Inloggen
voeg je beschouwing toe

tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 3734):

De Marcel Proust van Kopenhagen

(voor Herman Joachim Bang (1857 - 1912))

Je bent geboren op 20 april 1857 in Asser balle, waar je in jouw roman 'Tine' over schreef. Van 1863 tot 1872 woonde je aan de Sondergade 41 in Horsens. Jouw vader was de dominee Frederik Ludvig Bang en jouw moeder was Thora Elisabeth Salomine Blach. Jij was één van hun vijf kinderen.
In 1871 overleed jouw moeder door tuberculose. Zij werd 42 jaar.
In 1875 overleed jouw vader, die aan zware depressies leed en krankzinnig eindigde. Jouw moeder was vrolijk en fantasierijk. Zij betekende veel voor jou en diverse van jouw personages hebben haar kenmerken. Na het overlijden van jouw vader ging jij met jouw opa, een koninklijke arts, in Kopenhagen wonen.

Jij ging naar de Soro Akademi, waar jij jouw eerste, homoseksuele ervaringen had. Als jongeling wilde jij graag acteur, toneelregisseur en theatercriticus worden, wat aanvankelijk mislukte. In 1879 debuteerde je met de essaybundel 'Realisme en realisten'. In 1880 verschenen de korte verhalen bundel 'Zware melodieën' en de autobiografische debuutroman 'Meedogenloze geslachten', wat jou meteen twee weken gevangenisstraf opleverde. De critici waren uiterst negatief. Het gaat over gravin Hatzfeldt, die de jonge protagonist William Hog verleidt. Men vond het stilistisch belachelijk en qua sensualiteit ziekelijk. Het boek werd afgepakt. Na enkele jaren publiceerde je het zonder de bekritiseerde scènes. In 1880 verschenen ook de novellen 'Voor het altaar' en 'Pernille'.

In de jaren tachtig had je veel succes als journalist en criticus. Je was openlijk homoseksueel en je leed net als jouw vader aan depressies, die jij met drugs bestreed. In 1883 verscheen de roman 'Faedra'. In 1885-1886 woonde je in Praag samen met jouw geliefde, de Duitse acteur Max Eisfeld (1863 - 1935). Dit was een problematische verliefdheid. In 1887 verscheen de roman 'Stuk' en in 1889 de roman 'Tine'. 'Tine' gaat over de jonge Tine Bolling, die in de oorlog een liefdesrelatie met de getrouwde bosruiter Henrik Berg heeft. Na de oorlog hoeft Henrik haar niet meer en pleegt Tine uit schaamte zelfdoding. Ze verdrinkt zichzelf in een vijver.

Jij schreef over Kopenhagen alsof het Parijs was. Als een Marcel Proust, op wie jij zelfs uiterlijk veel leek. Je schreef o.a. over de zomerse genoegens, maatschappelijke schandalen, het theaterleven, de modetrends, kuurmiddelen, circusvoorstellingen, de pretparken Tivoli en Dyrehavsbakken en geruchten over het koningshuis. Je schreef ook over de politieke wirwar en schommelingen. In de zondagse Nationale Gazette schreef je over nieuws, informatie, geruchten en roddels. Je was deels een roddeltante of zeg maar een roddelnicht. Je las o.a. de romans van Émile Zola en Honoré de Balzac en je schreef vooral voor de vrouwen. In 1893 werd er in Kopenhagen een homoseksuele rentenier vermoord, wat tot een massaal verhoor van de homoseksuele mannen leidde. Hierdoor verhuisde je naar Parijs.

In Parijs werkte je als een toneelleraar en wist je de toneelschrijvers Hendrik Ibsen en Bjorn Stjerne Bjornson bij de Fransen onder de aandacht te brengen. Dit vergrootte de internationale doorbraak van Hendrik en Bjorn, die jou daarvoor erg dankbaar waren. Jij was bevriend met de actrices Sarah Bernhardt en Gabrielle Réjane. Gabrielle was met de directeur van het Théâtre du Vaudeville op het Place de la Bourse (na 1869 op de Boulevard des Capucines 2) Paul Porel getrouwd. Ze kregen samen een dochter, Germaine, en twee zonen, Jacques en Jean. In 1905 zijn Gabrielle en Paul gescheiden.

In Parijs kreeg jij financiële steun van o.a. de Noorse schrijver/mysticus Jonas Lie, die goed bevriend met Bjornson was, en de Noorse landschapsschilder Frits Thaulow. De schrijver Knut Hamsun woonde ook in Parijs en hij begon een lastercampagne tegen jou. Knut was vooral tegen drie vaststellingen over jou: je was homoseksueel, je was gedeeltelijk Joods en je was een grote bewonderaar van Ibsen. Je kon dat overigens alleen maar beamen, maar door deze lasterpraat kreeg je nergens meer een opdracht als toneelregisseur. In 1920 kreeg Knut de Nobelprijs voor de Literatuur. Knut was trouwens later een nazi-aanhanger en een groot bewonderaar van Adolf Hitler.

In de herfst van 1906 kopte een schandaalblad over de prostitutie van homoseksuele jongens in Kopenhagen. Veel bekende homoseksuelen werden door de politie ondervraagd. De rioolpers schreef ook over jou, terwijl jij er niets mee te maken had. Het was een complete heksenjacht. Jij werd met name door de schrijver Johannes Vilhelm Jensen aangevallen en verrot gescholden. Ook die kreeg de Nobelprijs voor de Literatuur, in 1944. In juli 1907 verhuisde je naar Berlijn om van die valssprekende heksenketel af te zijn. Jij had een levenslange vriendschap met de homoseksuele journalist Jens Christian Houmark, die van jou acteerles kreeg en die jouw kamergenoot was, in Lille Kongensgade te Kopenhagen. Dat Christian homoseksueel was, was bekend, maar hij kwam pas na zijn overlijden via zijn boek 'Als ik dood ben' uit de kast.

Het grootste gedeelte van jouw leven woonde jij samen met jouw zus. Jij overleed op 29 januari 1912 in Ogden, Utah. Je was in Amerika om lezingen te geven. In de trein werd je ineens ziek. Je werd 54 jaar.

Illustratie: Herman Joachim BangSchrijver: Joanan Rutgers, 2 nov. 2019
2 nov. 2019


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 20



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)