Inloggen
voeg je column toe

tabblad: columns

< vorige | alles | volgende >

column (nr. 1924):

Even rekenen (2)

Zes jaar na mijn column “Even rekenen” is het pensioengeneuzel nog steeds in volle gang. Staan de pensioenfondsen er nu slechter voor? Welnee. Zes jaar geleden zat er 900 miljard in de pot en nu is dat gestegen tot rond de 1500 miljard. Tien jaar geleden meenden vele financiële experts dat de pensioenpot anno 2019 maar meer voor de helft gevuld zou zijn. Het tegendeel is waar. Vergeleken met tienjaar geleden is de inhoud van de pot maar liefst meer dan verdubbeld. Dus meer dan vier keer zoveel als die experts dachten dat het nu zou zijn.

Ik kan nu wel weer een verhaal ophangen over de rekenrente, de dekkingsgraad, de rendementen en de uitgaven van de pensioenfondsen maar laten we deze keer eens naar de droge feiten kijken met betrekking tot het kapitaal bij de fondsen zonder al te veel rekenkundige zijpaden te betreden al zal ik daar niet helemaal aan kunnen ontkomen.

De doemdenkers beweerden tien jaar geleden al dat er te weinig in kas zit om aan de toekomstige verplichting (40 jaar vooruit kijken) te voldoen. Nu beweren ze dat nog steeds. Hoe kan je met droge ogen in dit standpunt volharden?
De “gewone” man/vrouw ziet dat het pensioenkapitaal maar blijft groeien. Ze zien ook dat hun eigen pensioen al tien jaar bevroren is en in sommige gevallen zelfs gekort. Dit valt in hun belevingswereld niet te rijmen. Hoe kan nou? Waarom indexeren ze al jaren niet? Wat doen ze met ons geld?

Het valt ook niet te rijmen. Van al die doemberichten over slinkende pensioenpotten is niets uitgekomen in de afgelopen tien jaar. De enorme hoogte van de verplichtingen komt tot stand door de lage rekenrente die men hanteert. Die rekenrente van onder de 1 procent staat in geen verhouding tot de rendementen (het echte geld) die pensioenfondsen behalen. Het ABP bijvoorbeeld heeft over de afgelopen tien jaar gemiddeld zo´n 7 procent rendement gehaald.

Toch even een eenvoudig rekensommetje. Een bedrag van 1500 miljard euro bij een rekenrente van 1 procent levert na 40 jaar rond de 2200 miljard op. Echter hetzelfde bedrag levert bij een rekenrente van 4 procent (nog ver onder het echt behaalde rendement) na 40 jaar rond de 7200 miljard op. Als we het historisch behaalde rendement van 7 procent nemen wordt het bedrag zelfs 22500 miljard. Dat ziet er zo uit: 22.500.000.000.000. Je mag ook zeggen 22,5 biljoen. U ziet dat een beetje schuiven met de rekenrente enorme consequenties heeft voor de inschatting van het bedrag dat nodig is voor toekomstige verplichtingen.
Er komt een tijd, en dat duurt waarschijnlijk niet lang meer, dat er zo´n groot vermogen is opgebouwd dat de pensioenpot eigenlijk alleen maar kán blijven groeien.

Stel je hebt 2 miljoen gespaard en je wilt hier lekker van gaan leven. Als je 1 procent rendement haalt per jaar heb je 20.000 Euro om te besteden. Niet zoveel dus je potje zal waarschijnlijk slinken in de loop der jaren. Haal je een rendement van 2 procent dan heb je 40.000 Euro om op te maken in een jaar. Nou dat zou wel kunnen lukken. Je potje blijft precies gevuld met die 2 miljoen. Haal je echter een rendement van 4 procent dan heb je 80.000 Euro te besteden. Nou ik kon me van die 40.000 best redden dus de pot groeit ieder jaar lekker door. In het begin met 40.000. Maar met rente op rente wordt dat bedrag per jaar steeds hoger. Je krijgt het niet meer op bij je huidige leefpatroon.
Met de pensioenpot gaat het ook die kant op als ze zo doorgroeien. Straks weet men niet meer hoe men geld moet opmaken. Maar wellicht kan er dan weer een graai uitgenomen worden door de regering.

En dan nog even over de indexering die u de afgelopen 10 jaar bent misgelopen. Dit percentage ligt rond de 15 procent. Dat zou een extra uitgave van de pensioenfondsen zijn geweest van een krappe 25 miljard totaal over die tien jaar. Natuurlijk had men dan over de jaren ook wat minder in de pot waardoor het rendement ook ietsje lager zou zijn geweest. Meer dan 5 miljard zou dit niet geweest zijn en dan reken ik al ruim.
Dus totaal zo´n 30 miljard minder in de pot op dit moment. Geen 1500 miljard maar 1470 miljard. Nou nou dat zou een ramp zijn geweest!
Wie had daar moeilijk over gedaan? Geen hond. Geen haan had ernaar gekraaid. We hadden met z´n allen ook dan kunnen constateren dat het pensioenvermogen meer dan verdubbeld is de laatste 10 jaar. In werkelijkheid is iemand met een pensioen van rond de 1000 Euro per maand al meer dan 10.000 misgelopen sinds 2009. En natuurlijk hadden we dan ook gewoon kunnen doorzeuren over dekkingsgraden en rekenrente maar dan wel met dat achterstallige geld al in de achterzak. En we zouden nog heel lang en gelukkig kunnen leven.

Vanaf 2021 gaan ze de rekenrente nog strenger aanpakken. Dat vond Dijsselbloem en zijn commissie echt nodig want anders reken je je rijk en zou het geld wel eens op kunnen raken. De mantra van jongeren die minder gaan krijgen door het egoïsme van ouderen klinkt luid in die kringen. Dat de jongeren door dit beleid minder pensioen opbouwen hoor je niet. De werkende generatie van nu mag zich echter gelukkig prijzen dat de pensioenpot zo gevuld is. Het geld stroomt nu van de ouderen naar de jongeren en niet andersom.

Bezit maakt blijkbaar angstig. Hoe meer er in de pot zit des te meer men kan kwijtraken moet men denken.

Voor 2009 zat de rekenrente ruim boven de 4 %. Op dit moment moet men het doen met 0,6 procent. Die rekenrente is de afgelopen 10 jaar met een sneltreinvaart naar beneden gegaan. Vind je het gek dat de dekkingsgraden dan maar heen en weer springen. Het zorgt voor veel onnodige onrust in de maatschappij en vooral bij de gepensioneerden van nu. De werkende generatie heeft nog geen pensioen en voelt het daarom nog niet. Maar zij zijn ook de klos bij dit beleid.

Nu verlangt men herstelplannen van de pensioenfondsen. Hoe kan je nu herstelplannen opstellen bij een gemiddeld rendement van 7%. Dat is absurd. Het gaat beter dan ooit. Het beste pensioenstelsel ter wereld raakt opeens in het slop en moet volgens velen op de kop. Het pensioenstelsel hoeft echter niet op de schop maar het beleid van de regering en de Nederlandse Bank moet op de schop.
Had men een vaste rekenrente van 4% gehanteerd of desnoods van 3%, nog ver onder de gemiddelde rendementen over de afgelopen 20 jaar, dan had er vrolijk geïndexeerd kunnen worden en was er zelfs genoeg ruimte geweest om een dertiende pensioenmaand uit te betalen. De dekkingsgraden zouden de pan uit rijzen. En als men dan per se geen vaste rekenrente wil zou wellicht het glijdend gemiddelde van het behaalde rendement over een jaar of tien minus een ingebouwde zekerheid van een paar procent de oplossing kunnen zijn. Weg problemen.

Zelfs mevrouw Corien Wortmann, voorzitter van de ABP die jaren haar mond dicht hield, ziet plotseling het licht en zegt nu dat het onverklaarbaar is dat de pensioenen volgend jaar omlaag zouden gaan. Het is niet meer uit te leggen vindt ze. Volgens haar zit er zeker voor de komende 70 jaar genoeg in de pot. De heer Peter Borgdorff, directeur Pensioenfonds Zorg en Welzijn, spreekt al jaren over dode buffers in de pensioenpot.

Hoe is het toch mogelijk zou je denken. Maar in de virtuele werkelijkheid van de Staat der Nederlanden en de Nederlandse Bank is blijkbaar alles mogelijk.

Over 6 jaar maar weer eens kijken.

Schrijver: Gaffelbaard
17 nov. 2019

1,0 met 1 stemmen 71



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)