Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

De eerste rockstar van Frankrijk

(voor Pierre-Jean de Béranger (1780 - 1857))

Jij bent geboren op 19 augustus 1780 aan de Rue Montorgueil in Parijs, in het huis van jouw opa. Jij stamde af van een herbergier en een kleermaker. Jouw ouders waren Jean-François Béranger de Mersix en Marie-Jeanne Champy. Jouw vader had 'de' aan de familienaam toegevoegd, maar jullie waren niet van adel. Als kind was jij verlegen en ziekelijk. Jij ging naar een school in de buitenwijk Faubourg-Saint-Antoine. In 1789 stond jij op het dak van deze school en zag jij de bestorming van de Bastille, waar jij het gedicht 'Le quatorze juillet' over schreef. Jouw ouders waren vroeg gescheiden en jij groeide op bij jouw opa en oma en daarna bij een tante in de provincie, want na de Franse Revolutie moest jouw vader onderduiken en ging jij naar een tante in Péronne, die een pension runde en jouw republikeinse overtuigingen bijbracht. Jij ging naar L'Institut Patriotique in Péronne. Péronne kent het Château de Péronne en de Église Saint-Jean-Baptiste, waar nu het stijlvolle standbeeld van de heldin Marie Fouré voor staat, gemaakt door Michel Bonnand. Marie verdedigde de stad in 1536 tegen de troepen van koning Charles V.

Vanaf jouw 14-de kreeg jij grammaticales van de drukker Lainez. Je las 'Les Aventures de Télémaque' van François Fénelon, Jean Racine en Voltaire. In 1796 werd jij assistent/klerk in het bedrijf van jouw vader in Parijs, wat in 1798 failliet ging. Je schreef o.a. de gedichten 'Le Grenier' en '<on Habit'. Eind 1803 was je erg arm en ongezond. Je had alleen een paar laarzen, een jas, een broek met een kniegat en drie hemden, die door de vriendschappelijke Judith Frere werden hersteld. Jij kende Judith vanaf 1796 tot haar overlijden, drie maanden voor jouw overlijden. Zij inspireerde jou tot 'La Bonne Vieille' en 'Maudit printemps'. Vanuit jouw ellendige leefsituatie schreef jij een brief aan Lucien Bonaparte, een jongere broer van Napoléon en getrouwd met Alexandrine de Bleschamp, met wie hij negen kinderen kreeg. Jij stuurde Lucien ook enkele gedichten en hij gaf jou zijn pensioen van het Institut de France, 1000 frank, en de opdracht om een gedicht over het overlijden van Nero te schrijven. In 1809 werd je een verzendklerk van de Keizerlijke Universiteit van Frankrijk met een salaris van nog eens 1000 frank. Indirect door Lucien geregeld.

Sommige van jouw chansons waren al door jouw vader gepubliceerd, maar dat vond jij niet echt belangrijk. In 1812 zorgde jij voor een zieke vriend en besloot jij jouw beste chansons op te schrijven. Je werd gelauwerd en je ontmoette de componist/liederenschrijver Marc-Antoine Madeleine Désaugiers, die jou in 1813 lid van de literaire vereniging 'Le Caveau Moderne' maakte. Jij werd bekend met o.a. 'Les Gueux', 'Le petit homme gris', 'Le Sénateur' en 'Le Roi d'Yvetot', een satire tegen Napoléon. De overgave van Parijs in 1814 en de nederlaag bij Waterloo in 1815 hadden een groot effect op jouw poëtische richting. Na de Bourbon-restauratie van de monarchie verzette jij jezelf tegen het establishment en de antinationalistische kuren van de regering. Jij bestreed de waan van de dag en jij bejubelde de vroegere glorie van de republiek. Je was de nationale dichter van Frankrijk geworden. In 1815 verscheen jouw dichtbundeldebuut 'Chansons morales et autres', waardoor jouw chef van het departement waar jij werkte jou adviseerde om niet meer zoiets te publiceren, wat je in 1821 wel deed en jouw baan op zegde. Door dit tweede deel kreeg jij drie maanden opsluiting in de Sainte-Pélagie-gevangenis en 500 frank boete. In de gevangenis componeerde jij o.a. 'Les Adieu à la Campagne', 'La Chasse', 'L'Agent Provocateur' en 'Mon Carnaval'.

De derde bundel passeerde ongehinderd, maar voor de vierde bundel uit 1828 moest je negen maanden naar de La Force Prison in de Rue du Roi de Sicile en kreeg je een boete van 10.000 frank. Je weigerde een door de regering aangeboden minimale straf, wanneer je de aanklachten niet verdedigde, en je vroeg niet naar de mogelijkheid om de straftijd in een krankzinnigengesticht uit te zitten. Je was de lieveling van het gewone volk en je had een grote invloed op de tegenstanders van de regering. Jouw advies werd gerespecteerd en jij werd geëerd vanwege jouw evenwichtigheid, jouw liefde voor de vrijheid van meningsuiting, jouw hoffelijkheid, gebrek aan persoonlijke ambitie, genereusheid en grote sympathie voor de jongeren. Jouw liederen, zoals 'Le Vieux Drapeau', hielpen om de Franse Revolutie van 1830 uit te voeren. Samen met jouw vrienden Lafitte en Lafayette zorgde jij ervoor dat Louis Philippe I de troon besteeg. Jij weigerde alle hoge benoemingen, want jij wilde vrij blijven om liederen te schrijven en te verkopen. Je regelde wel een pensioen voor jouw vriend Claude Joseph Rouget de Lisle, die je al vijf jaar onderhield.

Claude Joseph was over de 70 en arm. Op 25 augustus 1792 schreef hij in Straatsburg 'La Marseillaise', in opdracht van zijn mede-vrijmetselaar baron Philippe Friedrich Dietrich, getrouwd met Louise Sybille Ochs. Claude was in 1784 bij de vrijmetselaarsloge 'Les Frères discrets' in Charleville ingewijd. Philippe is op 29 december 1793 in Parijs door de guillotine vermoord. Hij werd 45 jaar. Claude overleed op 26 juni 1836 in Choisy-le-Roi in armoede. Hij werd 76 jaar. In 1833 verscheen jouw vijfde liederenbundel. Jouw vrienden waren o.a. François-René de Chateaubriand, Adolphe Thiers, de bankier Jacques Laffitte, de historicus Jules Michelet, de priester/filosoof Félicité de La Mennais, de journalist François Mignet, de straatzanger Charles-François-Joachim Aubert, Ary Scheffer, die jou in 1828 portretteerde, Louise Colet, Alfred de Vigny, Champfleury en Alphonse de Lamartine. Van 1841 tot 1847 woonde jij op 21, rue Vineuse. Daar kreeg je een keer bezoek van de actrice/zangeres Pauline Virginie Déjazet, die jou kuste en die voor jou jouw lied 'La Vertu de Lisette' zong. Jij was diep ontroerd. Tot 1850 woonde je op 4, rue des Moulins en daarna in de Avenue Sainte-Marie.

Jij overleed op 16 juli 1857 in Parijs in armoede. Jij werd 76 jaar en jij bent in de Cimetière Père Lachaise begraven. Ik heb een ingelijste, Franse gravure uit 1866 met een tafereel, dat verwijst naar één van jouw chansons, al weet ik niet welke. Een nette heer staat achter een chique dame in jurk en met sieraden, die op een stoel zit en een duif in haar handen koestert. De man leest een brief. Op tafel staan een fles wijn met twee glazen. Links staat op een hoge sokkel een krijger met een speer en daaronder staat een kerel wat te gebaren bij een soort rookoffer, terwijl er een lier en amfoor aan zijn voeten liggen. Rechts verbreekt een vrouw demonstratief haar ketenen en daaronder lopen wat gewapende, opstandige, vechtlustige mannen met rokken tot op de knieën, wat volgens mij Grieks is. Het lijkt erop dat ene 'Claverie' deze gravure gemaakt heeft, maar ik zie ook 'Lemaire' staan.

Schrijver: Joanan Rutgers
31 mei. 2021


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 41



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)