De macht van het water
De boot Beryl had wind mee, maar voer traag als een slak. Aan de overkant sneed Schotsman snel en messcherp door het water, ondanks de volle tegenwind. Met een ruk waaide mijn capuchon af. Het water in de Lek bij Nieuwegein stond hoog; kolkende, grijze golven. De uiterwaarden waren overstroomd en verbreedden de rivier met wel een halve kilometer. Met een beetje fantasie leek het alsof ik aan zee stond.
Ik moest denken aan de keer dat ik op zee voer, zoon twee, windkracht zeven. De loods moest per helikopter aan boord worden gebracht om de wild deinende boot de haven van IJmuiden binnen te loodsen. We zagen hoe hij via een touwladder klom.
In Kiel vertrokken we jaren later met de veerboot richting Göteborg. Vanaf het bovenste dek keek ik uit over de haven, de stad, de zeilboten en het water. Ik kon niet kiezen waar ik moest kijken; de Oostzee bleef kalm. De zon ging onder en tussen de schoorstenen tegen de donkerblauwe lucht viel de volle maan extra op.
De boot zou onder de Grote Beltbrug doorvaren, ‘die brug waar alle wielrenners overheen reden tijdens de Tour.’
“Dat past nooit,” zei zoon, veertien, toen we naderden.
Het moment dat we daar stonden, boven op de Ferry. De pijlers onwaarschijnlijk groot naast me, de brug hoog boven mijn hoofd, de diepte van het zwarte water, overal lichtjes en wat een vaart. Het deed me duizelen van ontzag.
Hier langs de rivier weerspiegelt de Lekbrug zich in het grijze water. Vlak bij huis, vertrouwd. Het water lijkt alles te verbinden, van de dijk tot Vianen.
26 januari 2026
Geplaatst in de categorie: natuur

Geef je reactie op deze inzending: