Inloggen
voeg je beschouwing toe

tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 3654):

Door gefrustreerde mannen het succes ontnomen

(voor Maud Allan (1873 - 1956))

Je bent geboren als Beulah Maude Durrant op 27 augustus 1873 in Toronto. Jouw vader William Durrant was een reizende schoenmaker en jouw moeder was Isabelle Hutchenson. Op jouw vijfde verhuisde je naar San Francisco, waar jouw vader meer kans op werk dacht te krijgen. Jij studeerde daar om een concertpianiste te worden. In 1895 vervolgde je jouw opleiding aan de Akademische Hochschule für Musik in Berlijn.

Eind 1897 werd jouw oudere broer Theodore, die een medisch student was, gearresteerd voor de moord op twee jonge vrouwen in de Emmanuel Baptist Church in San Francisco. Dat waren Blanche Lamont en Minnie Williams. Theodore werd ter dood veroordeeld en hij werd op 7 januari 1898 in de San Quentin Prison opgehangen. Hij werd 26 0f 27 jaar. Hij bleef zijn onschuld volhouden. Hierdoor stopte jij als pianiste en begon je te dansen. Je veranderde jouw achternaam en je herstelde nooit van deze traumatische gebeurtenis.

In Duitsland werkte je als een model voor cosmetische producten, je deed naaiwerk en je ontwierp korsetten. De Belgische muziekcriticus Marcel Rémy was jouw mentor en hij schreef de muziek voor 'The Vision of Salomé', jouw belangrijkste werk. In 1900 publiceerde jij de 'Illustriertes Konversations-Lexikon der Frau', wat over seks voor vrouwen gaat. Op 24 december 1903 debuteerde jij aan het Weense Conservatorium. Je was atletisch en fantasierijk, al had je nauwelijks dansles gehad. Dat je met de danseres Isadora Duncan werd vergeleken, vond je maar niks, want je mocht haar niet. Je ontwierp en maakte meestal jouw eigen kleren.

In 1906 debuteerde je in Wenen met 'The Vision of Salomé'. Max Reinhardts enscenering van het tragedie 'Salomé' van Oscar Wilde heeft jouw dansoptredens beïnvloed. Jouw versie van de Dans van de Zeven Sluiers werd heel beroemd. In 1908 verscheen jouw biografie 'My Life and Dancing'. Op 8 maart 1908 debuteerde je in Engeland in het Palace. Eerst schokte je de preutse Engelsen met jouw schaarse kostuum, blote benen en voeten en een blote buik, maar je werd al gauw zeer geliefd. Je gaf 250 optredens en 90% van het publiek bestond uit vrouwen.

Het parlementslid Noel Pemberton-Billing schreef in zijn krant Vigilante over een door hem bedachte, lesbische relatie tussen Margot Asquith, de vrouw van een ex-premier, en jou. In een vervolgverhaal koos hij voor de denigrerende titel 'The Cult of the Clitoris'. Hij wilde Engeland op nazi-achtige wijze 'zuiveren' van homoseksualiteit en perversiteiten. Je begon een rechtszaak tegen Noel, die zijn minnares Eileen als getuige opvoerde. Zij beweerde dat jij in een zwartboek stond met 47.000 namen van Engelse, seksuele perverselingen. Noel had zelfs Lord Alfred Douglas, die samen met zijn furieuze, homofobe vader Oscar Wilde had verraden, als getuige opgevoerd. Het is bijna niet te geloven hoe kwaadaardig de dichter Alfred nogmaals wraak heeft genomen op de in 1900 begraven Oscar.

Tijdens de rechtszaak noemde Alfred Wilde's 'Salomé' 'een meest verderfelijk en abominabel werkstuk'. Verder noemde hij Wilde 'de grootste kracht voor het kwaad, dat in Europa in de afgelopen 350 jaar is verschenen.'. Jij werd beschuldigd van seksueel geladen handelingen, die jij volgens de woorden van Wilde uitbeeldde, incluis necrofilie, met het afgehakte hoofd van Johannes de Doper, volgens Noel en Alfred. Zelfs de moorden van jouw broer Theodore werden genoemd als suggestie dat er een seksuele waanzin in jouw familie heerste. Op 4 juni 1918 werd Noel vrijgesproken en stopte jij met de publieke danskunsten. Enkele jaren later zei Eileen, dat haar bewijs geheel verzonnen was en dat zij door Noel en Alfred geïnstrueerd was.

Van 1910 tot 1915 ging je naar Australië, Amerika, Afrika en Azië. In 1915 speelde je in de stomme film 'The Rug Maker's Daughter'. Je woonde nog twintig jaar in een deel van een groot herenhuis 'Holford House' op Regen't Park. Vanaf de jaren twintig was je danslerares en woonde je samen met jouw secretaresse en minnares Verna Aldrich. In 1936 was jouw laatste optreden in Los Angeles. Door de oorlog raakte jouw huis beschadigd en ging je naar Los Angeles terug. In 1938 kreeg je in Pasadena een auto-ongeluk en stopte je definitief met alle optredens. Je was nog een tijd een ambulance-chauffeuse in Londen tot je in augustus 1941 voorgoed naar Los Angeles ging.

Je overleed op 7 oktober 1956 in een verpleeghuis in Los Angeles. Je werd 83 jaar.

Schrijver: Joanan Rutgers, 18 aug. 2019
18 aug. 2019


Geplaatst in de categorie: idool

4,0 met 2 stemmen 41



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)