En depressie kreeg het laatste woord...
(voor Byron Herbert Reece (1917 - 1958))
Jij bent geboren op 14 september 1917 in Union County, Georgia. Jouw ouders waren Juan Welborn Reece en Emma Lance Reece. Op 15 juni 1909 overleed jouw zus Alwayne, die 13 maanden werd. Zij is in de Old salem Cemetery in Choestoe begraven, bij haar grootouders predikant John H, Lance en Caroline T. Lance. John werd in 1888 door illegale alcoholstokers vermoord. Hij werd 54 jaar. Jouw andere zussen waren: Eva Mae (1911 - 1986), Nina Kathryn (1914 - 2003) en Jean (1923 - 1991). Jouw broer was Thomas James (1915 - 1989).
Op de middelbare school begon jij lokaal gedichten te publiceren. In 1943 verscheen 'Lest the Lonesome Bird' in het literaire tijdschrift 'Prairie Schooner' uit Lincoln, Nebraska, opgericht in 1926 door met name de professor Engels en redacteur Lowry Charles Wimberly. Charles Bukowski, Octavio Paz en Truman Capote hebben er ook in gepubliceerd. In 1945 verscheen jouw dichtbundeldebuut 'Ballad of the Bones and Other Poems' en in 1950 verscheen de dichtbundel 'Bow Down in Jericho'. In 1950 verscheen ook jouw romandebuut 'Better a Dinner of Herbs'. In 1952 kreeg jij een Guggenheim Fellowship voor fictie en verscheen de dichtbundel 'A Song of Joy'. In 1955 verschenen jouw tweede roman 'The Hawk and the Sun' en jouw laatste dichtbundel 'A Season of Flesh'.
Jouw dichtbundels verschenen bij E.P. Dutton & Company, Inc, in New York, in 1852 opgericht in Boston door Edward Payson Dutton (1831 - 1923). Jij bent in de landbouwgebieden van Union County, rond Blairsville, opgegroeid. Dit inspireerde jou, net als de natuur en de King James bijbel. Jij las ook 'The Pilgrim's Progress from This World to That Which Is to Come' uit 1678 van de predikant John Bunyan. Jij studeerde aan de Blairsville High School op 604 Panther Way. Jij was een slimme en eenzame scholier. Jij woonde heel afgelegen op het platteland en het verhaal ging, dat jij 8 of 12 jaar was, toen jij voor het eerst een auto zag. Jij ging naar het Young Harris College en tussen 1935 en 1942 gaf jij af en toe les op school. Jij schreef het ene na het andere gedicht voor tijdschriften en kranten, ook toen jouw ouders in 1936 tuberculose kregen en jij meer voor de familieboerderij moest zorgen. De journalist en oprichter van de Atlanta Constitution krant Ralph Emerson McGill en de schrijver/leraar Jesse Hilton Stuart herkenden al vroeg jouw schrijftalent.
In 1940-1942 gaf jij les aan de Zion Elementary School in Dooly, wat jij niet leuk vond. In 1943 won jij de jaarlijkse poëzieprijs van het American Poet magazine. Jesse Stuart was jouw sponsor bij de uitgave van jouw eerste dichtbundel. Jesse was getrouwd met de schooljuf Naomi Deane Norris en hun dochter is Jessica Lane. Zijn eerste dichtbundel 'Man with a Bull-Tongue Plow' (1934), zijn tweede dichtbundel 'Album of Destiny' (1944) en zijn derde dichtbundel 'Kentucky is My Land' verschenen ook bij E.P. Dutton & Co., Inc, net als 4 van zijn romans en het autobiografische 'Beyond Dark Hills' uit 1938. In 1952 werd jij geportretteerd in het tijdschrift 'Newsweek' en werd jij poet-in-residence aan de Universiteit van Californië. Jij kreeg 5 keer de literaire prestatieprijs van de Georgia Writers Association en jij was ook poet-in-residence aan het Young Harris College en de Emory University. Jouw boeken en jouw prijzen leverden nooit veel geld op en de omstandigheden op de boerderij bleven zwaar. Jij gaf part-time les aan het Young Harris College om overeind te blijven, maar jij werd echter door depressie en fysieke ziekte uitgeput.
In januari 1946 pleegde professor W.L. Lance zelfdoding. Hij was jouw mentor van de Quill Club van het Young Harris College op 1 College Street. Dit heeft een grote impact op jou gehad. In het najaar van 1953 kreeg jij tuberculose. In februari 1954 verbleef jij in het Battery State Hospital in Rome, Georgia. Dit vanwege tuberculose in het bovenste deel van jouw linkerlong. Jij was er erg ongelukkig en begin mei 1954 vertrok jij zonder de toestemming van de artsen. Jij beloofde wel dat jouw medicijnen zou blijven nemen. Jouw moeder overleed op 30 augustus 1954 in Georgia en zij werd 68 jaar. Zij is in de Old Union Cemetery begraven.
Op 3 juni 1958 pleegde jij zelfdoding in jouw kantoor in het Young Harris College, terwijl volgens de Byron Herbert Reece Society de 'Pianosonate in D' van Wolfgang Amadeus Mozart uit de boxen van een platenspeler kwam. In ieder geval was het muziek van Mozart. Jij hebt jezelf rond 22.30 uur neergeschoten in de YHC-slaapzaal, waar professor Dance ook zelfdoding pleegde. Jij had jouw laatste studentenpapieren nagekeken en netjes in de bureaulade gelegd. De YHC-directeur was destijds Charles R. Clegg. Jij werd 40 jaar en jij bent in de Old Union Cemetery in Young Harris begraven. Jouw vader overleed op 27 mei 1960 in Georgia en hij werd 80 jaar. Hij is ook in de Old Union Cemetery begraven.
16 april 2026
Geplaatst in de categorie: idool

Geef je reactie op deze inzending: