Illegale herinneringen.
Fietsend op een viaduct zweef ik over de daken van bedrijvige vrachtwagens die onder mij door razen. Lang geleden stond ik hier met mijn engeltje. Blonde ragfijne krulhaartjes had ie. Stevig in moeders greep stond hij in het zitje met zijn buikje tegen de reling te zwaaien, onder de indruk van het lawaai van al die toeters. Zijn moeder mocht er ook wel wezen.
Ik denk aan onze vrachtwagens. 'Onze'. Officieel hoor ik er bij. Ik weet waar ze heen gaan en terug komen. Ik ken de stemming als de reis goed is verlopen. Het gejakker op kantoor. Personeel is kind aan huis. Vader in stofjas. Moeder bemoeit zich nerveus met de boekhouding om niets tot iets dat misloopt te maken. Waarop vader jachtig door het huis redderd. De huishoudster smeert het welverdiende avondbrood en dooft de alarmbellen. Kinderen aan tafel!
Moeder zei dat er voor mij een rekening is geopend, want ik ben de eerstgeborene. Ik hoor bij dit gezin. Zei ze. Maar ik mag er geen deel aan hebben. Mijn herinneringen zijn illegaal. De pijn mag ik niet voelen. Ik heb nog nooit gehuild om dit verlies. Mede omdat ik de kans kreeg het beter te doen. De rekening hiervan heb ik al gekregen.
Eens rolt het tapijt terug. Zei ze. De hele schepping roept hetzelfde. Ik rol de berg af. Vreemde vrachtwagens denderen als dreigende bullebakken naar hun vreemde bestemming. Koele wind door mijn haren verfrist mijn kleren. Slechts één traan waait mee.
5 mei 2026
Geplaatst in de categorie: familie

Geef je reactie op deze inzending: