Inloggen
voeg je column toe

Columns

GELICHTE FUIKEN

Het gebouw deed niet prettig aan. De ligging ervan was ook al niet geweldig, omdat het middenin de drukke stad stond en werd omringd door hoge flats. Het had een liefelijke naam, deftig, want gespeld met ae. Dit om nog enigszins de schijn van ‘kale kak’ op te houden. Bij binnenkomst zagen we een bejaarde dame op een bankje zitten. De receptioniste zat geknield voor haar en probeerde de knoop in de veters van haar linkerschoen te ontwarren.
‘Wat heeft u nu weer gedaan?’
Het klonk een beetje geïrriteerd.
‘Zulke mooie schoenen, speciaal voor u gemaakt nogal liefst.’
Hoofdschuddend ging ze door met haar gepriegel. De bejaarde dame hield de rollator rechts van haar met één hand stevig vast en keek schuldbewust en beteuterd.
Ik vroeg de weg naar het toilet en de receptioniste moest tot drie keer toe uitleggen hoe ik daar kon komen. Dat kan ik er nog net bij hebben moet ze gedacht hebben.
Ik moest langs de recreatiezaal om er te komen en die zag er best gezellig uit vond ik. Even later tilde de lift ons naar de achtste verdieping.
Ze woonde er nu anderhalf jaar, onze tante, en pas nu hadden we met veel moeite tijd vrij kunnen maken voor een bezoek. Het viel me op dat de muren van de lange gangen zo kaal waren. Ik zag veel spijkers zitten, dus moesten er ooit schilderijen hebben gehangen. Alleen naast de huisdeur van mijn tante hing nog een beige bruin keramisch object, dat een tak met bloemen voor moest stellen. Een mistroostig beeld. We belden aan en het duurde even voor de deur openging.
Ze was sterk vermagerd. Haar kamer zag er echter goed uit. Hij had een balkon, laminaat op de vloer en was ingericht met lichte Ikea meubels. Een flinke flat screen prijkte op een oud, donker eiken kastje van thuis. De badkamer was zeer ruim.
Eén van ons maakte oploskoffie in de kleine, maar doelmatige keuken. Onze tante was daar te zwak voor na de zware rugoperatie, gevolgd op die waarbij ze een pacemaker had gekregen. Op mijn opmerking over de kale gang, vertelde ze dat er veel gestolen werd. Van de wanden,maar ook al twee keer vijftig euro uit haar portemonnee.
Ze was nu 79 jaar en had altijd al een teer gestel gehad, onze ooit zo sensuele, ijdele tante.
Ook nu nog vroeg ze ons hoe we vonden dat ze eruit zag, nu haar ooit zo pronte boezem totaal was verdwenen.
Vanwege bezuinigingen mochten de schoonmaaksters niet meer stofzuigen en dweilen, had ze te horen gekregen. Een ramp was het. Zeer verontwaardigd was ze over het feit dat de verpleeghuisarts haar antidepressiva voor wilde schrijven en zelfs naar een tehuis voor ‘gekken’ wilde overplaatsen. Haar kregen ze niet klein. Zij was nog heel wat vergeleken bij haar overbuurvrouw die een stoma had en wier kamer om de haverklap onder de poep zat.
Een buurman verderop dreigde te vervuilen, zo vies waren zijn kamer en hijzelf. Onze verontwaardiging steeg ten top.
We voelden ons vrij machteloos onder de huidige regering die verwachtte dat wij of onze dochters, vrouwen met een baan en gezin ook nog eens aan mantelzorg zouden gaan doen en dat terwijl we nu al op onze tenen liepen. De huidige cultuur was er gewoon niet naar.
Om even frisse lucht te happen, gingen we, gewapend met verrekijker, op het balkon staan en keken links uit over flink wat groene boomkruinen. Heel in de verte ontwaarden we een rood streepje. Het was de vuurtoren van Scheveningen, de geboorteplaats van onze tante. Hij leek precies zo ver weg als haar en ook onze jonge jaren. Hoe kon het gebeuren dat men zo de fuiken lichtte van haar, nu bewoner van Swaenenhove, ooit een jonge en verleidelijke nettenboetster en van ons, 55 plussers. We voelden ons machteloos.
Op de terugweg was het stil in de auto. Peinzend zogen we op Haagsche hopjes. Was dit ons voorland, of zou het nog erger kunnen?

Schrijver: Anneke Haasnoot, 11 mei. 2013


Geplaatst in de categorie: actualiteit

3,8 met 5 stemmen 75



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)