Inloggen
voeg je beschouwing toe

tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 3954):

De moordende bezitsdrang van een valse minnaar

(voor Delmira Agustini (1886 - 1914))

Je bent geboren op 24 oktober 1886 in Montevideo. Jouw ouders waren Maria Murtfeldt en Santiago Agustini. Je was een eenzaam meisje en je had een goede opleiding gevolgd. Je kreeg thuis les, taallessen, vooral Frans, en je studeerde muziek en schilderkunst met privéleraren. Jouw moeder was sterk en autoritair. Jij was volgzaam, maar in het geheim dichtte je over brandende en pijnlijke erotiek.

Op jouw tiende jaar begon je te schrijven op jouw zestiende jaar publiceerde je jouw dichtbundeldebuut. De redacteur lachte jou uit, maar korte tijd later werd het toch gepubliceerd en werd je een nationale bekendheid. In die tijd publiceerde je jouw gedichten en verhalen in diverse tijdschriften; 'Rood en Wit', 'La Pétite Révue' en 'Apollo'. Op jouw achttiende jaar schreef je columns in het tijdschrift 'La Alborada'.

De Nicaraguaanse schrijver Rubén Dario was een groot voorbeeld en leraar voor jou. Rubén bewonderde jou ook, vooral omdat jij jezelf als vrouwelijke schrijver durfde te uiten, terwijl bijna alle schrijvers mannen waren. Je schreef in jouw poëzie geregeld over Eros en de erotische fantasieën. Je was een modernistische dichteres. Jij behoorde tot de generatie van 1900, samen met Rubén Dario en de dichter/toneelschrijver/essayist Julio Herrera y Reissig, die een hartafwijking en tyfus had. Vanuit zijn herenhuis had je een magnifiek uitzicht op de Rio de la Plata. Julio overleed op 18 maart 1910 in Montevideo en hij werd 35 jaar. En dan was er de dichter/schrijver/professor/historicus/biograaf/journalist/theoloog/politicus/vertaler Leopoldo Lugones, getrouwd met Juana Agudelo. Hun zoon Leopoldo was een beruchte chef van de federale politie tijdens de dictatuur van president/luitenant-generaal José Félix Uriburu. Leopoldo senior pleegde op 18 februari 1938 zelfdoding met een mix van whisky en cyanide in El Tigre. Hij werd 63 jaar.

Jij was gespecialiceerd in de vrouwelijke seksualiteit en het vleselijke genot. Je bedacht een nieuwe, erotische taal. In 'La Alborada' schreef je ook modernistische portretten van de burgervrouwen in Montevideo, die uitblonken in het culturele en sociale leven, zoals María Eugenia Vaz Ferreira. Jij werd altijd door jouw moeder begeleid. In 1907 verscheen jouw dichtbundel 'El libro blanco' (Het Witboek) en in 1910 'Cantos de la mañana' (Ochtendliederen). In 1912 bezocht Rubén Dario, de schepper van het modernisme, jou in Montevideo. Hij was vol ontzag over jou. In 1913 verscheen 'Los cálices vacíos' (Lege kelken), met een voorwoord van Rubén Dario, die schreef: 'Van alle hedendaagse dichteressen heeft Delmira Agustini de grootste indruk op mij gemaakt. Net als Teresa van Avila weet zij zich als vrouw uit te drukken. Het is de eerste keer in de Castiliaanse taal, dat er een vrouwelijke ziel in de trots van haar onschuld en liefde verschijnt. Als dit mooie meisje verder gaat in haar lyrische openbaringen zoals voorheen, dan zal zij onze Spaanstalige wereld verbazen, omdat zij erg vrouwelijk is en prachtige dingen zegt, die nog nooit gezegd zijn.'.

Op 14 augustus 1913 trouwde jij met de jonge koopman Enrique Job Reyes. Na 53 dagen keerde je naar jouw ouders terug. In die tijd ontmoette je de Argentijnse schrijver Manuel Ugarte in Montevideo, met wie je een lange brievenromance had opgebouwd en die ook op jouw trouwerij was, net als de schrijver/filosoof/academicus Carlos Vaz Ferreira en de schrijver/journalist/diplomaat/dichter Juan Zorrilla de San Martin. De zus van Carlos was de dichteres María Eugenia Vaz Ferreira, die geestesziek was. Tijdens het echtscheidingsproces ontmoette jij Enrique diverse keren. Hij gaf jouw moeder, haar negatieve invloed op jou, de schuld van de scheiding. Op 5 juni 1914 werd jullie huwelijk officieel ontbonden. Na de scheiding was Enrique diverse keren jouw geheime minnaar.

In de middag op 6 juli 1914 ontmoette jij Enrique in een huurkamer op de Andesstraat 1206, die vol met foto's van jou en herinneringen aan jou stond. Je was alleen met hem en hij haalde een pistool tevoorschijn, waarmee hij jou twee keer door jouw hoofd heeft geschoten. Daarna schoot Enrique zichzelf dood. Jij werd 27 jaar en je bent begraven in de Centrale begraafplaats van Barrio Sur in Montevideo. Voor de Andesstraat 1206 staat nu een gedenkteken. Er is ook een herdenkingsruimte aan jou en alle slachtoffers van gendergerelateerd geweld gewijd. In 1924 verscheen 'El rosarío del Eros' (Eros' rozenkrans), 'Obras completas' (Complete werken) en 'Los astros del abismo' (De afgrond van de hel). In 1969 verscheen 'Seksuele correspondentie'.

Schrijver: Joanan Rutgers
19 jun. 2020


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 41



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)