Inloggen
voeg je column toe

Columns

WREVEL AAN DE OURTHE

‘Ik loop al drie kwartier te zoeken, maar kan haar nergens vinden. Zijn jullie al bijna klaar in dat kasteel, of hoe zit dat?’ Zijn stem klonk een tikje geïrriteerd. Wij wisten natuurlijk ook niet waar ze uithing. Echt ver kon ze niet zijn nu ze nog met elleboogkrukken liep.
‘We komen er zo aan, we hebben alles nu wel zo’n beetje gehad.’ We daalden langzaam en trapsgewijs af. Het weggetje naar de ruïne van de burcht was erg steil, maar het te nemen was de moeite waard geweest. We hadden veel mooie foto’s kunnen maken.
In het centrum van La Roche en Ardenne was de zoekgeraakte eenentachtig jarige inmiddels uit het toeristentreintje gestapt en met haar schoonzoon op een terrasje neergestreken. Om te bewijzen dat ze nog net zo zelfstandig was als voordat ze een nieuwe knie kreeg, had ze spontaan besloten zich rond te laten rijden door het stadje. Ze had zichtbaar genoten, maar haar schoonzoon keek wat zuinig. Het was geen moment in haar opgekomen ons even te waarschuwen. Met haar mobiele telefoon kon ze nog steeds niet goed overweg en daarbij kwam ook nog eens dat ze vrijwel doof was. Haar gehoorapparaten hadden daar niet veel aan veranderd. Toch, in een gesprek van één op één, kon ze nog redelijk horen. Namen er meerdere mensen aan deel, dan lukte dat niet meer. Dat maakte eenzaam en was belemmerend voor een vrouw die altijd het hoogste woord had gehad en die altijd graag in het middelpunt van de belangstelling had gestaan. De ingehuurde demontabele scootmobiel had zijn dienst niet bepaald bewezen. Ze had er één dag over de kasseien in het oude centrum mee gehobbeld en dat was geen onverdeeld succes geweest. Ze durfde haast geen gas te geven en was bang dat het schokken haar nieuwe knie, die ze nog maar koud tien weken bezat, zou schaden. Haar oudste dochter had geen goeie geregeld. Dus trok ze er na die eerste dag op uit met haar elleboogkrukken. Ook dat was geen onverdeeld succes en werkte sterk in op haar humeur. Ze kon nog maar korte afstanden afleggen en van geduld oefenen en rust nemen, had ze nog nooit gehoord. Ze was behoorlijk gefrustreerd. Het was ook nooit goed verzuchtten we gevieren. Ontelbare malen had ze zich verontschuldigd dat ze zo weinig kon doen. Zich overgeven aan het minder kunnen dan voorheen en hulp vragen; ze kón het gewoon niet. Zou ze zich toestaan het wel te doen, dan zou dat haar leven een stuk gemakkelijker maken. Huishoudelijke hulp? Een vreemde over de vloer die het toch nooit zo goed kon als zijzelf? Ze piekerde er niet over. Haar huisje zag eruit om door een ringetje te halen. Een huisvrouw pur sang was ze. Ze had het vreselijk gevonden toen bleek dat geen van haar dochters wat dat aangaat op haar leek. Goed, ze hadden voor haar klaargestaan tijdens haar negen weken durende revalidatie, maar haar evenaren zouden ze nooit. De vakantievilla was mooi. Alleen jammer dat ze zes dagen van de zeven die ze er verbleven haar mooie sjaal, voor ‘s avonds bij de terrashaard, nergens kon vinden. En dat, terwijl ze toch zeker wist dat ze hem had ingepakt. Ze verdacht haar jongste dochter ervan hem te hebben zoekgemaakt. Ze bleef ernaar zoeken. Alles had ze ondersteboven gekeerd, zuchtend, kreunend, desperaat, drie vier keer op een dag, desnoods met behulp van één elleboogkruk, maar ook ‘los’, waar ze dan best weer trots op was. De dag voor vertrek kwam de jongste met een triomfantelijke blik de sjaal tussen duim en wijsvinger houdend de huiskamer binnen:‘En, kijk eens wat ik heb gevonden in de scootmobiel?’
‘Nou moe, hoe zou die daar terechtgekomen zijn?’ Hun moeder klonk verbaasd, maar was opgelucht. Ze wist ook zeker dat ze een groen T-shirt miste sinds ze uit het zorgcentrum was ontslagen. Kon dat niet in de koffer van de jongste zijn geraakt? Dat bleek inderdaad het geval. Zie je wel ze was wel goed, maar niet gek. Eindelijk had ze weer eens gelijk. De jongste had door haar drukke baan natuurlijk niet op tijd de verpleegwasjes kunnen doen. De oudste was wat dat aangaat trouwer, maar die werkte dan ook minder.
Het klonk en voelde alsof ze eindelijk weer eens een overwinning had behaald. Hoe lang geleden was het dat ze met haar blik alleen al mensen het zwijgen oplegde? Dat ze nog kracht en macht had over alles en iedereen? Dat zij nooit, maar dan ook nooit aan het kortste eind trok? De villa had trouwens een groot smeedijzeren hek. Aan weerszijden daarvan stond een muur met op elk daarvan, hoe toepasselijk, een enorme stenen leeuw. Beide beelden hielden zegevierend en dreigend een klauw omhoog en brulden geluidloos maar net zo vervaarlijk als zij vroeger. Haar sterrenbeeld was Leeuw. Toen ze tachtig werd had men haar liefdevol toegezongen. Het refrein ging als volgt: ‘Een leeuw die kan brullen, een leeuw die kan brullen, is ook maar een reuzenpoes die hard miauwt’ (2x) ! Ze had er niet om kunnen lachen,
Was een beetje van slag die dag.

Schrijver: Anneke Haasnoot, 23 jun. 2014


Geplaatst in de categorie: familie

2,0 met 5 stemmen 478



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)