Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

Vanwege Multiple Sclerose jouw droombruid opgegeven

(voor Stefan Luchian (1868 - 1916))

Jij bent geboren op 1 februari 1868 in Stefanesti, Botosani, Roemenië. Jouw ouders waren majoor Dumitru Luchian, die burgemeester van Stefanesti was, en Elena Chiriacescu. In 1873 verhuisden jullie naar Boekarest, naar jullie huis op 15 Popa Soare Straat in de sloppenwijk Mântulesa. Jouw moeder hoopte, dat jij naar de militaire school zou gaan, maar in 1885 ging jij naar de Nationale School voor Schone Kunsten in Boekarest om schilderkunst te studeren. Deze school is op 5 oktober 1864 opgericht dankzij de schilders Theodor Aman en Gheorghe Tattarescu. Theodor was tot zijn overlijden op 19 augustus 1891 door een prostaatinfectie de directeur van deze school. Hij werd 60 jaar en hij is in de Bellu Cemetery aan de Serban Voda weg begraven. De kunstschilderes/iconografe Jelena Murariu (1963, Zvoristea) ging ook naar deze schilderuniversiteit. Ik noem haar icoon 'Brandende struik' uit 2018 en haar iconografie van de Brancovan Heilige Martelaren, incluis 'Ecclesia'.

Jij ging eerst naar het gymnasium aan het Saint Sava Nationaal College in Boekarest. Jij leerde fluit spelen aan het Conservatorium van Boekarest. Op de kunstacademie werd jij door de impressionist Nicolae Grigorescu beïnvloed en aangemoedigd. Andere leraren van jou waren Theodor Aman, Gheorghe Tattarescu en Constantin I. Stancescu. Nicolae's werk had een grote invloed op jouw hele kunstenaarschap. Nicolae is geboren op 15 mei 1838 in Pitaru, Potlogi. Hij kreeg les van Anton Chladek en Sébastien-Melchior Cornu en hij maakte iconen. Hij was de medewerker van Millet, Corot, Courbet en Rousseau. Zijn vrouw was Maria Dánck en hun zoon was Gheorghe. Ik noem zijn schilderijen 'Portret van een vrouw', 'Een bloem tussen de bloemen' uit 1870, waarop hij de dochter van Millet schilderde, wat qua stijl op 'Primavera' lijkt, 'Vrouwenhoofd', 'Naakt', met als opvallende oogtrekker de stijve linkertepel, en 'Slapende nimf'. Nicolae overleed op 21 juli 1907 in Câmpina. Hij werd 69 jaar. In 1889 ben jij aan de kunstacademie in Boekarest afgestudeerd. Vanaf de herfst van 1889 studeerde jij twee semesters aan de Academie voor Schone Kunsten in München, Akademiestrasse 2-4, waar jouw leraren Johann Caspar Herterich ('Dame mit einer Taube') en zijn jongere broer Ludwig Herterich was. In het Kunstareal maakte jij kopieën van Antonio da Correggio en Rembrandt. In 1890 was jij terug in Roemenië en en deed jij mee met de eerste expositie van de kunstgroep Cercul Artistic.

In 1891 ging jij naar Parijs, waar jij aan de Académie Julian studeerde en waar William-Adolphe Bouguereau jouw leraar was. In 1892 schilderde jij 'De laatste herfstrace'. Op 9 februari 1892 overleed jouw moeder en ging jij naar Boekarest terug. In 1895 schilderde jij 'Safta het Bloemenmeisje'. In 1896 heb jij samen met de schilders Nicolae Vermont en Constantin Artachino en de kunstverzamelaar/dichter Alexandru Bogdan-Pitesti in Boekarest de Salonul Independentilor opgericht. In 1898 hebben jullie de Societatea Ileana opgericht, met het blad 'Ileana', waarvoor jij symbolistische illustraties maakte. In 1900 toonde jij twee pastels op L'Exposition de Paris 1900. Jij was lid van de kring rondom de dichter Alexandru Macedonski, getrouwd met Ana Rallet-Statineanu, met wie hij 6 kinderen kreeg; George, Alexis, Nikita, Pavel, Constantin-Hyacint en Anna. Jij schilderde 'Literaire bijeenkomst'. Jij ging ook naar de artistieke cafés 'La Fialkowski' (tot de sluiting in 1898) en 'Kübler'. Jij schilderde kerken in Tulcea, Alexandrië en Boekarest. In Alexandrië werd jij verliefd op Cecilia Vasilescu, maar in 1901 kreeg jij Multiple Sclerose, wat jouw huwelijksplannen vergalde. Jij schilderde de salons van V. Antonescu, minister van Justitie, die jou slechts deels betaalde en voor de rest een versleten broek stuurde, die jij weigerde. Hij heeft jou als arme schilder op een smerige wijze vernederd.

Jij was fluitist in het orkest van het Nationale Theater, wat nauwelijks geld opbracht. Jij was sterk betrokken bij het zwoegende leven van de arme arbeiders, wat o.a. is te zien op 'Bij de maïssplitsing' en op 'Na het werk naar huis', waarop jij het wrede karakter van de uitbuiting benadrukte. De decadente pachters kregen er op 'De baas' van langs. In 1901 lag jij in het Pantelimon-ziekenhuis met als neuroloog Gheorghe Marinescu. Jij had M.S., verlamming en gezichtsverliesdreiging. In de zomer van 1901 verliet jij het ziekenhuis en maakte jij schetsen in Govora en Poiana. Jij raakte dik bevriend met de schrijver/kunstverzamelaar Virgil Cioflec. In 1904 exposeerde jij samen met de cartoonist Nicolae Petrescu-Gaina, wiens werken werden verwijderd, vanwege zijn karikatuur van premier Dimitrie Sturdza. Jij werd elke zomer tot op het laatst vergezeld door de familie Cocea. Jij schilderde de natuur in Constanta, Poiana, Techirghiol, Govora, Baragan, Filipestii de Padure, Brebu en Moinesti. In jouw woonwijk Filantropia schilderde jij landschappen. Jouw huurhuis was 'klein, koud en met een onmogelijk licht'. Om jouw huur te kunnen betalen, gaf jij 'Mijn oude atelier' aan het Roemeens Atheneum. In 1908 schilderde jij in Brebu diverse topstukken, zoals in het Brebu-klooster, waar jij o.a. 'Het huis van Santa Gheorghe' maakte.

Jij begreep de pijn van de opstandige boeren, zoals op 'Eind 1907'. In augustus 1909 ging jij met de familie Cocea naar Moinesti, waar jij landschappen schilderde en een portret van Hahamul. Vanaf 1909 zat jij in een leunstoel, omdat de M.S. verergerde. Jij schilderde de bloemen, zoals op 'Anemoon'. Jij werd ervan beschuldigd, dat jij anderen voor jou liet schilderen, maar na jouw arrestatie werd jij al snel weer vrijgelaten. De Cocea-familie bestond uit jouw nicht Paulina Economu, getrouwd met Ernest Cocea, met wie zij 3 kinderen kreeg, o.a. de schilderes Laura (Lorica), getrouwd met de kunstschilder/graficus/scenograaf Traian Hagi Cornescu (1885 - 1965). Traian was jouw enige leerling en hij zou een deel van jouw schilderijen hebben vervalst. De laatste twee jaar van jouw leven verbleef jij in het atelier van Traian en hielp hij jou met het tekenen van de contouren, terwijl jij het inkleurde. Hij deed ook de kleuren op jouw palet en hij rangschikte de bloemen volgens jouw aanwijzingen. Traian hertrouwde met de actrice Natasha Alexandra. Vanaf 1901, na de ziekenhuisopname, woonde jij bij de familie Cocea, van 1904 tot 1906 op de Povernei Straat 8 en tenslotte op de Primaverii Straat 29 in Boekarest. Jij portretteerde o.a. Lica, Laura, Lorica. In 1912 schilderde jij 'Lica met de sinaasappel'.

Jij schilderde met heel veel mededogen, zoals op 'Arbeidster', 'Oude bedelaar' en 'Ofelia', waarvoor Cecilia Ionescu-Vasilescu waarschijnlijk poseerde. Tussen 1906 en 1908 maakte jij 'De schrijver Beldiceanu met zijn gezin en de dichter Stefan Octavian Iosif'. Stefan overleed op 22 juni 1913 na een congestie-aanval in het Coltea-ziekenhuis in Boekarest. Hij leed aan syfilis en alcoholisme. Hij werd 37 jaar en hij is in de Bellu Cemetery begraven. Hij was diep bevriend met de schrijver/dichter Dimitrie Anghel, die net als Stefan van de dichteres/schrijfster Natalia Negru hield. In 1904 trouwde Stefan met Natalia, met wie hij op 20 augustus 1905 de dochter Corina kreeg. Corina is op 13 september 1916 door een granaatscherf van een bom van de Duitse zeppelin, die Boekarest bombardeerde, vermoord. Op 21 juni 1911 zijn Stefan en Natalia officieel gescheiden. Op 3 november 1911 trouwde Natalia met Dimitrie Anghel. In 1914, in hun huis in Tecucel, beschuldigde Natalia Dimitrie van twee keer ontrouw plegen. Dimitrie schiet met een revolver en Natalia raakt licht gewond. Daarna schiet Dimitrie zichzelf in de borst, wat tot sepsis leidde en waardoor hij op 13 november 1914 overleed. Hij werd 42 jaar en hij is in de Eternitatea begraafplaats in Iasi begraven. Op Dimitrie's begrafenis schreeuwde een hysterische, onwetende vrouw naar Natalia: 'Jij ellendige vrouw, die alle grote mensen van het land vermoordt!'. Natalia hertrouwde en scheidde nog met de theoloog Ioan Gheorghe Savin. Natalia overleed op 2 september 1962 in haar huis aan de George Cosbuc-straat in Tecuci. Zij werd 79 jaar.

In 1911 verbleef jij in het Dr. Margaritarescu-Sanatorium in Boekarest. In 1912 schilderde jij 'Haar wassen', waarop een moeder de haren van haar kind wast. In 1913 schilderde jij jouw laatste schilderij 'Interieur met Lorica en chrysanten'. Jij overleed op 28 juni 1916 in Boekarest. Tenslotte kon jij het penseel niet meer met jouw verlamde vingers vasthouden en liet jij het aan jouw pols vastbinden. Jouw vriend Virgil Cioflec regelde in 1915, dat de componist/violist/pianist George Enescu speciaal voor jou twee uur viool kwam spelen en zingen. Jij huilde van pure blijdschap. Jij werd 48 jaar en jouw ontzielde lichaam is in de Bellu Cemetery begraven. Jij bent naast Ioan Andreescu, Gheorghe Petrascu en Theodor Pallady begraven.

Schrijver: Sir Joanan Rutgers
14 december 2022


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 42



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)