Inloggen
voeg je column toe

tabblad: columns

< vorige | alles | volgende >

column (nr. 2039):

Naar uw hand

SOMS WEET JE DAT JE IETS VERKEERD hebt aangepakt. Het kan over een futiliteit zijn gegaan, het kan een ander niet eens zijn opgevallen. Toch zit het je dwars, het blijft je hardnekkig achtervolgen en je vraagt je af hoe het komt dat woordkeus, zelfs van lang geleden, nog letterlijk door je brein spookt. Had ik dit of dat maar (niet) gezegd. Achteraf heb je makkelijk praten.

Ik was met ziekteverlof geweest. Toen ik op het Baschwitz-instituut terugkeerde, legde Paul Rosenmöller er oriëntatiebezoeken af. Hij had toen al een ‘reputatie’ als uitgekookt ellebogengebruiker, niet vies van consultancies en commissariaten, die nimmer een lesuur voor een mbo-klas had gestaan. Meneer had z’n zinnen gezet op het voorzitterschap van de Nationale Onderwijsraad.

Een medisch ‘deukje’ is slecht voor je positie zodra onderhandelingen zich aankondigen. We waren met z’n vieren, de directeur, de adjunct-directeur, een bangelijke locatiemanager en ik. De directeur, pas een paar maanden in functie: ‘ik begrijp dat je popelt om weer aan de slag te gaan’. Hij wekte de indruk dat hij niet precies wist wat mijn, nota bene door de Hilversumse bedrijfsarts voorgeschreven, arbeidsreïntegratieperiode inhield. De personeelschef had mij eerder al gezegd dat ik, met behoud van rechten, vervroegd zou kunnen uittreden.

Ik was van plan geweest om stevig van me af te bijten en om de directeur te zeggen dat ik het vreemd vond dat ‘n ex-collega mijn coach bij de herintreding zou zijn, terwijl dezelfde mevrouw zich, zonder vaardigheid of ervaring, tijdens mijn afwezigheid min of meer meester had gemaakt van mijn functie. Ik ontwaarde enige sporen van zijn ongeduld: ‘je zet de dingen heel graag naar je hand’.

Plotseling voelde ik me machteloos. Misschien begreep hij dat mijn terugkeer weinig zou opleveren, misschien wilde hij mijn reactie zien, misschien probeerde hij het vooringenomen beeld te maskeren dat hij van mij had.

Ik denk vaak terug aan dit ‘beslissende’ gesprek. In huidige omstandigheden, zoveel later, had ik de aantijging dat ik medewerkers naar mijn goeddunken deed handelen, als klinkklare onzin van de hand gewezen. De tijd verstrijkt. Gevoelens en gevoeligheden veranderen, beschuldigingen zijn relatief.

Schrijver: Ton Mantoua
30 jun. 2020


Geplaatst in de categorie: psychologie

4,0 met 3 stemmen 95



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)