Inloggen
voeg je column toe

Columns

Minder is meer: de razende roes naar Nergenshuizen

Ooit schreef ik voor mijn eindexamen een opstel. Het had moeten gaan over het ons gedrag in het verkeer, het jakkeren jagen, over het beest dat in ons loskomt zodra we de auto instappen. Of, in mijn geval, ook al op de fiets. Deze zomer heb ik al twee keer een onzachte aanraking met het asfalt moeten ondergaan. Fietsen, fietsen, fietsen, het wordt nog eens mijn dood. Over mijn gedrag in de auto wil ik niet hebben. Nog steeds moet Woemi me tot de orde roepen als ik mijn race over de linkerbaan onderbroken weet door iemand die zich met een gangetje van ik voor mijn wielen werpt. De bekeuringen zijn, net als het bier, natuurlijk voor mijn rekening.

De razende roes naar Nergenshuizen heette het. De titel was niet van mij, die was ontleend aan dat boek, van Dr. J. A. M. Meerloo. ok dan. Ik schreef uiteindelijk niet over de geestelijke hygiëne in het snelverkeer. Hoe verzin je het.

Mijn opstel ging over groei. Over altijd maar meer meer meer. Over rupsje nooit genoeg. Over schaalvergroting, over het landschap vernietigende ruilverkaveling. Het landschap heeft u te danken aan de boeren.
Het was 1978. In die tijd zagen we de zure regen, de kernenergie, de bulderbaan, de kernbommen als onze grootste bedreiging. We, dat waren de geitenwollensokken, die jong en onbezonnen ten strijde trokken tegen het grootkapitaal. In onze tochtige en koude krakerswoningen kwamen die sokken goed van pas. We voedden ons met macrobiotische en biologisch dynamische geteelde slakropjes, waren niet vies van een wormstekig appeltje en droomden van een met hasj overgoten reisje naar Afghanistan. Sommigen geloofden ook heilig in Marx en Lenin.

En Harrie Visscher, filmcriticus en mijn docent Nederlands, geloofde heilig in mij. Altijd beoordeelde hij mijn opstellen met een hoog cijfer. Daarom durfde ik het. En schreef ik wat ik wilde, waarin ik geloofde, en waar ik nog steeds in geloof, en gelukkig met mij, steeds meer mensen.

Maar in die tijd geloofden we vooral nog in groei, in en nog mooiere, nog betere wereld. Voor onszelf dan. Dat de rest van de wereld dat ook zou willen, en dat dat de wereld zwaar, te zwaar zou gaan belasten had ik nog niet bedacht.
Minder is meer, dat werd mijn betoog. Minder is meer. Gelukkig is het kwartje nu dan toch gevallen. Echt? Corona is nog niet voorbij of we verdringen elkaar alweer bij Schiphol voor een goedkoop reisje. De vegetariërs zijn nog altijd ver in de minderheid, onze vleesconsumptie is alleen meer gestegen om het over onze krankzinnige energiebehoefte maar niet te hebben. Onze zorgbehoefte, ook al zoiets. We willen niet ziek en we willen niet dood. We willen altijd stralend jong en gezond zijn.

Stop. Stop met Nederland vol te plempen met huizen en asfalt, met vliegvelden en met boerenfabrieken. Stop met meerder keer per jaar vliegen, stop met meer salaris te eisen, begin niet alweer aan een nieuwe keuken, stop met dat stompzinnige kopen om het kopen. Genoeg is genoeg.

Eerlijk is eerlijk: ook ik woon te groot, heb nog een benzineauto en vlieg vaker dan nodig. Mijn lapje vlees laten staan of plastic uit de badkamer weren? Nog een hele opgave. Moeten we nu echt Nederland behangen met windmolens en zonneparken? En allemaal in een Tesla gaan rijden? Wordt de wereld daar nu beter van? Er klopt iets niet. Nog even nadenken.

Over mijn schouder leest Woemi mee. Erg onder de indruk is ze niet. ‘Je oma had gelijk, je had dominee moeten worden’, zegt ze. Laten we maar een stukje gaan fietsen, en zwemmen in het Wed.
‘Als het maar niet weer honderd kilometer is’, zegt ze.
‘Ok’, beloof ik. Bij wat minder blijft het gezellig. Ook daar is minder meer.

Schrijver: Jorrit
4 juli 2022


Geplaatst in de categorie: wereld

3.6 met 5 stemmen 87



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)