Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

Jij omarmde de vergelijking met Marlitt

(voor Pavlina Pajk (1854 - 1901))

Jij bent geboren op 9 april 1854 in Pavia, Italië. Jouw moeder was Pavlina Milharcic en jouw vader was de advocaat/rechter/politicus Josipu Doljak (29 mei 1820 - 17 mei 1861, Triëst). Jij had twee broers, waarvan Theodore overleefde. Jouw twee zussen waren Henrietta en Theodolino. Als kind woonde jij in Milaan en Triëst. Na het overlijden van jouw ouders woonde jij bij jouw oom Matija Doljak in Solkan, waar hij burgemeester was. Daar kwamen vaak geleerden op bezoek, zoals Dr. Karl Lavric, die jou de Sloveense taal leerde en Sloveense boeken te lezen gaf, Ernest Klavzar, Fran Levec en Fran Sulkje. Daarna woonde jij bij jouw broer, die jouw literaire aspiraties tegenwerkte. Jij ging vier jaar naar de Ursula kloosterschool in Gorizia. Op jouw 16-de ging jij verder met het leren van Sloveens en begon jij te schrijven. Je las Goethe, Dante, Petrarca en Shakespeare. In 1873 verscheen jouw dichtbundeldebuut 'Eerste Liefde'. Jij was de eerste, Sloveense dichteres, die een dichtbundel publiceerde.

Op jouw 22-ste werd jij smoorverliefd op Janko Pajk, geboren op 14 december 1837 in Kaplja vas. Hij was een Sloveense professor, redacteur van het literaire en wetenschappelijke tijdschrift 'Zora' en hoogleraar Sloveense taal. In 1872 trouwde hij met de rijke Maria Wellner, die in 1876 overleed. Daarna haatte hij de Wellners, die hem sociaal en financieel dwars zaten. In 1887 promoveerde hij in de filosofie aan de Universiteit van Wenen. Hij ondersteunde jouw schrijftalent. Na een correspondentie met hem, trouwde je met hem. Jij was 22 en hij was 39. Jullie woonden in Maribor, waar in 1878 de bundel 'Gedichten' verscheen, met 53 gedichten. Daarna woonden jullie twee jaar in Graz en negen jaar in Brno. Voorts woonden jullie tot 1899 in Wenen. Jij woonde twintig jaar in het buitenland, maar jij bleef in de Sloveense kranten publiceren. In 1876 schreef jij een groot en gedegen overlijdensbericht over George Sand, die jou heeft beïnvloed.

Jij was voorlezeres in de leeszaal van Gorizia en jij was idolaat van de dichter France Preseren (1800 - 1849), die met de taalkundige/literatuurhistoricus en 19 talen sprekende Matija Cop bevriend was. Matija verdronk op zijn 38-ste in de Sava. France voelde zichzelf schuldig, omdat hij niet mee ging zwemmen, zodat hij hem had kunnen redden, ook al was hij geen goede zwemmer. Met de naaister Ana Jelovsek kreeg France drie dochters; Theresa, Ernestina en Franca. Ernestina was naaister en schrijfster en zij schreef over haar ouders. France was hopeloos verliefd op de rijke Julia Primic, die met iemand van adel trouwde. France dook daarna in de alcohol en zijn creativiteit vervaagde.

Jij was ook idolaat van de dichter/schrijver Josip Stritar (1836 - 1923), die in 1873 met Theresa Hochreiter trouwde. Hun dochter Kamila overleed na enkele maanden en hun zoon Milan Joseph werd hoogleraar scheikunde. Van Josip las jij o.a. de tragische roman 'Zorin', het moralistische 'Heer Mirodolski' en het socialistische 'Rosana'. Jij werd ook geholpen door de andere redacteur van 'Zora', de dichter Josip Cimperman, met wie jij tot jouw huwelijk met Janko ook had gecorrespondeerd. Janko en jij kregen twee zonen, Milan en Bozidar. In jouw tijd was jij geweldig populair. Jij was een mooie en emotionele vrouw, die zich keurig en charmant kleedde, met het haar meestal opgestoken. De bundel 'Gedichten' werd in 1893 opnieuw uitgegeven, met elf nieuwe gedichten erbij en inclusief de acht gedichten van de cyclus 'Moederlijke Stemmen'. De moederrol is een heilige en sublieme plicht van liefde en opvoeden. De priester/schrijver Evgen Lampe had kritiek op jouw taalgebruik en de onwerkelijkheid van jouw personages. De schrijver/criticus Fran Govekar betichtte jou van trivialiteit en sentimentaliteit. De naturalisten vergeleken jouw boeken met die van de Duitse schrijfster E. Marlitt. Zij vonden jouw boeken te lieflijk en romantisch en typisch vrouwenromans, zoals 'Arabela' en 'Dora' uit 1885, 'De Hoeve' uit 1889, 'Zielsstrijd' uit 1896 en 'Kans op lot' uit 1897.

Friederieke Henriette Christiane Eugenie John was geboren op 5 december 1825 in Arnstadt. Haar pseudoniem was E. Marlitt. Haar mecenas was prinses Mathilde von Schwarzburg-Sondershausen, die haar drie jaar naar Wenen stuurde om muziek te studeren, piano en zang, want zij had een mooie stem. Ze debuteerde als sopraan, maar ze werd doof, waardoor ze naar Sondershausen terug ging, waar ze elf jaar aan het hof diende, als gezellin en lerares van prinses Mathilde. Zij reisde veel met Mathilde. In 1863 werd zij door Mathilde ontslagen, omdat er geen geld meer voor haar was. Zij ging naar Arnstadt terug, waar zij romans ging schrijven, die wereldberoemde bestsellers werden. In 1865 verscheen haar debuutroman 'Die zwölf Apostel'. Zij woonde met haar vader en haar broer en zijn gezin in de Villa Marlittsheim (nu op Marlittstrasse 9 en in particulier bezit). Vanaf 1868 zat zij vanwege artritis in een rolstoel. Zij overleed op 22 juni 1887 in Arnstadt. Zij werd 61 jaar en zij is in een muurgraf in de Oude Begraafplaats in Arnstadt begraven.

In 1899 verhuisden Janko en jij naar Ljubljana, waar Janko op 7 december 1899 is overleden. Jij overleed op 1 juni 1901 in Ljubljana, waar de dames en heren bijna allemaal een hoed droegen. Jij werd 47 jaar en jij bent bij Janko in de Plecnik Zale Cemetery in Ljubljana begraven. Op de grafsteen lees ik verder: Roman Pajk (1904 - 1908), Milan Pajk, Vida Pajk en Peter Pajk.

Schrijver: Joanan Rutgers
8 mei. 2021


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 38



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)