HET KLEMBORD
Ik kijk naar Henk. Henk is een man die normaal gesproken nog geen deuk in een pakje zachte boter durft te slaan. Een man die zich bij de kassa van de groenteboer uitgebreid verontschuldigt als hij per ongeluk met een euroteken in zijn ogen naar een bloemkool kijkt. Henk is evenwichtig. Henk is de rust zelve.
En dan gebeurt het.
Iemand geeft Henk een klembord. Een stuk hardboard met zo’n zilveren klem aan de bovenkant. Er zit een velletje papier op met lijntjes en namen. Met een touwtje zit er een balpen aan vastgeknoopt, zo'n goedkope Bic-pen waarvan de dop al jaren geleden is verdwenen in de diepe zakken van de bureaucratie.
Het is een fascinerend mechaniek.
Zodra Henks vingers het hout van het klembord raken, trekt er een schok door zijn ruggengraat. Zijn schouders gaan naar achteren. Zijn kin gaat omhoog. Zijn ogen veranderen van een zachtmoedige blauwe kleur in de kille, grijze tinten van een grensbewaker uit de jaren zeventig.
Henk is niet meer Henk. Henk is nu DE MAN MET HET KLEMBORD.
Hij staat bij de ingang van het buurtfeest. Hij kijkt niet naar de mensen. Hij kijkt naar de lijst. Mensen die hij al dertig jaar kent, mensen met wie hij de geboorte van zijn kinderen heeft gevierd en met wie hij gisteravond nog over de heg heeft staan praten over de snoeiwijze van de buxus, worden nu behandeld als potentiële staatsgevaarlijke indringers.
"Naam?" vraagt Henk.
Hij zegt het zonder een spoor van herkenning. Hij kijkt over de rand van het klembord heen, een blik die suggereert dat hij elk moment de marechaussee kan bellen als je achternaam niet precies op de juiste plek tussen de 'B' en de 'D' staat.
Het is de arrogantie van de administratie.
Een klembord doet iets met de mannelijke psyche. Het is een verlengstuk van het ego. Een houten schild tegen de chaos van het bestaan. Met een klembord in je hand ben je geen eenvoudige loonslaaf meer, maar de beheerder van de werkelijkheid. Je beslist wie erbij hoort en wie er buiten de lijntjes valt.
Ik zie het overal.
De man die bij een amateurtoneelvereniging de stoelen moet tellen. Hij loopt rond met een tred die doet vermoeden dat hij zojuist de invasie van Normandië heeft gepland.
De vrijwilliger bij de lokale trimloop. Hij houdt het klembord tegen zijn borst gedrukt alsof het de originele blauwdrukken van de Deltawerken zijn. Als je hem een vraag stelt, zucht hij eerst diep, kijkt op zijn horloge en maakt dan een heel klein, geniepig vinkje op zijn papier.
Waarom doen we dit? Waarom hebben we dat houten plankje nodig om ons even belangrijk te voelen?
Het is, denk ik, de melancholie van de middelmatigheid. We hunkeren naar een rol. We willen allemaal de regisseur zijn van een film waarin verder niemand wil spelen. Het klembord is het enige tastbare bewijs dat we er toe doen. Dat er een lijst is, en dat wij de pen vasthouden.
Zie ook: https://kees444456.substack.com
Schrijver: Kees
27 april 2026
Geplaatst in de categorie: algemeen

Geef je reactie op deze inzending: