd. Ernest trouwde in 1577 met Sophia Hedwig von Braunschweig, met wie hij 3 kinderen kreeg. In 1600 overleed jouw zus Dorothea en op 9 februari 1600 overleed hertog Filips I van Pommeren in Wolgast. In 1603 overleed jouw broer Ulrich en in 1604 ben jij bij het protestantse maagdenklooster Marienfliess ingetreden, in Marianowo, een klooster voor adellijke jonkvrouwen, in 1569 gestart in een cisterciënzerklooster uit 1248, gesticht door hertog Barnim I. Jij hield jezelf niet aan de strenge kloosterregels en jij had ruzie (juridische en privé conflicten) met de andere nonnen en de kloosterkapitein Johannes von Hechthausen.

In 1606 werd jij door de priorin Magdalena von Petersdorff als subpriorin ontslagen. Jij protesteerde bij Bogislaw XIII, hertog van Pommeren. Hij stuurde een commissie, geleid door Joachim von Wedel, om de zaak te onderzoeken. Het werd al gauw een grote vete tussen de commissie en jou. Joachim had privéontmoetingen met de kloosterkapitein om te bedenken hoe hij van jou af kon komen. De vete eindigde na het overlijden van Bogislaw op 7 maart 1606 en het overlijden van de priorin Magdalena. Joachim en Johannes overleden in 1609. In 1611 diende jij bij de hertog Filips II klachten in tegen de nieuwe priorin Agnes von Kleist. Filips II stuurde een commissie, geleid door Jost van Borcke, een familielid van jou. Jost registreerde chaos, wantrouwen, gescheld en soms geweld. Filips II overleed op 3 februari 1618 en Franz I volgde hem op. In juli 1619 is de ruzie tussen de suppriorin Dorothea von Stettin en jou tijdens een mis geëscaleerd. Jullie werden gearresteerd en Dorothea beschuldigde jou van hekserij, met name vanwege het dwingen van een voormalige hoofdwerkster, de waarzegster/bedelares Wolde Albrechts, om de duivel naar jouw toekomst te vragen. Wolde was ongehuwd en zij had een kind. Zij had meerdere minnaars.

Dorothea liet haar kamergenote Anna von Apenburg ook tegen jullie getuigen, maar onder ede haakte Anna af. Het domme publiek verweet jou zelfs het overlijden van de Pommerse hertogen. De processen werden aan het hof van Stettin (Szczezin) uitgevoerd. Wolde werd op 28 juli 1619 gearresteerd. Op 18 augustus 1619 werd zij aangeklaagd voor zwarte magie en seks met de duivel. Zij werd gemarteld en op 7 september 1619 beschuldigde zij jou en twee andere vrouwen van hekserij. Jouw proces begon op 1 oktober 1619, waarbij Wolde haar beschuldigingen herhaalde. Op 9 oktober 1619 is Wolde op de brandstapel vermoord. Jij zat in de abdij van Marienfliess gevangen. Een poging om te ontsnappen mislukte, net als een poging om zelfdoding te plegen. Op 18 november 1619 werd jij naar een gevangenis in Stettin gestuurd. Op 27 november 1619 overleed hertog Franz I, die 43 jaar werd. Jij werd ook van de kinderloosheid van de zonen van Bogislaw XIII beschuldigd. Ze verzonnen er steeds meer bij. Er werden 72 aanklachten tegen jou ingediend, o.a. de moorden op jouw neef Otto von Borcke, de priester David Lüdecke, hertog Filips II, Magdalena von Petersdorff, de poortwachter Matthias Winterfeld en het consistoriaal raadslid Dr. Heinrich Schwalenberg. Jij had volgens hen ook seks met de duivel, die in dieren verscheen, zoals in jouw kat Chim.

In januari 1620 werd Elias Pauli jouw verdediger. Hij toonde aan dat de vermeende door jou vermoorden een natuurlijk overlijden hadden. Op 28 juni 1620 heeft de rechtbank in Magdeburg foltering toegestaan, wat op 28 juli 1620 is uitgevoerd, waardoor jij door de pijn bekende. Terwijl jij naar de executieplaats werd gesleept, werd het doodvonnis van jou voorgelezen. Jouw lichaam werd vier keer met een tang 'gebroken', maar jij trok jouw bekentenis in. Op 16 augustus 1620 werd jij weer gemarteld en op 1 september 1620 werd het definitieve vonnis uitgesproken. Jij werd ter dood veroordeeld door onthoofding en daarna de verbranding van jouw lichaam. Dat gebeurde op 28 september 1620 buiten en bij de Molenpoort in Stettin, met een zwaard en op de brandstapel, richting de Vallei van de Zeven Molens, voorbij de Osówkabeek. Jouw overblijfselen zijn in de middeleeuwse begraafplaats van de armen begraven. Daar is nu de Sowinskiego-straat.

Schrijver: Sir Joanan Rutgers
14 september 2026


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 8

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: