Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

Door hartzeer en oorlogstrauma's achtervolgd

(voor Irjö Olavi Jylhä (1903 - 1956))

Je bent geboren op 21 juli 1903 in Tampere, Finland. Jouw vader was de koopman Kaarle Juho Jylhä en jouw moeder was Ida Maria Kovettu. Je was het achtste kind van elf kinderen. Op jouw 9-de waren de Olympische Spelen in Stockholm en werd jij een sportliefhebber. Jij deed aan boksen, hardlopen, kogelstoten, discus- en speerwerpen. Jouw moeder was diep-religieus en op zichzelf. Zij overleed in 1917. Jouw vader was houthandelaar en na zijn faillissement werd hij nooit meer zo rijk als vroeger. Hij las graag historische boeken en vooral over Napoleon. In de Finse Burgeroorlog dienden jouw broers in het Witte Leger. Één broer ging er psychisch aan onderdoor, wat jouw jeugd versomberde en angsten kweekte. Het gaf een zwartgallige weerslag op jouw schrijfwerk.

Op school hield jij vooral van tekenen en atletiek. In 1921 won jij een gouden medaille met speerwerpen in een atletische scholenwedstrijd. Tijdens jouw studietijd in Helsinki ging jij bij een boksclub en vocht jij in de lichtgewicht klasse. Je woog 60 kilo. Je vond dat poëzie en boksen ritmische kunsten zijn. Als jonge dichter werd je gestimuleerd door de literaire vereniging Nuoren Voiman Liito voor middelbare scholieren. Onder het pseudoniem Y publiceerde je in het tijdschrift 'Nuori Voima'. Je las de bundel 'Maan puoleen' van Juhani Siljo. In 1922 ging je aan het Klassieke Lyceum op Tuomiokirkonkatu 5 in Tampere studeren. Dat ligt naast de kathedraal, waar o.a. het schilderij 'Gewonde Engel' van Hugo Simberg hangt. Na jouw afstuderen ging jij voor jouw militaire dienst naar het Pori Regiment. In 1924 ging jij naar de Universiteit van Turku, maar in datzelfde jaar ging je vervolgens naar de Universiteit van Helsinki.

Rond 1925 had jij een liefdesaffaire met de dichteres Karin Alice Wadenström. Je was bevriend met de schrijver Olavi Paavolainen, net als Karin. Karin overleed op 28 april 1944 door tuberculose. Olavi Paavolainen was ook bij de herdenkingsdienst. Tegen de dichter Martti Haavio zei je: 'Weet je, we waren allebei ooit verloofd met haar!'. In 1926 verscheen jouw dichtbundeldebuut 'De zweeptekens', wat deels een sadomasochistische afrekening van jouw relatie met Karin was. Karin verwerkte het aanzienlijk liever en zachter in haar bundel 'De blauwe deur' uit 1926. In 1928 verscheen jouw bundel 'De draaikolk' en daarna deed je negen jaar vertaalwerk. In 1928 overleed jouw vader en stopte jij met studeren om alleen nog te schrijven. Je was niet afgestudeerd. Je werd lid van de literaire groep Tulenkantajat, met Olavi Paavolainen, Karin Wadenström, Elina Vaara, Lauri Viljanen, Ilmari Pimiä en Viljo Kajava.

In 1929 trouwde jij met Kirsti Svensson, de dochter van Helinä Svensson-Timari en de artiest Einari Vehmas. Kirsti was een ex-actrice zonder succes. Zij was in haar jeugd verkracht, wat haar labiel maakte. Rond 1935 werd zij voor syfilis behandeld en zij probeerde ooit zelfdoding te plegen door haar pols door te snijden. Jij was een snel naar gehumeurde en jaloerse kerel, die haar af en toe sloeg en haar bij de haren pakte en over de vloer sleepte. En dan te bedenken, dat je daarnaast erudiet vertaalwerk deed van o.a. Heinrich Heine, William Shakespeare, Jean de La Fontaine, John Milton, Victor Rydberg en in 1936 het Franse Roland-lied. In 1931 verscheen 'Laatste ronde', in 1937 'Kruis in de sneeuw', in 1938 'Toiviotie' en in 1941 jouw beroemdste dichtbundel 'Vagevuur: gedichten uit tijden van vrede en oorlog' bij uitgeverij Otava op Uusimaankatu 10 in Helsinki. Otava is opgericht in 1890 door de zakenman Hannes Gebhard en de professor in de esthetica Eliel Aspelin-Haapkylä.

Jij vocht in de Winteroorlog tussen Finland en de Sovjet-Unie, die van 30 november 1939 tot 13 maart 1940 duurde. Jij was commandant van het Infanterieregiment 30, wat in Taipale vocht en op de Taipaleenjoki rivier. Jij was ook commandant tijdens de Voortzettingsoorlog aan het Aunusfront, die van 1 juni 1941 tot 19 juni 1941 duurde. Door jouw bevelen werden er soms medestrijders vermoord. Kirsti overleed in 1943. Na de oorlog schreef je nog maar nauwelijks gedichten en deed je nog maar nauwelijks vertaalwerk. De laatste tien jaar van jouw leven leefde je samen met een weduwe en vooral in Sysmä, Vainö. Je wilde nog 'Murder in the Cathedral' van T.S. Eliot vertalen, maar je was vaak te moe en te depressief. Erkki Reenjää van uitgeverij Otava bezocht jou soms in jouw kleine appartement. Hij vond dat het bij jou naar bloed rook en hij dacht, dat jij aan syfilis leed. In 1948 ontving jij de Pro Finlandia Medal.

Op 30 december 1956 heb jij in het huis van jouw broer Vainö in Turku zelfdoding gepleegd. Je had al lange tijd een 6.35 mm, Belgisch FN-pistool en daarmee heb jij jezelf in de badkamer van jouw broer door het hoofd geschoten. Je werd 53 jaar.

Schrijver: Joanan Rutgers
11 mrt. 2021


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 47



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)