Inloggen
voeg je column toe

Columns

Literatuurkritiek door Dautzenberg

De schrijver Anton H.J. Dautzenberg is op 13 december 1967 in de Vroedvrouwenschool in Heerlen geboren. Hij heeft een tweelingbroer en hij groeide op in Schaesberg, naast Heerlen. Hij studeerde Economie en Taal- en Letterkunde aan de universiteit van Tilburg. Hij woont nog steeds in Noord-Tilburg. In 2011 werd hij lid van de voormalige Vereniging Martijn, wat tot maart 2012 duurde, want hij was de aanhoudende stroom van bedreigingen meer dan zat. Hij vond dat hij de democratie van de vrije gedachten/fantasieën verdedigde, maar door de rechterlijke opheffing van die criminele, perverse, traumatiserende, zielsbeschadigende en inhumane vereniging denkt hij daar wellicht nu anders over.

In zijn artikel 'Een te kleine broek maakt je impotent' (NRC, 25 juli 2014) maakt Dautzenberg zich druk over de teloorgang van de Nederlandse literatuur. Hij stelt, dat de schrijvers derivaten zijn geworden, verhandelbare opties met een beperkte looptijd. Volgens hem zijn er nu geen schrijvers meer, die zich expliciet tegen het volk en de heersende moraal keren, zoals Reve en Hermans wel deden. Hafid Bouazza en Arnon Grunberg krijgen nog wel het voordeel van de twijfel. Ronald Giphart geldt als voorbeeldschrijver, die zijn ziel aan het aangepaste volk heeft verkocht, vooral met zijn commerciële kookprogramma en zijn schaamteloze geflirt met lezers, die met hem mee mochten schrijven aan een nieuwe roman, wat totaal mislukte. Schrijvers, die columnisten worden, verliezen meteen hun geloofwaardigheid, vindt Dautzenberg.

Dautzenberg vindt, dat schrijvers moeten durven irriteren, verwarren en verwonden, ongeacht de gevolgen. Zijn lidmaatschap van de Vereniging Martijn heeft hem economisch aan de afgrond gebracht. Collega's willen hem nog wel trakteren op harddrugs, maar emotioneel ondersteunen, hó maar! Ze vinden, dat hij een te grote broek heeft aangetrokken, maar dat is beter voor zijn geslachtsdelen, reageert hij dan manmoedig en gevat, wat overigens wel waar is. Door de schrijver Christiaan Weijts werd hij met een houten lineaal op de vingers getikt. Deze ouderwetse schoolmeester en moraalridder denkt het recht te hebben om hem te kaderen en te sturen. Dan vindt hij troost en herkenning in de levensloop van Pier Paolo Pasolini, in 1975 walgelijk vermoord door een schandknaap. De huidige schrijvers willen voldoen aan de vluchtige verlangens van de verwende consumenten, die genieten van dampkringliteratuur. Giphart is door deze gruwelijke concessie als schrijver al om zeep geholpen, al kun je je bij zijn werk ook indenken dat zijn reservoir tot de bodem aan toe geleegd is en meer van dat soort oppervlakkigheid geen pas geeft en zowiezo doodbloedt.

Dautzenberg pleit ervoor, dat schrijvers met giftige pijlen gaan schieten, zoals Reve en Hermans, maar dat tweetal bezat een onuitputtelijke bron van venijn, wat ze wisten om te smeden tot waarachtige literatuur, maar de huidige schrijvers zitten juist kiplekker in hun vel en hebben alles wat hun hartje begeert, wat het grote verschil maakt. Er hoeft niet echt meer om gelijke welvaart gevochten te worden. Dautzenberg geeft ook zelf toe dat hij onbezield is geraakt en moe van het vechten tegen de bierkaai, alsof hij zijn rebellistische strijd al volkomen heeft gestreden en lui achterover mag leunen. Hij wil met dit artikel graag de fakkel doorgeven aan jeugdige aspirant-schrijvers, zoals hij van Reve en Hermans heeft geleerd. Allemaal heel nobel en voor hem hebben er al velen gesteld, dat de schrijvers meer durf moeten tonen, maar dat is best moeilijk in een tijd, waarin alle heilige huisjes zijn verbrand en waarin alles, maar dan ook werkelijk alles openbaar wordt gemaakt op internet en via duizenden tijdschriften, de radio en de televisie. De journalistiek voert de boventoon en je moet welhaast jarenlang in een afgelegen bergdorp in Nepal gaan wonen om ongestoord tot een diepzinnige roman te komen, wat de moderne mens niet meer aankan, waardoor de grote, Nederlandse literatuur misschien wel inderdaad gedoemd is om snel uit te doven. Snel, want de opgefokte snelheid van de huidige cultuurgeest is debet aan het uitsterven van de traag, maar daardoor flink doorleefde literatuur. Er is blijkbaar nergens geen geduldige tijd voor een rijpingsproces meer. De Nederlandse schrijvers worden opgeslokt door de verleidelijke, overheersende, altijd prettige flitscultuur. Dautzenberg is terecht somber gestemd over deze noodlottige gang van zaken. Maar ik kan ook de vraag stellen of het inderdaad noodzakelijk is om tegen de aangepaste burgerlijkheid tekeer te moeten gaan om tot diepgaande literatuur te kunnen komen. Is de huidige burgerlijkheid nog wel zo aangepast als wij altijd denken? Als je de tatoeagetrend moet geloven niet en dat is toch een behoorlijk piratenachtig gebeuren. Verder zuipt de gemiddelde brave burger meer dan menige schrijver en doen ze alles wat God verboden heeft in het kwadraat. Misschien moet Dautzenberg eens wat vaker de volkskroegen bezoeken om zijn afzetbeeld wat bij te stellen. De tijd van Reve en Hermans was geheel anders en veel meer bekrompen en bevooroordelend. De oorzaak van oppervlakkige literatuur zit vooral in de commercie en de teruglopende handel in echte literatuur. Schrijvers, zoals pretletter Giphart, die meedoen aan die kapitalistische kermis, deugen niet echt, helemaal waar. Maar wil de echte schrijver dan opstaan? Hafid Bouazza, jazeker, helemaal mee eens, en ik vrees echter, dat ik er niemand aan kan toevoegen!...

Schrijver: Joanan Rutgers, 28 jul. 2014


Geplaatst in de categorie: literatuur

1,0 met 2 stemmen 79



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)