Inloggen
voeg je beschouwing toe

tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 3944):

De schilderende engel, die niet kon aarden

(voor Cornelia Gurlitt (1890 - 1919))

Je bent geboren op 26 juni 1890 in Dresden. Jouw vader was de kunsthistoricus/architect Cornelis Gustav Gurlitt (1850 - 1938). Jouw moeder was Marie Gerlach (1859 - 1949). Jouw oudere broer was Wilibald Ludwig Ferdinand Gurlitt (1889 - 1963), een musicoloog, en jouw jongere broer was Hildebrand Gurlitt (1895 - 1956), een kunsthistoricus en kunsthandelaar. Jouw opa was de landschapsschilder Louis Gurlitt, getrouwd met de Joodse Elisabeth Lewald, de zus van de schrijfster Fanny Lewald, die o.a. met Heinrich Heine, Franz Liszt en de schrijfster Hedwig Dohm bevriend was. Hedwig was de oma van Katia Mann, de vrouw van Thomas Mann.

Jouw vader schreef ruim honderd boeken. Jij was de tante van de kunstverzamelaar Cornelis Gurlitt (1932 - 2014), de zoon van Hildebrand en Helene Hanke, een danseres en de leerlinge van Mary Wigman. In Dresden was jij de leerlinge van de schilder Hans Nadler, geboren op 14 januari 1879 in Elsterwerda en een leerling van de impressionistische schilders Carl Bantzer en Gotthardt Kuehl, getrouwd met Henriette Simonson-Castelli, de dochter van de portretschilder David Simonson. Hans Nadler gaf ook les in de Oberrealschule Elsterschloss in Elsterwerda, een kasteel uit de 13-de eeuw. Jouw eerste schilderijen werden in 1914 in de Kunsthütte Chemnitz tentoongesteld, opgericht in 1860 en gehuisvest in het König-Albert-Museum aan het Theaterplatz in Chemnitz, ontworpen door de architect Richard Möbius en gebouwd door Otto Stäber. Aan het Theaterplatz staan ook het door Möbius ontworpen Chemnitzer Opernhaus en de St. Petrikirche.

Bij de opening van het König-Albert-Museum op 1 september 1909 was de Saskische koning Friedrich August III aanwezig, geboren op 25 mei 1865 (exact honderd jaar eerder dan mij) in Dresden. Hij was de laatste koning van Saksen en zijn troonsafstand was op 13 november 1918. In het begin van de Eerste Wereldoorlog werd jouw vriend als soldaat vermoord. Jij was een Roten Kreuss-verpleegster aan het OOstfront in het Ober-Ost, waar de soldaten onder het opperbevel van veldmaarschalk Paul von Hindenburg en generaal Erich Ludendorff stonden. Jij werkte in diverse ziekenhuizen in Vilnius, de hoofdstad van Litouwen, die tot 1918 door de Duitsers bezet was. In Vilnius ontmoette jij o.a. de expressionistische schilder Conrad Felix Müller, geboren op 21 mei 1897 in Dresden. Hij tekende jou in 1917 als verpleegster. Hij was een leerling van Carl Bantzer en dik bevriend met de schilder Peter August Böckstiegel, die met zijn zus Hanna trouwde. Hij werkte als verpleger, omdat hij zijn militaire dienst weigerde. Hij trouwde in 1918 met Londa Freiin von Berg, met wie hij twee kinderen kreeg, Lukas Feliz en Titus.

In Vilnius had jij een liefdesrelatie met Paul Fechter, geboren op 14 september 1880 in Elbing. Hij was schrijver, redacteur en theater- en kunstcriticus. In 1914 verscheen zijn boek 'Der Expressionismus' bij Reinhard Piper in München. Hij was redacteur van de 'Dresden Neueste Nachrichten' en de 'Vossische Zeitung'. In de Eerste Wereldoorlog werkte hij bij een persafdeling in Vilnius. Hij kende o.a. de schrijver Arnold Zweig, die met zijn nicht, de schilderes Beatrice Zweig, getrouwd was en met wie hij twee kinderen kreeg, Michael en Adam (oktober 1924), die psychiater is. Paul kende o.a. de schrijver Herbert Eulenberg, getrouwd met de schrijfster Hedda Maase, de dichter/schrijver Richard Dehmel en zijn tweede vrouw Ida Coblenz, jouw jongere broer Hildebrand, de schilder/beeldhouwer Karl Schmidt-Rottluff, de schilder/graficus Magnus Zeller en de Joods-Duitse schilder/tekenaar/lithograaf Hermann Struck.

Voor november 1918 was jouw relatie met Paul voorbij. Na de oorlog ging je naar Berlijn, waar je melancholisch en apathisch was. Op 5 augustus 1919 pleegde jij zelfdoding door vergiftiging in een café in Berlijn. Je werd 29 jaar en je bent in het Johannisfriedhof aan de Wehlener Strasse in Dresden begraven. Daar zijn later jouw ouders ook begraven. Je vergiftigde jezelf vanwege de mislukte relatie met de getrouwde Paul, die ook vader van een dochter was. Verder tilde je erg zwaar aan de verloren oorlog van Duitsland en bovendien viel jouw droom om een zelfstandig kunstenares te kunnen zijn in duigen. Volgens jouw moeder leefde je alleen voor de geestelijke rijkdom en was je eigenlijks alleen maar geest. Net als jouw vriendinnen Lotte Wahle en Rose Scheumann wilde jij niet van mannen en familie afhankelijk zijn. Je kon geen huisvrouw zijn en je zocht in wezen een engel en geen man.

Schrijver: Joanan Rutgers
7 jun. 2020


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 24



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)