Zelfbeschikking
Stel er valt een brief op de mat van een tijdschriftenbedrijf. Ze bieden je een jaarabonnement aan met 25% korting als je die in één keer betaalt. Je legt de brief bij het oud papier, want je hebt geen behoefte aan een abonnement. Maar je had even verder moeten lezen. Want als je niet binnen twee weken hebt laten weten dat je het abonnement niet wilt, dan krijg je nog één keer een brief om je eraan te herinneren dat je moet laten weten dat je het niet wilt. En anders gaat het bedrijf er vanuit dat je het abonnement wilt. Twee weken later komt de herinnering, je legt de brief weer bij het oud papier. De week erop valt het tijdschrift op de mat dat je niet besteld hebt. Waar je nooit voor getekend hebt. Maar het bedrijf vertelt je dat je eraan vast zit, want je hebt twee keer niet gereageerd.
Dit vat een beetje samen wat de nieuwe donorwet inhoudt waar de Eerste Kamer vandaag over discussieert. Als je nog niet een keuze hebt vastgelegd in het donorregistratiesysteem, dan krijg je twee keer een brief om dat alsnog te doen. Doe je het niet, dan gaat de overheid ervan uit dat zij je organen aan een ander mogen geven op het moment dat een arts je hersendood heeft verklaard. Daar zijn allerlei verschillende meningen over, of je echt dood bent als je hersendood bent, maar daar gaat deze column niet over. En daar gaat ook de discussie vandaag in de Eerste Kamer niet over. Waar het wel over gaat is hoe kies of onkies het is dat de overheid wil beschikken over organen van mensen die om wat voor reden ook zelf geen actieve keus gemaakt hebben om hun organen vlak voor hun overlijden al of niet te doneren. Ik schrijf bewust 'vlak voor hun overlijden', want er wordt in de media steeds gesproken over donatie van je organen 'na je overlijden', maar dat is alleen het geval als hersendood ook echt dood zou zijn, en daar blijf ik, mede gezien vele elkaar tegensprekende uitspraken van artsen hierover, zeer kritische vraagtekens bij zetten.
Maar stel, voor het gemak van de stelling, dat hersendood echt dood is, dan gaat de wet dus over het doneren van je organen na je dood. Die wet verplicht je een keus te maken of je dat wel of niet wilt, en anders beslist de overheid dat je het gewild hebt. Men zegt in de media er steeds bij dat de nabestaanden het laatste woord mogen hebben, maar dat klinkt leuker dan het is. Ze mogen namelijk 'bezwaar' maken, en moeten 'bewijzen' dat de overledene de twee brieven niet kon beantwoorden en dat de overledene het echt niet gewild zou hebben dat haar of zijn organen uit zijn of haar lichaam worden gehaald. Dan zit je daar met al je verdriet en dan moet je met juridische bewijzen komen om te voorkomen dat ze in je dierbare gaan snijden, die daar zelf nooit toestemming voor heeft gegeven.
Ik heb het dossier afgelopen jaar gevolgd, geschokt als ik was dat deze wet door de Tweede Kamer geloodst was. Nota bene alleen aangenomen omdat één kamerlid in de file stond en niet op tijd aanwezig kon zijn voor de stemming. Anders was de wet niet aangenomen. Eén stem verschil: 75 voor en 74 tegen. Over een onderwerp van letterlijk leven en dood. Je zou verwachten dat daar toch een wat ruimere meerderheid voor nodig zou zijn. Democratie door het oog van de naald. Wat ik vervolgens las op de site van de Eerste Kamer, schokte mij des te meer. Er werden goede kritische vragen gesteld, maar de antwoorden waren ronduit verschrikkelijk. Zoals die over de rol van de nabestaanden, hierboven beschreven. Toen ik dat las, wist ik het zeker: deze wet mag er absoluut niet komen.
Sinds de wet in de Tweede Kamer is aangenomen, hebben velen mensen zich laten registreren met 'Nee', en hebben zelfs velen hun 'Ja' in 'Nee' veranderd. Dat laatste lijkt raar. Maar ik lees op de sociale media wat mensen daartoe beweegt. Men vindt, wat mij betreft geheel terecht, dat doneren iets vrijwilligs moet zijn. Dat zit ook in het woord ingeweven: donatie. Een verplichte donatie is geen donatie meer. Dat wordt een contributie. De dwang die de mensen voelen die van deze nieuwe wet uitgaat, doet ze besluiten hun donatie terug te nemen. Precies het tegengestelde dus wat de wet beoogt. Want men wil meer donoren.
Maar in plaats van voorlichting te geven en mensen te bewegen vrijwillig donor te worden, zet men ons voor het blok: je bent donor, tenzij je duidelijk aangeeft het niet te willen zijn. Ik voel dat hier een enorme loop wordt genomen met mijn recht op zelfbeschikking. Tot in de dood en erna. Artikel 11 grondwet en verankerd in vele internationale verdragen over de rechten van de mens. De integriteit van mijn lichaam. Waarover alleen ikzelf, en niemand anders, beslissen mag. Dat recht heb ik hoog. Zeer hoog. En ik vind het bepaald onkies van onze overheid dat ze menen dat onze organen staatseigendom worden, enkel omdat er twee brieven niet beantwoord zijn. Zou u het pikken, dat abonnement van dat tijdschriftenbedrijf? Nee toch zeker.
Natuurlijk gun ik iedereen die het wil en nodig heeft, een nieuw orgaan om verder te leven. Ik schrijf bewust 'die het wil en nodig heeft'. Want je kunt het wel nodig hebben en toch niet willen. Vreemd genoeg gaat men in de media er vanuit dat iedereen dat maar wil. Terwijl daar toch veel haken en ogen aan zitten. Praktisch, medisch, spiritueel. Afstotingsgevaar, levenslange medicatie met allerlei bijwerkingen, mensen die vertellen over hoe hun karakter daarna veranderde, en dat ze opeens dingen deden en lustten waar ze voorheen een hekel aan hadden of juist andersom. Dat zou met het karakter en de voorkeuren van je donor te maken kunnen hebben. Die vermengen zich dan opeens met de jouwe. Je moet het allemaal maar willen.
Het alternatief is dat je doodgaat. Dat laatste moet blijkbaar koste wat kost voorkomen worden. En toch is het de enige zekerheid die we hebben. Ik wil graag de zekerheid dat als dat dan gebeurt, ik met al mijn organen intact een kist inga, morsdood, zo dood dat je echt er geen discussie over kunt hebben of ik wel of niet dood ben. En dat die tempel die in dit leven mijn lichaam was, in een oven volledig tot as wordt. Uitstrooien over de Noordzee graag, tussen de zeehondjes, samen met de as van mijn hondjes. Niks geen stukje van mij dat nog meelift in het lijf van iemand op aarde die mij steeds weer naar die aarde terugtrekt, nee, mijn energie reist vrij en vrolijk en zen door het universum. Mocht ik ooit een orgaan nodig hebben, dan hoop ik dat ze zover zijn dat ze een klein stukje van me kunnen klonen tot het benodigde orgaan. Dan wil ik het wel. Maar als iemand anders mij zijn of haar orgaan wil geven, geef het dan aan iemand anders. Iemand die het wil.
Schrijver: Gabriëla Mommers, 30 januari 2018
Geplaatst in de categorie: actualiteit
4.0 met 13 stemmen
830